ROOTSTIME cd reviews

ARCHIEF - OKTOBER 2006 - NOVEMBER 2006 - DECEMBER 2006

JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007




 

 

 

 


O.S.T - Black Snake Moan
Label : New West Records
www.newwestrecords.com
Distr.: Sonic Rendezevous
www.sonic.nl
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Laat ik je niet vermoeien met de achterliggende gedachtes. Laat ik je ook niet vermoeien met de zielenroerselen van Black Snake Moan zelf. Maar laat me je vertellen over een soundtrack waar je heel stil van wordt! Muziek die je pakt en die je unieke songs laat horen van een keur aan oude bluesgrootheden. Of toch even een korte inhoud: Black Snake Moan is een film waarin een verrukkelijke Christina Ricci iedereen in haar buurt verleidt, inclusief het publiek. Dit gemengd met een misschien wel verrassende Justin Timberlake en een charismatische en autoritaire Samuel L. Jackson. In de film heeft de godvrezende blueslegende Lazarus Woods (Samuel L. Jackson) de loodzware zware taak op zich genomen om de nymfomane Rae (Christina Ricci) te genezen van haar seksverslaving, en dit in een bloedhete atmosfeer van zweet en bier: dit is gewoon quilty pleasure waarvan ik verzot op ben. Verwacht niet al teveel diepgang of bijzondere levenslessen, maar pure 80’ties entertainment. En zoals we kunnen verwachten van een regisseur, Craig Brewer, die is opgegroeid met de blues, zullen we buiten het broeierige liefdesverhaal ook wel kunnen genieten van het muzikale aspect in de film, die opgenomen is in de Mississippi delta. De soundtrack bevat een prachtige serie bluessongs, variërend van oude blueshelden als Jessie May Hemphill, Son House en Precious Bryant tot jongere muzikanten als The Black Keys, John Doe en de North Mississippi All Stars. Deze laatste band doet trouwens mee op een aantal van de zeventien songs. Producer Scott Bomar maakte een aantal bijpassende stoffige instrumentals. IJzingwekkend harmonica-spel van Charlie Musselwhite voorziet ze van een doorleeft geluid. Jim Dickinson speelt piano en zijn zonen Luther en Cody weten op gitaar en drums, al even rauw uit de hoek te komen. Het is echter hoofdrol-speler Jackson zelf, die zingt en predikt op een aantal van de andere nummers en doet dat uitstekend. Luister vooral naar zijn versie van de stokoude traditional "Stackolee", maar ook naar enkele hoogtepunten uit de Fat Possum-catalogus, als RL Burnside, The Black Keys en Outrageous Cherry. Het doet de glorietijd van het morsige blueslabel Fat Possum herleven. De twee covers van Burnside, werden ingespeeld met behulp van zijn zoon Cedric en stiefzoon Kenny Brown. Songs die het stuk voor stuk vast geweldig doen in de film, maar die ook zonder de bijbehorende beelden zorgen voor heel veel luisterplezier. Een fraaie verzamelaar en bovendien een mooi eerbetoon aan R.L. Burnside, die tijdens de opnamen van de film overleed. Zelden zo'n goede hypnotiserende blues gehoord.



RUDY ROTTA
WINDS OF LOUISIANA
Website:www.rudyrotta.com
E-mail: staff@rudyrotta.com
Label: Pepper Cake
Distr.: ZYX Music
zyx@cuci.nl

 

Van 1990 tot nu bracht Rudy Rotta reeds 12 cd's uit, deze in Zwitserland levende bluesgitarist van Italiaanse afkomst, is een van de best bewaarde geheimen van de bluesscene, want hoewel hij bijna onbekend is bij de modale muziekliefhebber, toch heeft hij met veel groten der aarde gespeeld op diverse bluespodia. Hij stond onder andere naast John Mayall, Peter Green, B.B King, Luther Allison en Taj Mahal. B.B king vroeg hem tijdens het Montreux Jazz Festival als "Special Guest" en Fender maakte een speciaal model gitaar met zijn naam.Voor deze "Winds of Louisiana" vloog hij speciaal naar New Orleans voor de opnames en strikte onder andere de fantastische John Cleary (Bonnie Raitt's toetsenman en songwriter) en Anders Osborne, die eveneens de productie deed. Earl Smith Jr. zorgt voor sublieme backing vocals in echte New Orleans stijl, hij heeft dan ook bij de Neville Brothers, Etta James en Bonnie Raitt het vak geleerd. Hoogtepunten genoeg op deze cd, en wel in alle genres. Funky, op "I'm In The Groove" en "Papa's Groove Funk". Pure Mississippi Delta in "Leave Me Alone" met super slidegitaar, of de uitstekende slowblues "Many Years Ago". Al bij al is deze mooi verpakte cd een staalkaart geworden vol afwisseling van een gitarist die meer naambekendheid verdient en ook gaat krijgen als hij deze kwaliteit blijft brengen. Niet voor niks dat zoveel bekende muzikanten met veel plezier met hem samenwerken. Het Duitse Pepper-Cake label begint zo stilaan een van de beste blueslabel te worden voor de liefhebbers van het betere gitaarwerk.
(RON)



 

 

 

 

 

 


GRADY
Y.U. SO SHADY?
Website: www.shadygrady.net
www.myspace.com
Email: gradyaustin@sbcglobal.net
Label: Tex-Tone Records
www.tex-tone.com
Distr.: Sonic Rendezevous
www.sonic.nl

 

 

"Y.U. So Shady?" is het debuutalbum van Grady, en is niet anders te omschrijven als een uitdaging voor het gehoor, een intrigerende mix van blues, bluesrock en Rock 'n Roll. Deze driemanformatie uit Texas speelt gewoon verschillende stijlen van rock tot blues en alles wat daar tussen zit met veel overtuiging en volume. De spil van de groep is Gordie 'Grady' Johnson, die met zijn gierende slidegitaarspel een belangrijk stempel op de muziek drukt en z’n instrument soms bijna letterlijk in doodsnood kan laten krijsen. Maar ook bassist 'Big Ben' Richardson (The Phantoms) en drummer Billy 'Thunderball' Maddox (Alien Love Child, The Eric Johnson Band) zijn voor geen kleintje vervaard en wagen zich samen met hun leidsman aan het ene na het andere wilde muzikale avontuurtje waarin de echo’s weerklinken van de vroege ZZ Top. Gordie 'Grady' Johnson, die we vooral kennen als de gitaarbeul van de Canadese power jamband Big Sugar en als producer van Gov't Mule laatste album "High & Mighty" (zie volgende recensie), speelt op deze plaat ook een behoorlijk gemene partij slide, zoals direct blijkt uit de opener "Hammer In My Hand", een knaller van formaat, tempo en passie, en bezorgt luchtgitaristen de blaren op hun vingers. De plaat sluit af met "Western Cowboy", een pracht van een rocker, en het hele spectrum aan Blues Thrash zit daartussen. Na de laatste track krijgen we nog een bonus video van het nummer "Woman Got My Devil", opgenomen in Luck, Texas door David Hogan. Gelukkig gooien ze veel soul in de blender en dat mengt tot niet bijster originele maar des te doorleefder klinkende rock. Ik ben in ieder geval onder de indruk van wat Grady hier laat horen. Grady draait er z’n hand niet voor om en maakt van "Y.U. So Shady?", een onstuimige lekkere ruige blues-rock-plaat.



GOV'T MULE
HIGH & MIGHTY
Website: www.mule.net
Label: Blue Rose Records
www.bluerose-records.com
Distr.: Sonic Rendezevous
www.sonic.nl

 

Om de tijd tussen de tours te doden, richten twee Allman Brothers bandleden, Warren Haynes en Allen Woody in 1994 de gelegenheidsband Gov ’t Mule op. Het resultaat is een mix van Southernrock jams met blues- en jazz invloeden in de geest van de oude powertrio’s. Wat hen al snel de bijnaam powertrio of the 90’s oplevert. De positie van de Amerikaanse gitarist/zanger Warren Haynes in de muziek wordt gewaardeerd vanwege zijn enorme inzet en productie. Haynes is vergroeid met zijn gitaar en maakt knappe platen, met Gov’t Mule, Allman Brothers en solo. Zowel kwantitatief als kwalitatief. Einde vorig jaar verscheen het album "High & Mighty", met wederom een portie oerdegelijke rockmuziek, een plaat die in het verlengde ligt van het ijzersterke "Deja Voodoo". Dat wil zeggen, bondige nummers, opgehangen aan majesteuze gitaarriffs. "High & Mighty" is een echte jaren 70 plaat waaruit de voorliefde voor The Free, Lynyrd Skynyrd, Led Zeppelin, Cream en vooral The Allman Brothers doet denken. Dat laatste is ook niet zo gek, want voorman Warren Haynes moest in deze band ooit Duane Allman doen vergeten. Haynes strooit op deze plaat weer kwistig met zijn vette rockriffs, het Hammond orgel van Danny Louis gooit alleen maar nog meer olie op het vuur en dat alles onder het soepele geroffel van Matt Abts en de pompende Andy Hess, maar alles klinkt zo ‘live’ als het maar zijn kan, in de goede zin van het woord. Het lijkt alsof de band de plaat zomaar op de band heeft gezet, zonder dat de partijen afzonderlijk van elkaar zijn opgenomen. Het echte jammen, een der handelskenmerken, gebeurt alleen op "Endless Parade" maar ook daar blijven de instrumentale exercities binnen de perken. Opvallend aan "High& Mighty" zijn wel de reggae-invloeden en de politieke teksten van Haynes, wiens voordracht steeds aangrijpender wordt. Kortom: Bluesrock, Southern Rock en psychedelica steeds voorzien van briljant gitaarwerk en soulvolle zang. Gov’t Mule beheerst de kunst tot in de vingertoppen, en de liefhebbers van het betere gitaargeweld komen op "High & Mighty" absoluut aan hun trekken, een titel die trouwens de lading volledig dekt. Rockmuziek zoals rockmuziek moet klinken!



 

DALE BROWN
ZARAHEMLA
Website: Geen
Info: dajean7@yahoo.com
Label: Eigen beheer
www.cdbaby.com/cd/dalebrown4

 

Bezig baasje, die Dale Brown, in januari bespraken we 2cd's gelijktijdig van deze singer-songwriter-painter en nu drie maanden later tussen 2 schilderijen door waarschijnlijk is er alweer een nieuw werkstuk "Zarahemla". Volgens de mormoonse religie is Zarahemla de oude bijbelse stad, die gesitueerd was waar nu de Mexicaanse deelstaat Chiapas ligt. Dale Brown is een religieus man, veel van zijn teksten zijn gebaseerd op oude bijbelteksten (Lily/Jezebel), maar verwacht nu geen saai gepreek, de ondertitel van de cd is "Mecca of blues" en zoals zijn vorige cd's brengt Dale ons ook deze keer een heel afwisselend geheel van blues, folk, country en ook weer een grote portie instrumentals. Hijzelf zegt dat de instrumentale rustpunten ingelast zijn om de teksten van de andere nummers te laten bezinken en op je te laten inwerken. Zoals me op zijn vorige cd's reeds was opgevallen hebben die instrumentals steeds iets soundtrack-achtigs. Dale schrijft dan ook tunes voor meerdere tv-producties, de "echte" songs zijn zoals gezegd zeer afwisselingsvol. Openingsnummer "Lily" is bluesy folk, "Harp Surgery" is zoals de naam het reeds aangeeft, een sfeervolle bluessong met veel harp en mijn favoriet nummer op deze cd, "Grant Ave Bluegrass" behoeft geen verdere uitleg, denk ik. Heel mooi is ook de jazzy gitaarinstrumental "Chicken Scratch" waarbij je de scharrelkippetjes als het ware op het erf ziet rondlopen. Dat typische soundtrackgevoel heb je ook weer bij "12 string" waarbij Dale op (12 string natuurlijk) gitaar en dwarsfluit een Morricone achtige sfeer neerzet . "Open Road Boogie" is een mooie blues met een hoog J.J Cale gehalte. Doordat er op de hoesinfo nergens andere muzikanten vermeld zijn, vermoedt ik dat Dale zelf alles voor zijn rekening neemt. Bezig baasje zoals ik al zei!
(RON)



OTIS TAYLOR
DEFINITION OF A CIRCLE
Website : www.otistaylor.com
www.myspace.com
Label : Telarc
www.telarc.com
Distr. : Codaex
Email: be@codaex.com

 

Otis Taylor heeft tot op heden zes albums op zijn naam staan. Niet echt veel als je weet dat de man al in het midden van de jaren '60 zijn eerste groep oprichtte. Zijn debuut "Blue Eyed Monster" kwam pas uit in 1995. Otis Taylor werd in 1948 geboren in de bluesstad Chicago, maar verhuisde al vrij gauw naar Denver. Daar werd de jonge Otis ondergedompeld in de blues en jazz. Hij leerde eerst banjo spelen (nog steeds een belangrijk instrument in zijn huidig werk), later volgen gitaar en mondharmonica. In het midden van de jaren '60 vormde Otis zijn eerste bluesgroep (The Butterscotch Fire Departement Blues Band). De daarop volgende jaren speelt de jonge muzikant in verschillende bands tot hij in '77 de muziekwereld voor bekeken hield en antiekhandelaar werd. Zijn muzikale mentor Kenny Passarelli (legendarische bassist, o.a. bekend van Elton John) overhaalde Otis echter om terug live te gaan spelen en zijn muziek uit te brengen. Op korte tijd groeide hij uit tot een van de boeiendste Amerikaanse bluesmen. Hij heeft nochtans geen spijt over zijn lange retraite en hij heeft zeker niet het gevoel tijd te hebben verloren.

Op zijn debuutalbum "Truth is Not Fiction" (2003) voor het Telarc label is duidelijk te horen dat Taylor veel rijper is geworden dan een kwarteeuw geleden en dat hij nu veel betere songs kan schrijven, vaak met een sociale ondertoon. Hij schrijft liedjes en daarmee basta. Hij wil geen bepaalde boodschap overbrengen. Een onderwerp dat hij vaak behandelt, is de positie van de zwarten in de Verenigde Staten. Zoals bekend zijn die als slaven vanuit Afrika naar Amerika gebracht en heeft het een paar eeuwen geduurd vooraleer die slavernij was verdwenen. Hij is geen politicus of historicus, maar je kan er niet onderuit dat hij in zijn songs haarscherp het verleden analyseert en sociale mistoestanden duidt. En zelfs als hij meer persoonlijk nummers schrijft, zijn ze gebaseerd op waar gebeurde feiten. Feit is wel dat de overstap van Northern blues naar Telarc klinkt de begeleiding elektrischer en alweer voller, nog steeds is de productie in handen van Kenny Passarelli. Het thema op zijn album "Double V" (2004) zijn de zwarte vrijheidsbewegingen in Amerika, na de tweede wereld oorlog, die vochten om het recht om te stemmen. De muziek is duister, intens en doorleefd. Vaak extreem sober, soms in één enkel akkoord. '100% certified trance blues' is de noemer. Het werkt buitengewoon effectief. "Double V" is de vijfde CD die Taylor in zeer korte tijd op de markt brengt waar de drums weer ontbreken, waardoor veel ruimte ontstaat, die slechts minimaal ingevuld wordt, met op een aantal nummers een grote rol voor de cello van Ben Sollee. De blues van Taylor wordt door deze kruisbestuiving toegankelijk voor liefhebbers van de betere popmuziek.Taylor wordt daarom wel vergeleken met iemand als Ben Harper. De opnamen klinken fantastisch en Taylor heeft een krachtige, ruw maar soepele stem. Hij weet zijn boodschap in verhaaltjes sterk over te brengen, en de kale, opmerkelijke instrumentaties, met ongebruikelijke instrumenten als de cello's (er zijn er maar vier!), dragen sterk bij aan de kracht van dit werk. Op de derde Telarc cd "Below The Fold" kan hij niet meer op steun rekenen van bassist Kenny Passarelli en gitarist Eddie Turner, de vraag is dan wel ommiddelijk: Na zijn voorafgaand prachtige CD’s, die stuk voor stuk integere werkstukjes zijn, doet Otis afbreuk aan zijn reputatie? Zeker niet, want dit album blijft zoals de voorgangers dusdanig verrassen dat je aan het eind niet meer weet wat je allemaal hebt gehoord. Dus begin je gewoon opnieuw. En opnieuw. Voor de hoogtepunten is het bij het beluisteren echter even wachten, want de vier laatste nummers zijn gewoon aangrijpend, ingetogen en dan weer hartverscheurend mooi. Beginnend met het hevig gitaar gedragen "Didn’t Know Much About Education", het heerlijke akoestische "Went to Hermes", het trager ingetogen "Government Lied" en het afsluitende "Right Side Of Heaven" met een mooie inbreng van Ron Miles aan de trompet naast Taylor's vertrouwde harpspel.

Van de achtenvijftigjarige trancebluesman verschijnt nu zijn nieuwe album, "Definition Of The Circle", waaruit blijkt dat hij nog steeds geen positieve liedjes kan schrijven. Zijn nummers zijn korte, donkere relazen over dood, eenzaamheid en ziekte. Eigenlijk is zijn muziek één grote lijdensweg. Maar hij zingt er over op een intense manier. Taylor staat nog steeds voor '100% certified trance blues', een waarmerk van kwaliteit waarmee zijn gehele oeuvre te bestempelen valt. Otis (be-)graaft zich 'autobio' in de oeroude traditie van de country blues, zijn geluid is beurtelings minimalistisch, psychedelisch, mokerhard, eerlijk & authentiek, elektrisch & akoestisch, verlichtend & provocerend. Taylor is een original, die bij elke song een nieuw wiel uitvindt. Hij gaat namelijk altijd weer van zichzelf en zijn eigen mogelijkheden uit. Deze vrije geest is onvoorspelbaar, hypnotiserend en vernieuwend. Maar altijd is hij zichzelf. Gebruikmakend van minder voor de hand liggende ritmes, structuren en klankkleuren, zo gebruikt hij elektrische mandolines en banjo's, en is zijn dochter Cassie weer van de party, en weet daardoor een totaal nieuw bluesidioom te creëren. Steeds weer klinken zijn songs ongelooflijk hypnotiserend, je komt gewoon niet weg uit de hypnose, songs waar regelmatig ook gastmuzikanten als Ron Miles (trompet), de Britse blues-rock gitarist Gary Moore, harmonicaspaler Charlie Musselwhite en de Japanse jazz pianiste Hiromi Uehara ons weten te verrassen. Zijn teksten zijn zeer direct, en grijpen terug op de recente geschiedenis van de Afro-Amerikaan, en daardoor dus ook vaak diep persoonlijk. Hij blijft dus duidelijk nog steeds politiek en sociaal kritische songs schrijven. Diverse artiesten hebben in hun muziek gerefereerd aan de wervelstorm Katrina, maar zelden proef je de misere zo duidelijk als in Otis's prachtig uitgesponnen "They Wore Blue". Luister ook even naar het subtiele "Few Feet Away", een nummer waarin hij een vader laat zingen over zijn halfbloed kind. Waar je ook bent, ik zal er voor je zijn zingt Cassie in deze track, en bijgestaan door Ron Miles en cellist Zach Miskin is dit een magistrale slaapzang om van te genieten. In "Maharadja Daughter" horen we een mix van countryblues en jazz. Deze man is gewoon indrukwekkend door zijn eenvoud. Hier musiceert iemand van vlees en bloed, compleet los van showbizz pretenties. Kortom: op "Definition Of The Circle", ondertussen zijn 8ste, legt hij weer de lat hoger, en hij maakt het voor zichzelf en de luisteraar wederom niet eenvoudig. Los van iedere stroming, maar toch ook weer heel basaal. Je hoort Afrikaanse ritmes, rauwe blues, folk, jazz & rock. Een uniek en weergaloos geluid voorzien van een haast bovenmenselijke authenticiteitgehalte. Taylor is volgens sommige critici immers één van de belangrijkste hedendaagse bluesartiesten, hetgeen ik voluit moet beamen. Ik heb altijd bewondering gehad voor artiesten die onder alle omstandigheden zichzelf blijven. Otis Taylor is er één van.

 



 


THE DIRTY DOZEN BRASS BAND
WHAT'S GOING ON

Website: www.dirtydozenbrass.com
www.myspace.com/dirtydozenbrass
Label: Shout! Factory / Evangeline Records
Distr.:Bertus
www.bertus.nl
VIDEO

 

 

De New Orleanse traditionele brass band muziek, wordt al jaren lang overeind gehouden door de The Dirty Dozen Band. Om precies te zijn al zo’n 27 jaar, blaast deze bende de traditie van de New Orleans-jazz nieuw leven in met moderne invloeden uit bebop, funk, R&B en pop. De band begin ontstond ooit uit noodzaak van twee verenigingen die behalve een sociale functie hadden, ook de minder bedeelde zwarte streekgenoten in geval van sterfte, een goede begrafenis wilden bezorgen. De zogenaamde social en pleasure clubs dateerden van het einde van de 19de eeuw toen de meeste zwarte burgers zich geen levensverzekering konden veroorloven. De clubs stonden in voor hun begrafenis en zorgden voor een band die de begrafenisstoet met droevige muziek begeleidden. Eens de overledene begraven, barstten de bands vaak uit in uitbundige dansmuziek. Toen de Dirty Dozen Social en Pleasure Club opnieuw een dergelijke groep samenstelde, nam deze prompt de naam van de club over: The Dirty Dozen Brass Band. Ondertussen werkte deze tienkoppige band o.a. mee aan albums van David Bowie, Norah Jones, Dr. John, Elvis Costello, Los Lobos, Branford Marsalis en Dizzy Gillespie. Maar bovenal heeft de funky fanfare een ongelooflijke en aanstekelijke live reputatie. Op "Whats Going On" kunnen we even bijkomen van deze opzwepende muziek, een cd waarin u zich spoedig zal laten meevoeren door het swingende en jammende karakter. Hun vorig album, "Funeral For A Friend" verscheen in 2004, en was opgedragen aan Anthony 'Tuba Fats' Lacen. Oud-bandlid en medeoprichter van de groep die daarnaast ook nog eens de jongere generatie wist aan te zetten tot het maken van muziek. Helaas overleed Tuba Fats aan een hartaanval, kort nadat dit album was afgerond. Zo kreeg "Funeral For A Friend" een beladen ondertoon.
De maatschappelijke vertwijfeling die Marvin Gaye zo treffend verwoordde op zijn meesterwerk "What's Going On" (1971), zo'n vijfentwintig jaar terug, was voor de leden van DDBB een perfecte afspiegeling van hun gemoedtoestand na de verwoestingen van de orkaan Katrina. De ramp in hun woonplaats New Orleans legde de tweedeling in de Amerikaanse maatschappij, tussen arm en rijk en zwart en blank, nog eens pijnlijk bloot. De muzikanten, die allemaal persoonlijk gedupeerd waren, besloten Marvin Gayes album te vertolken. Sinds ze zeven jaar geleden Marvin Gayes "Inner City Blues (Makes Me Wanna Holler)" opnamen voor hun "Buck Jump", coveren ze nu zijn complete "What’s Going On". Voor hen heeft storm Katrina een persoonlijk randje en deze remake klinkt dan ook gerechtvaardigd. Ze verloren hun huizen en herinneringen in het woelende water. Zoals het een ware jazzband betaamt, was het oorspronkelijke werk daarbij niet meer dan een kapstok om hun eigen muziek aan op te hangen. En die is zoals we die kennen: dwarse en hoekige jazzfunk met een hoofdrol voor de sousafoon. Ook de gasten, rappers Chuck D en Guru, zangeres Bettye LaVette, Ivan Neville en G. Love, trekken zich weinig aan van de vertrouwde zanglijnen. De cd start met groovende drummer Terrence Higgins, snel bijgevallen door sousafonist Kirk Joseph, gitarist Jamie McLean en de andere blazers. Ze benen zo’n typische New Orleans-beat uit, terwijl Public Enemy’s rapper Chuck D. Gaye’s tekst naar het politieke heden doortrekt, waarin een oorlog wel betaald kan worden. Je voelt de woede over het onmachtige antwoord dat de Amerikaanse regering op Katrina wist te verzinnen, terwijl ze kosten noch moeite spaart om aan de andere kant van de wereld oorlog te voeren. R&B-diva Bettye LaVette zingt op een prachtig wijze "What’s Happening Brother", terwijl de acht Dirty Dozens zonder hulp "Flying High (In The Friendly Sky)" droevig beginnen en uitbundig eindigen, zoals in hun traditionele begrafenismuziek. Vier nummers worden gebracht zonder gastzangers: soms zijn ze helemaal instrumentaal, soms volstaat één zin: "I just wanna ask a question: who really cares?" zoals aan het begin van "Save the Children", een nummer dat ingehouden Afrikaanse ritmes met jazz mengt. Ivan Neville speelt orgel en zingt soulvol timend in het funky "God Is Love", terwijl rootsrocker G. Love het al even funky "Mercy Mercy Me (The Ecology)" zingt/rapt. Het instrumentale "Right On" combineert funk met Spaanse invloeden en "Wholy Holy" is dan weer ijl en melancholiek. Gang Starr’s Guru kruipt in Gaye’s huid in afsluiter "Inner City Blues (Make Me Wanna Holler"). Kortom: De kundigheid en veelzijdigheid hoe de Dirty Dozen Brass Band Marvin Gaye's sensuele soul vertaalt naar jachtige koperklanken wordt hier dan ook goed duidelijk, want op geen enkele track slaat de verveling toe. Ook strand het niet in slappe of kleffe uitvoeringen, maar bezorgt "What’s Going On" vervoering en een onweerstaanbaar drift om mee te gaan bewegen.


MICHAEL PICKETT
SOLO
Website: www.michaelpickett.com
mail@michaelpickett.com
Label: Wooden Teeth Records
www.cdbaby.com/cd/pickett2
video


Michael Pickett was jarenlang de man met de mondharmonica in de band "Whiskey Howl". Plots merkte hij echter dat hij wel een sterke song kon neerpennen en ook behoorlijke goede stembanden bezat( understatement). Nu nog gitaar leren spelen en ik ben alleen op pad, dacht hij. Na een paar maanden bleek hij reeds meer dan behoorlijk overweg te kunnen met de national gitaar en ondertussen is hij zefs gitaarleraar. Michael is nu een solo bluesartiest die de ganse wereld rondreist en vanuit zijn thuisland Canada de blues propageert, ja, want dat is wat Michael doet, hij is een echte ambassadeur van de blues, en brengt ons blues die oprecht en echt is. Geen pose, maar zo authentiek als een bluesman maar zijn kan, luister maar naar "The Hood". Zo is "Blues Is A Friend Of Mine" meer dan alleen maar een loze tekst maar een oprecht gemeende statement en Mr.Pickett brengt het met complete toewijding. De cd begint met "Louise" een hommage aan zijn levensgezel, zijn inspiratie en zijn manusje doet al. Wij hebben een paar maal het genoegen gehad via mail met Louise te kunnen communiceren en kunnen alleen maar toegeven dat 't een vrouw is om een song over te schrijven, de vriendelijkheid zelve. De meeste songs op de cd zijn eigen nummers, op "Steady Rollin' Man" (Robert Johnson) "Lose Your Money" (Sonny Terry-Brownie McGhee) en "Lonesome Road" van Sticks McGhee, en deze songs zijn van zo'n kracht dat ze voor niets moeten onderdoen tussen deze bekendere traditionals. Michael heeft er weer enkele fans bij hier bij Rootstime en wij zijn zeker dat jullie ook verkocht zijn zodra je hem hoort, want “echter” dan deze kun je ze niet vinden. Sluit je ogen en je waant je zo in de Mississippi Delta bij een of andere van de bluespioniers in de jaren 40. Dit is een van de weinige keren dat een “back to basics” bluesplaat me heeft kunnen boeien van de eerste tot de laatste minuut. Nog niet overtuigd, kom dan op vrijdag 23 maart om 21 uur naar muziekcafe Meulenberg in Mol, Millegem, want je krijgt de kans deze Canadees aan ’t werk te zien voor slechts 6 Euro. Achteraf niet komen zagen dat je niet gewaarschuwd was. Bekijk maar even ’t videofragment Good ol’ fingerpicking …and fingerlickin’ good!
(RON)

 



 

 

STEVE FISTER
LIVE BULLETS
Website: www.stevefister.com
www.myspace.com
Label: Pepper Cake
Distr: Zyx Music Gmbh
www.zyxmusic.de / zyx@cuci.nl

 

"Live Bullets" is de vijfde cd van Steve Fister (de tweede in Europa). Steve begon als gitarist in de Lita Ford Band en speelde daarna onder andere bij Pat Travers en Steppenwolf. Deze cd werd opgenomen in het Duitse Oldenburg in Charly's Kneipe, als 35ste concert in een reeks van 36 concerten doorheen Europa, dat hun ook in Belgie bracht. Dat het trio met de Nederlandse Barend Courbois op bas en drummer Hans in't Zandt na zoveel concerten volledig op mekaar ingespeeld waren is duidelijk hoorbaar, want 't geheel klinkt als een goed geoliede machine. Steve Fister is een gitarist die mag plaatsnemen in het rijtje van de groten als Satriani en Steve Vai, maar legt zoals deze heren niet zozeer de nadruk op de techniek van het gitaarspelen, hij heeft meer die bluesy feel, zoals bijvoorbeeld Jeff Beck dat ook heeft, en tijdens het beluisteren van deze cd kan ik me niet van de indruk ontdoen dat ook Steve, net als ik, een grote Jeff Beck fan is. Regelmatig hoor ik invloeden van Beck's gitaarspel bij Steve. Wat anders te denken van een nummer als "JB meets JB": Jeff Beck meets James Brown? Vermoedelijk, want je hoort afwisselend funky soul akkoorden met mooie gtaarsolo's in de stijl van grootmeester Beck en waarin hij halverwege de "tube" gebruikt, zoals Jeff Beck dat live ook wel eens deed bij "Superstition" met zijn band Beck, Bogert & Appice. Drummer Carmine Appice speelde ook nog even met Steve bij een van zijn vorige tournees. Na het met wat Texaanse bluesriffs voorziene "Zig Zag Talk" uit zijn vorige studio album "Dodgin’ Bullets" gaat het naadloos over in het korte instrumentale "Tommy", een hommage aan Tommy Bolin. Als afsluiter van het concert is er de lange bluesmedley "Baby Please Don't Go/ 3rd Stone From The Sun /Radar Love" en als bisnummer het ook overbekende "Pay Bo Didley" waar het publiek op de slidegitaargeluiden van Steve helemaal uit de bol gaat. Mijn favoriet echter op de cd is "Age of Great Dreams" een lange instrumental waarop het prachtige gitaarspel pas echt goed tot zijn recht kan komen. Steve Fister, een gitarist met een meesterlijke techniek, maar ook met een hart voor de blues.
(RON)

 


ANAÏS MITCHELL
THE BRIGHTNESS
Website: www.anaismitchell.com
www.myspace.com
Mail: anais@rtartists.com
Label: Righteous Babe Records
www.righteousbabe.com
Distributie : Munich Records
www.munichecords.com

 


"And the big horns blowed and the pianos played / And the music rose to the old man’s ears / I guess those were the golden days / I guess those were the golden years" - Of A Friday Night

 

 

Deze uit Montpelier, Vermont afkomstige 25-jarige zangeres werd door AniDiFranco uitgenodigd om op haar label deze pas verschenen derde CD "The Brightness" op te nemen. Eerdere schijfjes waren "The Song They Sang When Rome Fell" (uit 2002) en "Hymns For The Exiled" (uit 2004). Eind 2006 was er ook al de première van een folkopera "Hadestown" die Anaïs Mitchell had geschreven en geproduced. Zij groeide op in een schapenboerderij waar er hard moest worden gewerkt. Eerst wou ze journaliste worden maar op 17-jarige leeftijd nam ze 's avonds de gitaar ter hand om simpele folksongs te schrijven waar ze een betekenisvolle tekst probeerde bij te schrijven. Ze heeft een intrigerende, liefelijke en soms kinderachtige stem die meteen aan Joanna Newsom doet denken en die haar nummers een speciaal cachet geeft. Ze grijpt naar het hoofd en naar het hart van de luisteraar met sterke songs waarop ze zichzelf begeleidt met haar akoestische gitaar. Ondanks haar jonge leeftijd heeft ze al de hele wereld doorgereisd om als een troubadour voor haar publiek te zingen, o.a. in het Midden-Oosten, Europa en Latijns Amerika. Die ervaringen heeft ze in de teksten van haar nummers gestopt door de meerdere verwijzingen naar literatuur, naar de plaatsen waar ze was en met politieke thema's naar het voorbeeld van haar nieuwe platenbaas Ani DiFranco. Tijdens de opnames van "The Brightness" woonde Anaïs Mitchell boven de studio die zich in een oude gerstmolen in Vermont bevond. Hierdoor kon ze 's morgens al in haar pyjama intimistische liedjes gaan inzingen met wereldse metaforen, intense emoties en grote waardering voor de kunst van het songschrijven. De CD heeft hierdoor een mooie uitstraling gekregen. Enkele songs zouden ook op werk van Shawn Colvin of Joanna Newsom kunnen staan, zoals "Shenandoah" (over verloren liefde en met heerlijke banjo), "Santa Fe Dream" en "Old Fashioned Hat". Heel mooi is ook openingstrack "Your Fonder Heart" met mooie harmony vocals in het refreintje en deze zin "way over yonder I'm waiting and wondering, whether your fonder heart lies." . "Of A Friday Night" is een ballade waarin een nostalgisch beeld gecreërd wordt van een afgeleefd dorpje waarin de dorpsdichter de rijkdom van het verleden beschrijft in "out of the brightness of a Friday night" waarnaar deze CD genoemd werd. Na beluistering is het overduidelijk : "The Brightness" is met veel liefde gemaakt door deze getalenteerde zangeres die we toewensen dat ze met dit derde album wat ruimere bekendheid mag verwerven zodat we binnen afzienbare tijd nummer 4 mogen verwelkomen.
(valsam)