ROOTSTIME cd reviews

 



THE SPARES
BEAUTIFUL AND TREACHEROUS THING
Website: www.thespares.net
www.myspace.com/the spares
Mail: thespares@thespares.net
Label: Tweed Records
www.tweedrecords.com
www.cdbaby.com/spares2

 

Chicago USA - 2004 : scheikundig ingenieur Jodee Lewis en journalist Steve Hendershot besluiten om samen een groepje op te richten dat ze de naam The Spares geven. Hun geliefde muzikale werkdomein bevindt zich in de wereld van alt.country, blues en Americana. Hun eerste album "Hand Me Down" werd door het Amerikaanse Roots Music Report als één van de mooiste rootsrockplaten van 2005 omschreven. Ze toerden doorheen de States en kregen vergelijkingen opgespeld met Alison Krauss & Union Station, Gram Parsons & Emmylou Harris, Mindy Smith, Gillian Welch en Sheryl Crow. Hun tweede CD "Beautiful And Treacherous Thing" is de bevestiging van al het goede dat van The Spares geschreven en verteld werd. Minimalistische maar desalniettemin zeer mooie muziek met de heerlijke stem van Jodee Lewis die eerlijke en doordacht opgebouwde teksten zingt. Songs schrijven is een vak apart en The Spares bewijzen dat ze deze métier volledig onder de knie hebben. In "Cigarette Song" speelt Lewis ook nog eens een prachtig stukje mandoline waardoor je respect voor haar muzikale talent exponentieel toeneemt. De verhalen zijn vaak geïnspireerd op het leven van randfiguren die proberen te overleven in de harde wereld waarvan zij de indruk hebben dat ze er niet echt zelf toe behoren. Openingsnummer "Waiting For The Smoke To Clear", "You And The Moon" en "Chapel Of The Winding Road" zijn ijzersterke nummers waarbij het meteen duidelijk wordt vanwaar de vergelijkingen met de fragiele, zelfs breekbare stem van Alison Krauss vandaan komen. De afsluitende song "Sing You To Sleep" is door zijn simplistische opbouw mooi in zijn eenvoud met een bijzonder sterke vocale prestatie van Jodee Lewis. Ook de backing vocals van Steve Hendershot mogen best gehoord worden. En samen bewijzen ze nog maar eens het aloude axioma : 1+1 is véél meer dan 2.
(valsam)



JULIE GRIBBLE
ECHOES IN MY HEAD
Website: www.myspace.com/juliegribble
Email: julie@juliegribble.com
Label: eigen beheer
Info: info@heydaymediagroup.com
www.heydaymediagroup.com
www.cdbaby.com/cd/jgribble2
VIDEO

 

Nu iedereen er lovend over doet, mogen wij ons wel even laten gaan. Julie Gribble, een singer-songwriter uit Atlanta, Georgia die haar debuut "So Typical" in 2005 op de markt bracht, verrast ons nu met het fraaie "Echoes In My Head" waarop we een zangeres horen die op geheel eigen wijze invloeden uit rock, country en roots vermengt in prachtliedjes. Het heeft wel wat raakvlakken met de muziek van Meredith Brooks of Natalie Merchant, ook zangeressen met een volkomen uniek eigen geluid. Van dat soort muziek kunnen we niet genoeg krijgen, "Echoes In My Head" wordt daarom ook door ons met open armen ontvangen. Julie Gribble doet meer met country. In wezen beproeft ze tamelijk traditioneel het singer-songwritergenre, maar daar voegt ze allerlei elementen (vooral alternatieve rock met Americana/country invloeden) aan toe waardoor de tien liedjes iets eigens meekrijgen. En wat een begeleiding! Met o.a. Co-Producers CJ Devillar, Dan Lavery, Duane Lundry en Brian Irwin op allerlei gitaren. "Echoes In My Head" bestaat uit geweldige singer-songwriter-liedjes zoals "Kingston Lane" en "So Complicated", maar ook de bekentenissen als "(Love Me) The Old Way", "Damn Me", "Maybe I..." en de titeltrack, "Echoes In My Head", zijn songs die haar afkomst verraden, maar die tegelijkertijd opvallen door eigenzinnigheid. Gribble zegt zelf "I’ve been writing poetry since I was really young and always wanted to find a way to share it. The lyrics have always been such a huge part of my life, inside and out, a way to tell my story. Music has given me that opportunity to speak freely, without limitations." Maar wat nog het meest opvalt aan de muziek van Julie Gribble is de intensiteit er van. Gribble doordrenkt haar muziek met passie en emotie en weet ons in ieder geval zeer te raken met deze geweldige plaat. Liedjes die direct weten te vermaken, maar die ook zeker authentiek klinken. "Echoes In My Head" is een cd die eigenlijk alleen maar groeit. Een krachtige stem, een hele smaakvolle orkestratie (met een eervolle vermelding voor het gitaarwerk) en songs die niet gaan vervelen, het zijn de sterkste wapens van een cd die absoluut een kans verdient in de Lage Landen. Vergelijken met anderen is zinloos want Julie Gribble heeft een opvallend eigen geluid. Een geluid dat wat ons betreft heel veel toekomst heeft. Een kans die wij Julie Gribble hierbij geven.


 

Gary Brown, gitarist en leider van de Amerikaan bluesrockband Bushmaster, is samen met Eric Gales, van wie ik de nieuwe cd volgende week zal bespreken, de man die de fakkel van Jimi Hendrix kan verder dragen, want zoals ik vorige week al zei, de brievenbus zit dezer dagen overvol met jonge gitaargoden die zich laven aan de bron van Jimi en Stevie. Dit is er ook weer zo ééntje, en niet van de minsten. Een van de minst bekenden misschien wel, want op het internet is er bitter weinig van hem te vinden, geen echte eigen website, buiten grote hoeveelheden foto's van live-optredens,en zijn eigen MySpace, zo goed als geen info! Dan maar verder met hetgeen we vinden op MySpace: 35 jaar, van gekleurde origine, uit Pennsylvania. Dat is het zowat, maar is al die info ook belangrijk? Waar 't om gaat is de muziek, en die bevalt me wel, moderne bluesy gitaarrock met hoog Hendrixgehalte, zoals ik al zei. Reeds vanaf de eerste noten in de intro van opener “Good Life” is de overeenkomst merkbaar, veel fuzz, veel wah-wah, een ook qua stem zijn er veel gelijkenissen. De titelsong “Drowning On Dry Land” heeft iets “Voodo Child” achtigs. “Hard Word” ademt de sfeer van “The Wind Cries Mary”. Maar soms gaat het er dan weer heel eigentijds aan toe: “Cosmic Funk” is heel funky met rap fragmenten, stadsgeluiden en natuurlijk weer die allesoverheersende scheurende gitaar. Het tweede buitenbeentje is “Big black Yard” met schratching geluidjes, rap en een huppelende funkbas, al is de stem en intonatie van Gary hier 100 procent Hendrix. Het grote aantal live fotos, lovende reacties op een forum en een aantal filmpjes op “You Tube” en “My Space” doen ons vermoeden dat Bushmaster zeer de moeite waard zijn als liveband. Overtuig Uzelf!
(RON)



LANTANA

UNBRIDLED
Website: www.lantanamusic.com
www.myspace.com/lantanacountrymusic
Mail: contact@lantanamusic.com
Info: Martha E. Moore / martha@somuchmoore.com
www.somuchmoore.com
Label: BGM Records / www.bgmnetwork.com
www.cdbaby.com/cd/lantanamusic

 

Dallas en Fort Worth lijkt over goede grond te bezitten om mooie dames te produceren. Alles zit erop en eraan en - godzijdank - nog wel op de juiste plaats, getuige bijgevoegde foto. Back to reality! De drie oogverblindende creaturen zijn allen gelukkig getrouwd en hebben alle drie reeds gezorgd voor een nageslacht. Terzake nu : Lantana is de naam van een lokale Texaanse kleurrijke, attractieve bloem maar ook de groepsnaam van dit damestrio bestaande uit Biz Haddock, Karol Ann DeLong en Dalene Richelle. Naast mooi zijn ze ook nog behoorlijk getalenteerd en succesrijk in Texas en in de rest van Amerika. Hun countrymuziek kan soms passioneel zijn maar meestal swingt het toch behoorlijk de pan uit. Uptempo countryrock is het leitmotief van deze drie vriendinnen evenals het publiek "a good time" bezorgen met een goed verzorgde show en mooie songs. Alhoewel ze allen ervaring hebben in het schrijven van muziek en teksten is er toch maar één eigen compositie terug te vinden op het debuutalbum "Unbridled": "The Juice Ain't Worth The Squeeze". De overige 12 songs werden voor hun geschreven door professionele liedjesschrijvers of zijn covers van bestaande country-hits. "Country As A City Girl Can Be" is de eerste single uit het album en werd geschreven door Billy O'Rourke en Mitch Stephen. "You Know How It Is" swingt leuk evenals afsluiter "Feel Like Rockin' Tonight". "Roll With The Changes" is een goedgebrachte cover van een popklassieker van REO Speedwagon. Even gaat het er rustiger aan toe in het mooi gezongen "Give" met een tijdloze boodschap over het delen van vriendschap en liefde. Ook rustig is "Let Somebody Love You" en persoonlijk ligt die stijl me wat beter dan de oertypische female countryrock in de stijl van Shania Twain en The Dixie Chicks. Besluit (gelezen op een internetsite) : "They are some sweet ass kickin' mommas".
(valsam)



MAD COW STRING BAND
LIVE AT THE DELTA OF VENUS
Website: www.madcowstringband.com
www.myspace.com/madcowstringband
Email: contact@madcowstringband.com
Label: Crossbill Records
www.crossbillrecords.com
www.cdbaby.com/cd/madcowsb
VIDEO


"I Think we kind of started trying to do a bluegrass thing and it turned into juggy, old-timey, loose string-band music. I don't know how you would describe it. Basically we have a lot of influences all over the place." (MCSB)

 

Dit is een live opname van een jonge Californische band die zichzelf situeert in een revival van Americana met een mengeling van folk, bluegrass, jug-bands en indie rock. Het nadeel van deze live opname is dat de zang, meer bepaald het meerstemmenwerk, in twee nummers tekort schiet. En daarmee heb ik het enige negatieve punt van deze CD vermeld. Voor het overige swingt het de pan uit en als ik mijn ogen sluit en mezelf voorstel dat ik in een Californisch café, of wat daarvoor moet doorgaan, zit, is dit een opkikker van formaat. Instrumentaal valt vooral de fiddle van Andy Lentz op. Deze jongen kent er wat van en hij neemt minstens de helft van CD voor zijn rekening. Getuige hiervan zijn aandeel in Bill Monroe's "Road to Colombus", zijn eigen "Elsie's Reel", het traditionele "I've Been All Around This World" en "Whiskey Before Breakfast". Deze CD is geen pure bluegrass alhoewel de fiddle en de banjo er perfect inpassen. De gitaar van Danny Chaves heeft me bij momenten aan Johnatan Richman doen denken (u weet wel, "Icecreamman") en dat maakt het geheel alleen maar sympathieker. Om de veelzijdigheid van deze opname te illustreren vermeld ik nog "Rosie Day" een verdienstelijke eigen folksong, het western swing "Why You Been Gone So Long", "Minor Swing" van S. Grapelli en D. Reinhardt en de bijdrage van gastmuzikant Keith Cary op lap steel.
(mandokaz)

The Band:
Andy Lentz: Fiddle, Vocals
Alex Roth: Mandolin, Guitar, Bass, Vocals
Tim Delaney: Guitar, Doghouse Bass, Vocals
Danny Chaves: Banjo, Guitar, Bass, Mandolin, Vocals



VAL ESWAY & EL MIRAGE
PRETEND TO BELIEVE
Website: www.staggeringsiren.com
www.myspace.com/valesway
Label: Staggering Siren Productions
Info : info@staggeringsiren.com
www.cdbaby.com/cd/valesway2

 

Een goedkoop schreeuwlelijk hoesje bleek bij nader inzien (en horen) een aardig mini- album te bevatten en het was meteen onze eerste kennismaking met Val Esway & El Mirage, een select gezelschap uit de buurt van California. Wij schreven toen juli 2005 en destijds kon singer/songwriter en frontlady Val Esway putten uit een 150 tal songs om er slechts een zevental te bezigen voor het album "Lovers, Losers, Liars". Ondertussen blijft het mooie kind de songs als een fluitje van een cent uit haar mouwen schudden en brengt met uitzondering van "Lowdown Lonesome Lovesick Blues", dat je ook kan terugvinden op haar debuut (www.cdbaby.com/cd/valesway), een aantal nieuwe songs die verder borduren op de vertrouwde love, liquor & loss thema's die tegenwoordig goed in de markt liggen. Fraaie Ameri ... kinda en dat is een modewoord geworden dat blijkbaar algemeen goed geworden is want ook ondermeer Audrey Auld Mezera liet het onlangs tussen haar bevallig neusje en lippen ontvallen. (rev: "Lost Men & Angry Girls"). Of het afgesproken werk zal wel altijd een raadsel blijven maar de specifieke kenmerken zijn frappant ... zo is Henri Ducharme net als Tim Wedde ook van de partij met een accordionneke op "Baby Found A New Love", steelt Joe Rut net als Bill Chambers de show met zijn lapsteel kunstjes op "Think Of Me", "Whiskey Lullaby" en mag hij zelfs zijn vocale kwaliteiten demonstreren op het wondermooie "Birthday". Laat Audrey zich muzikaal beïnvloeden door haar Australische roots dan grabbelt Val Esway regelmatig met beide handen in het traditionele Amerikaanse country gebeuren. "Sweet Thing", "Whiskey Lullaby" en vooral "Pretend to Believe" horen thuis in dat wereldje en maken de weg vrij voor de meer Americana richting die Val Esway & El Mirage inslaan met de schitterende a capella versie van Doc Watson's "Wake Up Little Maggie", de pareltjes "Bitter Tears" (lap steel van Myles Boisen), "Better Unspoken" en "Baby Found a New Love". "The Rockin' Goddes" van Ramona the Pest, "the Country Girl Gone Bad" van Loretta Lynch en "the Melancholy Whiskey - Drinking Murderess" van het album "Lovers, Losers & Liars" aka Val Esway is er in geslaagd om met de opvolger "Pretend to Believe" een pracht van een album af te leveren.



JOHN ROGERS
GOOD OLD BLUES
Website: www.goodoldblues.com
E-mail: john@goodoldblues.com
Label: Eigen beheer
www.cdbaby.com/cd/johnrogers


 

Muziek die je in een luie schommelstoel op je "porch" speelt in het zuiden van de Verenigde Staten, muziek uit de Mississippi delta en New Orleans, Good Old Blues, dat is wat John Rogers, uit Gainesville, Florida ons brengt. Blues is gegroeid in diverse richtingen, Chicago blues, bluesrock, soul, R&B, maar John Rogers brent ons terug naar de roots, de blues in zijn puurste, simpelste basisvorm, enkel zijn gitaar en zijn stem. Enkele traditionals, een aantal covers en een paar eigen nummers. Hij opent met "If You Leave Me, Pretty Mama" een variatie op "Love In Vain" van Robert Johnson,"Candy Man" van Mississippi John Hurt, een echte ragtime song en Jelly Roll Morton's "Winin’ Boy" Jesse Fuller's " San Francisco Bay Blues", allemaal nummers die de blueskenners overbekend in de oren klinken. Dan volgen twee eigen composities die natuurlijk ook die "good old" behandeling krijgen, "Greasy Bones" en "Sneaky John", nummers die bewijzen dat John goed naar zijn voorbeelden geluisterd heeft en weet ook hoe een goeie song te schrijven. "St. James Infirmary", natuurlijk overbekend, maar gebracht op een manier zoals Billy Holliday of Bessy Smith het zouden gebracht hebben. Het nummer waarmee de cd afsluit "Rag Mama" is een van die ragtime nummers in het genre waarin Leon Redbone zo goed was. Spijtig genoeg mist de stem van John Rogers echter echte diepgang en zijn de gebrachte songs wat vlak gezongen om veel indruk na te laten op de luisteraar, zodat de reactie van menig bluesliefhebber er een zal zijn van: "Dit heb ik al zo vaak gehoord, en beter". Al bij al is dit toch een leuke cd voor wie zijn blues graag zo oud en traditioneel mogelijk heeft, al is de vraag of je dan niet beter teruggrijpt naar "The Real Thing".
(RON)



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


ERIC TESSMER BAND
BLUES BULLETS
LAST NIGHT AT JOE'S
Website: www.erictessmerband.com
www.myspace.com/erictessmerband
E-mail:etb@erictessmerband.com
Label: Eigen beheer
VIDEO

 

Eric Tessmer uit Austin Texas is een 24 jarige bluesgitarist die de blues met de paplepel naar binnen kreeg, om het maar eens met een cliché te zeggen. Via vaders bluescollectie maakte hij kennis met talloze bluesgitaristen, want deze speelde zelf ook gitaar. Gevolg: op12 jarige leeftijd was Eric ook druk aan het oefenen. Ondertussen heeft Eric reeds twee cd's op de markt gebracht. Drie jaar geleden was er de live-cd "Last Night at Joe's" die ons een erg gedreven band laat horen, met harde gitaarrock die sterk aanleunt bij Stevie Ray Vaughn en Jimi Hendrix, zij het met iets meer funkritmes, spijtig genoeg is de geluidskwaliteit naar hedendaagse normen iets beneden peil, zelfs als het een live cd is mag dat geen excuus zijn. Duidelijk is wel de sfeer aanwezig van een dampend concert in een kleine club. Een superlange versie van het overbekende "Going Down Slow" in typische SRV stijl is het hoogtepunt van de avond, evenals "Gravelcar" de afsluiter, een "Red House" achtige song met hier en daar duidelijke fragmenten van andere Hendrixnummers zoals "Machine Gun" en "Voodoo Chile". Drie jaar later is er dan nu "Blues Bullets" de eerste studio cd, met duidelijk al een verschil, een veel betere geluidskwaliteit, wat logisch is. Voor de rest gaat Eric natuurlijk dapper de ingeslagen weg verder, en horen we een nog betere inleving in de Jimi/Stevie stijl. Openingsnummer "Rebuttal" kon zo op een cd van Stevie Ray gestaan hebben en titelsong "Blues Bullets" op een van Hendrix. "Ain't With you" dat ook op de debuutcd stond krijgt hier een meer verzorgde verpakking, dit nummer heeft een heel aparte riff die je na een paar beluisteringen nog moeilijk uit je hoofd kan wegjagen. Nummer na nummer krijgen we een mix van Texaanse gitaarblues met Hendrix accenten. Mijn favoriete song is "Origin" een langzame instrumental die sfeervol opgebouwd is en dan non-stop overgaat in "Blind Eye Blues".



OTIS GRAND
HIPSTER BLUES
Website: www.otisgrand.com
Email: otis@otisgrand.com
Label: Bliss Street Records
Foto: www.bobtjeblues.com
www.cdbaby.com/cd/otisgrand

 

Otis Grand, "the Gentle Giant of the Blues", zijn muzikale carrière loopt al bijna dertig jaar. Otis werd geboren in 1950 in Beiroet en begon op zijn dertiende met gitaarspelen. Dat waren de hoogdagen van de surfmuziek, maar hij luisterde naar eigen zeggen jarenlang naar niets anders dan BB King en Robert Johnson. Vanaf dat moment was hij vastbesloten bluesgitarist te worden. Otis Grand & the Big Blues Band domineerden al vlug de landelijke blues scene en er volgde Europese erkenning tijdens een intensieve tournee op het vasteland. Amper enkele maanden daarna verzorgde hij voorprogramma's van John Lee Hooker, BB King, Albert Collins, Stevie Ray Vaughan en Steve Winwood. Hij speelt al die jaren een belangrijke rol in de evolutie van de hedendaagse Britse blues scene en het Amerikaanse bluesstijdschrift, Blues Revue, noemde Otis de levende schakel tussen de overleden bluesartiesten en de hedendaagse jonge bluesmuzikanten. Het voorbije decenium ontving Otis meerdere onderscheidingen in de blueswereld, werd o.a. uitgeroepen tot Best UK Blues Gitarist in 1991, 1992, 1994 én 1996, kreeg de Award voor Best Foreign Blues Album in ’92 en in 1995 behoorde hij officieel tot de UK Gallery of the Greats (een Award die gegeven wordt na 5 jaar opeenvolgend winnen – alleen Bonnie Raitt deed het hem voor). De Blues Association of France riep hem uit tot Best Blues gitarist van Europa zowel in 1998, 1999 als 2002. In 2001 werd Otis gerekend tot de TOP 50 van best blues gitaristen ter wereld en hij heeft het ‘numero uno’ status in Europa. Hij was de gitarist en Band Leader gedurende de 2 jaar dat hij samen speelde met Ike Turner & the Rythm Kings. Bewijs genoeg dat deze talentrijke man wéét wat van een bluesmuzikant verwacht wordt! Jump-, Chicago- of Texasblues, hij beheerst het allemaal en past er zijn typische soleerstijl op toe. Na zijn eerste soloplaat "Always Hot" (1998), zijn album "Guitar Brothers" (2001), samen met Joe Louis Walker, zou zijn nieuwe album "Hipster Blues", zijn veertiende album zijn waarop Grand zijn kunsten op gitaar nog meer tot uiting komen. Otis kan gezien worden als het Britse antwoord op Duke Robillard en Ronnie Earl, en als zoals deze laatste is de gelijkenis ook dat Otis het zangwerk liever uitbesteedt. Op zijn nieuwe CD horen we: Curtis Salgado, Sugar Ray Norcia, Jimmy Thomas, Reuben Richards en George Bisharat. Voor de verdere begeleiding op dit vette bluesalbum kon Grand rekenen op een all-star band bestaande uit: Neil Gouvin (drums), Mudcat Ward (bas), Anthony Geraci (piano & B3), Bruce Katz (piano), Jonny Henderson (Hammond B3), Gordon Beadle (tenor & bari sax), Mike Peake (trompet), Lee Badau (alto sax) en Barri Martin (tenor sax). Jump en swing blues krijg je voorgeschoteld, beginnende met de swingende shuffle "Three Time Loser", pure 60’s R&B. Een sound die u kan terugvinden over alle 14 tracks. Otis zegt zelf : “I hope you enjoy the kind of real music that I grew up listening to in the 60’s and still love the best. This is the only kind of music that is a cure for today’s MTV from hell”. En zeker, dit is genieten, met nummers als "Slo-Mo-Shun", dat best op een plaat van Freddie King had kunnen staan, het soul/jazzy "Hipster Blues #5", een versie van F. King's "Overdrive" en de rustige 'low-down' blues van "Satan’s Blues". Kortweg: Variërend van swing- & jump-blues en instrumentals komt het stilistische veelzijdige gezelschap onder Grand's gitaarwerk uit, ze geven steeds goed weerwerk en swingen regelmatig hard onder zijn solo’s door. Het overkomt mij zelden dat ik zo in de ban raak van zo'n plaat. "Hipster Blues" is weggelegd voor iemand die van meer dan alleen maar bluesmuziek houdt!

Iedereen die ooit Otis Grand & the Big Blues Band in actie zag ((Ge)Varenwinkel Blues & Roots Festival 2006) kan getuigen van het overdonderende effect dat hij en zijn band op het publiek kunnen uitoefenen. Zijn optredens zijn legendarisch en worden geapprecieerd zowel door de puristen als door diegenen die alleen maar uit zijn op een paar uurtjes amusement. Was u er niet bij in (Ge)Varenwinkel vorig jaar, ga dan zeker dit jaar naar Puurs. Want op 26 mei staat onze stergitarist samen met zijn Big Blues Band wederom in Belgenland op de planken.

 


RACHEL HARRINGTON
THE BOOTLEGGER'S DAUGHTER
Website: www.rachelharrington.net
www.myspace.com/rachelharrington
Info: rachel@skinnydennis.com
rachelharringtonmusic@yahoo.com
Label : Skinny Dennis Records
www.skinnydennis.com

 

In 2004 verscheen de Ep "Halloween Leaves" (www.cdbaby.com/cd/rachelh) en het moet een unicum in de muziekgeschiedenis zijn dat iemand, volstrekt onbekend, zoveel (muzikaal) stof deed opwaaien met een mini-album als Rachel Harrington. De "poulain" van Markus Rill zorgde destijds in haar ééntje met een viertal songs dat de neuzen van alle Benelux magazines in dezelfde richting wezen, een nooit geziene (eenmalige?) prestatie want zowel Alt. Country Belgie, Rootstown (nu MazzMuzikas), Alt. Country. NL, Ron's Alt. Country, Real Roots Cafe als Rootstime (rev: September '04) gingen danig uit de bol voor deze uit Eugene, Oregon afkomstige schoonheid. De verbazing groeide zienderogen want was Rachel Harrington niet dat meisje dat veelvuldig airplay kreeg op alle radiostations, met "Halloween Leaves" dertien weken vermeld stond in de AMA Charts, mocht opdraven als support act voor Guy Clark, Fred Eaglesmith, Lucy Kaplansky, Eliza Gilkyson, Be Good Tanyas, Jim Lauderdale, Shawn Colvin, momenteel rondtoert met Todd Snider en nog steeds geen full album op de markt heeft? Inderdaad het heeft blijkbaar bloed, zweet en tranen gekost maar het langverwachte album dat de titel "The Bootlegger's Daughter" meekreeg en op haar eigen SkinnyDennis Record label verschijnt, kan je momenteel bestellen op haar website (officiële release op 5/1/07). Wij kregen alvast een press copy toegestuurd en kunnen de liefhebbers, die destijds nog twijfelden aan onze en deze (Rootstown '04) woorden "Music from a woman whose name no longer will be in the category of noble unknowns. Don't miss the train, readers, you might miss the whole ride - and that would be a shame" geruststellen ... Rachel Harrington zal er ongetwijfeld in slagen om met "the Bootlegger's Daughter" door te stoten naar de top van de Euro Americana Chart, verschijnen in de Miles Of Music Bestsellers Charts, op de cover prijken van No Depression en veelvuldig opduiken in de week/maand/jaarlijstjes. Acoustic alt. country, bluegrass, folk, Americana van een debutante en een schitterende band die geschiedenis gaan schrijven ... het "zal" je allemaal maar overkomen. Ongetwijfeld loon naar werk want met pareltjes als "Sunshine Girl", "Shoeless, say it ain't so Joe", de hart verwarmende bluegrass op "Whistle Blow on the Train Tracks aka Blow - the Ballad of Bill Miner" en "Summer's Gone" neemt Rachel ongetwijfeld plaats in het ere gallerijtje der groten. Het schitterende van Laura Veirs geleende "Up the River", John Hurt 's "Louis Collins", het a capella "Untitled" en het al bekende "Halloween Leaves" of de (traditional) gospel in "Farther Along" draaien er geen doekjes om ... "A Star Is Born". Rachel Harrington wordt zo snel mogelijk verwacht in de Lage Landen ... the 'Sunshine Girl' becomes from this 'Moonshine Boy .

Rachel Harrington & band :
Danny Barnes / banjo, John Reischman / mandolin & Trisha Gagnon/ upright bass, Garey Shelton / bass & producer, Bob Rice / archtop gt, Marty Muse / pedal steel, Mike Grigoni, pedal steel, Orville Johnson / dobro, Chris Leighton / drums, John Morton /electric gt, Ruthie Dornfeld / fiddle, Zak Borden / backing vocals