ROOTSTIME cd reviews

 



LISA NOVAK
TOO SHALLOW TO SWIM
Website: www.lisanovak.com
www.myspace.com/lisanovak
Info: lisanovak@lisanovak.com
Label : Eigen Beheer
www.cdbaby.com/cd/lisanovak3

 

Het album "Tougher Skin" was mijn eerste kennismaking met Lisa Novak (September '05) en zij zadelde mij na het meermaals beluisteren van het schijfje en het schrijven van de recensie met enkele vraagtekens op. Zou het leuke kapstertje uit de hippe buurt van Montrose, Houston kiezen voor de Americana/roots richting die wij haar destijds aanbeveelden of zou ze verder soelaas zoeken in de pop/rock middens? Het antwoord "Too Shallow to Swim" ligt ondertussen bij de platenboer en het verheugt ons dat zij blijkbaar onze goede raad niet in de wind heeft geslagen. Vanaf de opener "Fair Warning" tot de afsluiter "Where I Lie" wordt resoluut gekozen voor vlotte, modieuze, goed in het gehoor liggende songs, verdwenen mijn twijfels als sneeuw voor de zon en rechtvaardigt Lisa al de "Best of Houston Awards" die zij afgelopen jaren op zak mocht steken. Haar vocale kwaliteiten zijn nooit een bron van discussie geweest, evenmin de muzikale omkadering van ondermeer Paul Valdez (drums), Larry Cooper (electric guitars), Chris Masterson (12 string & electric gt), Ken Bujnoch (piano & keyboards) en een trio bassisten en toch ... Zal wel de aard van het beestje zijn zeker, maar met de tien originals waarvan "The Allure" er huizenhoog boven uitsteekt maakt Lisa Novak de verwachtingen waar en heten wij haar van harte welkom in het alt. country singer/songwriterswereldje.

 



CREECH HOLLER
WITH SIGNS FOLLOWING
Website: www.myspace.com/creechholler
Mail: creechholler@yahoo.com
Label: Eigen Beheer
www.cdbaby.com/cd/creechholler

 

Ze maken songs over de verstotelingen der aarde, verzopen in whisky en de nacht doorbrengend in de portalen van appartementsgebouwen, de lof zingend over hun zonden en zorgen. Over diegenen die in de duistere oorden des verderfs zijn geweest en daar hun ziel hebben achtergelaten. Over hen die het nodig vonden om één of andere "son of a bitch" de hoek om te helpen en daar een lied over wilden maken. Over hen die op zaterdagavond de muziek van de duivel spelen en op zondagmorgen vroom genieten van Gods' muziek. Over hen die zo lang op het duistere pad zijn gegaan dat ze vergeten zijn hoe het licht er uitziet. Creech Holler zijn de heuvels en de holen van Oost Tennessee waar het slechtste bloed van Amerika vloeit en de oorsprong ligt van een eerbetoon aan het slechte dat zich in alle harten thuis voelt. Tot zover de zelfgeschreven biografie van de groep Creech Holler, bestaande uit Jeff Zentner, Joseph Campbell en Christian Brooks en ontstaan in Murfreesboro (what's in a name), Tennessee. Deze rare zielen hebben samen een debuutalbum op de wereld losgelaten met de titel "With Signs Following". Ze lijken wel bezeten geesten te zijn terwijl ze hun blues en gospelsongs produceren, kettingrokend met slecht zelfgerolde sigaretten en intussen illegaal gestookte drankjes tot zich plachten te nemen. Hun muziek wordt in de vakpers omschreven als Gothic Americana en bestaat uit eigen werk aangevuld met herwerkte traditionals uit vervlogen tijden. De sfeer wordt al aangegeven door de hoes van deze CD : een dode boom met op de uiteinden van de takken lege whiskyflessen, destijds een symbool voor de wijze waarop de boze geesten werden aangetrokken en werden gevangen. Op de rugzijde van de hoes staat een slangenbezweerder met in elke hand drie van dergelijke wriemelend gladde creaturen. Creech Holler vindt zijn inspiratie voornamelijk bij de vergane koortsachtige religie, diepgewortelde bijgeloof en angstige pogingen tot overleven. Al bij al is "With Signs Following" geen gemakkelijke plaat om te beluisteren, ook al omwille van de typisch Amerikaanse invloeden en enkele traditionele instrumenten zoals melodica, tamboerijn en troubadour-gitaar. Het is net daarom dat ik soms herinneringen krijg aan de muziek van Jim White die er ook altijd in slaagt om traditionele muziek een gans nieuwe dimensie te geven. Kortom, echte "roots"-muziek die de juiste plaats wil geven aan de geschiedenis en de invloeden van de muziek in het Amerikaanse zuiden. "Country Blues" is een uptempo drumbeat-nummer dat je op enkele minuten in een extase brengt door het aanzwellende en opzwepende ritme. "The Gospel of Judas" is dan weer een rustiger nummer maar dan wel met een bitterzwarte tekst en bijhorende sound. Opener "Pretty Polly" brengt het beeld voor ogen van Appalache-indianen die in een gammele huifkar bezwerend zingen over genoemde dame die in het bloed baadt van haar pas gedode man. "Little Mathie Grove" gaat over de uitersten van geweld en de bijhorende gevoelens van wraak. Anderzijds is afsluiter "Plague Of Frogs" een traditionele gospelsong, maar dan wel gezongen in een kerk vol slangen en als een uitnodiging tot de rite van een duivelsuitdrijving. Hoe donkerder het verhaal van een song, hoe beter lijkt het motto van Creech Holler wel te zijn. Pretty spooky, dus. Bij een volgende beluistering zal ik toch maar best het licht opnieuw aan laten.
(valsam)



RONNIE HAYWARD COMBO
TAIL SHAKING
website, label & info: www.eltororecords.com
www.myspace.com/eltororecordslabel
www.cdbaby.com/cd/rhaywardcombo

 

Ondanks Ronnie Hayward al decennia lang aktief is in het rockabilly/country/hillbilly wereldje dateert mijn eerste kennismaking met de singer/songwriter en bassist uit Vancouver, Canada van enkele jaartjes geleden toen ik aan de Belgische kust op een regenachtige dag een bezoekje bracht aan een tweedehands platen/cd winkeltje. Het album "Move Around" (East Side Records, 1997) kon ik er voor een prikje op de kop tikken en groot was dan ook mijn verwondering dat Hayward, die ooit nog deel uitmaakte van Jimmy Roy's 5 Star Hillbillies, the Yo-Dell's, The Nervous Fellas en the Bughouse Five, voor dit album ondermeer op steun kon rekenen van Pete Turland (electric gt) en Darwin Fisher (rhythm gt). (zie foto) Voldoende om mijn interesse in het Hayward trio/combo levendig te houden en sindsdien prijken de albums "The Lonely One in Town", (www.cdbaby.com/cd/ronniehayward) , "the Lost Utrecht Sessions" (www.grindtone.com), "Too Many Chiefs" (Lenox Rec. France) en "Gotta Git It On" (Fury Records) in mijn verzameling. In 2005 verbaasde Hayward bijna de ganse wereld toen hij als Ronnie Arthur and his Orkestrio
(www.myspace.com/ronniearturandhisorkestrio) op de proppen kwam met een heus jazz album ("Get This !") dat zich vlotjes aan de top van de (Jazz) charts nestelde. Om de (muzikale) verwarring compleet te maken kwam El Toro Records onlangs met het album "Tail Shaking" op de markt dat destijds onder de titel "Somewhere Out There" verscheen op vinyl (10 inch, foto beneden). Een erg geslaagd initiatief van een label dat de laatste tijd aan een geweldige publiciteitscampagne begonnen is in het rockabilly/roots wereldje. Voor ons niet gelaten want nu kan ook de cd liefhebber genieten van dit prachtig album dat speciaal voor deze gelegenheid werd aangevuld met unreleased tracks als "Whiskey Flavored Kisses", "you Can Tell Me Why", "Pink Wedding Gown" en "Honey I'm". Het waren Simon Walty (lead gt), Shane Nelker, (acoustic gt) en Paul op drums die de Canadian rockabilly legend Hayward eind jaren negentig in de befaamde Zweedse Tail studio's terzijde stonden.


 

 

 

 

Songs:
SIDE ONE:
We'll Get High
Beggin' Time
Adrianna
Ronnie's Blues 5
Lonesome Feelin'
Connie Lou

SIDE TWO:
90 Miles An Hour
One Way Ticket
I'm Gonna Quit My Cryin'
Mean Streak Mama
I Don't Like It
No More For You



BRENT BENNETT & ROB YORK
CROSSING THE COUNTRY
Website: www.brentbennettmusic.com
Email: crescentstarstd@aol.com
Label: Eigen Beheer
www.cdbaby.com/cd/brentrob

 

Brent Bennett uit Indiana is reeds een twintigtal jaren aan de weg aan 't timmeren. Hij maakte deel uit van een aantal minder bekende bands zoals Gypsy Runner en Stone Crossing, in deze laatste band samen met Rob York. Vorig jaar nam hij dan zijn solo debuut op, met de toepasselijke titel "Under My Own Power" (2006) en nu is er dan deze, "Crossing The Country", een duo album van deze twee Stone Crossing leden. De samenwerking tussen Brent Bennett en Rob York is een mooi geheel geworden van gedeeltelijk samen geschreven songs, terwijl ze ook elk een paar eigen composities voor hun rekening namen. Het resultaat is een cd geworden die thuishoort in het country/rock genre, maar dan van het traditionele type, zoals Kris Kristofferson of Merle Haggard. De titel lijkt niet zomaar toevallig gekozen, alle songs hebben wat te maken met reizen of onderweg zijn. Openingssong "Nashville Here I Come" gaat over de problemen van veel muzikanten om ergens in godvergeten dorpjes in plaatselijke pubs op te treden, en weg te willen naar de grote stad om daar naam en faam te maken. "King Of The Highway" is een rockend "Eagles"-achtig nummer, met als boodschap :” neem deze job en steek 'm waar de zon niet schijnt! Ik ga op zoek naar een ander leven”, iets waarin ondergetekende zich volledig in kan vinden. Als ik de teksten zo bekijk gaat meer dan de helft over vluchten, van de klotejob ("King Of The Highway"), de vrouwen ("Goodbye Gear"), schuldeisers ("Greyhound Tomorrow") of voor de politie "Trouble In Texas". In "Ride My Train" klinkt Bennett dan weer als een mannelijke Shania Twain. Ook erotiek komt soms even boven in een paar songs ("Wishing Well Motel" - "Three Nickels and A Dime"). Na de road-movies is dit dus de definitieve road-songs cd. Zei ik in mijn openingszin niet dat hij al lang aan de weg aan 't timmeren was?
(RON)



 

 

 

 

 

 

 

 


 

THE COMFORTERS
TRANSPLANTS
Website: www.feelthecomforters.com
Label: Big Timbre Records
www.cdbaby.com/cd/comforters

 

The Comforters, bestaat uit het lieve echtpaar Pia en Jason Robbins uit Eugene, Oregon, en dit duo maakt al enkele jaren samen muziek. In de laatste maanden van vorig jaar kwam hun debuutplaat uit: "Transplants". De plaat werd onder productionele leiding van hunzelf opgenomen in hun eigen Big Timbre Studio en bevat vooral dromerige en behoorlijk sensuele popliedjes opgedragen aan hun grootmoeder Ruth. Jason was al eerder bekend om zijn productiewerk bij o.a. Dwight Yoakam, Pete Anderson, Michelle Shocked en Curt Kirkwood. De muziek op "Transplants" ligt allemaal erg mooi in het gehoor, maar tegelijkertijd hebben de zelfgepende songs ook altijd iets tegendraads. Het ene moment sust "Transplants" je heerlijk in slaap met atmosferische en zwoele klanken om je niet veel later wakker te schudden met iets meer gedreven roots rock. Pia Robbins slaagt er op deze plaat niet alleen in om aan te sluiten bij klassieke singer-songwriter cd’s van collega’s als Maria Taylor, om er maar ééntje te noemen, maar verliest bovendien de eigenzinnige Oregon scene niet uit het oog. De Amerikaanse pers was meteen bij het verschijnen van hun debuut zeer lovend (met quotes als "Tender Americana pop with female vocals and roots rock earnestness. Very melodic, and extremely alluring." of "Sweet, melodic folk-pop with hints of Americana, and tons of vivid storytelling."), uitspraken die we zeker niet tegenspreken, want het resultaat is niet alleen in artistiek opzicht zeer aansprekend, maar ook nog eens bijzonder aangenaam. "Transplants" is zo mooi dat het bijna onwerkelijk is. De melodieën zijn wonderschoon, de akoestische begeleiding (akoestische gitaren, dobro, steel en accordeon) zorgt voor continu kippenvel en de sensuele fluisterzang brengt zelfs het grootste ijskonijn in vervoering. Negen nummers lang leef je als luisteraar in een droomwereld, vergeet je alles om je heen en springen de tranen je keer op keer in de ogen. The Comforters weet je steeds weer tot op het bot te raken met songs die ondanks hun schoonheid boordevol melancholie en verdriet zitten. Dat "Transplants" maar negen nummers duurt is niet eens een minpunt. Als u de songs: "Lazy Sundays", "The Call", het meest depressieve "Driving Off The Edge Of The World", de love song "I Want to Rock" of het het laatste nummer "Reasons" hebt gehoord verlang je immers al weer naar het eerste. "Transplants" is de cd waar je al jaren van droomt. Je hoeft jezelf niet te knijpen, hij is er echt! Kortom: The Comforters hebben een verrassende cd gemaakt die van de eerste tot de laatste noot zwaar weet te overtuigen.



JOHN BATDORF
HOME AGAIN
Website: www.johnbatdorfmusic.com
www.myspace.com/johnbatdorf
Mail: batmacmusic@earthlink.net
Label: BatMac Music
www.cdbaby.com/cd/batdorf3

 

"Never underestimate the Power of Music!!"

 

De Amerikaanse staat California heeft ons al heel wat goede muzikanten opgeleverd. Ook deze uit West Hills afkomstige John Batdorf is een surprise, voornamelijk omdat hij er gedurende meer dan 30 jaar in geslaagd is om uit de muzikale frontlinie te blijven. In de seventies vormde hij het duo Batdorf and Rodney (Mark Rodney) waarbij de harmony vocals en de akoestische gitaren de hoofdtoon aangaven. Nadien verzorgde Batdorf het schrijf- en zangwerk bij de band "Silver" waarvan maar een elpee de wereld verblijdde. De eighties werden volgemaakt als studiozanger (jingles, filmmuziek en TV-shows zoals "Touched By An Angel" en "Promised Land") en als backing vocals artiest (voor o.a. Rod Stewart, Dwight Yoakan, Eric Anderson, Donna Summer). Dan bleef het oneindig lang stil tot 1992 toen Batdorf and McLean (Michael Mc Lean) de CD " Look Inside" en 5 jaar later "Don't You Know" uitbrachten. Opnieuw stilte alom gedurende zowat 10 jaar tot Batdorf and Stanley (James Lee Stanley) het album "All Wood And Stones" op de markt gooiden. En nu is er dus de eerste echte solo-CD van John Batdorf "Home Again" die in eigen beheer werd gereleased. De songs en de stem van deze singer-songwriter lijken ook in het kraam te passen van liefhebbers van Crosby, Stils and Nash of van The Eagles (vooral Don Henley's stem) en soms hoor je ook flarden van de rokerige, hese stem van Bryan Adams (vooral in zijn ballads). De nummers die op "Home Again" staan zijn een compilatie van 3 oude en 7 nieuwe songs die Batdorf door de jaren heen had geschreven. Mijn favorieten zijn "Home Again", "Me And You" (een knipoog naar "Teach Your Children" van Graham Nash), "Something Is Slipping Away", "I Never Wanted" en "Where Are You Now?". Batdorf riep na een pauze van meer dan 30 jaar terug de hulp in van Mark Rodney die hernieuwd voor vocale ondersteuning zorgde naast het obligatoire akoestische gitaarwerk. Deze CD reflecteert de weg die John Batdorf heeft afgelegd bij de zoektocht naar zijn roots en terugblikkend op zijn erg lange muzikale carrière. Aan te raden muziek bij een nostalgisch avondje 70-80's.
(valsam)



HAMILTON LOOMIS
KICKIN' IT
Website: www.hamiltonloomis.com
Email: hamiltonloomisband@yahoo.com
Bookings/Info: Terry Robbins / tr4747r@yahoo.com
Label: Blind Pig Records / www.blindpigrecords.com
www.myspace.com/blindpig1977
Distr.: Parsifal / www.parsifal.be

 

Bluesgitarist/zanger Hamilton Loomis komt uit de school van Bo Didley die ook zijn mentor was. Zijn geluid is echter volledig van deze tijd. Funky en behoorlijk swingend met toch wel hoorbaar de invloed van Texaanse grootheden als Albert Collins, Johnny Copeland en Clarence 'Gatemouth' Brown. Deze talentvolle nieuwkomer maakte reeds naam met zijn derde album, "Kickin' It" (2003), een zeer funky bluesplaat van deze uit Houston, Texas, komende gitarist die werd onder de vleugels genomen door het gereputeerde Blind Pig label. Dit label zal eind april zijn nieuwe album "Ain't Just Temporary" releasen en met tevens een Europese tour in 2008, in het vooruitzicht staat de Texaan binnenkort volop in de belangstelling. Rootstime begint daar nu al mee. Freddy Celis is namelijk een fan. Nee Ron, Hamilton is zeker niet de zoveelste Stevie Ray Vaughan-kloon. Deze multi-instrumentalist heeft een bijzondere eigenzinnige en funky bluesstijl. Didley zei hem: "Don't imitate, innovate", en die raad heeft Hamilton altijd in het achterhoofd gehouden. Blues, soul, en rock vormen misschien samen een triangle, maar Loomis gaat u steeds hier in het middelpunt vinden. Toch klinkt "Kickin' It" in zijn geheel niet zozeer vernieuwend maar wel heel fris, vooral dankzij zijn zeer soulvolle stem en zijn perfecte gitaarspel waarmee hij zijn grooves tot leven brengt met zijn '75 Les Paul Custom. Zijn gedreven gitaarwerk vertoont gelijkenis met de jazzy sound van T-Bone Walker en Gatemouth Brown, waar Hamilton steeds zijn typische wah-wah funk geluiden weet aan toe te voegen. Naast zijn gitaargeluid is hij ook zeer bedreven op mondharmonica. Zo speelde hij in het afsluitende "Who Dat?", twee prachtige harmonicapartijen in, waardoor dit nummer een hiphop karakter meekrijgt. Reden genoeg om vol spanning te wachten op zijn nieuwe album "Ain't Just Temporary", want van deze Hamilton Loomis lusten we wel meer pap. Loomis is geen vernieuwer maar levert wel mooi werk af.

Alle promotors en organisatoren die volgend jaar Hamilton Loomis willen opnemen in hun programma gelieve contact op te nemen met Terry Robbins / tr4747r@yahoo.com



ADAM SNYDER
THIS TOWN WILL GET ITS DUE
Website: www.adamsnyder.com
www.myspace.com/adamsnyder
Email: leafytrail@hotmail.com
Label: eigen beheer
www.cdbaby.com/cd/adamsnyder

 

Kingston is on the Hudson River 90 miles north of NYC. The area was home to the Esopus indians until the Dutch arrived in the early 1600s and settled one of the first colonial towns on the continent. The English took control from the Dutch, then eventually burned the place to the ground because it had become the Revolutionary capital of NY State. The town was was rebuilt and grew into an industrial center, becoming a city in the 1870s. The Depression hit Kingston particularly hard. The post-war boom helped, but by that point the surrounding sprawl was seen to be more valuable than the town it sprang from. In more recent times, the closing of the IBM plant could've rang the death nell for Kingston, but locals hold fast and newcomers begin to filter in, sensing that a new chapter is about to be written. What that chapter will be still seems uncertain. The story of Kingston is the story of America.

 

De naam Adam Snyder zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar fans van Mercury Rev weten natuurlijk onmiddelijk dat we het over de toetsenist van deze intrigerende band hebben. Na een aantal onbetwiste, maar helaas niet erg breed opgepikte, meesterwerken van Mercury Rev (luister zeker eens naar het geniale "Deserter’s Songs" uit 1998), laat Adam Snyder ons nu kennis maken met zijn solowerk. Solowerk dat aanmerkelijk soberder is dan de muziek van Mercury Rev. Meer dan zijn akoestische gitaar heeft Snyder (ook toetsen, mondharmonica en nog wat ...) niet nodig om zijn intieme luisterliedjes naar grote hoogten te tillen. Luisterliedjes die vol humor en overwachte wendingen zitten en soms wat spookachtig overkomen. Bittere liedjes vol melancholie, want Snyder ziet het leven maar zelden door een roze bril. Je moet van hele goede huize komen om met zulke sobere muziek een cd lang te boeien, maar Snyder doet het op "This Town Will Get Its Due" met gemak. Meestal folky, soms met een beetje Americana, maar altijd getergd en gedreven. Buitengewoon knap in elkaar zittende songs, teksten die gaan over het dorp, waar hij opgroeide aan de Hudson rivier, nl. Kingston dat ten noorden van New York ligt. In het jaar 1652 werd het gesticht door Nederlanders om dan later overgenomen te worden door de Engelsen. Dus stof genoeg om songs te schrijven die ergens over gaan en altijd een sobere, maar uiterst doeltreffende, instrumentatie vertonen. Zijn leefomgeving heeft op deze plaat flink wat invloed gemaakt op zijn muziek, waarin hij heerlijk eigenwijs op zijn gitaar tokkelt en precies doet waar hij zelf zin in heeft. Het is even wennen aan de wat mompelende zang van Adam Snyder, maar als je er eenmaal aan gewend bent blijkt deze cd behoorlijk verslavend. De wat monotone zang wordt gelukkig ook gecompenseerd door toegevoegd cellowerk van Ian Burdge in "Ghost Town" en "Stray Dog". Er zijn momenteel heel veel muzikanten die dit soort muziek maken, maar er zijn er niet veel die dit zo goed doen als Adam Snyder."This Town Will Get Its Due" is een zeer indrukwekkend eerbetoon van één van de grootste talenten van het moment.



LARSSON
THIS IS ...
Website: www.thisislarsson.com
www.myspace.com/thisislarsson
Mail: info@thisislarsson.com
Label: Astronaut bvba
Distribution : Munich Records
www.munichrecords.com

 

Deze Leuvense groep bestaat uit 5 jongelui die in september 2004 besloten om de groep Larsson op te richten en samen te gaan musiceren. Ze hebben al een verleden in andere groepen zoals Circle en Dearly Departed die nooit echt in de nationale spotlights hebben gestaan. De muzikale voorkeur van Larsson is hedendaagse pop en rockmuziek geworden à la The Hives. Ze wonnen Rockvonk, een rockrally voor nieuw poptalent in Vlaams Brabant en werden via een demo-single gelanceerd met "H" op Studio Brussel door een meer dan behoorlijke airplay. De muziek swingt en rockt, is intensief en energiek en wordt gedragen door een overheersende drumbeat en lead gitaar ondersteund door het melodieuze zangwerk van frontman Bram Decroos waardoor het geheel nogal eighties klinkt in de stijl van T. Rex met behoorlijk wat Glamrock-invloeden. "This is ..." is hun eerste full CD en de eerste single uit dit album heet "Overrated, Overestimated" die overigens ook al veelvuldig te beluisteren valt op onze nationale radiozenders. Gitarist Kristof Uittebroek (muziek) en zanger Bram Decroos (teksten) schreven alle tien songs op "This is ..." waarvan de meeste rockende nummers zijn maar waar heel af en toe ook even wat rustiger gespeeld wordt, zoals bijvoorbeeld in "Julie Talks" waarvoor zelfs de stem van Mark Lanegan even geleend lijkt te zijn. Momenteel toert Larsson doorheen Vlaanderenland met optredens in zowat elke uithoek waarbij soms het podium gedeeld wordt met andere Belgische groepen als Mint, Monza en Buscemi. "Girls Will Be Girls" is de opener op "This Is ..." en hiermee doet Larsson hun in de pers toebedeelde vergelijking met Soundgarden, Soulwax en Millionaire alle eer aan. Andere goede songs zijn de singles en ook "Flowers From A Brook" en afsluiter "Without A Paranoid Mind", een leuke popsong die het misschien wel eens tot volgende single kan schoppen. Alhoewel er op "This Is ..." geen echt originele songs prijken mag de eindconclusie toch positief zijn en hopelijk vinden de heren van Larsson hierin een stimulans om hard te gaan werken aan een betere opvolger.
(valsam)



A.C. MYLES
UP TO THE NECK WITH THE BLUES
Website: www.acmyles.com
www.myspace.com/acmylesband
E-mail: acmyles@hotmail.com
Label: Roll West Record
www.cdbaby.com/cd/acmyles

 

De 24 jarige A.C.Myles uit Californie heeft zonet zijn debuut "Up To The Neck With The Blues" op de wereld losgelaten. Als gitarist krijgt hij de hulp van Dan Camarena op bas en drummer Chris Millar. Als grote voorbeelden noemt hij Stevie Ray Vaughan, Hendrix (waar hebben we dat deze week nog gehoord) en Rory Gallagher. Verwacht nu echter niet de zoveelste non-stop bluesrock solist. Neen, A.C hoort niet bij D.C, hij heeft een meer rustige, ingehouden benadering van de blues. Veel covers natuurlijk, maar niet de voor de hand liggende, steeds terugkomende bluesklassiekers, wel nummers zoals "Tramp" van Otis Redding en Carla Thomas, en "Nighttrain" welbekend van James Brown, zodat er buiten de normale blues ook een flinke portie soul voorzien is. Heel mooi is ook de soulvolle uitvoering van "Don't Pity Me" (Carter Brothers). A.C's stem en zangstijl bevatten beide veel gevoel, maar spijtig genoeg mist de stem nog wat kracht om die manier van zingen in sommige nummers echt aan te kunnen. Daardoor krijgt een nummer als "Help Me" in dit geval een andere betekenis. Op sommige nummers is daarenboven de stem naar mijn gevoel iets te ver naar achter gemixt, maar dat is muggeziften, over 't algemeen is dit een puike bluesplaat, met de foutjes die we wel meer vinden op een debuut van zo jonge gitaristen, de stem kan nog wat groeien en het gitaarwerk mist nog wat souplesse, maar het bewijs dat daarin verbetering zal komen hebben we, want op MySpace staat een nummer dat we niet terugvinden op deze cd: namelijk "Pimp" en dat is meteen ook zijn sterkste song, dus dat belooft voor de toekomst!
(RON)