ROOTSTIME cd reviews

ARCHIEF - OKTOBER 2006 - NOVEMBER 2006 - DECEMBER 2006

JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007




DOLOREAN
YOU CAN'T WIN
Website: www.dolorean.com
Mail: dolorean@dolorean.com
Label: Yep Roc Records
www.yeproc.com
Distr.: Munich Records
www.munichrecords.com

 

 

Al James is de bezieler, de leadzanger en de schrijver van de muziek en de teksten van deze uitstekende groep uit Portland, Oregon, USA. Ik heb het privilege gehad om Dolorean enkele jaartjes geleden het voorprogramma van Damien Jurado te zien verzorgen in een onbegrijpelijk dunnetjes bezette Club van Ancienne Belgique in Brussel. Ze hadden toen net "Not Exotic" uitgebracht hetgeen een toonaangevende album lijkt te zijn geworden voor de muzikale stijl van deze band. Al James schrijft zeer intimistische nummers en brengt ze met zijn heerlijke trieste stem op een haast fluisterende toon. Ook de backing vocals van drummer en percussionist Ben Nugent zijn zeer sterk en geven de songs vaak een extra dimensie. Voor de studio-opnames van dit album werd de hulp ingeroepen van een bevriende gitarist Emil Amos, die bij de noise band Grails speelt. Nochtans waren er voornamelijk twijfels bij Al James toen hij zowat een jaartje geleden begon aan de nummers voor deze plaat. "You Can't Win" kreeg een letterlijke betekenis voor hem. Hoe blijf je boeiende songs schrijven zonder te vervallen in het sfeertje van "steeds meer van hetzelfde". Het dient evenwel gezegd dat dit gevoel geen enkele keer bij me opkwam bij het beluisteren van dit vierde album van Dolorean. De liedjes over de complexiteit van de liefde, het aangaan en beëindigen van relaties zijn van een zelden geziene eenvoud maar daardoor eveneens van een uitzonderlijke oprechtheid en naakte schoonheid. Prachtige heartbreaker is "Heather Remind Me How This Ends" waarin de zachte stem van Al James op een magistrale wijze het verdriet een gezicht geeft. De titeltrack "You Can't Win" drijft op een electronische orgelriff die van Yo La Tengo lijkt te komen. Tegelijkertijd wordt de titel steeds opnieuw hypnotiserend herhaald als een mantra door close harmony vocals ter bevestiging dat je maar beter geen moeite doet want finaal blijft gelden dat "You Can't Win". "We Winter Wrens" begint met simpel pianogetokkel maar groeit langzaamaan uit tot een schitterende popsong. Het aan Whiskeytown schatplichtige "Beachcomber Blues" beluisteren met enkel wat dimlicht aan houdt het risico in dat je voor enkele dagen met die treurige - recht uit het hart komende - bluesgevoelens gaat blijven zitten. Het lijkt wel of Al James er genoegen in schept om zich superellendig te voelen omdat dit hem wereldsongs oplevert. Hij is in elk geval niet echt uit op beterschap. "Buffalo Gal" is een langzame walsje waarin Al James laat horen dat hij een fan is van de Neil Young uit diens beginjaren. In de ijzersterke ballad over scepticisme "In Love With The Doubt" verwerkt Dolorean een vraagje waar je toch even moet bij nadenken : "How can you fall in love with the target when I am the gun?". En dan komt een zweverig instrumentaaltje aanzwellen met de onmogelijke titel "33-53.9°N / 118-38.8°W". Als je deze titel ingeeft op Google blijkt dat het overeenstemt met de coördinaten van de plaats waar de overleden Beach Boy Dennis Wilson in de zee begraven werd. Het gaat hier dus om een eerbetoon aan één van de muzikale helden van Al James. "Just Don't Leave Town" begint met een spookachtig orgelgeluidje en met de stem van Al James door een distortion-microfoon. Maar daarna gaat het over in de sterkste song op deze plaat met een tekst over het blijven geloven in jezelf, in je afkomst en in je doel. "You Can't Win" is de ideale soundtrack bij een eventueel volgende liefdesverdriet maar ook gewoonweg een schitterende plaat voor wie van subtiele en eerlijke muziek houdt.
(valsam)

Discografie
Sudden Oak (2000)
Not Exotic (2003)
Violence In The Sowy Fields (2004)
You Can't Win (2007)

Dolorean is Al James (acoustic guitar, vocals) / James Adair (bass guitar) / Jay Clarke (piano, organ) / Ben Nugent (drums, percussion, vocals) / Emil Amos (electric guitar, vocals)



MARY CHAPIN CARPENTER
THE CALLING
Website: www.marychapincarpenter.com
Label : Zoë Records / Rounder
Rounder Europe
www.rounder-europe.com
Distr.: Munich Records
www.munichrecords.com

 

 

Mary Chapin Carpenter is in de Verenigde Staten al bijna twintig jaar goed voor miljoenenverkopen en grossiert inmiddels in muziekprijzen. Zo won ze de afgelopen jaren voortdurend prijzen tijdens de jaarlijkse Country Music Association Awards, al is zij zeker geen typische country-zangeres. "Usually, that's someone who grew up in a rural area and learned music from someone in their family. I grew up in urban areas and found my love of music from listening to my older sister's records," aldus Chapin Carpenter, terwijl ze er meteen aan toevoegt dat dat cliché al lang achterhaald is. Maar belangrijker dan waar ze opgroeide (New Jersey, Tokyo en Washington), is haar muziek, en die is zeker geen traditionele country, maar ligt eerder ergens tussen Trisha Yearwood en Shawn Colvin. Maar hier in de Lage landen lopen we helaas niet zo warm voor de muziek van Mary Chapin Carpenter en dat is jammer. Haar eerste twee albums "Hometown Girl" (1987) en "State Of The Heart" (1989) zijn nog het meest traditioneel, maar sinds "Shooting Straight In The Dark" (1990) zijn de platen van Mary Chapin Carpenter evengoed te karakteriseren als folk of pop. Zelfs van de daar opvolgende albums "Stones In The Road" (1994) en "A Place In The World" (1996) konden wij maar niet genoeg van krijgen, albums die zich wat ons betreft vergelijkbaar waren met het beste werk van iedere singer/songwriter, man of vrouw. Net als op het album "Time*Sex*Love*" (2001) hebben de countryinvloeden op haar vorig album "Between Here And Gone" (2004) grotendeels plaatsgemaakt voor een stemmig geluid waarin folk, country, pop en roots allen genoegen moeten nemen met een evenredig deel. De songwritertalenten van Mary Chapin Carpenter stijgen op "Between Here And Gone" weer naar grote hoogten en ook haar stem is weer imposant. Dat Mary Chapin Carpenter in het verleden geweldige muziek heeft gemaakt bewijzen deze platen en dat ze dit ook in het heden doet bewijst haar nieuwe cd "The Calling". Dit album is gemixt door Chuck Ainlay (Mark Knopfler, Sheryl Crow en Willie Nelson) en als co-producer kon ze wederom rekenen op Matt Rollings (keyboards, piano). Net als "Between Here And Gone" laat deze nieuwe plaat horen dat Carpenter een zeer getalenteerd singer-songwriter is die folk en country fraai weet te vermengen met pop en ligt daardoor wat in het verlengde van haar vorige plaat. Ook de dertien nummers op deze cd bewijzen dat liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters eigenlijk niet om Carpenter heen kunnen. Eenzelfde mengsel van countryrock, ballads en duidelijke popsongs. In haar teksten is zo hier en daar ook een spottend toontje terug te vinden, maar ruimte voor optimisme blijft er ook. Op deze plaat gaat ze gewoon verder met haar politieke ervaringen zoals het proces van de Dixie Chicks in "On With The Song" en in het nummer "Why Shouldn't We" voor een betere toekomst voor haar land. "Houston", laat ons denken aan Woody Guthrie's geweldige "Deportee", de naweeën van de orkaan Katrina, de mensen die verplicht waren hun huis te verlaten, alles achter te laten uit vrees en hoop. Eén ding is zeker: Mary Chapin Carpenter wordt nog steeds gezien als countryzangeres, maar pure country maakt ze al jaren niet meer, ze heeft gewoon een plaats in onze harten verworven.



MATT COSTA
SONGS WE SING
Website: www.mattcosta.com
www.myspace.com/mattcostamusic
Mail: cgfmgt@gmail.com
Label: Brushfire Records
Distr.: Universal Music / www.umusic.com

 

 

Matt Costa is afkomstig uit Sacramento en woont nu in Huntington Beach, California. Hij bracht een kleine 2 jaar geleden zijn eerste CD uit onder de titel "Songs We Sing" die nu gere-released wordt door Brushfire Records, het ondertussen beroemd geworden label van Jack Johnson. De hoes van het album is identiek aan het originele exemplaar maar de songs op deze nieuwe release zijn door elkaar gehaald en er zijn enkele nieuwe nummers aan toegevoegd. Zijn muzikale godfathers en idolen zijn Van Morrison, Elliott Smith en Donovan. Costa is nu 24 jaar en moest na een korte professionele sportcarrière als skater door een ongeval omschakelen op een minder gevaarlijke hobby. Hij verkoos dan maar om folkliedjes te schrijven en te zingen met eigenhandige gitaarbegeleiding. Net als vriendje Jack Johnson brengt Matt Costa vrolijke "feel good"-muziek om ergens op één of ander strand van te genieten met een bacardi-cola in de hand en de gloeiende zon in de ogen. Op "Songs We Sing" is de muziek gecentraliseerd rond de akoestische gitaar zonder veel electronica. De teksten zijn echte singer-songwriter songs die vertellen over de mooie dingen des levens zoals een zonnige dag in "Sweet Thursday", het zonnetje dat mooi glooit in "Sunshine", de charmes van een koudere avond in "Cold December", overpeinzingen over wat er in het heelal gebeurt in "Behind The Moon" en lyrische bewoordingen over eenvoudige dingen zoals wegdromen tijdens een taxirit in "Yellow Taxi". Nergens een vleugje treurnis te bespeuren bij deze vrolijke bard, die me soms doet denken aan Donavon Frankenreiter, zijn andere collega-muzikant bij Brushfire Records. Intrigerend mooie song is "Astair" met muzikale begeleiding van de harpsichord, een toch opmerkelijk instrument. "Oh Dear" swingt dan weer wat en is wat je champagnemuziek kan noemen die je verliefd laat worden op de man die zo'n song kan schrijven. Hier hoor ik de leuke popsongs zoals we die kennen van Belle & Sebastian in terug. Het met piano en gitaar gebrachte nummer "These Arms" is een prachtige ballad waar country en blueselementen in verwerkt werden waardoor het nummer nostalgische terugblikken oproept aan de swinging sixties met een bloemetje in het haar en een stickie in de mond. Onbezorgdheid troef op dit hele mooie album dat eigenlijk best verdient om veelvuldig over de toonbank te gaan en Matt Costa zou toelaten om de populariteit van zijn platenbaas te overtreffen.
(valsam)


ANDREW BIRD
ARMCHAIR APOCRYPHA
Website: www.andrewbird.net
www.myspace.com/andrewbird
Label: Fargo Records
www.fargorecords.com
Caroline Saulnier@Fargo Records
distr. : Munich Records
www.munichrecords.com

 

 

Andrew Bird is een talentvol en veelzijdige man, die in ons land tot dusver zo goed als onzichtbaar is gebleven. Hij is zo'n talentvolle liedjesschrijver die ook nog eens prachtig kan arrangeren met de meest uiteenlopende klanken en gevatte teksten schrijft. Misschien ken je hem van zijn diensten als violist op albums van bijvoorbeeld Jenny Toomey, Neko Case, The Autumn Defense, Squirrel Nut Zippers en The Handsome Family. Veelzijdig is hij vanwege de enorme gewaagde sprongen die hij per album weet te maken. Ooit begonnen met een album vol hoogstandjes op viool in het traditionele folk genre, daarna maakte hij twee retro swing/vaudeville albums en in 2001 een rockalbum voor Rykodisc. Deze uit Chicago afkomstige Bird is van oorsprong een violist die zijn klankgevoel op een indrukwekkende manier gebruikt in zijn carrière als singer-songwriter. Naast viool speelt hij nog een heel arsenaal aan andere instrumenten. Popmusici met viool als hoofdinstrument zijn zeldzaam. Toch wil de troubadour die een gedegen klassieke opleiding achter de rug heeft, zich absoluut niet als violist profileren. Hij heeft het liefst dat de mensen maar zo snel mogelijk vergeten dat hij een vaardig violist is die net zo goed in een symfonie-orkest had kunnen spelen. In interviews zegt hij altijd dat de viool bij toeval het instrument is dat hij voorhanden heeft om de klanken te maken die hij in zijn hoofd hoort. Hij voegt er dan altijd aan toe dat hij er genoegen in schept om het instrument zoveel mogelijk te misbruiken en dat hij er zoveel mogelijk verschillende klanken aan probeert te ontlokken. Hij maakt liedjes die steeds verrassen en toch natuurlijk klinken. Bird flirt soms met wereldmuziek, gunt strijkers een hoofdrol, zoekt steeds de variatie, maar altijd in dienst van het liedje. Hij is geen in zichzelf gekeerde singer-songwriter, maar eentje die voortdurend om zich heen kijkt en zo ver uitstijgt boven de gemiddelde concurrentie. Hij weet op alle platen uit te blinken en kreeg uitstekende kritieken in zijn thuisland. Constant lijken de dromerigheid en de mystiek die zijn liedjes tentoonspreiden om de schuchtere creatieveling heen te zweven. Een kunstfluiter annex begenadigd violist die en passant ook nog zingt en gitaar speelt. Zijn sferische eitjes vertonen sporen van jazz, folk, altcountry en pop, maar niets van dit alles dekt volledig de lading. Geen wonder dus dat hij niet echt aan de vergelijkingen of invloeden wil. Met cd's als "Weather Systems" (2003) en zijn vorige studioplaat "The Mysterious Productions of Eggs" (2005) vestigde dit buitenbeentje definitief zijn naam. Ook zijn zevende studioalbum, "Armchair Apocrypha", kan met een gerust hard zo bestempeld worden. Behalve de optredens voor zijn eigen tour kon hij dan ook rekenen op uitnodigingen van bewonderaars als My Morning Jacket, Lambchop en Ani DiFranco. Zo breekbaar en intiem als zijn solo optredens kunnen zijn, zo krachtig is de uitwerking van zijn songs op dit nieuwe album waarin weer een belangrijke rol weggelegd is voor zijn viool, daarnaast spelen vertrouwelingen Martin Dosh en Jeremy Ylvisaker mee. De tot de verbeelding sprekende albumtitel geeft het bijzondere karakter van deze cd al weer, de luisteraar wordt door de muzikale vondsten en melancholieke invallen meegezogen. "Fiery Crash" opent de cd met een rammelend gitaartje met een beetje Sufjan Stevens-achtige spanning in zich. "Imitosis" heeft de bekende tokkelende vioolklanken zoals we die ook konden horen op de voorgangers, een nummer dat door zijn tempo-wisselingen ons het gevoel geeft als we op een of ander Zuid-Amerikaans feestje bij iemand thuis zijn beland. "Heretics" klinkt indie omwille van de gitaar-intro, maar door zijn zwierige vioolspel krijgt het een meer Aziatisch tintje. Op "Dark Matter" toont Bird dat hij het fluiten als op zijn vorige albums niet verleerd is. Gewoon prachtig! Naast het nummer "Plasticities", overladen met vioolgetokkel en een wat rauw gitaargeluid is het zeven minuten durende "Armchairs" meer pittiger. Na het hemelse en slechts één minuut durende "The Supine" straalt "Cataracts" meer melancholie uit. De strijkers zijn hier zeker debet aan. "Scythian Empire", een nummer waar weer die tokkelende violen deze song inkleuren komt volgens ons hier wel de zang het mooist tot uiting. En na het vogelgekwetter in "Spare-Ohs", met onze fluitende Bird, loopt al dit gekwetter langzaam over in het afsluitende instrumentale "Yawny at the Apocalypse", met wederom duistere strijkersbegeleiding naast zijn eigen vioolgeluid. Andrew Bird gaat gewoon aan de loop met zijn luisteraar. Ingetogen en uitbundig liggen hier dicht bij elkaar in deze snufjes avontuur en eigengereidheid van deze bijzondere artiest. Het blijft één grote verkenningstocht! (release:19 maart)

ANDREW BIRD LIVE

Andrew Bird zingt, speelt en sampelt zichzelf live, zodat hij zelfs tijdens zijn soloconcerten de indruk weet te wekken dat hij een orkest bij zich heeft.

Botanique, Brussel
23 / 03 / 2007 20h

INFO:
e-mail: info@botanique.be
website:www.botanique.be
Tel. : 02-218.37.32
Fax : 02-219.66.60



CURT BOUTERSE
DOWN THE ROAD I'LL GO
Fretless Old-Time
Website: www.curt.bouterse.com
Email: contact@madcowstringband.com
Label: Eagle's Whistle Music
www.cdbaby.com/cd/bouterse

 


Fretless old-time music and traditonal American folksongs.

 

Curt Bouterse is een muzikant en instrumentenbouwer die uit de rijke traditie van zijn muzikale familie kan putten. Hij bespeelt op deze CD zelfgebouwde banjo's, of "banjer" zoals hij ze noemt in een apparte tweevinger-stijl. De banjer is fretless en de voorloper van de latere banjo. Het zijn vooral traditionele nummers die aan bod komen met een sobere begeleiding maar Bouterse slaagt er toch in om voldoende afwisseling tussen de verschillende nummers te brengen, ook door het gebruik van de dulcimer en de autoharp. De grootste verrassing is echter dat op deze CD de "Seneca Square Dance" staat, een traditioneel nummer dat hier gekend is van de film "The Long Riders" met muziek van Ry Cooder. En wat blijkt: deze mijnheer Bouterse werkte mee aan de soundtrack van de film en bespeelde voor dit nummer een Chinese (!) hammerd dulcimer (in het nederlands: een hakkebord, een met snaren bespannen platte doos waarbij de snaren met hamertjes aangeslagen worden). 10 van de 18 nummers zijn traditionals met o.a. "Handsome Molly" en "Scoldin' Wife" die aan Derroll Adams doen denken, "Pretty Polly" en een heel originele uitvoering van "Angelina Baker/Sally Goodin". Voor de liefhebbers van old-time en folk is dit een geslaagde CD.
(mandokaz)

 


BURRITO DELUXE
DISCIPLES OF THE TRUTH
Website: www.burritodeluxe.com
www.myspace.com/burritodeluxeband
Email: band@burritodeluxe.com
Info: CDA Promotions - Nashville
CDAnashville@aol.com
Label: Luna Chica Records

 

Flying Burrito Brothers-gitarist 'Sneaky' Pete Kleinow is op 72-jarige leeftijd overleden. De steelguitar-speler speelde eind jaren '60 een belangrijke rol in de ontwikkeling van de countryrock en hij had invloed op groepen als Eagles, Steve Miller Band en Poco. Kleinow speelde als sessiemuzikant bij artiesten als John Lennon, Linda Ronstadt en Joni Mitchell, maar werkte ook met bijvoorbeeld de Bee Gees en Sly and the Family Stone. In 2000 richtte hij Burrito Deluxe op, waarmee hij optrad tot ongeveer twee jaar geleden Alzheimer bij hem werd vastgesteld. Pas verscheen het nieuwe album "Disciples Of The Truth", een cd van deze band waarop hij nog meespeelt. De country-muziek dankt heel veel aan de Flying Burrito Brothers, (met als bandleden: 'Sneaky' Pete Kleinow, Gram Parsons, Chris Hillman, Chris Ethridge) een band die eind jaren zestig en begin jaren zeventig probeerde het midden te vinden tussen country en pop. Een voortzetting is country/Americana band Burrito Deluxe, waarbij wijlen origineel bandlid Kleinow, hulp kreeg van Garth Hudson van the Band en Carlton Moody van the Moody Brothers op hun vorige album, "The Whole Enchilada" uit 2004. Voor het nieuwe album werd wederom een goede ritme-sektie gevonden, en door de grote ervaring van de bandleden klinkt alles perfekt. Het is niet meer zo wereldschokkend als vroeger, maar deze veteranen bewijzen hun bestaansrecht. In deze uiterst solide ritme sectie treffen we de bandleden Carlton Moody (vocals, akoestische gitaar, banjo en mandolin), Walter Egan (elektrische gitaar en vocals), Jeff 'Stick' Davis (bas en vocals), Richard Bell (piano, orgel, clavinet en accordeon) en Bryan Owings (drums en percusie) aan. Naast wijlen 'Sneaky' Pete Kleinow waren er gastbijdragen van ondermeer Cindy Cashdollar, Mike Daly en Al Perkins op steel en dobro, Daniel Dugmore op steel en banjo, Barry 'Byrd' Burton en Richard Ferreira op gitaren en de percussionisten Craig Krampf en Rick Lonow. Backing vocals horen we van o.a. Joy Lynn White, Blue Miller en Rick Schell. Samen brengen ze countryrock, geen ingewikkelde arrangementen, maar goed in het gehoor liggende twang met teksten die ons vertellen waar het op staat - dat is de countryrock die ik graag mag horen: Rockin’, twangy, rootsy en swampy. Luister maar naar het openende "Out Of The Wilderness", deze song geeft met het meer accordeon en dobro werk een meer two-step cajun gevoel. Het nummer "On A Roll" waar Walter Egan de vocals voor zich neemt zou evengoed op een plaat van Tom Petty kunnen staan. Daarentegen doet de single "Sun Will Rise" ons meer denken aan het gedreven werk van The Eagles, met een funky backbeat van The Band. Andere uitschieters zijn het melancholische meesterwerk "Wrong Side Of Town", de titeltrack, de Americana ballades "Front Row Seats To Heaven", "Wichita" en "Who's Gonna Love You" naast de echte reeds vernoemde countryrockers natuurlijk. "Disciples Of The Truth" is als hun voorganger "The Whole Enchilada", een uiterst geïnspireerde collectie songs geworden, die luid en duidelijk illustreert dat deze heren terecht een inspiratie zijn voor generaties muzikanten. Verantwoordelijk voor productie en dus ook het uitstekende geluid is Greg Archilla (Matchbox 20, Neil Young, Santana, Edwin McCain) voor Luna Chica Records. "Disciples Of The Truth" is een briljante plaat die geen enkele rootsliefhebber over het hoofd mag zien. Een juweeltje waarin de magie uit de jaren ’70 nog steeds af en toe bovendrijven. En de uptempo nummers blijken zich uitstekend te lenen voor het bouwen van een feestje. Duidelijk is wel dat deze plaat vol staat met perfecte muziek die weliswaar door sommigen als te glad zal worden beschouwd, maar onomstotelijk kwalitatief zeer hoogstaand is.

 

De country-rock groep Burrito Deluxe geeft in juli een aantal optredens in Europa om hun nieuwe album "Disciples Of The Truth" te promoten. De 5-mans formatie is o.a. in Gascony bij het Mirande Festival in Frankrijk, het Mr. Banjo Festival in Barcelona, Spanje, in Maidstone, Londen en Norwich in Engeland en in Boyle in Ierland. Voor uitgebreide informatie over de optredens surf naar www.burritodeluxe.com.

 



WINTERPILLS
THE LIGHT DIVIDES
Website: www.winterpills.com
www.myspace.com/winterpills
Mail: cranky@winterpills.com
Label: Signature Sounds Recordings
www.signaturesoundsd.com
Distributie : Munich Records
www.munichrecords.com

 

De twee sterke stemmen van Philip Price en Flora Reed en vooral hun samenzang vormen de basis van alle 13 songs op dit tweede album van Winterpills, een groep die ontstond in Northampton, Massachusetts. Zelf zeggen ze beïnvloed te zijn door artiesten als Joni Mitchell, Bjork, Neil Young, George Harrison, Leonard Cohen, Sam Beam (Iron And Wine) en Innocence Mission. Vooral deze laatsten hoor ik terug in de songs van Winterpills op dit album "The Light Divides". Hun eerste album "Winterpills" dat werd uitgebracht in de herfst van 2005 bevatte eigenhandig geschreven songs die aangaven dat deze band voldoende potentieel had om een plaatsje af te dwingen in de Amerikaanse muziekscene. De liedjes op deze nieuwe CD zijn een mix van vlotte popsongs, slow core en alt.country met voornamelijk stemmingsvolle gitaarmuziek. "Hide Me", "Handkerchiefs", "Broken Arm", "Shameful" : het zijn allemaal nummers die zo de radio op kunnen. Doordat de songs nogal afwisselend zijn gaat dit schijfje nooit vervelen. "Eclipse" is een rustige ballad die door de sterke vocalen van Price en Reed blijft boeien tot het einde. Ook intrigerend is "I Bear Witness" dat iets mysterieus over zich heeft. Herinneringen aan de stem van Elliot Smith komen op in "Angels Fall", een song over hulpeloosheid. De sterkte van de cohesie tussen de melancholische stem van Philip Price en de charmante, wat hese stem van Flora Reed wordt meesterlijk gedemonstreerd in "June Eyes" dat met minimale begeleiding van cello en akoestische gitaar iets dreigends uitstraalt. De meeste liedjes gaan over droefheid en het vinden van troost zoals in "Lay Your Heartbreak" met deze tekst : "Lay your broken body down, lay your heartbreak, everything is gonna change…you'd make me feel so good if you'd come here and cry." Meestal beginnen de songs ook voorzichtig en zwellen ze daarna aan door de toevoeging van meerdere instrumenten om te eindigen in volle glorie. Afsluiter "A Folded Cloth" - overigens mijn favoriete nummer - demonstreert dit ten volle. Al bij al is "The Light Divides" een zeer genietbare CD die professioneel werd samengesteld en ontspannende, goede songs bevat.
(valsam)


DAVE DERBY
DAVE DERBY AND THE NORFOLK DOWNS
Website: www.davederby.com
www.myspace.com/davederby
Mail: info@davederby.com
Label: Reveal Records
www.reveal-records.com
Distribution : Vital Sales and Marketing
www.vitaluk.com

 

De muzikale carrière van Dave Derby loopt vele jaren synchroon met die van de Britse popartiest Lloyd Cole, die hem op deze tweede solo-CD met raad en daad bijstaat. In 2003 verscheen zijn eerste album "Even Further Behind" (www.cdbaby.com/cd/derby) en nu brengt hij voor Reveal Records de opvolger uit "...And The Norfolk Downs". Dit zilveren schijfje verdient goud voor de 11 loepzuivere popsongs die er op gebracht worden. Snelle kopers krijgen er meteen een limited edition van met nog twee extra songs die beiden overigens ook zeer de moeite waard zijn. De van New York afkomstige Derby is ook een goede gitarist en schrijver van mooie nummers met melodieuze gitaarriffs met inclusief teksten vol van spitsvondige woordspelingen. "Come On Come On" geeft de aftrap en is meteen raak. Daarna wordt er wat geswingd op "Beaten Down" en dan volgt al meteen het hoogtepunt van deze CD, een zeer mooie ballad "Oh True" dat onvergetelijk wordt gemaakt door de muzikale en vocale bijdragen van Lloyd Cole en Jill Sobule. Emotioneel wordt het op "Overnight Low" dat het recente overlijden van een vriend uit de kinderjaren in detail beschrijft met alle leed maar ook met mooie herinneringen die terug voor de ogen komen. Andere schitterende mierzoete ballads zijn "Never Leave" en "You Got To Go". Maar ook rocksongs kan hij schrijven, getuige daarvan "Even In Darkness" en "Olivine". Het vrienden- en gastenlijstje op deze CD is op zijn minst indrukwekkend te noemen : Joan Wasser (Joan As The Policewoman) doet de back-up vocals op "My Back Issues", Kevin March (drummer van Guided By Voices), Chris Brokaw (gitarist bij Come & Steve Wynn) en Marc Capelle (American Music Club) op flugelhorn bij "Come On Come On". De muziek op "...And The Norfolk Downs" lijkt bijwijlen op wat Neil Young ooit componeerde voor "On The Beach" en wat Fleedwood Mac produceerde voor "Tusk" maar er zijn ook invloeden te horen van Ryan Adams en Sparklehorse (vooral in "Sugar And Violets"). Je ziet maar wat je er mee doet, voor mij is dit duidelijk één van DE platen van het voorjaar en ik zal ze nog meermaals in de CD-lader schuiven waarna het genieten opnieuw kan beginnen.
(valsam)



FINN AND THE SHARKS
SHARK THERAPY
BUILT TO LAST
Website: www.myspace.com/finnthesharks
Email: rouesong@aol.com
Label : Upsouth Records
www.myspace.com/upsouthrecordings
www.cdbaby.com/cd/finnsharks
www.cdbaby.com/cd/finnsharks3


"Sounds like 100% genuine and authentic Sharkabilly Music! "



Steven "Muddy" Roues en Billy Roues maken al een eeuwigheid deel uit van het roots/rockabilly bandje Finn and the Sharks en liggen bij de jongens van Rootstime, bij wijze van spreken, midden in het bed. In het verleden schonken wij al uitvoerig aandacht aan hun album "Shark Therapy" (Maart '05) en ook hun schijfje "The Roues Brothers" ontsnapte niet aan onze aandacht. (Mei'06). Een reünieconcert in 2004 bracht de Roues Brothers opnieuw in de belangstelling en het recente album "Build To Last" bouwt een aardig verlengstukje aan hun al indrukwekkende carrière die zich voornamelijk afspeelde in de jaren '80 en '90. Een uitgebreid overzicht van al hun aktiviteiten kan je vinden op www.cdbaby.com/cd/finnsharks3, en om je eventjes te doen watertanden plaatsen wij enkele namen in de schijnwerpers ... BB. King, Dave Edmunds, Joe Ely (in april op Blue Highways Utrecht), Buddy Guy, Bo Diddley, Albert Collins... De sampler (vier songs) die nog steeds te koop wordt aangeboden op CD Baby (www.cdbaby.com/cd/finnsharks2) lichtte een tipje van de sluier en deed ons reikhalzend uitkijken naar de overige twaalf songs. Onze verwachtingen werden niet beschaamd en de opener "Rip Roarin' Ready", "Test Of Time", "the Way" en "Built To Last" geven meteen aan waar het om draait bij Finn & the Sharks ... leuke roots/rock. "Slide a Little", "My Checkered Past" en "That's All She Wrote" zouden Phil Alvin (the Blasters) zijn befaamde grimassen tevoorschijn kunnen toveren en "Met "As Soon As My Head Hit the Pillow" zitten James "the Finn" Finnen (lead vocals, standup bass, guitar and baritone sax), Billy Roues (lead guitar and vocals) Steven "Muddy" Roues (stand up bass, acoustic guitar, harmonica and vocals) en Ed "The Hammerhead" Steinberg (drums and vocals) in het vaarwater van Big Sandy en Deke Dickerson terwijl de songs "Everything's Different on Sunday", "Don't Get Me started" uitstekend zouden passen in het (afgelopen) Raul Malo/Mavericks tijdperk. Waarschijnlijk bedoeld als het commercieel luikje van een album dat met "Honey Hips" een leuk smoelschuivertje en backingvocals à the Jordainers een extra steuntje verkrijgt maar dan moeiteloos Chris Isaak doet blozen met "When You Dance" en de stramme knoken van Chuck Berry/Dave Edmunds doet rocken op "You're My Desire". Jammer van het overbodige "Adios" dat een smet(je) werpt op dit uitstekende album dat nogmaals bewijst dat muziekmaken misschien een "Foolish Passion" is voor vele mensen.

 


IBRAHIM FERRER
MI SUENO
Website: www.montuno.com
Email: info@montuno.com
Label: World Circuit Records / www.woldcircuit.co.uk
Distr:Munich Records / www.munichrecords.com

 

Eindelijk verschijnt nu dank zij World Circuit Records het langverwachte 'Bolero' album van Ibrahim Ferrer, dè publieksheld van de Buena Vista Social Club. Hij voltooide dit album kort voor zijn dood. Vol passie en tederheid maar ook met een onevenaarbare en onweerstaanbare swing, vormt Ibrahim Ferrer bekende songs naar zijn eigen herkenbare, frisse en uiterst sfeervolle stijl. Ibrahim zegt zelf: "In het verleden werd ik nooit toegestaan boleros te zingen. Mijn stem zou er zich zogezegd niet toe lenen. Mijn stem zou niet mannelijk genoeg klinken om dit te doen, maar dankzij de Biena Vista Social Club, werd er een deur geopend naar deze muziekstijl waar ik zo van hield, en was ik waar ik wou zijn, boleros zingen". Ibrahim Ferrer, lange jaren schoenpoetser in Havana, bracht het op het eind van zijn leven tot lieveling van miljoenen fans die de Cubaanse muziek een warm hart toedragen.Vooral dank zij Ry Cooder's project "Buena Vista Social Club". Tien jaar geleden werd de man plots wereldbekend, samen met kompanen als Compay Segundo, Omara Portuondo en Rueben Gonzalez, en haalden zij de "Son", tot dan toe een minder bekende Cubaanse muziekstijl, die steeds in de schaduw van de "Salsa" gestaan had, uit de vergeethoek en maakten er een wereldsucces van. Twee jaar geleden deed hij een toernee met het "Mi Sueno" project, en kon hij eindelijk zijn geliefde boleros voor een groot publiek ten gehore brengen. Spijtig genoeg was 't drie dagen na een promotionele toer doorheen Europa, met dit programma, dat Ibrahim overleed. Normaal was deze cd gepland voor begin 2006, maar ze werd uitgesteld door zijn dood tot nu. Dit album werd in Havana opgenomen met een klein combo met muzikanten van wereldfaam zoals de pianist Roberto Fonseca (tevens producer), Calciato Lopez op bas en Manuel Galban als gitarist. De cd was niet helemaal beëindigd maar Ibrahim vroeg op zijn sterfbed om de cd toch af te maken met de demos die hij ingezongen had. Door de verwarring die ontstond door zijn plotse dood, bleken de tapes echter een tijdje zoek te zijn, maar werden gelukkig uiteindelijk teruggevonden, vandaar de vertraging in de release ervan. Met zijn fluwelige, mooie stem brengt hij ons bekendere ("Perfidia" - "Quizas Quizas") en minder bekende Boleros ("Cada noche un Amor" - "Dos Almas") en bewijst hij ons dat zijn stem wél past bij zijn geliefde genre. Heel mooi is "Melodia del Rio" een song die niet zou misstaan hebben op om het even welke "Buena Vista" cd. Jammer dat hij zijn droom "Mi Sueno" niet zelf heeft kunnen zien verschijnen, maar hij heeft hem wel waargemaakt! (release:19 maart)
(RON)