ROOTSTIME cd reviews

ARCHIEF - OKTOBER 2006 - NOVEMBER 2006 - DECEMBER 2006

JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007




 

The DIRTY 30s
Website: www.d30s.com
www.myspace.com
Info: riley@d30s.com
Label: Eigen Beheer

 

 

Eric "Roscoe" Ambel was onlangs nog te gast in ons apenlandje, als excellent onderdeel van the Yayhoos (samen met Terry Anderson, Dan Baird en Keith Christopher) kwamen zij hun album "Put the Hammer Down" promoten, een schijfje dat onlangs door Bertus op sleeptouw werd genomen, maar door ondergetekende al bijna een eeuwigheid geleden onder de loepe werd genomen. Diezelfde Ambel was in het verleden erg nauw betrokken bij de ons aller geliefde Bottle Rockets en wij kwamen hem onlangs nog tegen als producer van het album "In The Raw" van de Spaanse rootsrockers Sugar Mountain (rev : Nov '06). Een tijdje geleden rekende hij het tot zijn verdomde plicht om het prettig gestoord gezelschap The Dirty 30s onder zijn hoede te nemen en de jongens zullen het geweten hebben. (neem maar eens kijkje op hun My Space Music Blog). Geboren en getogen in Cape Girardeau serveren Jason Riley (Acoustic Guitar/Vocals), Jeb Venable (Bass Guitar), Brian Heuring (Lead Guitar) en Stu Farris (drums) een aardig potje Missouri rock & roll from the Southeast side ... sommigen gewagen zelfs dat de sound van the Dirty 30s wel eens het resultaat zou kunnen zijn mochten the Replacements zich ooit aan the Southern Rock begeven. (Misschien dat daarom hun "Searchin" in de aanvangsfase wat lijkt op "Sweet Home Alabama"). Drie scheurende gitaren die nergens uit de bocht gaan en een drum .. de traditionele bezetting voor een fraai twangy roots / rock album dat zowel de "city slickers" als "the country boys" kan bekoren. Zelfs onze Arno moet zich in zijn nopjes voelen met songs als "Justine" en "Swampeast", Buddy Miller gaat beslist uit de bol voor "the Country Song" en the Backsliders/Bottle Rockets vinden hun gading in "Rode Hard", "The Crackle" en "How Long". Wanneer het tempo eventjes wordt teruggeschroefd mag de "Leatherskin Woman" ten tonele komen in the "Slow Summer Night". Aanstekertjes in de lucht en een fraaie afsluiter van een prachtig album dat Ambel gaat opzadelen met gewetensproblemen ... hoe kan je nu je eigen dorps/stadsgenoten (the Bottle Rockets) zulke stevige concurrentie aandoen ?



THE BRAINS BEHIND PA
BETTER FOR THE DEAL
Website: www.billprice.info/brains
E-mail: bbp@billprice.info
Label:Grass Magoops Records
Info: www.hemifran.com

 

Deze groep met een van de origineelste namen ooit gehoord, is in 2000 door singer-songwriter Bill Price en gitarist Gordon Bonham opgericht en even later is ook Garry Bole hun komen vervoegen. Dit trio maakte in 2001 hun debuut "Old Hat", een zeven songs tellende collectie traditionele folk- en bluesliedjes, geschreven door Bob Dylan of zijn voorbeelden, zoals Woody Guthrie. Natuurlijk kon een vervolg met eigen materiaal niet uitblijven. Voor die er kwam werden evenwel met Jeff Chapin en Jeff Stone respectievelijk eerst nog een drummer en een bassist aangetrokken om de groep een meer gevulde sound te bezorgen. Voeg daarbij dat Garry Bole zowat met ieder denkbaar instrument uit de voeten kan en je weet dat je met deze band alle kanten op kan. En met "Better For The Deal" is deze opvolger nu eindelijk een feit. Bill Price schreef ditmaal alle songs zelf. En dan vraag je je af waarom hun debuut vol met covers stond, want een song schrijven is voor hem een gave die hij tot in de puntjes beheerst. Zijn songs combineren goeie teksten met een uiteenlopendheid van stijlen die je met verstomming slaan. De varieteit van de nummers is onbeperkt. Van rootsy popballads ("Silver Spade") en stevige rock ("Ship Of State" en "Mud Room") tot prachtige Americana ("Look Out Below"), alternatieve country ("The Other Side Of The River -Drowning Of Thirst"), blues ("Lookin’ Crooked-Those Drier Side Blues"), en zelfs cajun ("The Point Of Departure"). Je kunt het zo gek niet bedenken of deze kerels kunnen 't aan, en hoe! Bill Price blijkt niet alleen een geweldige songwriter te zijn, maar ook een prima zanger. Zijn stem deed ons bij momenten een beetje denken aan Dan Stuart van Green On Red. Onze frontman heeft dan ook terecht zijn eigen solo debuut uitgebracht in de zomer van 2003, nog voor deze opnames begonnen zijn in 2004. Twee jaren werd aan deze plaat gewerkt, wat ook duidelijk hoorbaar is. Hier is niet over een nacht ijs gegaan. Een prachtplaat van Bill Price en zijn band. Vijftien sterke songs op een rijtje. Ik zou zeggen: Buy this, you can't get anything "Better For The Deal"!
(RON)



MARK OTIS SELBY
AND THE HORSE HE RODE IN ON
Website: www.cdbaby.com/cd/mselby
Email: info@markselby.com
label: Pepper Cake
Distr.: ZYX Music
music.garden@ZYX.DE

 

Een paar maanden geleden werden we al getipt over deze cd, maar nu is hij bij Rootstime aangekomen en gelukkig maar, want wat is dit een mooie plaat. Mark Selby is een singer/songwriter woonachtig in Nashville met de slidegitaar als handelsmerk en heeft zich door de jaren ook als begenadigd tekstschrijver ontwikkelt. Hij heeft inmiddels 4 #1 hits op zijn naam staan, geschreven voor o.a. Dixie Chicks ("There's Your Trouble"), Kenny Wayne Shepherd ("Blue On Black") dat door Billboard in 1998 werd uitgeroepen tot 'Rock track of the year'. Recent schreef hij hits voor Tammy Cochran, Wynona Judd, Trisha Yearwood en JoDee Messina. Voor het label Vanguard bracht hij 2 albums uit "More Storms To Come" (2000) en "Dirt" (2003), twee platen waarop hij reeds zijn kunnen etaleerde en dat is tamelijk indrukwekkend. In het recente verleden speelde hij o.a. met Kenny Rogers, Ronnie Milsap. Live-optredens waren er o.a. samen met B.B. King, Jeff Beck, John Mayer, Robert Cray, Lynyrd Skynyrd, Collective Soul, Levon Helm, en Fabulous Thunderbirds. Een man met een enorme staat van dienst en nu met weer een prachtig album op de markt, "And The Horse He Rode In On", een album dat volledig akoestisch werd opgenomen. Selby manifesteert zich nog steeds als een briljant slide-gitarist, maar hij is meer dan dat. We horen een gitarist die de pannen van het dak kan spelen, maar die ook de kunst van het weglaten beheerst en bovendien in vele stijlen uit de voeten kan. Blues doordrenkt met roots en rock en ... werkelijk fenomenaal gitaarwerk. Op de veertien songs begeleidt hij zichzelf op gitaar, en zijn hoge stem klinkt met voldoende expressie om een hele cd in zijn eentje te kunnen dragen. Dat is, dunkt me, een hele kunst. Naast eigen werk, ook prachtige covers van Bob Dylan ("Down In The Flood"), Jimi Hendrix ("Little Wing") en Gary Brooker ("A Whiter Shade Of Pale"). Selby is een uitstekend gitarist die over een lekkere doorleefde stem beschikt, zo ééntje met veel gruis. Er zit eigenlijk alles in: stevige rock, oude blues en enkele mooie akoestische (1974 Mossman acoustic guitar) door een dobro, accordeon en orgel gedragen liedjes. De arrangementen zijn overal even spannend en geraffineerd, terwijl ook hier, net zoals bij zijn Vanguard platen, de juiste rauwe blues-"feel" overal in doorklinkt. En wat de cd vooral zo goed maakt is dat hij met een bijzonder gevarieerd repertoire toch een cd heeft weten te maken die een eenheid vormt. Kortom: Mark Otis Selby vertolkt met zijn indringende stem en zijn herkenbare gitaarspel de nummers op zo'n intense en beklemmende manier dat deze direkte aanpak een breekbare dreigende sfeer wordt opgewekt, waarin Selby op pad gaat door de blues/roots-geschiedenis. "And The Horse He Rode In On" is een absolute topplaat!


K.C. Mc KANZIE
THE WIDOW TRIES TO HIDE
Website : www.kc-mckanzie.de
www.myspace.com
Info: kc-mckanzie@web.de
Label: Bluebird Café Berlin Records

 


 

 

 

 

K.C. Mc Kanzie (1981) en Joe Budinsky (1969) vormen sinds 2003 het duo ... K.C. Mc Kanzie, een beetje vreemde naamkeuze misschien maar het tweetal uit Berlijn zal er wel zijn redenen voor hebben. Singer/songwriter K.C. Mc Kanzie hanteert ook nog de banjo en gitaar terwijl Joe aardig uit de voeten (?) kan op (kontra) bas, banjo en geregeld de backingvocals voor zijn rekening neemt. Het duo is met het album "The Widow Tries To Hide" niet aan zijn proefstuk toe want eerder verscheen in 2004 het schijfje "Weird Tunes From A Wild Mind". Een album dat aan onze aandacht ontsnapte en dat is eigenlijk een beetje jammer want K.C. Mc Kanzie zou in de dertien songs de meest uiteenlopende (vrouwelijke) personages invullen. Gaande van braaf schoolmeisje, lief huismoedertje tot de op seks en geld beluste hoer... thema's die tot de verbeelding spreken. Met de veertien zelfgepende songs die je kan terugvinden op de opvolger "The Widow Tries To Hide" verblijft het duo in de folk / country / bluegrassmiddens en laat geen moment onbenut om wat jazzy invloeden aan te wenden. Een album dat wat verwondering, vraagtekens en lichte wrevel oproept omdat enerzijds het duo wel degelijk iets in zijn mars heeft maar anderzijds door de wat amateuristische vorm van promoting heel wat kansen laat liggen. Zo beschikken wij over een zelfgemaakt copietje met weinig of geen info, zijn de songteksten spoorloos en hebben wij de indruk dat de opnames zijn ingeblikt zonder te schaven aan de traditionele schoonheidsfoutjes. Zo hoor je duidelijk de double-bass brommen op "Hobo's Lullaby" en hebben wij de indruk dat de dame in enkele songs wat moeite heeft om de juiste toonladder te vinden. Bovendien werkt de minieme instrumentale omkadering ook niet bepaald stimulerend en krijg ik de indruk dat er eigenlijk voor dit album veel meer ingezeten had. Een groter budget, een producer die van wanten weet en het duo K.C. Mc Kanzie zou in de voetsporen kunnen geraken van Gillian Welch/David Rawlings, Suzanne Vega, Michelle Shocked, Sandy Denny... nu vrees ik ervoor dat zij ter plaatse blijven trappelen.

 



ROB LUTES
RIDE THE SHADOWS
Website : www.roblutes.com
www.myspace.com
Email: roblutes@videotron.ca
Label : Zeb Productions
Info: Brian Slack
zeb@vl.videotron.ca
www.cdbaby.com/cd/lutesrob2

 

"I like songs that capture a snapshot of emotion or some event,” says singer/songwriter Rob Lutes. “And I like stuff that has some meaning.”

 

Collega Benny Metten liet zich onlangs erg positief uit over het album "Ride The Shadows" van Rob Lutes en ook Chris Smither ("Great songs. I really like Rob's style" en onlangs nog op toernee door de Lage Landen) heeft wel een boontje voor deze Canadees. Niet verwonderlijk want net als Smither zweeft Lutes met zijn prachtige storytellingsongs door het folk, roots, blues, Americana heelal en weet het op zulke wijze in de etalage te plaatsen dat hij in 2001 als primus uit de bus kwam op het vermaarde Kerrville Songwriting gebeuren (zie foto). Met het album "Ride The Shadows" maakt Lutes een bewuste keuze, de muzikale omkadering blijft netjes beperkt en het lijkt wel of de man teruggrijpt naar de "unplugged" rage die destijds miljoenen muziekliefhebbers aan het MTV scherm gekluisterd hielden. Elf zelf gepende songs die baden in een erg aangenaam akoestisch sfeertje en rustig voortkabbelen. Wanneer Lutes dan toch zijn stem ietwat verheft lijkt het wel of John Hiatt erg dicht in de buurt is, maar ook Randy Newman,Terry Garland, Harry Manx, Jesse DeNatale, Jeffrey Foucault, Van Morrison gluren om het hoekje. Of Rob Lutes die status ooit haalt blijft een vraagteken maar met pareltjes als "Throw Me From This Train", "I Still Love You" en "House Of Dreams" lijkt hij op goede weg. Ook zijn cover van de klassieker "That's How Strong My Love Is" (Rolling Stones, Otis Redding, Bryan Ferry, Candi Staton, Percy Sledge..) mag er best wezen, al gaat mijn voorkeur uit naar Buddy Miller's versie op het album "Poison Love".

Eerder verschenen albums :
"Gravity", 2000, Zeb Records
"Middle Ground", 2002, Zeb Records



EDIE CAREY
ANOTHER KIND OF FIRE
Website: www.ediecarey.com
www.myspace.com
Email: ec@ediecarey.com
Info: www.hemifran.com
Label: eigen beheer
www.cdbaby.com/cd/ediecarey5


"Elegant folk-pop...rich with humanity & insight"

 

U moet beslist eens even een oor te luister leggen bij deze Edie Carey, het nieuwe album van deze uit Boston komende singer-songwriter is gewoon ongelooflijk mooi. Zij wordt door Americana die-hards gekoesterd als een goed te bewaren geheim, doch we moeten ze nu teleurstellen want met deze nieuwe plaat "Another Kind Of Fire" gaat zij ongetwijfeld de anonimiteit achter zich laten. Op de derde en vierde cd van Carey, de cd's "Come Close (the live photo album)" (2002) en "When I Was Made" (2003) bewees ze reeds een zeer vakkundige liedjesschrijfster te zijn die zich met gemak in het rijtje Jonatha Brooke en Shawn Colvin liet plaatsen. En nu met het nieuwe album kunnen we daar gerust Patty Griffin, Lori McKenna en Kris Delmhorst aan toevoegen. In 1998 besloot Carey haar gitaar onder het stof vandaan te halen hetgeen resulteerde in haar debuutalbum: "The Falling Places". In zeer korte tijd won ze een grote populariteit in de omgeving van Boston en nu dreigt ze de harten te gaan winnen van heel folkminnend Amerika en West-Europa. In 2000 maakte ze nog meer indruk met haar tweede cd "Call Me Home", een lijn die ze gewoon doortrekt over haar reeds vermelde opvolgers: mooie luisterliedjes in een mix van folk, pop, country en singer-songwriter stuff. De verrassing is er dus een beetje af, maar dat betekent niet dat "Another Kind Of Fire", minder is dan de voorgangers, integendeel. Voor "Another Kind Of Fire" kon Carey rekenen op Crit Harmon (Martin Sexton, Lori McKenna) als producer, dan weet iedere rootsliefhebber een beetje wat hun te wachten staat. Zoals steeds neemt Carey de akoestische gitaar voor haar rekening en laat zich ook begeleiden door een aantal muzikanten, van wie vooral Duke Devine (ekektr.-, akoest.-, lap steelgitaar, mandola) indruk maakt. Haar liedjes zijn zeer eigentijds, maar zijn ondanks dat geworteld in de rijke Amerikaanse traditie. "Another Kind Of Fire" is een sterke, overtuigende plaat geworden waarop we haar muziek ergens tussen pop, folk en Americana klasseren. Rustige folky popmelodieën, gewoon prachtig! Edie Carey heeft een innemende stem die zich soepel voegt naar de verschillende stijlen die de plaat rijk is, waardoor ze het niveau van de reeds vermelde en vergelijkbare singer-songwriters gemakkelijk haalt, wat betekent dat haar cd’s door liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters blind gekocht kunnen worden. Iedereen die "Another Kind Of Fire" aanschaft zal daar zeker geen spijt van krijgen. U bent gewaarschuwd!


 

 

SOUTHERN CULTURE ON THE SKIDS
COUNTRYPOLITAN FAVORITES
Website: www.scots.com
www.myspace.com
Label: Yep Roc Records
www.yeproc.com
Distr.: Munich Records
www.munichrecords.com



Het ultra koele Yep Roc-label uit Chapel Hill, North Carolina begint bij hun nieuwe distributeur (Munich Records) met een uiterst fijn plaatje van de lokale herrieschoppers Southern Culture On The Skids. "Country Culture On The Skids" is de opvolger van "Liquored Up And Lacquered Down" (2000), "Mojo Box"(2004) en hun liveplaat "Doublewide And Live" van vorig jaar en stelt beslist niet teleur. Sinds '85 alweer combineren dit maffe gezelschap al het goede uit het zuiden van de VS. Rockabilly, country, surf en blues gespeeld met gitaren in die onvervalste twang-sound. Nog steeds bestaat de groep uit Rick Miller, Mary Huff en Dave Hartman en zijn ze na hun prachtige optredens in Ospel (Moulin Blues 2002) en Peer (Belgium Rhythm n Blues Festival 2004) en deze laatste liveplaat, terug met een studioplaat, één van hun leukste cd's. "Countrypolitan Favorites" is een prachtige coverplaat met hun onweerstaanbare mix van rockabilly, swamp rock en pure pop, om smaak gebracht met een flinke dosis humor. Liedjes waarmee de Scots garant staat voor een vermakelijk uurtje. Door de op zich prima productie van Rick Miller, klinkt deze cd wel wat minder rauw dan ik graag van dit soort muziek hoor, maar daar staat tegenover dat de nummers die door Mary gezongen worden hierdoor beter tot hun recht komen. De zonnige Dick Dale-gitaren, de rammelende drumpartijen en de gezonde meligheid van deze prettig gestoorde heren en dame komt steengoed naar voren op het 15 tracks tellende album. Waar dit trio meestal kiest voor teksten met een volstrekt politiek incorrecte verzameling viezigheid over drank, drugs en gewillige vrouwen en bij voorkeur een combinatie van de drie, weten ze ons nu te verrassen met een fantastische reeks liedjes die bij voorkeur met de volumeknop op 11 genoten dient te worden. Scots kent de klappen van de zweep inmiddels en is van alle markten thuis, getuige hun keuze van de covers: gaande van de openende versie van Don Gibson's "Oh Lonesome Me" tot hun afsluitende zeer banjo gedreven "Happy Jack" van The Who. Naast Joe South’s "Rose Garden", "Have You Seen Her Face" van The Byrds en "Life’s A Gas" van T.Rex gaat onze voorkeur naar de versie van the Kinks' "Muswell Hillbilly", een nummer dat ons meteen laat denken aan het Sir Douglas Quintet, de gitaar injectie van "Gloria" in het (pre-Creedence) Golliwogs' "Fight Fire" en de pop inbreng in de swamp blues van Slim Harpo's "Te Ni Nee Ni Nu". Kortom: Knauwende country, ronkende garage en zwetende soul verbroeden op hartverwarmende wijze in de handen van deze gedreven wildebrassen. Na twee keer luisteren zing je ongetwijfeld uit volle borst mee met deze niets-om-het-lijf-songs waarbij een krat koud bier niet ver verwijderd mag zijn!



JON REDFERN
MAY BE SOME TIME
Website: www.jonredfern.com
www.myspace.com/jonredfern
Mail: info@johnredfern.com
Label: Reveal Records
www.revealrecords.com
Distribution : Vital Sales and Marketing
www.vitaluk.com

 

Deze half Brits, half Chinese Jon Redfern werd geboren in Brighton, Engeland en bracht het grootste deel van zijn jeugd door in Noord Wales. Zijn stijl als liedjesschrijver is gebaseerd op het vertellen van persoonlijke verhalen op een traditioneel akoestische wijze zoals we die kennen van o.a. Nick Drake en Roy Harper. In zijn muziek kan je een mengelmoes terugvinden van progressieve rock tot folk, jazz en wereldmuziek. Ook veelvuldig aanwezig zijn enkele originele percussieinstrumenten zoals djembe, tabla en congas. In de voorbij jaren maakte Jon Redfern deel uit van de groep "Tarras" die 2 albums op de markt bracht, echter met gering succes. Daarna begon hij zijn solocarrière uit te werken en schreef hij een eigen repertoire bijeen met invloeden van zijn muzikale voorbeelden John Coltrane, Pink Floyd, Steve Reich en Steely Dan. Samen met multi-instrumentalist en arrangeur Patrick Durkan werd er gedurende enkele maanden hard gewerkt in de studio's aan de eerste solo-CD "May Be Some Time". Het werd een schijfje vol met intelectuele songs en emotionele diepzinnigheid. In enkele nummers is er een bijzonder plaatsje gereserveerd voor een mooie saxofoonsolo en ook voor strijkers met voorop de cello hetgeen de songs vooral aangename warmte bijbrengt. In het openingsnummer "I'm Still Young" wordt een volledig assortiment instrumenten opengetrokken waardoor het nummer bombastische Pink Floydiaanse vormen aanneemt. De song "Lost" bevat veel percussie, twee gitaren waarop met een meer dan behoorlijk vakmanschap wordt gespeeld, een drijvende basgitaarsound en een overheersend sprankelend glockenspiel van Patrick Durkan. Het ritmische "All This Time pt. 1" begint met een uitgebreid strijkerarrangement en gaat langzaam over in swingende blazerswerk. "Demons pt.1" is een eerste instrumentale nummer gedomineerd door gitaar en een zachte drum maar later overgaand in "Demons pt. 2" met opnieuw de saxofoon op het voorplan en eindigend in een zwaar georchestreerde rockopera-song. "Can't Take The Heat" is een rustiger pianonummer en de single "I Love The Sun" is een traag instrumentale nummer met in het midden een kort vocale intermezzo met zang over verloren vriendschapsbanden. In de CD-afsluiter "Somewhere" wordt opnieuw met de volledige instrumentatie naar een echte apotheose toegewerkt, een werkelijk bombastische finale. Daarna kan je opnieuw van vooraf aan beginnen en bij een nieuwe beluistering telkens weer andere en nieuwe geluidjes ontdekken. "May Be Some time" van Jon Redfern is een leuke en stijvol geproduceerde CD geworden op dit label Reveal Records waarvan we deze maand ook al een andere verrassing mochten ontvangen in de vorm van de CD van Dave Derby (zie bespreking even verder - maart 2007).
(valsam)



TIMO GROSS
DOWN TO THE DELTA
TRAVELLIN'
Website: www.timogross.com
www.myspace.com/timogross
E-mail: contact@timogross.com
Label: House-master records
www.cdbaby.com/cd/timogross
I-tunes (worldwide).

 

Anderhalf jaar geleden verscheen het debuut van Timo Gross "Down To The Delta" waarop zoveel positieve reacties in de pers verschenen dat zijn agenda op korte tijd voor maanden volgeboekt stond.Tijdens de lange reeks optredens door half Europa die volgden schreef Timo Gross verschillende nieuwe songs over het leven, "on the road" songs over heimwee, aankomen, uitpakken, spelen, inpakken en weer weg wezen. Alle droefnis en alle plezier van het muzikantenleven zit in zijn teksten van "Travellin", zijn opvolger die pas verschenen is. Maar laat ons even terug gaan in de tijd, naar het begin van Timo's carrière, en da's een hele tijd terug, reeds 20 jaar ervaring heeft deze man. Niets liet vermoeden dat deze gitarist ooit zulke mooie bluesalbums zou maken, want hij begon zijn loopbaan als begeleider van Kathy Kelly (Kelly Family), Chris Norman (Smokie) en de boys- band Bed & Breakfast. Niets kon hem er echter van weerhouden zijn droom uit te voeren, een eigen bluesplaat maken. Die kwam er dus in 2005: "Down To The Delta" was de titel en ze leek wel in de Mississippi Delta gemaakt in plaats van de Rijn Delta. We zullen ze even voor u nader bekijken. Titelsong "Down To The Delta" is al dadelijk een sterke song, voorzien van mooi gitaarwerk en de stem van Timo mag er ook best zijn. "Diggin' In The Dirt" is funky met een knappe blazerssectie en heeft een "Little Feat" feel. Ook "Sugar Mama" heeft duidelijke invloeden uit die richting en is zowat mijn favoriet op deze CD. Natuurlijk zoals op bijna elke blues CD, ook weer enkele bekende covers zoals "Further On Up" (Bobby Bland) en "All Your Love" (Otis Rush), maar steeds hebben deze covers een eigen nieuw jasje. Je hoort ook aan de band dat er met plezier en vakmanschap, om zo te zeggen, losjes uit de pols gespeeld wordt. Niet moeilijk natuurlijk na 20 jaar live optredens en jammen. Timo blijkt een uitstekende gitarist te zijn, die zijn soleerwerk echter niet opdringerig naar de voorgrond schuift, integendeel, je verlangt eerder naar meer van die soulvolle gitaar die hij ons opdient. Heel indrukwekkend is ook "Room To Breathe", een vermomde jazzy gitaarversie van Little Walter's "Down the Line" met J.J Cale gitaartjes. Als afsluiter is er het relaxte "Trouble" met akoestische slide, een mooi eindpunt van een prachtige bluesopname. Naar het nieuwe werk nu, want daar zitten jullie natuurlijk op te wachten. De aandacht wordt al dadelijk getrokken in "Cheap Ride" door een ouderwetse "grammofoon"-achtige intro, waarna het nummer in alle kracht losbarst en het prachtige gitaarwerk een voorbode blijkt van weer een cd vol puike funky blues."Lovesick" heeft iets Texaans, Stevie Ray meets Southside Johnny, want daar lijkt Timo's hese stem soms wel op. De uiterst sfeervolle slowblues "Gone Mad" en zoals op de vorige weer die Little Feat en New Orleans invloeden in "The Letter" en "One more Time". Afwisseling zat, "Sing & Swing", de titel zegt genoeg, de jazz/blues instrumental "Struttin' pt2" waarvan deel 1 op de vorige cd te vinden was, elke song heeft weer een apart sfeertje, zoals bijvoorbeeld de twee laatste songs, "Travellin" en "Stranger pt2" die een sfeer ademen van de oude akoestische traditionele Delta opnames, hier bewijst Timo ook een meester te zijn op de Resonator. Kortom, twee cd's van hoog gehalte, zonder zwakke passages. In Duitsland komt de toekomst van de blues uit Heidelberg. Timo Gross kleurt zijn blues niet enkel blauw, maar alle kleuren van de regenboog! Boekingsagenten, maak hier werk van, dat we hem live kunnen gaan zien!

(RON)



RY COODER
MY NAME IS BUDDY
Label: Nonesuch/Perro Verde Records
Distr.: Warner Bros
www.warnerbros.com
Info: www.warnermusic.nl

 

 

Ry Cooder is een Amerikaanse gitarist/zanger/componist geboren in 1947 als Ryland P. Cooder in Los Angeles. Hij speelde in Taj Mahal's The Rising Sons, Captain Beefheart & The Magic Band, maar werkte ook zeer veel als studiomuzikant. In 1984 nam hij de soundtrack voor ”Paris, Texas” op. En lezers die Ry al beter kennen, Ry is zeker de beroerdste niet en is vaak wel te porren voor een leuke soundtrack. Hij heeft er tenslotte al heel wat op zijn naam staan. Ook was Cooder medeverantwoordelijk voor de Cuba-hype die rond '99 opkwam, door zijn werk met de Buena Vista Social Club. (zie ook deze maand de recensie van Ibrahim Ferrer's, nieuwste album "Mi Sueno"). In 2003 verscheen de belangrijke wereldmuziek release "Mambo Sinuendo" van Cooder en zijn Cubaanse evenknie Manuel Galban. Dat de twee aan elkaar gewaagd zijn bewezen zij reeds in die Buena Vista Social Club. En dat is dan ook wat Ry Cooder de afgelopen tien jaar vooral bezig gehouden heeft : namelijk het promoten van de muziek van zijn Cubaanse vrienden. Cooder kon niet anders dan met een nieuw tot de verbeelding sprekend project op de proppen te komen. Het prachtige en succesvolle "Chávez Ravine" (2005), een verborgen arbeiderswijkje in Los Angeles dat ten prooi viel aan de vooruitgang, was dan ook de eerste plaat van de meester, dat hij anderhalf jaar geleden afleverde onder zijn eigen naam. Dat Cooder geweldige soundtracks kan maken is dus bekend, maar ook zonder een bijbehorende film kan Cooder over deze teloorgang van deze Latijnse enclave, een beeldend verhaal vertellen, bewijst hij voluit met deze plaat, een plaat die nu een opvallend vervolg krijgt met een nieuw conceptalbum "My Name Is Buddy". Cooder keert in muzikaal opzicht terug naar de eerste jaren uit zijn carrière. Naar briljante platen als zijn titelloze debuut uit 1970 en "Into The Purple Valley" uit 1971. Op "My Name Is Buddy" vertelt Cooder vanuit het perspectief van Buddy de rode zwerfkat, waarin het leven, de zwerftochten en de politieke opvoeding van Buddy centraal staan. Cooder laat zich bijstaan door o.a. zijn zoon Joachim en oudgediende Jim Keltner (beiden drums/percussie), maar ook een uiterst goed gezelschap van legendarische muzikanten, waaronder banjo legende Mike Seeger, zanger/mandolinespeler Roland White, pianist Van Dyke Parks, Chieftains' Paddy Maloney, accordeonist Flaco Jimenez en vele anderen. Wie Buddy Red Cat, Lefty Mouse en dominee Tom Toad op hun reis door de tijd en de ruimte vergezelt, doorkruist het mythisch Amerika. De cd is vormgegeven als een prentenboekje. Elk van de 17 songs gaat vergezeld van een kort verhaaltje en een mooie tekening van Vincent Valdez. De Cooder-thema’s van de laatste jaren zijn ook nu weer prominent. Naast stakingen ("Strike!"), vakbondslieden ("One Cat, One Vote, One Beer"), protestzangers ("Three Chords And The Truth"), zijn het vooral arbeiders, gewone mensen en landlopers die zijn liedjes bevolken ... kortom het socialistische ideaal dat hen in de goede oude tijd nog bond. Zo horen we dan oude Amerikaanse folk en lichte muziek uit de jaren vijftig, zoals Cooder het in zijn jeugd uit de krakende radio van zijn ouders moet hebben horen komen. Met "My Name Is Buddy" wil Cooder de luisteraar laten weten dat een ieder van ons een beetje van Buddy in zich heeft en dat zijn reis resulteert in zijn ontdekking wat voor soort kat hij nu is en wat voor kat hij graag wil worden. Moet gezegd: de songs zijn over de hele linie minder opzienbarend dan die op het zeldzaam sfeerrijke "Chávez Ravine", maar dit laat onverlet dat Cooder de laatste jaren in vorm is en de ideeën met opvallend gemak uit zijn mouw schudt. Kortom: Bijgestaan door oude bekenden klinkt Ry Cooder zo gedreven als in zijn jonge jaren. Heel anders dan "Chavez Ravine", maar wel weer heel goed. Dankzij de belevenissen van Buddy komt de luisteraar er achter wie hij zelf is en welke richting hij op wil. "My Name Is Buddy" is een meesterlijke plaat geworden. Vast staat dat Cooder zichzelf weer heeft overtroffen.

Discography:
• Rising Sons featuring Taj Mahal and Ry Cooder (recorded 1965/66, released 1992)
• Ry Cooder (January 1971)
• Into the Purple Valley (February 1972)
• Boomer's Story (November 1972)
• Paradise and Lunch (May 1974)
• Chicken Skin Music (1976)
• Showtime (August 1977)
• Jazz (June 1978)
• Bop Till You Drop (August 1979)
• The Long Riders (June 1980)
• Borderline (October 1980)
• The Slide Area (April 1982)
• Paris, Texas (February 1985)
• Music from Alamo Bay (August 1985)
• Blue City (July 1986)
• Crossroads (July 1986)
• Get Rhythm (December 1987)
• Johnny Handsome (October 1989)
• Trespass (January 1993)
• A Meeting By The River (1993) (with VM Bhatt)
• Talking Timbuktu (1994) (with Ali Farka Touré)
• Music by Ry Cooder (1995) (2 disc set of film music)
• Buena Vista Social Club (September 1997)
• Mambo Sinuendo (January 2003)
• Chávez Ravine (May 2005)
• My Name Is Buddy (2007)