THORBJORN RISAGER @ MUZIEKODROOM, HASSELT - 12/04/12 |
|||||||||
|
Ondanks culturele crisistoestanden blijft het muziekcentrum in Hasselt het ondergewaardeerd bluesgenre in ere houden door minstens eenmaal per maand een bluesartiest naar de gezellige club te halen. Donderdagavond was dat Thorbjorn Risager, Deen van geboorte, inmiddels een internationale wereldster die met zijn band vanuit Duitsland naar de Limburgse hoofdstad afreisde om daar twee uur lang zijn funky blues met vleugjes soul te vertolken. In een mum van tijd liep de Muziekodroom vol. Thorbjorn benadrukte in de loop van de avond meer dan eens hoe hij club en publiek, -een ‘wonderfull people’-, waardeerde, dat telkens spontaan applaudisseerde wanneer één van de artiesten het nummer met een grandioze solopartij afsloot. Volgende maand rondt Thorbjorn de kaap van veertig jaar. Hij dompelde zich echter reeds als tiener in allerlei muziekstijlen toen hij achtereenvolgens banjo, gitaar, sax en piano leerde spelen. Daarna kwam de zangscholing en het songschrijven, vervolgens de zoektocht naar een eigen band. Al bijna tien jaar reist hij nu door de Beneluxlanden en stond op de festivalpodia van Peer, Ospel, Ecaussinnes en (Ge)varenwinkel. Vooral met zijn huidige band pakt de chemie bijzonder goed, want in de Muziekodroom leek het podium aanvankelijk te klein voor die uitbarsting van zevenkoppig speelplezier, dat je ook aantreft in hun laatste album ‘Dust & Scratches’. Uit alles blijkt die onderlinge hechte verbondenheid in het musicerend septet. Frontman Risager, met open hemdkraag, kleurde met zijn stem de songs afwisselend funky, jazzy of soulvol, zoals bij het smartelijke ‘Stand Beside Me’ waarbij hij aan Ray Charles herinnert. De twee hoornblazers gooiden zich in dat karakteristieke New Orleans vitalisme dat naar alle hoeken van het clublokaal uitstroomde. Martin Seidelin, als het ware een drummer op speed, genereerde een energie als van een oververhitte stoomketel, o.m. bij ‘Baby, Please Don’t Go’. Gitarist Peter Skerning zond niet alleen ‘good vibrations’ uit, maar zorgde met zijn slidespel voor emotionele verschroeiing, o.m. bij het wanhopige ‘Hold On’, waarin trompettist Peter Kehl je hart nog meer aan stukken reet. Bij de boogie ‘The Straight And Narrow Line’’ was het dan weer pianist Emil Balsgaard die in actie kwam. Van bij het eerste ‘Burnin’ Up’ tot het kakofonisch slotakkoord bij ‘Let The Good Times Roll’ hielden de bandleden het ritme aan, af en toe onderbroken door een inlevende slowblues. Leidsman Risager stimuleerde zijn muziekkompanen om elk op beurt ook een nummer aan te kondigen. De drummer deed dit met het weemoedige ‘Back Home’, de trompettist met ‘In The Back Of My Mind’, wat hij zijn favoriet noemde en waarbij hijzelf bleef toekijken. Tijdens mijn favoriet, het verrukkelijke swampy ‘On My Way’, ruilde hij de trompet voor de kazoo. Bij de slowblues ‘To The End Of Time’ bezorgde de saxtreurnis je koude rillingen en de trompetsolo van Hans Nybo bij ‘You Better Pay Attention’ joeg kopervuur door je aderen. Ook in het tweede concertdeel lanceerde de bandleden zich met een enthousiasme alsof Hasselt het eindstation was van hun tournee, ook al wachtte de volgende dag nog Luxemburg. Dat herhaaldelijk reizen over de grenzen heen leidt soms tot verwarring wanneer men per vergissing in Duits begon aan te kondigen, zeer begrijpelijk omwille van hun groot aantal cluboptredens. De band is immers erg populair en behalve hun vijf uitgebrachte cd’s imponeert de band Live nog het meest vanuit die gedeelde drive om het publiek mee te sleuren in die onweerstaanbare energiestroom. Zelfs bij de Bis vond een hese Risager nog genoeg adem om het publiek, -dat eerder al ‘Rock ’n’ Roll Ride’ had meegezongen-, met zijn versie van ‘Twist And Shout’ aan te zuigen, waarna de band eindelijk op zoek mocht gaan naar hun tijdelijk onderkomen. Maar al is het rusteloze muzikantenbestaan dan immer in beweging, de sound, passie en feeling van hun muziek blijft gelukkig hangen.
Marcie
|
||||||||