RIVAL SONS @ AB, BRUSSEL – 07/04/15

Het moet je maar overkomen. Vanaf de eerste noot muziek die je als groep op plaat zet wordt je van voor naar achter vergeleken met Led Zeppelin. OK, je hoort hier en daar zeker wat flarden Zep passeren en redelijk wat rifs heb je precies al eens gehoord.. Maar afgelopen dinsdag hoorden we vooral veel Rival Sons. Want een eigen smoel hebben de vier heren uit Long Beach California na vier albums en eindeloos toeren toch wel. In het verleden stonden ze ondermeer reeds op Werchter en Graspop.


Charismatige zanger Jay Buchanan zingt de sterren van de hemel. Soms prachtig schor en ontstuimig, soms lekker ingetogen. Qua stem leunt hij redelijk aan tegen Paul Rodgers. En hiermee citeren we één van de beste Britse rockzangers ooit. (mooi compliment me dunkt) Gitarist Scott Holiday Is niet vies van een lekker vettig rifje en op een solo meer of minder wordt er niet gekeken, maar alles gebeurt telkens in functie van het groepsgeluid. Daarnaast doet hij zich voor als de ‘Mister Cool’ van de groep. Ook moeten we zeker ook de super soliede ritmesectie vermelden. Drummer  Michael Miley hakt er echt in, daarbij bonkend ondersteund door de bas van Dave Beste Voor de toernee wordt de groep nog aangevuld door toetsenist Todd Ögren Brooks  Zelden iemand zijn toetsen zo zien afbeulen. Hoorden we hier niet af en toe The Doors om het hoekje loeren?

Deze toernee werd opgehangen aan de kapstok ‘Great Western Valkyrie’. Maar ook werk uit hun vorige drie platen kwam aan bod. Vanaf opener ‘Electric’ wist je dat het goed zat, dat de heren er zin in hadden. De ene riff na de andere volgde elkaar in razend tempo op. Na het lekker logge ‘Manifest Destiny,Part 1 werd er pas gas teruggenomen .

Na wat podiumwissels kwamen de mannen terug voor twintig minuten intieme nummers. Akoestische gitaren, contrabas en minimaal slagwerk bepaalden nu de sfeer. En ook hier komen ze aardig weg. Na het door Holiday solo gespeelde intrumentale Nava vertolkten ze knappe versies van ‘Burning Down Los Angeles’, ‘The Man Who Wasn’t There’ en ‘White Noise’. De stomende rockgroep van afgelopen half uur was nu meer een folkgroep geworden, en wat voor één. Hier bewijst Rival Sons dat ze echt van alle markten thuis zijn. Knappe prestatie.

Maar nu weer tijd voor wat meer geweld. Ze vlogen er meteen in met misschien één van hun beste nummers ‘Torture’. Holiday mocht nog eens etalleren uit welk hout hij gesneden is. Na het iets meer poppy ‘ The Rich And The Poor’ volgde ‘Where I’ve Been’. Een ballad, maar van een heel andere orde dan de Foreigners en Scorpions van deze wereld. Hier hoorden we power en vooral veel soul. Volgens Buchanan een song over duisternis en schaamte. Op een drumsolo van Miley zat ik nu ook weer niet te wachten, maar als hij daar echt zin in heeft wil ik dat gerust met de mantel der liefde toedekken.

Na nog twee bissen zat het concert er definitief op. Als retro zo strak en mooi is zoals bij Rival Sons, dan mogen dergelijke groepen van mij blijven komen. Beter super gejat dan er zelf niks van te bakken.

Setlist : Electric Man / Good Luck / Secret / Play the Fool / Young Love / Pressure and Time / Manifest Destiny, Part 1 // Nava / Burn Down Los Angeles / The Man Who Wasn't There / White Noise // Torture / Tell Me Something / Rich And the Poor / Where I've Been / Get What's Coming // Open My Eyes / Drum solo / Keep on Swinging.

Rik Vermeersch

Foto © Yvo Zels

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Artiest info
website  
facebook  

AB, BRUSSEL07/04/15