ARCADE FIRE @ SPORTPALEIS, ANTWERPEN - 19/04/18

Het Canadese Arcade Fire - met als spilfiguren Win Butler en zijn echtgenote Régine Chassangne - was er tot grote verrassing niet in geslaagd het niettemin goedgevulde Sportpaleis volledig uit te verkopen. Zeker na hun verpletterend concert vorig jaar op Rock Werchter is dit toch wel verrassend, maar het probleem is misschien wel dat er teveel grote en dure concerten zijn en dat het publiek keuzes moet maken. Dit lieten de aanwezigen echter niet aan hun hart komen en dat ze gelijk hadden zou later blijken.

De opwarmer van dienst is Preservation Hall Jazz Band, een uitbundige jazzbrassband uit New Orleans. Zij speelden in 2014 reeds met Arcade Fire op het Coachellafestival. Ook vervulden ze al een gastrol op “Sonic Highways” van Foo Fighters. Het zijn vooral de blazers van het zestal die het publiek enthousiast krijgen (sax en trombone). De drummer, toetsenist en bassist leggen een solide onderlaag waarop de anderen loos kunnen gaan. Het is heel opzwepende muziek die perfect past op een zomers jazzfestival zoals Gent Jazz of Jazz Middelheim. Een betere feestband zullen deze organisatoren moeilijk vinden dus als er nog plaats is op de affiche…

Het podium (een boksring met touwen en al) staat in het midden van het Sportpaleis, niets origineel want Clouseau deed dat hier ook al in het verleden, maar het is wel een goede zet zodat iedereen een goed zicht op het podium heeft. De intrede van Arcade Fire is er één die niet licht vergeten zal worden. Ze worden aangekondigd alsof ze aan een bokswedstrijd gaan beginnen en de negenkoppige groep baant zich een weg door het publiek op het middenplein op de tonen van de Vijfde Symfonie van Beethoven. Eens op het podium gaat het verder met “Everything Now (Continued)” alvorens het concert werkelijk start met het titelnummer van de laatste plaat “Everything Now”. Dit wordt meteen gevolgd door het fantastische “Rebellion (Lies)” uit het debuut “Funeral”. Een werkelijk verpletterend begin en het publiek is meteen extatisch en volledig mee. Er wordt even gas terug genomen met “Here Comes The Night Time” waarbij vooral de schitterende lichtshow indruk maakt. “Peter Pan” kan me minder bekoren, het wordt te vol geplamuurd en de schelle klank doet pijn aan de oren. Jammer is ook dat mijn zicht beperkt wordt door lichtspots die tijdens sommige nummers naar beneden worden gelaten. Maar dat hoort bij de indrukwekkende lichtshow die er wordt gegeven. “No Cars Go” wordt door het publiek enthousiast meegezongen. Alle groepsleden zijn multi-instrumentalisten en er wordt dan ook regelmatig van instrument gewisseld. Régine zorgt met haar accordeon voor een aparte inkleuring tijdens “No Cars Go”. Régine's zang klinkt heel metalig tijdens het heel dansbare, disco-achtige “Electric Blue”. Win bewijst tijdens “Put Your Money On Me” dat hij hoog kan gaan met zijn stem. Onze zintuigen worden tijdens het ganse optreden behoorlijk op de proef gesteld door het vele dat er gebeurt op het podium. De muzikanten wisselen voortdurend van positie waardoor het soms wat chaotisch overkomt. Het is eigenlijk ongelooflijk dat het toch allemaal vlekkeloos verloopt.

We krijgen met “Neon Bible” en “Rococo” twee relatieve rustpunten, er wordt tijdens het laatste nummer een stukje “Smells Like Teen Spirit” van Nirvana ingesmokkeld. “Rococo” kabbelt iets teveel voor het uiteindelijk toch nog mooi losbarst. Win Butler legt een knap accent met zijn akoestische gitaar tijdens “Suburban War” met dubbele drums op het einde. De onderhuidse spanning is bijna ondraaglijk tijdens het gestaag opgebouwde  “Neighborhood # 1 (Tunnels)”. Het publiek is werkelijk overdonderd, er wordt gedanst en gezongen tijdens het geweldige “The Suburbs”. Régine heeft een kledingswissel gedaan en komt terug in een oogverblindend glitterpak voor het hoog door haar gezongen “Ready To Start”. Haar stem doet me in deze song aan Kate Bush denken. Er wordt de discotoer opgegaan met de dansbare nummers “Sprawl II (Mountains Beyond Mountains)” en “Reflektor”. Disco is normaal niet zo mijn ding maar in deze versies kan ik het wel pruimen. Zo gaan we naar het einde van de reguliere set met pittige versies van “Creature Comfort” en “Neighborhood # 3 (Power Out)”.

Uiteraard laat het publiek het hier niet bij en sommeert de groep nog enkele bisnummers te brengen. We kunnen “We Don't Deserve Love” gemakkelijk meezingen vermits de tekst op de schermen wordt geprojecteerd. De leden van Preservation Hall Jazz Band komen de groep versterken tijdens “Everything Now (Continued)” - met een stukje “Linger” van The Cranberries en ultieme afsluiter “Wake Up” dat door het publiek luidkeels wordt meegezongen. Zo komt er een einde aan een fabuleus concert dat de verwachtingen meer dan ingelost heeft. De show was tot in de puntjes uitgekiend, zowel qua lichtshow als muzikaal was het ongelooflijk indrukwekkend. “Everything Now” is zeker niet hun beste plaat maar live zijn er weinig groepen die aan Arcade Fire kunnen tippen. Tijdens het wachten op tram 3 zingt een deel van het publiek nog steeds het refrein van “Wake Up”, een half uur na het concert. Dit zegt genoeg, denk ik.

Lou van Bergen

Artiest info
website  
facebook