SWING WESPELAAR - 20/08/16

Als het in het doorregend jaar 2016 niet wil zomeren dan zorgt de muziek toch voor een warm gevoel zeker in Wespelaar waar de festivalgangers elkaar vinden in hun liefde voor muziek. Op zaterdag waren het vooral de Amerikaanse bluesartiesten die het podium beklommen met als opener de gedreven zanger/gitarist Ralph De Jongh uit Nederland, meer bepaald uit Roosendaal. Het volk stroomde gestaag toe zodat in de late namiddag de hoofdstraat van Wespelaar zowat veranderde in een mini-weergave van de befaamde Las Ramblas met aan weerszijden eetkraampjes en exotische winkeltjes vol prullaria. Hoe dit festival, dat volgend jaar zijn derde decennium zal afronden, nog steeds die aanzuigkracht behoudt is niet alleen te wijten aan de nog steeds gratis inkom maar ook aan de familiale en amicale sfeer en de lonkende topaffiche.

Chris Bergson

De Nederlander Ralph De Jongh mocht op zaterdag dan al een Europees eilandje vormen tussen al die Amerikaanse grootheden, hij heeft dan toch maar al een ‘Dutch Blues Award’ en ‘Dutch Blues Challenge’ gewonnen en zijn krachtige stem moet niet onderdoen voor deze van de Amerikaanse medebroeders. Op hem zijn de drie grote G’s van toepassing, nl. gedrevenheid, gretigheid en goesting. De passie druipt ervan af zowel van zijn intense zang en voetstomp als van zijn gitaarspel, slide of tokkelend.

Het is aan weinigen gegeven om met dergelijke drive en bezieling al decennia lang de blues uit te dragen geïnspireerd door zowel Elmore James als Keith Richards. Toen zijn vader hem een halve eeuw geleden liet kennis maken met een plaat van de Rolling Stones wist de puber reeds welke afslag hij aan de crossroad zou nemen. En in navolging van de bluespioniers werd zijn motto ‘one string is all you need’. In Swing Wespelaar maakte hij echter gebruik van meerdere snaren bij songs uit zijn prachtalbum ‘Sun Coming Up’ zoals o.m. bij het zelfgeschreven rootsy songpareltje ‘Good Morning Woman’. Bij de klassieker ‘Crawling King Snake’ wisselde hij even met harmonica.

Zittend of rechtopstaand stortte Ralph zijn ganse ziel uit in zijn doorleefde blues waarbij hij zowel klassiekers bewerkte als eigen songs vertolkte. Halverwege kwam een vocaliste zich bij hem en de ritmesectie vervoegen. Traditionele blues, funk, of boogie zoals bij ‘Shake Your Moneymaker’ lijkt bij Ralph even gemakkelijk uit zijn gitaren te vloeien. Met zijn fascinerend slidegewijs gitaarspel toonde hij zijn trouw aan Elmore James o.m. bij ‘I Believe I’ll Go Way Back Home’ of aan de Rolling Stones bij ‘(I Can’t Get No) Satisfaction’. Alleszins een uitnodiging om de festivaldag op zaterdag onder de kerkklok gulzig in te luiden.

Vorig jaar stond de Chris Bergson Band’ nog op het podium in (Ge)Varenwinkel. Nu, één zomer later speelde Chris in open lucht voor een uitdijend publiek waaronder wellicht ook alle fans die destijds gefascineerd geraakten door zijn soepel gitaarspel en zijn warme stem. Hij vertelde aan het publiek blij te zijn om weer vanuit New York in België te belanden. Met zijn begeleiders aan de drum, bas en Hammond varieerde hij zijn concert met soulvolle blues zoals ‘The Only One’ van Ellis Hooks, afgewisseld met mid-tempo songs of het rockende ‘Greyhound Station’, niet gehinderd door plotse windvlagen of dreigende wolken.

Alleen zijn gitaar speelde hem parten want tot twee maal toe knapte een snaar waarna hij solo spelend overschakelde naar bijv. het gevoelvolle ‘Bluemner’ of het nostalgische ‘Rain Beatin’ Down’ met alleen zang en slidegitaar. ‘Gowanus Heights’ of nog ‘Down In The Bottom’ van Willie Dixon reveleerden eveneens zijn meesterschap. Chris Bergson is zo’n rasartiest die je van heel dichtbij vanop de eerste rij en liefst in een bluesclub zou willen meemaken.

De bescheiden zanger/gitarist, componist en producer, die nog samen speelde met o.m. John Hammond, Norah Jones en de betreurde Levon Helm, -om Etta James en Bettye LaVette niet te vergeten- , doet op een of andere manier steeds naar meer verlangen zodat je iedere keer weer spijt hebt dat je de nog ontbrekende albums niet hebt aangekocht. Met nog een sax erbij had zich de zevende hemel geopend. Met een Edward Hopper zou ik hem niet direct willen vergelijken, eerder met een Alechinsky zoals deze kleurt met jazzy vormen, vindingrijke wendingen en warme tinten. In februari 2O15 werd Chris Bergson trouwens opgenomen in de ‘New York Blues Hall Of Fame’.

Nikki Hill

Ook Big Daddy Wilson en zijn begeleiders van Morblus zijn inmiddels oude bekenden maar blijven boeiend van begin tot einde ook al weet je inmiddels dat de dame van 200 kg en meer, die ooit in een Juke joint al dansend de show stal, op hem een onuitwisbare indruk heeft nagelaten. Naar eigen zeggen keerde hij pas uit Texas terug. Daddy Wilson, die ooit nog in de katoenvelden van Noord-Carolina heeft gewerkt, woont nu echter al geruime tijd in Duitsland waar hij sinds zijn legerdienst voet aan de grond kreeg.

Dat hij in zijn jeugd in een kerkkoor heeft gezongen kan je nog altijd horen. In zijn songs is er immers nog steeds plaats voor de Lord. Achter zijn conga gezeten, met een bezwerend ritme, deed hij een oproep aan het publiek: ‘wake up, before it’s to late’. Het zwoele ritme, als een kabbeling van een zijstroompje van de Mississippi, en zijn diepe soulstem voerden je mee naar verre oorden, soms opgezweept door een kortstondige junglebeat.

Soms wisselde hij af met shakers of een tamboerijn want tot zijn spijt had hij nooit gitaar leren spelen. Dat belette hem niet om naar het einde toe een eensnarige, quasi blikken gitaar, ter hand te nemen om daarop de song ‘Baby’s Coming Home Again’ te vertolken. Vele van zijn songs zijn aansporend ofwel om mee te liften bij bijv. ‘Come & Ride’ of te gaan shaken, een enkele keer ook religieus geïnspireerd. Bij Big Daddy Wilson is immers steeds waakzaamheid geboden want ‘Time’ is kostbaar zeker als je hoopt je dromen te realiseren. Roberto Morbioli van Morblues stond hem de ganse tijd met knap gitaarspel terzijde en de bijwijlen tranceritmes van de drummer zorgden voor wat achtergrond voodoo.

Ook de temperamentvolle ‘Nikki Hill’ is inmiddels een bekende. Ook zij speelde vorig jaar op het (Ge)Varenwinkel festival en veroverde daar in een mum van tijd de harten van alle festivalbezoekers, jong en oud. Evenals Daddy Wilson komt zij oorspronkelijk uit Noord-Carolina en zong zij in een kerkkoor, blijkbaar de plaats waar bluesstemmen hun eerste scholing krijgen al dan niet soulvol, krachtig of energiek. Ook in Wespelaar sprong de vonk over en bekoorde zij met songs als ‘Struttin’, ‘Mama Wouldn’t Like It’, ‘Scartch Back’ of ‘Heavy Hearts, Hard Fists’, tevens de titel van haar in 2015 uitgebracht album. Inmiddels woont zij in New Orleans en ook invloeden uit dat Big Easy entourage lijken in haar blues, rock-'n-roll en swingblues door te sijpelen.

‘Strapped ToThe Beat’ en het zwoele ‘Her Destination’ komen uit haar vorige ‘Here’s Nikki Hill’. In haar stemkleur, vooral in de hogere registers, doet Nikki’s stem soms aan deze van David Surkamp denken, zanger bij Pavlov’s Dog. Als je haar mag geloven heeft zij vele ‘favoriete’ songs maar het mijne werd dan toch het dynamische ‘I Know’ omwille van die typische fifties sound. Ray Charles zou haar zeker in zijn koortje inlijven. Als een echte wildebras, met topje en met krokodillederen schoenen straalde zij vooral jeugdige girlpower uit en uiteraard werd zij voor een toegift teruggeroepen.

Toronzo Cannon

De grootste verrassing op zaterdag kwam echter van Jason Ricci & The Bad Kind die wel een heel aparte invulling gaven van hun blues, waarrond Jason dan ook letterlijk een mythisch aura blies vanuit een intrigerend sigarettenpijpje. Het ding zal wel een geleerde naam hebben! Harmonicaspeler Jason Ricci uit Maine is in alle opzichten een buitenbeentje en niet alleen omwille van zijn excentrieke kledij of eigenzinnige punkattitude.

Ook al is hij inmiddels veertig toch lijkt hij een rasmuzikant aan wie songs als ‘Double Trouble’ en ‘Disconnect’ mogelijks ook symbolisch blijven kleven. Songs die hij trouwens ook speelde. Hij ontpopte zich in ‘I’m A New Man’ als een veelzijdige artiest met gevoel voor theater maar ook met een verbluffend meesterschap op zijn diverse harmonica’s, diatonisch, chromatisch of polyfonisch. Gitarist, drummer en bassist mochten allen om beurt soleren en deden dat met brio.

Toen gitarist John Lisi speelde keek het publiek in extase toe. Wanneer Jason zong oefende hij een soort bedwelmende magie uit vanuit zijn slome vocale frasering totdat zijn harmonicaspel het overnam. ’Het ritmische ‘Hip Shake’ of ‘Something Just Arrived’ verspreidden een betoverende gloed maar vooral het intense ‘Broken Toy’, een prachtige slowblues, was het absolute hoogtepunt. Het leek er inderdaad op dat een nieuwe Jason Ricci was herrezen.

Toch was het naar gitaarheld Toronzo Cannon dat de meeste festivalgangers verwachtingsvol uitkeken, een Chicago bluesman die de blues in soul, lenden, polsen en vingers heeft. Voor hem valt vermoedelijk de ganse wereld samen met de bluesscène in de Windy City, in zoverre hij het mensdom niet overschouwt vanachter de voorruit van een bus. Toronzo was jarenlang buschauffeur. Maar in welke regio’s de linkshandige gitaarman ook toert, hij neemt overal de sound, geur en het stof van alle club- en festivalpodia met zich mee.

Vooraf hadden zich kortstondig de hemelsluizen geopend zodat hoofden en zielen opnieuw waren schoongespoeld om ontvankelijk naar deze bluesgitarist en songschrijver te luisteren. Al van in zijn tienertijd geraakte hij in de ban van gitaarhelden als Buddy Guy, Albert King, Hound Dog Taylor, Jimi Hendrix of Carl Weathersby en zelfs van de seventies punkbands. Zijn platendebuut dateert echter pas van twaalf jaar geleden. Onlangs bracht hij het gloednieuwe ‘The Chicago Way’ op het Alligator label uit, waaruit hij in zijn show rijkelijk putte, o.m. ‘Fine Seasoned Woman’ en het felle ‘Bad Contract’. Maar ook covers en ‘I’m A King Bee’ kregen een mooie originele uitvoering.

Bijgestaan door een uitstekende band waaronder naar Chicagogewoonte ook de Hammond, bas en percussie, vertolkte hij met overgave zijn verhalende blues en demonstreerde zijn gitaarvirtuositeit door de snaren ook met zijn tanden te beroeren. Al gitaarspelend daalde hij de podiumtrappen af om onderwijl de uitgestoken handen te drukken. Alzo eerde hij de Chicago traditie om ook het publiek volledig in zijn show te betrekken. Van hem komt trouwens ook de uitspraak ‘‘reminding how short life can be, how you want to make every performance count for your soul’. Zijn concert werd de apotheose van een geslaagde festivaldag waardoor de uitdrukking ‘Blues For The People’ eens te meer bewaarheid werd.

Marcie

Foto © Karim Hamid

meer Foto © Karim Hamid

 

 

TORONZO CANNON : VIDEO 1 - VIDEO 2 - VIDEO 3 - VIDEO 4

 

JASON RICCI : VIDEO 1 - VIDEO 2

 

NIKKI HILL :  VIDEO 1 - VIDEO 3 - VIDEO 4 - VIDEO 5 - VIDEO 6

 

BIG DADDY WILSON BAND : VIDEO 1 - VIDEO 2

CHRIS BERGSON : VIDEO 1 - VIDEO 2 - VIDEO 3 - VIDEO 4

 

RALPH DE JONGH TRIO : VIDEO 1 - VIDEO 2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Artiest info
website  
facebook  

WESPELAAR - 20/08/16