GE)VARENWINKEL @ VARENWINKEL - 25/08/17

De laatste festivaldag van de zomervakantie is enigszins gekleurd door de ‘blue’ mood van de melancholie. Daar verandert de humor van Ian Siegal of de energie van Walter Broes niet veel aan. Om alle nostalgie echtertijdig te smoren overgoot de zon met haar gouden warmte het ganse festivalterrein, waar twee grote tenten, opnieuw mooi opgekuist, lagen te wachten op het druppelsgewijs toestromend volk. Beide tenten bieden voldoende onderkomen, al bleven vele bluesfestivals liever buiten toeluisteren vermits de decibels zeer hoorbaar uit de boxen schalden. In de kleinere tent, gemakshalve nog rootstent genoemd, zouden vier groepen optreden, al kwamen in de grootste ook bands aan bod waar men het bluesgenre in zijn velerlei scala’s kon beluisteren. Ook de blues van Ian Siegal wordt immers aan rootsmuziek gelinkt.

Walter Broes & The Mercenaries

Om klokslag drie uur in de vroege namiddag opende het Belgische bluestrio Dog House Sam & His Magnetones de festivaldag. Normaal gezien, althans volgens de Bijbel, wordt de beste wijn tot het laatst bewaard. In (Ge)Varenwinkel werd die echter al in het begin geserveerd met de aankondiging van dit energiek gezelschap, ondanks de opgelopen verkoudheid van zanger/gitarist Doghouse Sam, aka Wouter Celis. Dat zette geenszins een domper op zijn enthousiasme of deze van Franky Gomez op drums en Jack o’Roonie op contrabas. Aldus kreeg je onvervalste, authentieke, bruisende en aanstekelijke bluesmuziek met de drive van jonge veulens die in een ‘corral’ worden losgelaten. ‘Roll Up My Sleeves’ en ‘My Wild Horse’, aanleunend bij het Bo Diddley ritme, mede aangevuurd door de contrabas en bezeten drumroffels, roepen de roekeloze feestvreugde op van een rodeo happening. Wanneer Doghouse Sam echter slidegitaar speelt dan strooit hij met magie zoals in ‘’Back In The Ring’ of in ‘Fine Ain’t Good Enough’. Op 9 november stellen zij in de MOD in Hasselt hun nieuwste album voor. Daar zal het zaaltje zeker tot de nok gevuld worden met de grote schare fans van deze sympathieke band. Met ‘ Walter Broes & The Mercenaries, twee uur later, duurde de feestvreugde voort. Ook bij deze Belgische band, soms omschreven als een 'rootsrockcombo', kon je onderduiken als in de roes van veredelde rode wijn. Hun frontman Walter Broes, wereldreiziger, zanger, songschrijver, producer en gitarist, weet na alle jaren in de formatie ‘The Seatsniffers’ hoe een feestje naar hoger niveau te tillen samen met zijn ‘mercenairies’, Lieven Declerck op drums en Clark Kenis op zijn contrabas, al dan niet hiermee jonglerend. Het merendeel van de songs kwam uit hun album ‘Movin’ Up’’ waarover een recensent schreef dat deze aanleunt bij een zuiderse mood met de nevelslierten als rond moerassig land. Andere zoals ‘Gone Ridin’, ‘I Got My Own Kick Going’ en ‘Come On Down’ leunen aan bij rock-'n-roll, boogie en punkabilly. Het bezwerende ‘Sideshow’ en het zwoele ‘Man Child’ lagen daartussenin als eilandjes met aangeslibd kroos. Met de toegift ‘Boogie Woogie Country Girl’ sloten zij hun show af, aanbevolen voor jong en oud. Dat tussen de menigte iemand rondliep in een T-shirt met als opdruk ‘This Bompa Rocks’ bewijst dat deze muziek voor alle leeftijden is. (meer foto's).

Lance Canales & The Flood

In diezelfde tent brachten ‘Lance Canales & The Flood’, eveneens een trio, een apart geluid met hun mix van blues, folk, roots en rock. Met ouders, half Indiaans en half Mexicaans, noemde Lance Canales, gesetteld in Californië, zich terecht een echte Amerikaan. In zijn zang en vertolking hoorde je soms zowel een strijdkreet en jammerklacht als zielenpijn. Weliswaar ondervond hij enige moeite met het stemmen van zijn weerbarstige gitaren “omdat deze droge hitte gewoon zijn en niet de vochtige hitte" in de tent, al lang bewasemd door menig enthousiaste fan. Zijn aanklampende ‘Plane Wreck At Los Gatos’, schor gezongen en half verteld, was ongetwijfeld een hoogtepunt. De singer-songwriter met het dubbele bloed stond stil bij de slachtoffers die in 1948 bij de vliegtuigcrash omgekomen waren maar nooit bij naam werden vermeld en een anoniem massagraf kregen, gewoon omdat zij migranten waren. Dit veranderde inmiddels. Alle destijds verongelukte ‘braceros’ staan nu met naam vermeld op een officieel ingehuldigde gedenksteen. Bij Lance Canales moet je zowel luisteren als ondergaan, want zijn ongepolijste stem, zijn gitaarspel, de vintage drum en de drumslag op het hout van de contrabas dompelden je onder in diep aangevoeld onrecht en de heling van doorleefde muziek, zoals eveneens in het laatste album ‘The Blessing And The Curse’ gegroepeerd. Ook het daaruit gebrachte opzwepende ‘California Or Bust’ pakte je in omwille van de rockende drift en het impact van de slidegitaar en drumbeat. (meer foto's). In de grote tent stond voordien om 16 uur de Big Pete Blues Band’ geprogrammeerd, die, met ‘Big Pete' oftewel Pieter van der Pluijm als harmonicaspeler, zijn eigen schare fans heeft. Zijn reputatie in ‘The Lester Butler Tribute Band‘, bij de ‘Strikes’ en als begeleidend muzikant, bij beroemdheden als bijv. Mike ‘Monster’ Welch en Paul Oscher, maakt dat hij een enorm breed repertoire heeft. Dus speelt hij gewoon wat hem invalt. Gelukkig heeft hij dan een drummer als Willie ‘Wuff’ Maes achter zich, een ‘Belgische Blues Legende’, die hem moeiteloos kan volgen of desnoods invoegen bij alle franjes van Big Pete’s gedreven harmonicaspel. Tijdens de song ‘I Got My Eyes On You’ van de Mannish Boys kwam daar nog verfrissend sprankelend pianospel bij. (meer foto's). Twee uur later vervoegde Curtis Salgado uit Oregon evenals zijn bluesmaten zich op het grote podium, waaronder toetsenist en ritmesectie. Speciaal afgereisd naar Herselt en ondanks zijn geteisterde gezondheid en medisch verleden spaarde hij zijn lichaam niet noch zijn soulvolle stem. Bij de rock-'n-roll nummers ging hij zelfs swingen zoals bij het bedrieglijke ‘Slow Down’ onder begeleiding van een uitstekende boogie-woogie pianist. Het best is de tweevoudige ‘Soul Blues Male Artist of the Year’ echter wanneer hij voor een soulnummer kiest zoals bij ‘Smell Trouble’ of het geëmotioneerde 'Born All Over'. Misschien omwille van zijn uiterlijk als van een professor was Asklepios, de Griekse god van de geneeskunde deze soulman tot nu genadig. En mogelijk geldt ook bij hem het redmiddel ‘saved by the blues’, want Curtis speelt deze al vanaf zijn tienerjaren. (meer foto's).

Ian Siegal Band

Omstreeks 20 uur liep de grote tent terug vol voor de 'Ian Siegal Band met naast de Britse zanger zijn Nederlandse compagnon Dusty Ciggaar. Ians rauwe stem werkt immer als een magneet en al gauw drumde de massa vlak vooraan samen om hem van kortbij aan te moedigen. Siegal blijft behalve een gepassioneerde muzikant ook een showman, die graag schuttingtaal gebruikt en eventueel met het publiek in dialoog gaat. Hij vertelde dat zijn vriend Walter Broes hem geïnspireerd had om vanavond meer blues te vertolken. Aldus kreeg zijn onderhuids dreigende ‘She Got The Devil In Her’ een lang uitgesponnen zwoele versie waarin hij voodoo verweefde en waardoor je als het ware de solfer rook. Bij het dreigende vertroebelde ‘Backdoor Man’ van Howlin’ Wolf ging zijn vestje uit en werden zijn tatoeages zichtbaar. Ook het gepassioneerde hees gezongen ‘The Skinny’ en het ritmische ‘I Am The Train’ leunden sterk aan bij ongepolijste rauwe blues. Op het laatst bracht hij een medley van zijn hits, die hij nogal eigenzinnig zelf invulde. Toen het publiek na afloop een toegift eiste droeg hij de laatste song op aan zijn Schotse vriend George ‘Big George’ Ross Watt, in 2013 overleden. Vier jaar later greep hem dit nog steeds aan zoals je uit zijn getormenteerd vertolkt ‘Take A Walk In The Wilderness’ kon opmaken, een ontroerend slotmoment waarbij Siegal en Dusty zich naast elkaar schraagden. Het was als een ode waarmee het festival had kunnen afsluiten, ware het niet dat het boegbeeld Lucky Peterson nog ergens backstage zijn tijd afwachtte om het publiek te veroveren. (meer foto's). Wegens het ontbreken van eigen voertuig, caravan of tent en wegens de illegaliteit van car-jacking misten wij echter de slotshow van bluesgitarist Lucky Peterson. Alle echo’s die ons naderhand bereikten vertelden dat hij erg op dreef was, zowel op orgel als met gitaar. (meer foto's). Wel genoten wij voordien nog van de show van deSteepwater Band, bluesrockband uit Chicago, met Jeff Massey als frontman, die met hun verscheurende gitaarblues ieder jaar aan populariteit winnen. Zij brachten reeds een dozijn albums uit in wisselende bandbezettingen. De band was opnieuw geboekt omwille van hun overrompelend succes op dezelfde locatie in 2014 en de langharige bandleden begeesteren nog steeds met hun energieke rockblues die zowel aanleunt bij Chicago blues als southern rock. De gruizige songs ‘Shake Your Faith’, titelsong van hun gelijknamig album, en ‘I’ll Never Know’ met steelgitaar waren enkele van hun hoogtepunten. Gevoelige oortjes werden weliswaar door de overdrive van decibels uiteindelijk te zeer gekweld. Gelukkig dat de jeugdige opruimertjes, mèt of zonder hoorbescherming, inmiddels naar huis waren gebracht. Hoe dan ook ontwikkelde deze band zich in de rootstent als de apotheose van een geslaagd festivalweekend tijdens dewelke wij ons meermaals richting taptoog bewogen voor flesjes spa bruis omwille van de immer opgewekte gezichten en de vriendelijke respons aldaar. En met in gedachte de laatste woorden van Ian Siegal, ‘thank you for your spirit’, richten wij datzelfde dankwoord ook aan de organisatoren en alle medewerkers. (meer foto's).

 

Marcie

Foto © Sonja Schepers (SochePics)

 

 

VIDEO 1 - VIDEO 2 - VIDEO 3 - VIDEO 4

 

 

VIDEO 1 - VIDEO 2 - VIDEO 3 - VIDEO 4

 

VIDEO 1 - VIDEO 2

 

VIDEO 1 - VIDEO 2

 

 

VIDEO 1 - VIDEO 2  - VIDEO 3

 

 

 

 

 

 

Artiest info
website  
facebook  

VARENWINKEL - 25/08/17