ESPERANZAH! @ FLOREFFE , 4-5-6/08/2017

 


Telkens weer kijken we hier heel erg uit naar het Festival van de Goedmenende Mens, dat jaarlijks zijn beslag vindt rond de abdij van Floreffe en kennelijk waren we ook dit jaar weer niet de enigen: zo’n 35000 mensen zakten af naar dit nogal onooglijke plaatsje nabij Namur, een tijgertje minder dan vorig jaar, maar toch tegen de maximumcapaciteit van de locatie aan.

De terreininrichting was lichtjes veranderd, met de herinvoering van een derde podium en de verplaatsing van een groot deel van de eetstandjes naar wat vroeger de “côté Cour” was. Dat zorgde voor een veel betere doorstroming van het publiek tussen de concerten door en het bracht meteen een fikse verbetering aan in wat vroeger hét pijnpunt was: de geweldige wachttijden alom. Geen sprake daarvan, dit jaar, behalve een beetje op zaterdagavond, die het bordje “uitverkocht” torste. Wel problematisch blijft de parkeergelegenheid, al kan je de abdij natuurlijk niet zomaar optillen en elders neerzetten: zaterdag mochten we ons verheugen in een 35 minuten wandeling om na de concerten tot bij onze auto te geraken, maar ook daarover hoor je ons niet echt klagen: dit zijn de kleine achterkantjes van een festival dat  stilaan geconfronteerd wordt met zijn eigen succes.

Qua sfeer was het twee dagen top: op vrijdag en zondag was de zon flink van de partij en dat scheelt, zeker weten. Het publiek is dan veel sneller mee met de artiesten en uit die interactie spruiten nogal vaak de beste concerten voort. Daarnaast hoefde je van het hele weekend zelf geen joint te roken om flink high te geraken: weefgeur alom, maar verder een opperbeste sfeer, met een heel kleurrijk publiek, zo goed als allemaal vriendelijke mensen en nauwelijks gebeurtenissen, die op “relletjes” lijken.

Een bijzonder woord van respect voor de talloze vrijwilligers: zelden meegemaakt dat je, bij elk drankje dat je gaat halen een hartelijk “bon festival” of “belle soirée” te horen krijgt. Hier dus wel…en dat doet deugd.
Wat maakten we zoal mee, in de drie dagen dat we zuidwaarts trokken? Vooraf even aanstippen, dat we niet alles konden zien: drie podia, waarvan nogal wat concerten goeddeels overlappen…tja, dan maak je keuzes, vaak vooraf en dat zal dan wel betekenen, dat we ergens iets gemist hebben, dat we beter wél hadden meegemaakt, maar dat hoort erbij…

Op vrijdag begonnen we er, omwille van wat verkeersproblemen wegens regenbuien onderweg, pas aan met de jazzy swing van het Brusselse gezelschap Uncle Waldo dat, ondanks zijn naam, eigenlijk een vrouw als blikvanger heeft. Charlotte Deligne heeft klasse en persoonlijkheid te over en daarbij een stem, die je dwingt te luisteren naar wat ze zingt. Haar stemtimbre ligt in de buurt bij ZAZ en de haar omringende muzikanten zijn zodanig goed op elkaar ingespeeld, dat dit uurtje livemuziek ons onwillekeurig doet uitkijken naar de eerlang te verschijnen debuut-CD.

Daarna was het tijd voor Imany op het hoofdpodium en deze Française pakte ons ook deze keer moeiteloos in met haar mix van soul, blues en jazz en vooral: zij weet het publiek meesterlijk te bespelen, zodat zowat iedereen tegen het einde van het concert figuurlijk uit haar hand kon eten, mede als gevolg van een heerlijke cover van Queen’s “Bohemian Rhapsody”. Dat we haar concert volledig uitkeken, had dan weel voor gevolg, dat we op het Futuro-podium Protoje aan ons moesten voorbij laten gaan, aangezien vlak na Imany een podium verder onze absolute favoriete Leyla McCalla zou spelen. Haar set was nogal gelijklopend met wat we een tijdje geleden in de AB-club zagen, maar daarover hoor je ons niet klagen: zowat de hel “A Day For The Hunter, a Day for The Pray” werd erdoor gejaagd en de trio-combinatie met een bijkomende viool, was erg goed, vooral in de op Louisiana gerichte nummers. Dat Leyla vrijwel de hele tijd alles in het Frans aan elkaar praatte, werd door het publiek erg geapprecieerd en wat opviel: kennelijk was haar aanhang tot voor kort vooral in Vlaanderen gesitueerd, want de CD’s vlogen na het concert letterlijk de deur uit.

Gregory Porter trad daarna aan op het hoofdpodium en die had zijn inmiddels vertrouwde formule en band bij:  een krachtige soulstem en een haarfijn uitgekiend repertoire deden de rest. Dat betekent: een geweldige groove, die voort en voort dendert en onderwijl de hits debiteert: “Hey aura”, “Liquid Spirit”…u kent ze wel…en ze werden afgewisseld met eerbetuigingen aan de grote voorbeelden, Marvin Gaye, Stevie Wonder en Nat King Cole. Vijf kwartier hemelse, hedendaagse soul konden echter niet vermijden dat ondertussen de wolken zich in ijltempo boven de abdij samenpakten, wat ons deed besluiten toch maar de tocht naar de auto in te zetten en gelukkig maar: we raakten er doorheen, zonder drijfnat te worden. (meer foto's vrijdag)

Het was toen eigenlijk al zaterdag en kort na de middag waren we dus alweer onderweg, met de bedoeling om tijdig ter plekke te zijn voor het concert van Grèn Sémé uit La Réunion. Helaas: immense parkeerproblemen -we kennen zelfs mensen, die onverrichterzake rechtsomkeer gemaakt hebben- maakten dat we pas nipt op tijd kwamen om op de Futuro-scene de Nederlanders van My Baby mee te kunnen maken. Nou, dàt kwam als een mokerslag binnen: een voodoo ritueel waardig, produceerde Daniel Johnston de gekste, zompigste gitaarklanken, aangevuld met bijzondere percussiegeluiden van Joost Van Dyck, waarna zangers Cato Van Dyck het podium kwam bezetten met de allure van een hogepriesteres en de drie een stomende, stompende set neerzetten -toegespitst op de jongste CD, “Prehystoric Rhythm”-, die alvast de wolken wegbliezen. Een heel sterke en strakke set, knap opgebouwd en zodanig goed ineengedraaid, dat je, als je niet beter wist, nooit zou geloven dat hier slechts drie mensen aan het werk waren. Ergens tussen The White Stripes en North Mississippi All Stars in. My Baby moet tegenwoordig zowat de hardst werkende band uit de muziekwereld zijn: donderdag stonden ze in Londen, vrijdag in Charlsbury (UK), zaterdag in Floreffe én in Mechelen. Dat zijn vier concerten in nauwelijks 52 uur tijd, met alle verplaatsingen ertussen…faut le faire, temeer omdat de band het Waalse publiek, dat duidelijk niet met hun muziek vertrouwd was, schijnbaar moeiteloos inpakte. Dat ze ze zich zichtbaar “smijten” bij hun concerten, zal uiteraard meespelen, da’s gewoon een kwestie van actie en reactie  maar toch: tonnen respect!

Met enige moeite naar boven geklauterd -het was écht druk op zaterdag- om net op tijd de Zuid-Afrikanen van BCUC te zien starten. Die waren aangekondigd als de favorieten van de programmator en blijkbaar hadden nogal wat mensen die goeie raad goed in de oren geknoopt: ondanks het relatief vroege uur, stond de tuis meer dan behoorlijk gevuld door een band, die haast niemand kent. Daar kwam in de loop van het concert alleen maar volk bij en dat is ook begrijpelijk. Deze gasten spelen immers een compleet nieuw soort muziek, die ook wel eens als “afringungungu” omschreven wordt. Oude Zulu-krijgsliederen worden afgewisseld met rituele klanken, gedrenkt in een mengsel van gospel, soul, rap en funk. Dat leverde een waarlijk stormachtig, verpletterend concert op, dat het publiek eigenlijk in twee kampen verdeelde: een deel was geprikkeld, verbijsterd, verbaasd, ongelovig…terwijl anderen ijlings andere oorden opzochten, omdat de manier waarop alles door percussie met elkaar verbonden werd, inderdaad veeleisend is. Nu, als ik zeg fat "een deel” van het publiek zich uit de voeten maakte, verdient dat wat nuancering: het ging niet over zo heel veel mensen, maar toch: dit is allerminst muziek voor beginners. Maar wel schitterend en binnenkort nog eens te beleven in de Opwijkse Nosta.

De kleine Alpha-scene dan weer: de groep heet Sages comme des Sauvages en is eigenlijk een duo duo’s: Ava Carrère en Ismaël Colombani, de kern aan de ene kant en fagottiste Emilie Alenda en percussionist  Osvaldo Hernandez aan de andere kant. Samen maken zij een heel apart soort wereldfolk in allerhande talen -Frans, Engels, Grieks, Creools- en zijn zij bij uitstek dragers van een “less is more” en anders- globalistische mentaliteit, die de dingen tot hun ware proportie herleid wil zien en zelf naar dat uitgangspunt gaat leven. Ik kende ze niet, maar ik ben geen seconde van de eerste rij weggegaan, dermate geboeid stond ik te kijken, bekoord door de fijne vocalen, geboeid door de leuke bindteksten en gepakt door meerdere van de songs, waarvan ik helaas geen enkele titel ken. Maar wie mij op scene komt vertellen dat hij/zij houdt van de muziek van Alain Péters en Daniel Waro, die heeft een voetje voor. Ik ben fan, vanaf NU!

Mashrou’Leila is dan weer een militant gezelschap uit Libanon, dat zijn boodschap ten faveure van allerhande vrijheden die wij in onze Westerse, seculiere wereld vanzelfsprekend vinden (godsdienst, sexualiteit, vrije meningsuiting…) maar die dat lang niet overal ter wereld zijn. Hun indie elektropop wordt mooi aangevuld met traditioneel opgebouwde zanglijnen en de overtuigingskracht spat letterlijk van het vijftal af. Je begrijpt geen bal van wat ze zingen, maar de uitstraling én de bindteksten maken veel duidelijk: dit zijn strijders voor de Goede Zaak. Dat ze dat doen op een muzikaal meeslepend manier is mooi meegenomen: ook hier weer is het verdicht: ik kende het niet, maar het was erg fijn. Dat stond in schril contrast met wat de Peruvianen van Dengue Dengue Dengue net voordien hadden afgeleverd op de Futuro: mechanische cumbia, die kapot ging aan monotonie en die al na tien minuten naar de “van dik hout”-afdeling verwezen kon worden.

Op de Alpha-scene volgde dan Elida Almeida, een jonge Kaapverdische zangeres, ontdekt door de grote Oumou Sangare bij een soort “….Got Talent”-zangwedstrijd. Nu al wordt Elida gedoodverfd als opvolgster van Cesaria Evora, met wie ze, behalve haar nationaliteit en haar geslacht, nochtans niet zoveel gemeen heeft. Elida heeft het meer voor de batuque- en funanà liederen, die iets moeilijker toegang verlenen tot de dansvloer dan de coladeras van Cesaria maar verder was dit een heel knap concert, met een goeie begeleidingsband die al na het derde nummer -terecht- aanvoelde dat het tempo moest opgetrokken worden: het had immers alweer flink geregend en zo’n, nat asfaltplein, bij nauwelijks 16 graden, is niet de geschikte plek voor al te veel zachte en trage nummers naéén. Tempo dus de hoogte in en meteen kwam de sfeer ook terug en werd er volop genoten van de mooie stem van Elida.

Ondertussen werden we, tijdens het concert van Elida, ongeveer weggeblazen door de bastonen van hip-hopper MHD, die een paar honderd meter verderop op de Futuro-scene van jetje stond te geven. Dat nodigde niet meteen uit tot afdalen om te gaan kijken, temeer daar even later de grote Marseillese rapgroep IAM aan de beurt was op het grote podium. We hadden een donkerblauw vermoeden dat het dringen zou worden, maar dat was een lichte onderschatting haringen in een ton hebben vermoedelijk meer comfort dan de toeschouwers in de abdijtuin… Hoe dan ook, de band kwam zijn twintigste verjaardag vieren en draaide er geen doekjes om: dit zou een militant rap-feestje worden en, al was de start wat aarzelend, het publiek was meteen bereid tot meezingen met “Nés sous la même étoile”. Nadien werd het allemaal wat zwaarder, toen de bende uit het jongste album “Révolution” begon te prediken en de rode laserzwaarden bovengehaald werden, maar nogmaals: de massa -want dat war het- was mee, al kunnen de jongere nummers toch niet opboksen tegen het oudere werk. Hoe dank ook: dat kon voor ons volstaan en we lieten dan ook Chicos y Mendez voor ongezien, want de trip terug naar de auto en naar huis zou toch algauw nog anderhalf uur in beslag nemen en er kwam nog een derde dag aan. (meer foto's zaterdag)

Die zetten we in met de leuke Brusselse bende van High Jinks Delegation, een jukband zonder jug, die ragtime, skiffle en blues met country vermengt en twee hoogst schattige vocalisten herbergt. Ze startten sterk en het pleintje voor de Alpha-scene liep aardig vol. Veel mensen keken verrast op bij het horen van deze hoogs Amerikaans klinkende Brusselaarss. De tweede helft van het concert werd wat gehinderd door een iets te grote hang naar instant succes -dat kun je maken in een kleine club of een café, maar niet op een festivalpodium-, al bleef het eindverdict onverminderd positief.

Voor de Brusselse Congolees Tanguy Haesevoets, alias Témé Tan, verplaatsen wij ons graag nog maar eens naar het hoofdpodium: we zagen de kerel al meermaals aan het werk en het maakte behoorlijk wat indruk, te zien hoezeer hij als performer gegroeid is in de loop van de jaren, die voorbij gingen sinds we hem de eerste keer bezig zagen: hij maakt nog altijd melodieën, die losweg gebaseerd zijn op de cassettes die z’n neven hem destijds meebrachten, maar vooral heeft hij in de tussentijd een indrukwekkend arsenaal aan elektronische ritmes en klanken bijeengespaard én is hij uitgegroeid tot een meneer, die weet hoe hij z’n  publiek moet bespelen. Heel gave liveshow was dit, die ik van harte mag aanbevelen aan iedereen bij wie hij in de buurt komt optreden.

Over de elctro-grooves van Allah Bye!, een gezelschap van Belgisch-Tunesisch-Hongaars-Braziliaanse samenstelling, kan ik nogal kort zijn: dit werkte, op de percussie na, voor geen meter, zodat het Alpha pleintje, tegen halverwege het optreden ook voor de helft leeg gelopen was. pas toen Jahwar besliste een akoestisch nummer te spelen, werd er weer geluisterd, maar toen was het kalf verdronken. In ons notitieboekje stond: een les in “hoe speel ik mijn festivalconcert naar de knoppen?”.

Troost gezocht -en gevonden- bij alweer twee dames: Hindi Zahra en Faoumata Diawara, twee zangeressen die bij mij een flink potje kunnen breken, waren in Floreffe in het kader van hun “Olympic Café Tour”, een tournee die ze opzetten om de wereld kond te doen van het feit dat ze vriendinnen zijn, die elkaar in het genoemde café ontmoet hebben en sinds kort ook samen muziek zijn gaan maken. Van bij de aftrap ging de vlam serieus in de pijp, met Fatoumata als duidelijke leidster van het uitstekend musicerende gezelschap, al nam Hindi geregeld de micro over. Dat er ook hier een boodschap van eenheid-in-verscheidenheid gesproken werd tussendoor, kon het publiek in Floreffe duidelijk bekoren, zodat we ons met licht verende tred naar de Alpha konden begeven voor het tweede concert, dat we onder geen beding wilden missen, dat van de Mauritaanse superdame Noura Mint Seymali. Bij het begin van de set was ik wat bang voor het verloop: de begeleidende bassist en gitarist gaven een wat lusteloze indruk het leek een eeuwigheid te duren voor Nourah het podium betrad. Ook dat leek moeizaam te gaan, net als de eerste muzieklijnen slechts schoorvoetend uit Noura’s sardine kwamen. Zodra ze echter opgewarmd was en staand ging zingen, kreeg ze toch vat op het publiek, waar je kon aan zien dat het ook vermoeid begon te raken. Drie dagen festival, dat vraagt wel iets van een festivalganger maar goed, een mens moet iets over hebben voor de Kunst en voor de Schoonheid en uiteindelijk lukte het Noura nog vrij makkelijk om het -aangroeiende- publiek glimlachend in te pakken. Veel fans gewonnen, zeker weten. Er waren LP’s en CD’s te koop na het concert, maar wij moesten ons naar de Futuro spoeden, om nog een en ander van Lucky Chops mee te kunnen pikken. Dat werd exact wat we er van verwacht hadden: een feestje vol hits, van Adèle tot Lipps Inc., met een uitbundig dansend publiek. Deze funky brassband is hot hot hot, maar dat mochten we al eerder meemaken in Brussel en Antwerpen.

Tijd dan voor Ozark Henry, die, als altijd, zijn bijzondere zelf was: je kon hem moeiteloos aanspreken, hij was geduldig met de (niet zo talrijke) fans, het ene woord kwam er niet hoger uit dan het andere, maar hij straalde een enorme persoonlijkheid uit. Het kan geen toeval zijn dat net hij gekozen werd voor een functie als UNO-ambassadeur in de strijd tegen mensenhandel: dit is een kerel, die in alles respect uitstraalt en ook afdwingt. Dat laatste was wel een beetje nodig, op het grote podium: de rustige nummers van de jongste plaat zijn niet meteen bekend bij het stilaan vermoeide publiek dat nochtans elke beat aangrijpt om aan het dansen te gaan. Met “Heroes”de cover van de echte Bowie, “Sweet Instigator” en “Indian Summer” werd het ijs langzaam aan gebroken en effenden Piet Goddaer en de zijnen het pas voor wat een verdiende triomf werd.

Dat de Pierce Brothers, een kruising van The Proclaimers met Fleet Foxes, daarna, hoewel het goed begon, hun set als een pudding in elkaar lieten zakken, kon ons eigenlijk al niet eens meer zoveel schelen: we hadden onze dosis gehad en pikten, tijdens de weg naar de uitgang, nog tien hoogst vergeetbare minuten mee vanFKJ, wat staat voor French Kiwi Juice. (meer foto's zondag)

 

Samengevat: deze alweer fijne, zestiende editie van Esperanzah! werd er eentje waar sterke vrouwen evenveel aandacht kregen als sterke mannen: Imany, Leyla McCalla,Uncle Waldo, My Baby, Sages Comme des Sauvages, Elida Almeida, Hindi Zahra & Fatoumata Diawara en Noura Mint Seymali sprongen eruit bij de dames, Gregory Porter, Témé Tan, Lucky Chops, BCUC en vooral Ozark Henry bij de mannen.

Je kunt wel wat trends waarnemen: het overaanbod aan al te uniforme beats maakt dat een hele generatie aan het afhaken is. Natuurlijk: de Desert-blues hebben we gehad, Cuba is ook uitgemolken, de Balkanbeats lijken zo goed als van de aardbol verdwenen en de rap en hiphop zijn nu eenmaal erg populair in Wallonië en Frankrijk. De keuze van de programmator valt dus perfect te begrijpen, maar er zal volgend jaar toch naar verandering en verbreding moeten uitgekeken worden.
Dat, aan de andere kant, de keuken zoals steeds voortreffelijk was, de toiletten behoorlijk proper, het cashless betaalsysteem vlekkeloos verliep en de securitymensen bijzonder vriendelijk, draagt er alleen maar toe bij, dat we dit festival alweer bij de toppers van dit jaar zullen inschrijven.

(Dani Heyvaert)

 

Artiest info
website  
facebook  

FLOREFFE , 4-5-6/08/2017