JAZZ MIDDELHEIM DAG 1 @ PARK DEN BRANDT, ANTWERPEN - 03/08/17

 

Negen dagen vroeger dan normaal heeft dit jaar Jazz Middelheim plaats. De internationale agenda van artiesten en de smaak van het publiek noopten organisator Bertrand Flamang om voor het eerst in de geschiedenis JM te vervroegen. Of het publiek bereid zou zijn om mee op te schuiven én rekening houdend met het zeer drukke festivalweekend in België zal de balans pas zondagavond kunnen worden opgemaakt. Na de recordopkomst van vorig jaar met kleppers als Ludovico Einaudi en Patti Smith mocht het wel wat minder zijn. Op deze openingsdag met een klassieke jazz dag mocht de publieke opkomst alleszins groter zijn. Maar dit kon de pret niet drukken. Integendeel overal waar men moet aanschuiven gaat het vlotter, de zon is van de partij en het programma van vandaag oogt veelbelovend.

Mark Guiliana Jazz Quartet


Als eerste op het hoofdpodium komt het Mark Guiliana Jazz Quartet. Mark Giuliana is een gerenommeerd en veelzijdig drummer. Hij speelde samen met kleppers als Brad Mehldau en Avishai Cohen en is te horen op David Bowie’s laatste album “Blackstar’. Op JM is hij ‘artist in residence’ met vandaag zijn eigen akoestisch standard jazz kwartet, morgen zijn electronisch project Beat Music en op zondag als gast en mentor van het jaarlijks coachingproject. De 37-jarige drummer, componist, docent, producer en oprichter van zijn eigen label wordt alom beschouwd om de meest invloedrijke drummer van de nieuwe jazzgeneratie te worden. In 2015 bracht Guiliana zijn debuut ‘Family First’ uit op zijn eigen label Beat Music Productions. Met een uitmuntende band met Jason Rigby op sax, Chris Morrissey op contrabas en Fabian Almazan op piano heeft componist Mark Guiliana zich omringd met een superhecht trio muzikanten dat de voorbije jaren door het wereldwijd toeren omzeggens familie geworden is. Vandaar de naam ‘Family First’.

De nadruk ligt vanavond echter op de composities van het nieuwe album ‘Jersey’ dat in oktober verschijnt op het Motema Music label. Saxofonist Rigby krijgt van meetaf aan veel ruimte toegemeten. Hij is het die de melodie telkens aanblaast. Maar al vlug blijkt hoe het ritmisch spel van bandleider Guiliana in interactie met pianist Almazan tot bijzonder samenspel voert. Guiliana en bassist Morrissey vormen team aan het begin van “One Month” voor een unisono melodie vooraleer Guiliana ongewone akkoorden toevoegt terwijl tenor saxofonist Rigby start met langzame klagende calls en plots hectisch wordt. Het nieuwe donkere “September” drijft op een zware piano aanslag en gestreken bas. Wat volgt is een kat en muisspel waarbij de muzikanten elkaars spel aftasten eindigend met secuur drumwerk. “Where Are We Now?” klinkt uitgepuurd dromerig en is een subtiel eerbetoon aan wijlen David Bowie. Het kwartet besluit met “2014” voor Guiliana’s zoontje, een zachte ballade met een slepende melodie waarin onderhuids verlangen schuilt. De pulserende drumtechniek van meester-drummer Mark Guiliana op de voet gevolgd door de strakke contrabaslijnen van Chris Morrissey en het staccato pianospel van Fabian Almazan zijn een lust voor oog en oor. Het zorgt ervoor dat het openingsconcert van deze Jazz Middelheim niet onopgemerkt voorbij gaat.

België heeft een reputatie wat betreft goede jazz drummers. De nieuwste lichting twintigers met de 24- jarige Antoine Pierre en de 29- jarige Lander Gyselinck (Stuff.) voorop scheert hoge toppen. Antoine Pierre is drummer van het trio van Philip Catherine en van Taxiwars, het jazzproject van dEUS-frontman Tom Barman en saxofonist Robin Verheyen. In 2014 ontvangt hij de gegeerde Toots Thielemans Jazz Award. Daarnaast is Antoine Pierre bandleider en componist van zijn eigen groep Antoine Pierre Urbex en dat allemaal op nog geen 25 jaar.

Vorig jaar bracht Antoine Pierre zijn debuut uit ‘Urbex’ samen met een groep van 7 muzikanten samengesteld uit het kruim van de Vlaamse en Waalse jazzscène. Na een aantal cluboptredens en een optreden op Brosella in 2015 komt Antoine Pierre met dit optreden vandaag binnen langs de grote poort van JM. Antoine Pierre oogt naar eigen zeggens wat zenuwachtig in het gezelschap van alle grote artiesten die hier gaan optreden maar is dat allerminst eens hij aan het spelen gaat. De line-up op het podium oogt indrukwekkend met als blikvangers uiterst links pianist Bram De Looze en uiterst rechts op zij gekeerd drummer Antoine Pierre met achter hem percussionist Frédéric Malempre. In het midden zit Bert Cools op elektrische gitaar. Zij worden aangevuld met een elektrische bassist en 3 blazers (trompet, tenor- en sopraansax, basklarinet en tenorsax). Urbex staat voor Urban Exploration waarmee Antoine Pierre zijn liefde en opwinding voor grootsteden als New York en Brussel laat weerklinken in zijn muziek.

Het aanvankelijk lichtvoetige “Coffin For A Sequioa (to Basquiat)” ontpopt zich gaandeweg tot een veelkleurige expressieve compositie met een piano latin toets en gedreven percussie van bigband allure. Het grootsteedse “Metropolitan Adventure” is geheel funky groovend waarin gitaar, bas, drums en piano domineren zonder blazers. De nieuwe compositie Spin” start ingehouden maar bloeit dan open met de blazers erbij. Het wordt een broeierige complexe compositie waarin heel veel gebeurt dat heel wat vergt van de aandachtige luisteraar maar die zich finaal beloont ziet voor de moeite. Hoofdreden zijn de stuk voor stuk geweldig goede muzikanten. Het electronisch gestuurde “Techno 2.1. Consequences” is aanvankelijk niet my cup of tea maar krijgt halfweg een soulverhaal met drie blazers a la Average White Band met vooraf een geraffineerd knappe drumsolo van Antoine Pierre. “Tomorrow” is nog een nieuw stuk van de nog op te nemen plaat. Samen met het laatste nummer geeft het de richting aan die Antoine Pierre wil uitgaan. Diverse meer stijlen aanrakende composities met veel groove en (latin) percussie waarvan de tandem Pierre Antoine/ Frédéric Malempre live knettert dat het een aard heeft. Een gedeeltelijk staande ovatie beloont Antoine Pierre en Co en alle uitzittenden met een boeiend concert.

Het was op deze 1ste dag van JM uitzien naar het concert dat de Amerikaanse saxofonist Joshua Redman zou geven met zijn Still Dreaming kwartet, een band met naast Joshua Redman drie van de meest toonaangevende stemmen in de hedendaagse jazz Ron Miles (cornet), Scott Colley (contrabas) en Brian Blade (drums), vier topmuzikanten samengebracht naar het beeld van hun tegenhangers in het legendarische ‘Old and New Dreams’ kwartet uit de jaren 70 en 80 van vader Dewey Redman (tenor saxofoon) met daarin Don Cherry (trompet), Charlie Haden (bas) en Ed Blackwell (drums) dat een ode bracht aan de muziek van Ornette Coleman en dus a.h.w. een hommage aan de hommage. Het gaat om een creatief team dat niet alleen de muziek van toen herinterpreteert in de geest van Ornette Coleman maar voortbouwt op de essentiële nalatenschap van vader Dewey Redman en die van Ornette Coleman met nieuwe composities. Al vlug blijkt dat we hier met jazz van zeer hoog niveau te doen hebben. De solo’s zijn werkelijk indrukwekkend en het spelplezier van alle vier spat er vanaf. Redman’s helder mooie toon met veel dynamiek van hard naar zacht en terug in interactie met de ritme sectie Colley/ Blade is adembenemend terwijl Miles’ rustige ietwat gestroomlijnde stijl de juiste tegenpool vormt.

Redman start met twee eigen composities in de geest van Ornette Coleman die smaken naar meer. Maar het is pas als het oude ‘Old and New Dreams’ repertoire met Don Cherry’s “Guinea” en “Walls-Bridges” van vader Dewey Redman wordt aangesneden dat het echt plezierig wordt met Colley als ritmisch en harmonisch aanspreekpunt voor de dansende drums van een enthousiaste Brian Blade met cornettist Ron Miles achtereenvolgens in het spoor van Don Cherry en in call and response modus met een speelse Redman. “Ease and Aspiration” van Scott Colley brengt wat rust met een ingetogen cornet tegen een schilderachtige achtergrond, getekend Brian Blade. Wie dacht dat het concert in alle rust zou uitdoven wordt alsnog omver geblazen door een ontketende Redman die JM alle hoeken van de tent laat zien terwijl Blade er op los timmert aangezwengeld door een hevig aan de snaren plukkende Colley. Het publiek trakteert op een staande ovatie en wil vanzelfsprekend meer. Redman en co spelen even virtuoos als lekker ontspannen samen de bekende Ornette Coleman tune “Turnaround” en zo is de cirkel rond. Een tweede staande ovatie volgt.

Het was al zeer goed geweest en nu moest de hoofdact nog komen. Met Charles Lloyd is er een oude vertrouwde artiest terug op JM. Charles Lloyd inmiddels 79 maar nog steeds kwiek en gezegend met een unieke sound werd aangezocht om deze 1ste dag JM af te sluiten. Charles Lloyd leverde in een recent verleden twee geweldige festival concerten, in 2015 op Gent Jazz en in 2013 op dit eigenste Jazz Middelheim. Nadat hij eind jaren 80 wordt heropgevist door ECM voor wat een reeks van 16 cd’s op rij zou worden tot in 2013, is Charles Lloyd in 2015 na 30 jaar terug bij Blue Note met ‘Wild Man Dance’ en vorig jaar ‘I Long To See You’. Een constante in Lloyds’ carriëre is dat hij altijd zijn zin heeft gedaan zonder zich op te sluiten in muzikale hokjes of zich iets aan te trekken van de heersende muzikale trend én wanneer dat om bepaalde redenen niet meer kon of hoefde of hij een andere richting uit wou, er tijdelijk mee stopte. Zo staat hij mee aan de wieg van de flower power en bereikt zelfs tegen het eind van de jaren zestig met zijn eigen kwartet, een cross-over van traditionele en free jazz, rock en wereldmuziek, een soort popster status in het zog van de lp ‘Dream Weaver’ (1966) en de millionseller ‘Forest Flower’ (1967) als leider van een jonge band met toekomstige jazzgrootheden als Keith Jarrett op piano, Jack DeJohnette op drums en Cecil McBee op bas.

Een en ander moet Llloyd ertoe hebben aangezet om die periode op zijn manier te herbeleven. Het album ‘I long To See You’ is de eerste samenwerking tussen Charles Lloyd en Bill Frisell waarbij beide artiesten elkaars wereld exploreren wat zich al vertaalt in de samenstelling van The Marvels met bassist Reuben Rogers en drummer Eric Harland komende uit Lloyd’s laatste kwartet en de inbreng van pedal steel gitarist Greg Leisz uit Frisell’s wereld. Het repertoire bestaat uit covers, traditionals en herinterpretaties van songs uit Lloyd’s jaren 60 periode ten tijde van ‘Of Course, Of Course’ (1965) en ‘Dream Weaver’(1966).

Het concert opent gelijk zoals het album met “Masters Of War” de bekende protestsong van Bob Dylan uitgevoerd in een donkere geladen jazzsfeer met Lloyd’s priemende sax toon als enig lichtpunt. Het zou bij dit ene desolaat moment blijven want algauw wordt de sfeer luchtiger met een ballade “In My Room” verpakt in een mooie countrysound aangeleverd door de gitaar van Frisell in combinatie met de pedal steel van Greg Leisz. Was jazz tot daarstraks eerder moeilijk maar boeiend dan is ze van nu af toegankelijk maar gezapig. Toch is het voor diegene die ook van country houdt een heerlijk onderonsje van klassemuzikanten met liefde voor beide werelden. Maar of het nu uit deze of gene wereld komt, hetzij een ballade of lichtjes uptempo, uiteenlopende songs als “Of Course, Of Course”, “Tagore”, “Monk’s Mood”, “Island Blues” en “La Llorona” krijgen een voor een een smooth jazz benadering met wegvoerende steelgitaarklanken. Gelukkig is daar als tegengewicht de hecht spelende ritmesectie Rogers/Harland en de immer mooie boventoon van tenor sax en fluit waarmee Lloyd de melodie leidt en uitkristalliseert met een onverzadigde nieuwsgierigheid naar waar hem dit kan brengen. Lloyd lacht voortdurend wanneer hij niet speelt en Frisell mag gadeslaan of geniet van de solo’s van zijn bandleden zoals halfweg wanneer Eric Harland een geweldige drumpartij speelt. Hier en daar is er ook plaats voor Lloyd’s spirituele insteek en worden ook psychedelische klanken aan de blender toegevoegd met aan het eind zelfs sitarklanken komende uit de pedal steel gitaar.

Voor sommigen wordt het op een gegeven moment al te gezapig en zij verlaten voortijdig de tent. Voor wie blijft is er in de encore een mooie uitvoering van de folk traditional “Shenandoah”. Het vormt de samenvatting van dit concert, een symbiose van jazz en country met finaal het unieke saxgeluid van Charles Lloyd om dit mooie concert af te ronden.

Dit was een dag met vier sterke concerten op het hoofdpodium met Joshua Redman en Charles Lloyd als hoogtepunten.

Marc Buggenhoudt

Foto's © JiVe

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Artiest info
website  
facebook  

JAZZ MIDDELHEIM - 03/08/17

 

Mark Guiliana Jazz Quartet

Antoine Pierre Urbex

Joshua Redman Still Dreaming

Charles Lloyd & The Marvels