SWING WESPELAAR - 19/08/17

Swing Wespelaar, als gratis festival met familiaal karakter, is reeds lang een begrip en trekt al drie decennia lang ieder jaar meer volk ook al omwille van hun motto ‘Blues For the People’ en de relaxte sfeer die er heerst. En ook al bleef op zaterdag de lucht bewolkt, van overal stroomden de bluesfans toe met of zonder stoeltjes, verwachtingsvol uitkijkend naar de internationale bands die op de affiche stonden. Vanaf de vroege namiddag werd je verwend met gerenommeerde bands, geprezen, bejubeld en gelauwerd al dan niet in competities, in encyclopedieën of in de muziekjournalistiek. Dit alles onder het goedkeurend oog van de Here die in het kerktorentje troont en waakzaam toekeek of er niet teveel wildplassers waren rond de geheiligde muren tot opluchting van passerende vrouwelijke festivalgangers.


Onder dit gunstig gesternte opende in de vroege zaterdagnamiddag de Nederlandse ‘Detonics’ bluesband, de tweede festivaldag, een nog betrekkelijk jonge groep door de promo-mensen aangekondigd als de hotste band bij onze Noorderburen, wat uiteraard verwachtingen creëert zowel visueel als muzikaal. Dat dit groepje, - in de ‘Dutch Blues Challenge’ tot winnaar uitgeroepen-, dit jaar in de ‘European Blues Challenge’ in Denemarken mocht mededingen voor de hoofdprijs, snelde hun faam vooruit. Met de krachtige vocalen van frontman Kars Van Nus en de aanstekelijke ritmesectie van René Leijtens op bas en Matthijs Roks op drum werd je al bij hun eerste ‘Swing King’ mee gesluisd in die nachtelijke dansbare West-Coast grooves die je deed vergeten dat je ergens op een dorpspleintje in het Brabantse stond. Voor de gelegenheid speelde rasgitarist Richard Van Bergen mee, die even zijn eigen band verlaten had om met dit enthousiast viertal mee te spelen. Het funky ‘I Don’t Care (What They Say)’, het swingende ‘Rock Awhile’, met de heerlijke pianoklanken van Raimond de Nijs, en het rockende ‘She Knows How To Love Me’ brachten je in een zuiderse mood. Een zeldzame slowblues als ‘I Can’t Quite Anyway’ ontroerde, dat Kars gelukkig ook op het ‘Live Evidence’ album vertolkt. Vooral Matthijs’ drumbeats deden je hartritme versnellen zodat met deze allereerste band alvast ambiance verzekerd was. Naar verluidt ontleende de band zijn naam aan een minuscuul vuurwapen dat vrouwen stiekem verstoppen om zich in nachtclubs tegen aanvallen te verweren. Het wijst op een soort van donkere humor die ook opborrelt uit hun retro westkust blues waarin je tevens het stof bespeurt als opgeworpen door blote voeten op een houten dansvloer.


Ook de Belgische bluesrockband ‘The Bluesbones’ werd als primus afgevaardigd om in datzelfde ‘EBC’ in Horsens, Denemarken, de eigen landskleuren te verdedigen en eindigde als tweede. Festivalorganisatoren aarzelden dan ook niet om deze band lang op voorhand te boeken. De weergoden waren hen echter minder goed gezind want aan het einde van hun set gingen de hemelsluizen open zodat menig bluesfan naar drogere oorden vluchtte. Misschien hadden zij dan ook het suggestieve ‘ She's Got the Devil In Her’ niet zo vroeg in hun speellijst moeten inlassen en alzo de duivel uitdagen, want frontman Nico De Cock legt soms met handgebaren een dubbele bodem in zijn tekstlyriek. Met in de aanvang ‘Saved By The Blues’, tevens de titel van hun tweede studioalbum, met Edwin Risbourg op het Hammond orgel, getuigde de frontman al dadelijk van het belang dat de blues voor hem in zijn leven betekende. Met gitarist Stef Paglia aan zijn zijde vormt hij een expressief span dat het bluesgenre volledig is toegewijd, soms rockend, soms geëmotioneerd. In het soulvolle ‘I’m Still Your Man’ hoor je pijn en desillusie wat echter gauw vervliegt als de band met verve het energieke ‘No Good For Me’ aanheft. Deze band kende sinds hun debuut vijf jaar geleden enkele bandwisselingen. Sinds zij echter in 2014 op een zondag op het podium van Blues Peer stonden gaat het hard opwaarts voor hen. Zij toeren intensief en het succes volgt crescendo. Volgende week staan zij in Herselt op het festivalpodium en ook daar zullen zij ongetwijfeld met hun voodoo blueszieltjes winnen.


Met de Kaz Hawkins Band uit Ierland werd de eerste frontdame aangekondigd, tegelijk geprezen om haar ‘onvoorwaardelijk’ energie. Dat kon je opmaken uit zowel haar flamboyante verschijning als uit haar gepassioneerde vertolking. Met haar rood kleedje en hoed, haar vitale levenslust en appèl op het publiek veroverde zij moeiteloos de harten van mannen en vrouwen die bij ‘Can’t Afford Me’ en bij het meegezongen ‘Hallelujah Happy People’ volledig meegingen in de expressief vertolkte songs van de temperamentvolle Ierse met het sublieme ‘Because You Love Me’ als eerste  hoogtepunt. Deze blueszangeres was dan ook als eerste geëindigd op het competitief evenement ‘European Blues Challenge’ in Horsens, wat volkomen begrijpelijk is. Ook in Wespelaar vertolkte zij het sensuele ‘I Just Wanna Make Love’ waarmee zij in Horsens scoorde. Thans met de broers Pieter en Jàn Uhrin op drum en bas aan haar zijde gaf zij zich volledig over aan haar rootsy bluesmuziek en dus ook aan het samendrommend publiek dat afkwam op zowel haar krachtige bluesmuziek als haar uitstraling. Op het einde zette zij zich aan de pianotoetsen om zich daar in alle eenzaamheid in te leven in haar solitaire mijmeringen. Met ‘Shake Your Moneymaker’ sloot zij haar geweldig concert af dat op een vervolg smeekt in een volgend festivalseizoen. De Ieren noemen nogal vlug iemand ‘darling’, maar als zij Kaz als hun eigenste ‘soul darling’ honoreren dan is dat volkomen terecht.


Ook gitaarvirtuoos Chris Cain uit San Francisco veroverde menige harten en dat niet alleen omwille van zijn aimabele persoonlijkheid maar vooral door de wijze waarop hij solerend gitaar speelt waarbij hij zijn emoties op subtiele wijze vrij baan lijkt te geven. In deftig pak en met das toonde hij zich in alle opzichten een gentleman die blij was om in België te zijn en het echt leek te menen toen hij met warmte het publiek dankte. Tussen de songs door uitte hij zijn waardering voor zijn blueshelden waaronder Albert King en vooral B. B. King van wie hij ‘Sweet Sixteen’ vertolkte. Zijn vader, die in Beale Street opgroeide, nam hem als kind mee naar concerten van B. B. King, maar ook naar clubs waar Johnny Otis, Fats Domino en Ray Charles speelden. Al vroeg leerde Chris dus eveneens gitaar spelen. Zijn debuutplaat ‘Late Night City Blues’ dateert inmiddels van dertig jaar geleden. Wie soms stil staat bij het vervliegen van de tijd kan wellicht bedenken dat de jaren iemand fysiek kunnen teisteren maar daarom niet de ziel van een muzikant. Omringd met de band van Luca Giordano zette Chris Cain in met het dynamische ‘Whole Lot Of Loving’, onthulde in ‘Why I Sing The Blues’ zijn geheimen en eindigde met het funky zelfgeschreven ‘Helpin’ Hands’. Steeds begeesterde hij het publiek met zijn verfijnd, vloeiend en ongedwongen gitaarspel. Al schrijft hij dan ook zelf eigen songs toch ging zijn voorkeur uit naar covers met als hoogtepunt het gevoelvolle ‘Guess Who’ van B. B. King. In de toegift zette hij zich aan de toetsen om er op intieme wijze Ray Charles te huldigen. Als deze gitaarheld volgend jaar naar de MOD in Hasselt komt mag de organisatie liefst een hele verdieping afhuren.


Het zal een vijftal jaar geleden zijn dat Earl Thomas, aangespoeld in Californië, op het bluesfestival in (Ge)Varenwinkel optrad. Wie hem toen daar zag en hoorde keek wellicht met verlangen uit naar zijn komst vermits de zanger/gitarist inmiddels nieuwe platen uitbracht, waaronder ‘Crow’ met Jason Ricci op harmonica. Inmiddels heeft hij qua look en haarstijl een transformatie ondergaan, maar nog steeds heeft de beweeglijke singer-songwriter een unieke emotioneel gelaagde soulstem die soms doet denken aan gospelzangers. Zo bracht hij een pakkende versie van ‘I Rather Go Blind’ en ook ‘Do Right Game’, ‘I Sing The Blues’ en ‘Heat Of The Night’ betoverden. Hij wisselde inlevende soulblues af met ritmische songs zoals het funky ‘High Life’, ‘Nowhere To Hide’ of ‘Lead A Horse To Water’. Vier maal won hij de ‘San Diego Award’ en regelmatig wordt hij vergeleken met Otis Redding qua vocaal impact en expressie. Hij zocht regelmatig contact met het publiek, maakte een enkele keer het zegeteken, en leefde zich helemaal uit in zijn eigenzinnige blues, tot in het laatste ‘Soulshine’, bewerend dat ‘soulshine’ beter is dan zonneschijn of dan maanlicht, althans toch volgens zijn vader. Hij moet nog zestig worden, maar zijn leven als muzikant, de grootheden waarmee hij optrad en de inspiratie van zijn songs wijzen op een uiterst boeiend en avontuurlijk leven.


Als laatste in het alreeds schemerduister vervoegde Bernard Allison en zijn band zich op het podium, waaronder voor de eerste keer op zaterdag een saxofonist, een vreugdemoment voor de liefhebbers. Als je de jongste bent van negen kinderen en je vader een wereldwijd vermaard bluesman dan moet je wellicht over heel wat horten springen. Ooit speelde hij in de bluesclub ‘The Borderline’ op het grensgebied van het Belgische Oost-Brabant. Vandaag speelt hij op de grootste festivals. Ook hij heeft een transformatie ondergaan met zijn rastahaar en partizanenmuts, maar zijn blues is nog even doorleefd als in de beginjaren met zowel stille als wildemomenten. Zijn warme soulvolle stem pakt je nog steeds in en vooral het ietwat droefgeestige en broeierige ‘The Way Love Was Meant to Be’ werd een magisch moment ondanks het geroezemoes van de omstaanders. Hij begeleidde zich een enkele keer met prachtige slidegitaar dat Johnny Winter hem aanleerde. Zijn laatste album ‘In The Mix’ droeg hij trouwens aan deze bluesman op. Ook zijn respect voor zijn vader bleef ongerept. Soms leek het of hij nog steeds op een vaderlijke zegening hoopte wanneer hij een van diens song vertolkte, zoals bij ‘Bad Love’. Al van in zijn tienerjaren was hij met zijn vader op de baan en de spirit van zijn vader, die twintig jaar geleden in 1997 overleed, sluimert nog in de eigen songs. Met naast hem George Moye op bas en verder saxofonist Jose Ned James, die afwisselde op conga’s, koos hij behalve voor het soulvolle ‘Serious’ vooral voor up-tempo nummers, zoals ‘Rocket 88’ wat paste bij de laatavond sfeer en de feestelijke afsluiting van de tweede festivaldag.

In de wandelstraat hoorden wij soms de opmerking dat de bandformaties met Hammond orgelist /toetsenist zich te vaak herhaalden en dat bijvoorbeeld een blazerssectie of een boogiewoogie piano een welkome afwisseling ware geweest. Dit terzijde was de stemming op zaterdag opperbest en zoals ieder jaar waren wij aangenaam verrast door de vriendelijkheid van alle medewerkers en vrijwilligers ondanks toenemende vermoeienis. En dit aan de inkom, uitgang, taptoog, kraampjes,... kortom bij eenieder die deze dertigste editie met enthousiasme, goodwill en inzet schraagt en tot een muzikale happening maakt.

Marcie

Foto © Michel Verlinden

Foto © Michel Verlinden

Meer foto © Walter Wouters

Foto © Sonja Schepers - Kaz Hawkins Band - Chris Cain - Earl Thomas - Bernard Allison Group

 

 

VIDEO 1 - VIDEO 2 - VIDEO 3

 

VIDEO 1 - VIDEO 2

 

VIDEO 1 - VIDEO 2 - VIDEO 3

 

HALLELUJAH HAPPY PEOPLE Dedicated To Rootstime.be

VIDEO 1 - VIDEO 2 - VIDEO 3 - VIDEO 4

 

VIDEO 1 - VIDEO 2 

 

 

 

 

 

 

 

Artiest info
website  
facebook  

WESPELAAR - 19/08/17