| LAURA VEIRS@ABclub BRUSSEL - 01/02/10 | |||||||||
|
|
Met de baby op tournee! Dat staat ons te wachten rond de maand mei als Laura Veirs opnieuw onze contreien komt vervoegen. Vandaag staat ze hier hoogzwanger op het podium van een volle ABclub om haar gloednieuw album “July Flame” te promoten, een prachtige plaat, waaruit we nog meer probeerden te achterhalen in een gezellig interview ’s namiddags. Laura was een laatbloeier en begon pas rond haar twintigste zich actief met muziek bezig te houden. Toch levert ze keer op keer een prachtalbum af en “July Flame” is reeds haar zevende cd op rij, de zesde die door haar wederhelft Tucker Martine geproduceerd werd. Met de baby op tournee! Dat staat ons te wachten rond de maand mei als Laura Veirs opnieuw onze contreien komt vervoegen. Vandaag staat ze hier hoogzwanger op het podium van een volle ABclub om haar gloednieuw album “July Flame” te promoten, een prachtige plaat, waaruit we nog meer probeerden te achterhalen in een gezellig interview ’s namiddags. Laura was een laatbloeier en begon pas rond haar twintigste zich actief met muziek bezig te houden. Toch levert ze keer op keer een prachtalbum af en “July Flame” is reeds haar zevende cd op rij, de zesde die door haar wederhelft Tucker Martine geproduceerd werd. Als voorproefje van Laura kregen we maar liefst een dubbel voorprogramma gepresenteerd dat bestaat uit twee soloacts van haar bandleden Nelson Kempf en Eric Anderson. Kempf wordt normaal bij The Old Believers vergezeld door zangeres Keeley Boyle, maar in deze crisistijden worden bands dikwijls uit noodzaak tot het minimale afgeslankt tot hun eenzaam acterende frontman. Je merkt duidelijk aan de onzekere houding van Kempf dat deze vriendelijke jongeman niet gewoon is van alleen voor de leeuwen geworpen te worden. Nelson trekt eenzaam ten strijde, gewapend met een gitaar, maar weet met een ontwapenende charme toch de gunst van een hartelijk en geduldig publiek te winnen, met breekbare, soulvolle singer-songwriter uitvoeringen van hun songs, die helaas in zijn geheel en zo uitgekleed, wat monotoon klinkt, al heeft zijn stem wel iets van een jonge Ray LaMontagne. De aanzet was geslaagd met het gevoelige, bluesy “Granny’s Song” en een vroege meezingact in een supertraag “No More”, maar dit volstond niet om de aandacht van het publiek vast te houden. Dan kon zijn maatje Eric Anderson van Cataldo ons meer bekoren. Hij weet dadelijk de juiste gevoelige snaar te raken met zijn Paul Simon gerichte songs zoals het amoureuze “Black And Milds” of het Josh Rouse achtige “6 Foot 6”. Zin voor humor heeft hij ook, want wanneer hij in het opgewekte “Wedding Dress” zijn tekst kwijt is, trekt hij zich slim uit de slag, door als excuus voor zijn benevelde geest de Amsterdamse “Wigo-drug”, van de dag voordien op te werpen. In haar bolle zwangerschapsjurk heeft Laura Veirs de moeilijke taak om de wondermooie arrangementen van haar nieuwe album, die door een superproductie van Tucker Martine meesterlijk uit de verf komen, live dezelfde impact te geven als op plaat. Op een paar schoonheidsfoutjes na, was het resultaat bijna perfect te noemen. De opener , “Carol Caye”, één van de mooiste songs op het album, die het verhaal vertelt van een miskende sessiemuzikante, heeft niet meer nodig dan Laura’s verhalend hoge stem en een broze gitaartokkel om je nieuwsgierigheid te prikkelen. Ook het ijle, hoge stemgeluid van een geniale Jim James op plaat, wordt zo goed als perfect geïmiteerd door de backings van het duo Kempf – Anderson in het precies door de zon verlamd voortkruipend “Sun Is King” of in het met tokkelende viool en gitaar begeleide “I Can See Your Tracks”. De violiste Alex Guy ontpopt zich als de ontdekking van de avond door haar uitmuntende violaspellijnen. Ze is gewoon onmisbaar en weet elk nummer gepast te doortekenen, gaande van de snijdende, verlangende solo in het titelnummer “July Flame”, tot de weemoedige klanken in de afsluiter “Make Something Good”, dat enkel gedragen wordt door drie stemmen en haar meeslepende viola-uithalen. Het Chinees getinte, hoekige “Icebound Cream”, met drammerige percussie roept onweerstaanbaar Laura’s interesse voor de Oosterse spiritualiteit op en we krijgen uit hetzelfde album “Carbon Glacier” nog een dromerig, op hemelse wolken drijvende droefheid te verwerken in een door Laura meegefloten “Rapture”, opgevuld met keyboardtonen die lijken neer te plensen als dikke regendruppels. Het vrolijk speelse “Wide-Eyed, Legless” verliest spijtig genoeg zijn subtiliteit door een te opdringerig slidegitaarspel. Dit wordt echter ruimschoots goedgemaakt door Veirs’ schitterende soloakoestische versie van de hartenbreker van de avond “When You Give Your Heart” en het speels meezingmoment in het in canon gezongen, spannend en tegelijkertijd dartel als een jonge hinde huppelend, “To The Country”. Laura jureert deze Belgische zangprestatie als één van de beste meezingmomenten van de tournee. Alle lof voor dit publiek dat op het einde van haar tournee het eindklassement van deze “wedstrijd” zal kunnen raadplegen op haar blog. Zulke avonden als deze zijn er om te koesteren. Laura liet ons reizen door haar muzikale wereld, die nauw verbonden is met mens en natuur, maar ook ver weg zweeft naar sterren en galaxiën. We kijken al halsreikend uit naar het vervolg van dit verhaal. Hou je concertkalender in dit voorjaar nauw in de gaten. Blowfish |
||||||||