| JIMMY MOLIÈRE JAZZ QUARTET@BANANA PEEL RUISELEDE | |||||||||
|
|
Al dat feesten moet toch in de kleren gekropen zijn, ook bij de trouwe Banana Peel bezoekers. Afgelopen maandag waren er beduidend minder toeschouwers afgezakt naar Ruiselede en de oorzaak kon zeker niet gezocht worden in het feit dat muzikanten die het podium zouden betreden van een mindere kwaliteit waren. Jimmy Molière is misschien geen klinkende naam maar ik had hem vorig jaar aan het werk gezien in de begeleidingsgroep van pianist Mitch Woods waar hij de gitaarpartijen voor zijn rekening nam en toen al was ik danig onder de indruk gekomen van deze sympathieke verschijning die wondermooi gitaar speelde. Ik herinnerde me ook dat hij soms bedenkelijk keek naar Mitch Woods wanneer die een versnelling hoger schakelde en Jimmy's vingers bijna in een kramp gingen. Niet dat hij het tempo van Mitch niet kon volgen maar je zag dat hij gewoon was om het wat rustiger aan te doen. Voor mij was het dus ook een uitgemaakte zaak dat, als ik de kans kreeg, ik deze man terug aan het werk wou zien. Jimmy Molière leefde tot voor kort, met zijn Belgische echtgenote, in New Orleans tot dat orkaan Katrina daar langskwam en er eens goed huis hield. Van de ene dag op de andere was het daar een grote ellende en dat maakte de beslissing om naar Oostende te verhuizen heel wat gemakkelijker. Jimmy diende op die manier wel een hoop muzikale vrienden achter te laten waarmee hij op geregelde tijdstippen het podium deelde. Die muzikanten waren niet van de minste. Fats Domino, Jerry Lee Lewis en Little Richard zijn er enkelen van. Mocht je echter aan Jimmy Molière vragen welke muzikant hij het meest bewondert, dan zal je hoogst waarschijnlijk de naam Wes Montgomery te horen krijgen. Met dit in zijn achterhoofd stelde hij zijn Jazz Quartet samen en verzamelde hij drie Vlaamse jazzmuzikanten rond zich waarmee hij zijn virtuoze gitaarspel ten gehore kon brengen op het podium. Namen als Marc Alleyn op piano, Xavier Rau op bas en Jean-Philippe Komac op drums zijn niet direct de grote namen in de vaderlandse jazzscène maar ik heb zelden zo genoten van jazz, gespeeld door deze drie heren. Jimmy Molière kan zich geen beter begeleiders wensen. Zij ondersteunen zijn gitaarspel perfect, geven een solo als je er lang genoeg om vraagt en tijdens dit soleren staren ze nooit naar hun navel alsof dit het middelpunt van de wereld is. We hebben het ooit anders meegemaakt. De steeds bescheiden Jimmy Molière kwam het podium op, nam zijn "custom build" Gibson gitaar ter hand, nam plaats op zijn stoeltje alias barkruk en zette het jazzy "Sugar" in. Dadelijk hoorde ik de mooie en zuivere gitaarklank terug die nog in mijn geheugen gegrift zat. Mijn herinneringen hadden me dus niet bedrogen en ik was maar al te blij dat ik dit opnieuw van nabij kon aanschouwen. Na deze opener volgde het eerder blues getinte "Black Fox" dat ook terug te vinden is op Jimmy Molière's gelijknamige cd uit 2000. Jimmy's Jazz Quartet was van bij het begin goed maar toch leek het erop dat ze een aantal nummers nodig hadden om zich volledig thuis te voelen op het podium van de Banana Peel. Dat is nochtans nergens nodig voor want het publiek in de Banana Peel is in normale omstandigheden breeddenkend en ziet al eens iets door de vingers zolang datgene wat op het podium gebracht wordt oprecht is en met begeestering gespeeld wordt. Ik moet wel toegeven dat ik het zelden zo stil geweten heb in de Banana Peel. Er durft al eens wat gepraat te worden aan de bar tijdens een optreden en zeker naar het einde van de avond toe stijgt het volume recht evenredig met het aantal promille. Maar nu bleef het tijdens de ganse duur van het concert muisstil alsof iedereen in de ban was van het fenomenale gitaarspel van Jimmy. Bij "Sun Down" van Wes Montgomery, Jimmy's grote voorbeeld, leek het ijs echter gebroken te zijn en trad drummer Philippe Komac, die trouwens docent slagwerk is aan de kunsthumaniora te Brussel, met verve in de schijnwerpers. Als om te bewijzen dat het repertoire dat het Jimmy Molière Jazz Quartet brengt breed is, kregen we eerst "Eleanor Rigby" van The Beatles en vervolgens "Windy" van The Association te horen. Bij dit laatste nummer kwam er wel wat overleg met mijn buur aan te pas want de melodie zat in ons gezamenlijk collectief geheugen maar er een naam op kleven was heel wat moeilijker. Net voor de pauze had Jimmy nog een verrassing voor het aanwezige publiek in petto. Hij vroeg iemand uit het publiek op het podium en stelde die voor als Jamal Thomas, de vaste drummer van Maceo Parker. Ongelofelijk wie men allemaal over de vloer krijgt in dit godvergeten gat dat Ruiselede heet. Jamal wou drummer Komac niet van achter zijn drumstel halen en stelde voor om een bijdrage te leveren aan de microfoon zodat we het enige gezongen nummer van de avond te horen kregen, namelijk "Stormy Monday". Voor mij had Jamal gerust nog enkele nummers mogen zingen maar hij diende echter na dit ene nummer reeds terug te vertrekken naar andere oorden. Desondanks ben ik, en ongetwijfeld nog vele anderen, maar wat blij dat we even hebben mogen kennis maken met deze man. Na
de pauze werd volop de kaart getrokken van de jazz en passeerden onder
andere "Nardis" van Miles Davis de revue, waarin bassist Xavier
Rau schitterde met een boeiende solo, "Blue Rondo" van Dave
Brubeck, wat dan weer een nummer was waarin pianist Marc Alleyn op de
voorgrond trad, en "Satin Doll" van Duke Ellington. Maar steeds
is het Jimmy Molière die er met zijn gitaarspel voor zorgt dat deze nummers
meer zijn dan covers of een zoveelste uitvoering van een standard. Voor
mij mocht het nog uren doorgaan maar met "Nadia" kwam er dan
toch een einde aan het set van het Jimmy Molière Jazz Quartet. Hij dacht
dat zijn taak volbracht was maar het publiek had het anders begrepen.
Een oververdiend applaus zorgde er voor dat Jimmy nog een laatste maal
plaatsnam op zijn stoel. Hij had ondertussen zijn Quartet naar de bar
gestuurd zodat hij moederziel alleen op het podium zat. Hij kondigde aan
dat hij een nummer zou brengen dat hij nog nooit live gespeeld had en
ik kan begrijpen waarom. Het was een nummer waarin hij het uiterste uit
zijn gitaarspel haalde, de vele wendingen die ik hoorde kon ik met moeite
bijhouden en de kans dat hij een uitschuiver maakte was reëel. Maar na
een geslaagde avond als deze durft een muzikant al eens iets meer en Jimmy
kwam heelhuids aan het einde van het nummer. De schade die hij aangericht
had onder het publiek was bijna niet te overzien. Iedereen zat stomverbaasd
te kijken, alsof orkaan Katrina in eigenste persoon even langs geweest
was in de Banana Peel. Met dat verschil dan dat deze wervelwind de vriendelijkheid
zelve was die iedereen bedankte dat men naar hem was komen luisteren.
Bescheidenheid siert een mens maar sommige mensen hoefden niet bescheiden
te zijn en Jimmy Molière is er één van. Integendeel, wij dienden Jimmy
Molière en zijn quartet te bedanken dat we terug een onvergetelijke avond
gekregen hadden in de Banana Peel. |
||||||||