BLUES LEE @ GOMPELHOF, MOL – 14/01/12

Artiest info

website

 
   

GOMPELHOF, MOL – 14/01/12

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

‘Blues Lee, they make you feel good’ lezen we in hun biografie. Geen overdreven uitspraak van dit Limburgse vijftal, want dat hebben we al in een ver verleden mogen ondervinden. We kwamen dan ook maar al te graag uit onze zetel om een concert van Blues Lee mee te pikken. Dat de heren niet vaak meer te zien zijn in de Kempen was een extra-reden om richting Mol te trekken, naar ’t Gompelhof, dé bluesclub van de Antwerpse Kempen. Het was dan ook benieuwd uitkijken hoe de heren uit Hasselt en omstreken de voorbije jaren evolueerden. We kunnen nu al verklappen dat het een schot in de roos was. We zagen met Blues Lee misschien wel de beste Belgische live rootsband van dit moment.

Maar met Don Qui Butt was er vooraf nog een voorprogramma dat best gezien mocht worden. Een coverband uit de Molse omgeving, maar met een Limburger als frontman en niet de eerste de beste. Carl Vrijsen (o.a.ex-Soul Shake) heeft niet alleen een goede stem, maar is een ook behoorlijk trompettist en heeft dan ook bergen ervaring evenals drummer Leo Vandermeer (o.a. ex-White Line en Gummyskin Band). Ook de gitaristen Wouter Lenaerts en Paul Verkoyen hebben een muzikaal verleden. Bassist Simon Jacbos (Mrs.Peacock) is de jongste telgt uit het gezelschap.

De covers gaande van ondermeer Mink Deville, Joe Cocker, Santana, Lovin’ Spoonful, Thin Lizzy tot een medley van Golden Earring gingen er niet alleen in als zoete koek, het klonk bovendien nog fris ook. Een aantal bisnummers (een ode aan David Bowie) bleven niet uit. Don’t Qui Butt is een naam om te onthouden, zeker als er een feestje gebouwd moet worden.


Omstreeks 11 uur begon leadgitarist Karel Phlix zijn eigen gebouwde Guttlingitaar te stemmen en lagen de verwachtingen hoog voor Blues Lee bij het toch niet echt talrijk opgekomen publiek. Jammer, want de band speelde een twee uren durende erg gevarieerde set om duimen en vingers van af te likken. Dit vijftal krijgt dan ook - terecht overigens - vaak lovende kritieken.

Temeer omdat ze zo’n diversiteit van stijlen hanteren dat het haast nooit verveelt. Meer dan zestien jaren staan ze al op de planken en dat resulteerde in de vier albums Bubba (2000), In The Crack Of The Map (2004), Home (2006) en Indeed (2010). Maar er is zoals gezegd ook de ijzersterke livereputatie met haast allemaal eigen materiaal en bijwijlen gebracht met een dosis humor.

Uiteraard werd er nogal wat materiaal gespeeld van hun meest recente schijf zoals de openen ‘Love Engineer’ met de schitterende bijwijlen schurende stem van ‘Bies’ Biesmans (ex-Jitterbugs/Big Four). ‘Jim Johnson’ klonk dan weer funky en met de sensueel klinkende sax van Biesmans werd met ‘Carribean Duck’ teruggedacht aan hun avonturen in Curaçao, waar ze ooit op tournee waren. Andere nummers uit ‘Indeed’ die gebracht werden waren ‘Rusty Guns’ (een Kevin Ayers klinkend nummer), met een mooi samenspel tussen gitaar en mondharp. Maar er was ook rock op de plank met het stevige ‘Ooh Baby’ en een schitterend solerende Phlix op slide, één van de vele hoogtepunten van de avond wat mij betreft. Uiteraard werd er ook ouder eigen werk gebracht uit Home. Zo passeerden ‘Honey Please’, het countrygetinte ‘Hillbilly Joe’ en het welbekende en wondermooi gebrachte ‘Seven Days’, dat ongetwijfeld voor kippenvelmomenten zorgde door ondermeer de scheurende altsax.

Maar ook uit ‘In The Crack Of The Map’ werden songs gespeeld. We herinneren ons het erg swingende ‘Earline’ (knappe gitaarsolo), ‘Gotta Go’ en het zuiver klinkende ‘If The Phone Don’t Ring’. Helaas werd toen het laatste nummer ‘Cross That Line’ aangekondigd, een funkydeuntje, dat uiteraard een vervolg kreeg in een aantal bissen met ouder werk uit de debuutalbum ‘Bubba’ waaronder ‘Bye Bye Letter’ en het zonder begeleiding gebrachte ‘Vinnie’. Voor mij hadden de heren nog even mogen doorgaan. Buiten de frontmannen Karel Phlix en ‘Bies’ Biesmans spelen zeker ook ritmisch gitarist Jan Corthouts, drummer Yves Bosmans en bassist Steph Collart een belangrijke rol in het succes van Blues Lee.

 

Tekst en foto’s Siskus