ECHO AND THE BUNNYMEN @ AB, BRUSSEL - 20/01/12

Artiest info

website

 
myspace  

AB, BRUSSEL - 20/01/12

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Humeurige Ian McCullogh verknalt goed begonnen masterclass


Binnen het livecircuit heerst al enkele jaren de trend om artiesten een historische plaat uit hun back-catalogus integraal te laten performen. Dit concept lokt enerzijds heel wat oudere fans terug naar de concertzalen en geeft anderzijds jongeren de kans kennis te maken met een stukje muzikaal erfgoed. Ook Echo and the Bunnymen, de Liverpoolse hoop in bange (eighties) dagen, liet zich gewillig voor dit concept strikken en besloot niet één maar twee platen, namelijk hun debuutalbum 'Crocodiles (1980) en diens opvolger 'Heavan Up Here' (1981), live te zullen uitvoeren tijdens een zogenaamde masterclass.
Van het originele postpunk kwartet blijven anno 2012 enkel nog zanger en upper-bunny Ian McCollogh samen met zijn gitarist en tegelijk rechterhand Will Sergeant actief. Drummer Pete de Freitas verloor in 1989 het leven tijdens een motorongeval en bassist Les Pattinson besloot in 1998 de groep om persoonlijke redenen te verlaten.

In de Ancienne Belgique trad de groep met z'n zessen aan, inclusief een extra gitarist en een keyboardspeler. Helaas verscheen de groep een kwartier te laat op de afspraak, hetgeen later tijdens het concert zijn gevolgen zou hebben...

Echo and the Bunnymen openden met een gebalde versie van 'Going Up' die ons onmiddellijk naar hun roemrijk verleden katapulteerde . De groep die opereerde voor een achtergrond opgetrokken uit sfeervol camouflagemateriaal bleef heel het concert door zwaar onderbelicht, zodat we - helemaal in de geest van the eighties - naar een soort schimmenspel stonden te kijken, waarin enkel schaduwen de dienst uitmaakten. 

Tijdens 'Stars Are Stars' en 'Pride' was het genieten van het subtiele gitaarwerk van Will Sergeant die vanuit zijn hoekje heel het concert door zou blijven schitteren zonder zich veel aan te trekken van de rest. McCullogh bleek beter bij stem dan verwacht. 'Crocodiles' trok een ware wall of sound op gang die aan de hoogdagen van de punk herinnerde. Het beter bekende 'Rescue' zorgde voor een eerste publieksclimax. De daaropvolgende drugsaga 'Villiers Terrace' ging naadloos over in een aardig stukje 'Roadhouse Blues' waarin McCullogh zich eventjes Jim Morrison waande. De Doors zanger blijft samen met Bowie immers één van zijn grote voorbeelden. Ook het orgeltje tijdens 'Pictures On The Wall' leek naar The Doors te verwijzen.

Tussendoor deelde de zanger ons mee dat Brussel één van de beste plaatsen was om te spelen in Europa en voegde daar enigszins sarcastisch 'exept for Liverpool of course' aan toe. Toen hij wat later enkele flesjes water het publiek in gooide riep hij naar één van de gelukkigen die deze opvingen: 'Hey Pepe Reina!', verwijzend naar de LFC goalie. Later zou Ian nog een paar keer 'Vive La Belgique' naar de zaal schreeuwen en deed hij zelfs een cynische poging om enkele fonetisch Vlaamse klanken uit te stoten, hetgeen hij dan als 'Blemish' bestempelde. Liverpudlians have a great sense of humor.

Ondertussen snoerden The Bunnymen nog wel het ene sterke moment aan het andere. We onthouden vooral de vette mokerslagen van 'All The Jazz' en de messcherpe gitaren van 'Happy Death Men' die het eerste 'Crocodiles' luik sterk afsloten. Daarna verdween de groep enkele minuten in de coulissen om daarna weer de draad op te nemen voor de live-uitvoering van 'Heaven Up Here'.

Vanaf dit moment ging het echter langzaam maar zeker bergaf met dit concert. Tijdens 'Show Of Strength' gaf McCullogh met veel gebaren één van zijn crewleden de wind van voor omdat deze vergeten was zijn favoriete drankje (whisky-cola?) bij te vullen. De arme man kwam enkele ogenblikken later aangestormd met twee nieuwe bekertjes om zijn broodheer (of beter drankheer?) te plezieren.

Akkoord, het door Sergeant van schitterend gitaarwerk voorziene 'Over The Wall' en het bezwerende 'All My Colors' bleven overeind (hoewel we die songs ook al in betere versies gehoord hebben) maar toen McCullogh tijdsgebrek inriep om de laatste drie songs van 'Heaven Up Here' niet te spelen, voelde dit voor sommige aanwezigen aan als een soort contractbreuk. Ook de stem van McCullogh liet het meer en meer afweten.

De groep besliste om nog vier van hun greatest hits te spelen maar toen liep het pas helemaal mis. Het van veel echo voorziene 'Bring On The Dancing Horses' verklootte McCullogh door eerst een tamboerijn naar iemand in het publiek te gooien en daarna te beginnen kankeren omdat deze sterveling niet in staat bleek het juiste ritme mee te kloppen. 'Nothing Lasts Forever' werd een complete ramp omdat Ian het nummer eerst a capella wilde zingen en daarna toch weer niet, ondertussen één van zijn groepsleden voor verrot uitscheldend omdat deze in opperste verwarring niet wist wat hij nu uiteindelijk wel of niet diende te spelen. Even later geraakte de zanger dan weer met iemand uit het publiek in de clinch ging omdat deze met een laserlampje in zijn ogen scheen.

Met plaatsvervangende schaamte moesten we vaststellen hoe de getormenteerde McCullogh zich als één van de (Oasis) Gallagher broers in hun zwartste dagen misdroeg, daarbij gebruik makend van een felle reeks schuttingswoorden. 'The Killing Moon', normaal gezien een hoogtepunt waar fans reikhalzend naar uitkijken, kreeg helaas een automatische piloot behandeling, waarna de groep zich gelukkig toch nog herpakte door een krachtigere versie van 'The Cutter' neer te zetten. Een vluchtig 'Thank you, Brussels, goodnight',' kon er nog net af. Maar het kwaad was geschied, rebel without a cause Ian McCullogh liet zijn publiek met een bittere nasmaak achter, een tragisch slotakkoord van een voor de rest wel degelijk concert, dat zeker ook zijn sterke momenten kende.


Shake

  • Going up / Stars Are stars / Pride / Monkeys / Crocodiles / Rescue / Villiers Terrace / Pictures on my wall / All That jazz / Happy Death Men // Show of strength / With a Hip / Over the Wall / It Was A Pleasure / A Promise / Heaven Up Here / The Disease / All My Colours 
  •  Encore: Bring On The Dancing Horses / Nothing Lasts Forever / The Killing Moon / The Cutter