GRANT - LEE PHILLIPS & HOWE GELB @ HET DEPOT, LEUVEN 27/01/15

Artiest info
Website Grant-Lee Phillips
Website Howe Gelb

HET DEPOT, LEUVEN - 27/01/15

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

‘Het is hier zo smal!’. Dat waren de eerste ietwat verbouwereerde woorden van Howe Gelb toen hij het podium in de Foyer betrad. Had het concert plaats gevonden in de zaal ernaast dan was dat wellicht ook uitverkocht geraakt. Maar alhoewel Howe het publiek aanzette om zich in de zetels te gaan nestelen van het naburig zaaltje, ging niemand op dat voorstel in aangezien de singer-songwriter uit Tucson, Arizona zelf niet wou meeverhuizen. Want een van de markantste persoonlijkheden uit het alt-country wereldje is ongetwijfeld Howe Gelb, die in zijn shows steeds verrassend uit de hoek komt. De allround muzikant, die zichzelf omschrijft als een ‘old man with an old guitar’, droeg voor de gelegenheid een Portugese hoed en een Belgisch jacket. Singer-songwriter, Grant-Lee Phillips, vergezelde hem op tournee wat resulteerde in twee afzonderlijke acts en enkele gezamenlijke songs, waarin speelsheid, emotie, expressie, zang en dichtkunst, filosofie, humor en spotternij elkaar opvolgden. Gitaar en piano werden de begeleidende instrumenten.

Je zou het een voorloper van de gedichtenweek kunnen noemen want na wat gestuntel met kabels en micro’s begon Howe Gelb, voorvechter van de woestijnrock, aan zijn set met een haast geprevelde poëtische song waarin enkele kenners toch de tekst van ‘Jumpin Jack Flash’ herkenden, maar dan door hem volledig naar zijn eigen aard geboetseerd. Met zijn gezandstraalde stem herinnert hij zowel aan Tom Waits als aan John Trudell vooral wanneer hij als in voordracht zijn eigen songs het donker lokaaltje instuurt zoals vroeger de beatdichters. Hij vertolkte alvast een van zijn songs uit een nog uit te brengen nieuw album, alhoewel ‘Alegrias’ en ‘The Coincidentalist’ nog niet zo lang geleden werden uitgebracht. Uit dat laatste album koos hij de titeltrack en uit ‘Tucson’ het sfeervolle ‘Not The End of the World’ maar dan aan de piano. Ondanks dat Howe onthulde dat niemand hem als kind in zijn band wilde, was hij in de dertig voorbije jaren toch in heel wat formaties actief, te beginnen in ‘The Giant Sandworms’ en nadien in ‘The Band Of Blacky Ranchette’, ‘Giant Giant’ en extra large ‘Giant Giant Giant’. Niettegenstaande zijn rijk repertorium houdt hij ervan om te improviseren en gewoon zijn instinct te volgen. Zijn songkeuze werd dus bepaald door spontane invallen of de respons van het publiek. Dat resulteert in een afwisselende set, hetzij fingerpickend op gitaar of aan de pianotoetsen. Narratieve songs, een bluesy countrysong vol woordkunst afgelezen van papier, een swingend nummer, het ritmische ‘Paradise Here Abouts’ met voetstomp.. kleurden afwisselend zijn miniconcert. Met zijn stemcapriolen kreeg hij de lachers op zijn hand. Wanneer hij zich aan de piano zette werd het tafereeltje intiemer. Zijn medley met songs als ‘As Time Goes By’  en ‘What A Wonderful World’ kwam bitterzoet over als een scène zo uit ‘Casablanca’ weggelopen. Ook de daaropvolgende ragtime en swingintermezzo’s leken weggeplukt uit een old-time film.

Ongeveer een uur later sloot Grant-Lee Phillips aan met zijn eigen set. Eerst keuvelden beiden nog even over het surrealisme, René Magritte en de lichtbol met zijn psychedelische effecten en brachten zij tezamen nog een mooie versie van Lou Reeds ‘Pale Blue Eyes’. Hierna nam Grant-Lee het solo over. Ook hij heeft de luxe om uit een kwart eeuw muziekcarrière te kunnen putten en een zestal albums met als voorlopig laatste het sfeervolle ‘Walking In The Green Corn’. Zijn krachtige stem contrasteerde mooi met die van Howe vroeger op de avond. Grant Lee komt uit Californië en kan zich beroemen op voorvaderlijke Indiaanse grootouders. Zijn songs zijn dan ook betekenisvol gelaagd en zijn zang steeds geëmotioneerd, aangrijpend bij het lyrische ‘Nightbirds’ en pakkend bij het bloedmooie ‘Buried Treasure’ dat koud langs je ruggengraat gleed ondanks de hitte. Ook dook hij in het oudere ‘vintage’ materiaal tot vreugde van de fans toen hij ‘Fuzzy’ inzette. De song ‘Boys Don’t Cry’ van The Cure bracht hij als een verzoeknummer. Ook Grant-Lee richtte zich tussendoor tot het publiek wat een andersoortige intimiteit creëerde. Met zijn wendbare stem, die zowel diep kan gaan als falset de hoogte zoekt, sleepte hij het publiek mee in de stroom van zijn gevoelvolle songs. Hij zat volledig in de ‘zone’ toen Howe Gelb zich weer bij hem voegde waarmee het einde werd aangekondigd. Maar eerst amuseerde Howe zich nog met een spelletje dat je zou kunnen interpreteren als een oefening in het aanscherpen van zijn korte termijngeheugen. Door alle aanwezigen op de eerste rijen hun voornaam te laten zeggen en die dan in één reeks foutloos te herhalen bewees hij dat hij noch high noch dronken was maar nog steeds alert bij de les. Tenslotte, -toen reeds elf uur voorbij-, omgorden de twee zangers hun gitaren voor een laatste song om alzo van het Leuvens publiek afscheid te nemen in de geest van studentikoze verbondenheid.

Marcie

meer foto's © Yvo Zels