GREGORY PAGE @ N9, EEKLO - 30/01/16

Je hoeft geen specialist te zijn om te merken hoe Page zich inleeft: deze songs zijn voor hem eten en drinken, het is de lucht die hij inademt. Uit elke lijn spreekt liefde en niet alleen omdat bijna alle songs handelen over dit favoriete tijdverdrijf van ons allemaal, de leuke kanten maar natuurlijk nog liever de triestige kanten, de gebroken harten, de bedrogen verwachtingen

Dat Gregory Page de muziekwereld zou ingaan, om dat te ‘voorspellen’ behoefde je geen glazen bol te hebben, als je zijn antecedenten in beschouwing neemt. De richting die hij zou inslaan, daar had hij keuze te over. Toen we hem leerden kennen in 2006 met cd ‘Love Made Me Drunk’ leek de keuze gemaakt en bijna tien jaar later blijkt dat ook zo te zijn. Straffer nog Page is zelf een stijlicoon geworden, de vaandeldrager van een reeks muziekvormen die te associëren vallen met een afgesloten periode. Dat kunnen we omschrijven met ‘het tijdperk van de crooners’, al zit er stilistisch wel behoorlijk wat verloop in en heeft Page door de jaren heen een repertoire aan eigen songs geschreven, dan wel volkomen in lijn met de persona waarin hij zichzelf geboetseerd heeft, de artiest die hij daadwerkelijk ook werd. Page leeft blijkbaar zeventig jaar en meer in het verleden, maar hij is geen fake, hij speelt dit niet. Dit is Gregory Page….

Page groeide op in Noord Londen in een familie die de traditionele Ierse muziek ademde. Grootvader Dave Page speelde professioneel de uilleann pipes en is te horen op de enkele van de oudste opnames van Ierse folk. NonkelDave Page Jr. uit Dublin werd de originele drummer van Tom Jones en speelde in die hoedanigheid met de grootste crooners van die tijd. Maar hij deed ook opnames met zo uiteenlopende sterren als Marvin Gaye, Sir Laurence Olivier en Marilyn Monroe en… Monty Python’s Flying Circus. Zijn ma Moyra Page schreef songs voor en zong bij meidengroep The Beat-Chicks wier grootste prestatie was dat ze twee keer het voorprogramma deden van…The Beatles in de arena voor stierengevechten in Barcelona. Zo kwam kleine Page ook eens terecht op de knie van Paul McCartney, terwijl die kleine Pages tere oogjes beschermde tegen het zicht van de woeste en bloederige gevechten in de arena, ongewild het ‘voorprogramma’ van de concerten…

Maar ondanks het Ierse bad raakte Gregory vooral gefascineerd door de uitgebreide 78T platencollectie van zijn grootvader, die de man afspeelde op een oude HMV Gramophone, die Page trouwens mee had op zijn Eeklose concert. In de swinging sixties stortten de andere tieners zich op beatmuziek, rock-‘n-roll, The Beatles OF The Rolling Stones, The Kinks,  The Who, en wat later op de flower power, Janis Joplin, The Doors en Jimi Hendrix. Dat ging allemaal voorbij aan deze spichtige, bebrilde slungel, die aan zijn ongetwijfeld onhandige manier van presenteren nog een lichte stotter koppelde. Gregory sloot zich hoe langer hoe meer op in dat Wonderland dat via de krakende platen steeds verder openging, een land waarin Al Bowlly, de in Engeland immens populaire jazz- en popzanger van Zuid-Afrikaanse origine, de onbetwiste King was en bleef, ondanks zijn vroegtijdige dood door de Duitse bommen op Londen. Bowlly is overigens ook een held van Richard Thompson, die een lied aan hem wijdde. De man had grote invloed op anderen, o.a. Bing Crosby.

Pages leven valt in een definitieve plooi als hij Londen omruilt voor San Diego, California, waar hij tot op heden woont. Wie denkt dat hij daar niet aan zijn favoriete muziek kon raken, vergist zich: Lou Curtiss is de bezitter van een oude, stoffige platenzaak, waar onder anderen ook Tom Waits zijn tenten ooit opsloeg, op zoek naar… oude songs, want Curtiss is een verwoed collectioneur van 78T platen. Het blijkt ook voor Page een echte goudmijn te zijn. Curtiss blijkt de ideale gids, die hem loodst van de ene vergeten parel naar de andere. We spraken van Al Bowlly en tijdgenoten, maar eigenlijk loopt zijn interesse alras ‘van Sophie Tucker tot Woody Guthrie’. Het zijn de (meestal crooner) songs die je terugvindt op Pages vrij talrijke platen, vanaf ‘Love Made Me Drunk’, al schrijft hij al even veel eigen songs, die naadloos aansluiten bij het in alle opzichten klassieke werk. Als je Page dan aan het werk hoort, dan klinkt daar die oude grammofoon steeds weer door, door zijn zoetgevooisde, afgeronde stembuigingen, zijn frequente scatten en nabootsen van instrumenten (de trompet), door de inzet van elementen uit de techniek van die jaren…

Zijn hele voorkomen is daarop afgesteld, zijn elegantie, zwier en hoofsheid stralen het tijdperk uit. Daar horen ook een getrimde snor en assorti baardje, een onberispelijk pak, meestal zijn kenmerkende hoed en een ietwat houterige manier van doen bij, de gentleman ten voeten uit. ‘Songwriter, troubadour, filmmaker, poet, astronaut’, zo presenteert hij zichzelf op zijn site: humor, ja, ook dat hoort onlosmakelijk bij dit zachte imago. Hij doet ons soms denken aan de ‘seigneur uit een doosje’ die Allen Toussaint was… Dat hij uit zijn recentste cd ’Let’s Fall In Love Again’ zou citeren leek ons vast te staan, maar dat was uiteindelijk heel beperkt (we kregen zijn eigen ‘Three Words To Say’ te horen) precies door zijn omvangrijke repertoire. Page vatte het concert op als een muzikale odyssee, ‘forward to the past’. Zang en gitaar, zo simpel zou het concert in mekaar zitten.

Van dit patroon wijkt hij maar enkele keren af, en dat is een telkens welkome verbreding van het onderonsje dat dit concert in de sfeervolle villa van N9.… Een groot orkest kon hij helaas niet meebrengen, maar dat moet een belevenis zijn met deze man en dit repertoire, een trip naar de West Coast overwaard… Op toneel een standaard met zo’n ouderwetse vierkante microfoon, zoals je die tegenwoordig weer vaak aantreft bij bluegrass gezelschappen en bij iedereen die een vintage sound nastreeft. Links een stoel die hij maar even gebruikt, maar past in dit decor. Rechts een echte… HMV Gramophone, die hij ten langen leste toch eens zou laten spelen. Met fel gedimde lichten (iets te, want na een tijd gaf hij aan dat hij moeite had om de juiste frets te vinden) zet Page het concert in op zijn rustige wijze. Gezeten dist hij een heerlijk zoemend instrumentaal op, waarin het lijkt of Scott Joplin met Jelly Roll Morton met fluwelen stem op een middernachtelijk uur converseren. De stemmige toon is gezet.

Hij staat recht en zet het door zovele groten (o.a. Frank Sinatra) gecoverde ‘We Just Couldn’t Say Goodbye’ van Harry Woods (1932) in. Je hoeft geen specialist te zijn om te merken hoe Page zich inleeft: deze songs zijn voor hem eten en drinken, het is de lucht die hij inademt. Uit elke lijn spreekt liefde en niet alleen omdat bijna alle songs handelen over dit favoriete tijdverdrijf van ons allemaal, de leuke kanten maar natuurlijk nog liever de triestige kanten, de gebroken harten, de bedrogen verwachtingen. Zijn bindteksten zijn onderhoudend, leerrijk en toch lichtvoetig. Zijn humor is bepaald fijntjes: ‘So It Goes’ leidt hij in met ‘Deze schreef ik voor Willie Nelson’. Page stijgt daarmee in ieders achting, maar aan het eind vernemen we de waarheid: ‘Willie weet het nog niet…’ Hilariteit.

Halfweg de eerste set wijkt hij even af. ‘Use your imagination’ zegt hij en hij projecteert ons naar 24 november 1931: Al Capone krijgt een veroordeling, niet voor zijn zware misdaden, wel voor belastingontduiking (wat genoeg zal blijken om hem effectief uit te schakelen) Dat die dag ook de Belgische rugbyfederatie werd opgericht, komt niet ter sprake. We dat op dat moment aan de andere kant van Chicago Mildred (Rinker) Bailey, swing jazz zangeres, een song van Hoagy Carmichael zingt. Hoagy is één van de groten uit het American Songbook, schrijver van ‘Stardust’, ‘Rockin’ Chair’ – zie Joni Mitchell!) en, samen met de grote Johnny Mercer, het prachtige ‘Lazybones’. Hoagy gaf Bailey zijn nieuwe song. Zij zou de eerste worden, maar velen zouden zich op… ‘Georgia On My Mind’ (niet de staat, wel een vriendin!) storten. Page laat de opname horen, terwijl hij met Bailey in duet zingt. Tja, ‘melodies bring memories’: iedereen zal er wel eentje hebben vasthangen aan dit onverslijtbare nummer. Na de song dankt hij de ingebeelde Bailey, gezeten op de stoel. Gekend heeft hij haar niet: ze stierf in 1951, amper 44 jaar oud…

Op het einde van de eerste set laat hij twee andere facetten van zijn kunst zien. Hij leest een gedicht voor uit zijn bundel ‘The Blank Page’, die een jaar geleden uitkwam. Daarna laat hij horen dat hij ook ànders kan zingen: hij brengt folksong ‘Mary And The Soldier’ (die we vooral kennen in de versies van Bob Dylan en Paul Brady) Page verandert zowaar in een Ier, met het juiste accent en het typische deinen van de toonhoogte. Gezien zijn afkomst kost hem dat geen enkele moeite. Hij zette het op ‘One Way Journey Home’, een collectie van twaalf gelijkaardige songs, geproduceerd door Pages zeer goede vriend Jason Mraz. Helemaal aan het eind zou hij uit diezelfde plaat het fraaie ‘Right Or Wrong’ brengen, zijn allereerste song. In het tweede deel gaat het op deze gemoedelijke manier verder, al is Page nu iets meer de hedendaagse singer-songwriter dan de crooner van weleer en de laatste vertegenwoordiger van Tin Pan Alley en de song pluggers. Maar zijn opmerkingen geven nog steeds blijk van een hoogromantische ziel: bij ‘Love Made Me Drunk’ geeft hij uiting aan zijn liefde voor zijn Gibson, de gitaar die al lang de pensioengerechtigde leeftijd voorbij is. ‘Is it legal to marry an instrument?’ Het is een retorische vraag: ‘tûûrlijk, Gregory!

Ernie Burnett komt langs met het onsterfelijke ‘Melancholy Baby’, dat hij in 1911-2 op de mensheid losliet. Men vergeet al snel te vermelden dat de tekst van George Norton was, en, dat komt omdat man en song via een ongelofelijke, maar betuigde en bewezen story aan mekaar gekoppeld zijn: Burnett verloor zijn geheugen (en zijn identiteitsbewijzen) in WOI toen hij op het slagveld gewond raakte. In het hospitaal zag het ernaar naar uit de hij eeuwig een ‘John Doe’ zou blijven, maar op een dag speelde een pianist om de patiënten te entertainen… ‘Melancholy Baby’. Burnett hervond zijn levensgeesten en riep uit: ‘That’s my song!’ Op die wijze won hij zijn geheugen terug… Authentiek! Ook leuk is ‘Bird In A Cage’ song die er de platenfirma van langs geeft die zijn debuut ‘All Believe Me’ had moeten uitbrengen, failliet ging. Geen debuut dus. Later gaf hij die zelf uit, maar het onheil was geschied. De song hakt er goed op in en valt op door zijn hihihi’s en hahaha’s. Page herinnert zich dat de song in de Handelsbeurs zeer goed ontvangen werd en besluit dat het zijn meest populaire deun is in Gent!

In set twee nog een ander buitenbeentje. Molly Drake (1915-1993) was de moeder van Nick Drake. Zij schreef songs, waar heel wat opnames van bestaan. Page brengt het prachtige ‘I Remember’. Voor ‘A Dangerous Day’ uit ‘The Blank Page’ zet hij eindelijk eens zijn hoed op. Mmmm, de songs vinden we beter: na een geweldige uitvoering van ‘She’s Funny That Way’ (dat wij verbinden aan Frank Sinatra en arrangeur Nelson Riddle), is het tijd voorHis Master’s Voice. De platendraaier speelt (of Page doet toch alsof die speelt) ‘It Had To Be You’ en hij breit er een tekst aan over de oude dance bands. Hoe tijdens the great power failure in het noordoosten van de States in 1965 (bekend om zijn baby boom negen maanden later!) àlles was uitgevallen… Op de handgedraaide oude pick-ups na!

In de bissen nog een bijzonder moment, zeg maar de moraal van het verhaal: bij het al vermelde ‘Right Or Wrong’ weidt hij even uit hoe je altijd weer het heft in eigen handen kan nemen in je leven. Een sterke boodschap: ‘There is just one thing for certain, I promise you will see: it’s never too late to be person you were meant to be’… Page heeft die ‘person’ al lang geleden gevonden. Wij werken er nog aan! Als hij de volgende maal langskomt…

Antoine Légat.

Foto © N9

video's : Molly Drake ‘I Remember’ - Gregory Page ‘Right Or Wrong’ - Gregory Page 'Bird in a Cage'

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Artiest info
website  
facebook  

N9, EEKLO - 30/01/16