EMILE & TWENTY STRINGS @ ARSENE, HANSBEKE - 21/01/17

‘Waarom zou Emile zich niet omringen met alleen maar violisten, die bovendien aardig kunnen zingen, op een bedje van funky baslijnen, om daarmee de al eerder beproefde mix van prima eigen songs en goed gecaste covers te serveren?’

Men zegt het wel vaker dat het volstaat om één goed idee te hebben. Om te onderstrepen dat dit een beslissende factor is, voegt men eraan toe dat dit volkomen los staat van de aan- of afwezigheid van talent. Voorbeelden legio! Je zou zelfs, zonder enige aanleg om leiding te geven, president van een machtig land kunnen worden, al kunnen we dat maar moeilijk geloven. Als je dan nog, zoals de artiest in kwestie, Emile Verstraeten, gezegend bent met een hele resem talenten, dan kan het niet mislopen. Over dat goede idee straks meer. Maar wie is verdikkie toch die enigmatische Emile, van wie men zegt dat zowat ‘iedereen hem kent’? Eigenlijk volstaat deze ene zin: ‘Emile Verstraeten is de wonderlijke, enthousiaste violist in de band van die al even geestdriftige Bart Peeters’. Het is dus meestal ook het enige dat men over Emile weet te vertellen. Hopelijk blijft dat niet zo, want Emile is uit het goede hout gesneden, en net als Tom Vanstiphout, ‘gitarist van Clouseau’, verdient hij een véél groter forum.

De vader van Emile, Michel Verstraeten, was de staande bassist van het originele Waso Quartet, dat grossierde in de gipsyjazz en Hongaarse zigeunermuziek, waarmee ze in de seventies zorgden voor de revival van de muziek van Django Reinhardt. Er zaten ook elementen in van Frans chanson (Georges Brassens), van Wannes Van de Velde, flamenco en dies meer. We hadden het genoegen Waso, zijnde Michel, Koen De Cauter, Fapy Lafertin en Vivi Limberger te horen schitteren in het voorprogramma van Tom Waits in Antwerpen in 1977. Natuurlijk dat deze muziek de kleine Emile mede heeft gevormd. Met name pa’s enorme platencollectie zorgt voor een uitgesproken cultureel substraat bij de kleine Verstraeten. Maar hij gaat een andere weg uit dan Michel, die zelf overigens nog altijd actief is. Emile studeert viool aan het Conservatorium van Brussel maar speelt ook graag gitaar, de twee instrumenten die tot op heden naar zijn gunst blijven dingen. Het maakt van hem een ‘totaalmuzikant’ (we hebben de term niet uitgevonden) die open staat voor zeer vele muziekjes. Als ‘jeugdliefdes’ citeert hij zelf vioolvirtuoos en componist Niccolò Paganini, Russisch topviolist David Oistrach (of Oistrakh), naast Louis Armstrong, Elvis Presley en zelfs Michael Jackson en The Radios. Behalve Django krijgt ook Chet Baker een speciale plaats toegewezen in het universum van de jongeman. We zouden tijdens het concert nog een aantal onverwachte helden mogen ontdekken.

Al snel verwerft Emile zijn stek in het muziekleven: hij verleent medewerking aan heel wat klassieke ensembles en hij deelt het podium met de meest uiteenlopende artiesten. Hier slechts een tip van de sluier, want de lijst is enorm lang en verscheiden: van Björk en die andere wonderbaarlijke violist, Tcha Limberger, over Hannelore Bedert en Kapitein Winokio tot de familieleden De Cauter, Fay Lovsky en Flip Kowlier… en uiteraard zijn er de vele concerten voor volle zalen als sidekick van Bart. Om maar te zeggen dat Emile van alle markten thuis is… en tegelijk als begeleider tot een zekere vorm van anonimiteit gedoemd lijkt. Maar hij heeft ook eigen formaties en partnerships: The Wazini’s (met eigen en andermans werk, voorafspiegeling van het huidige project) en een duo met pianist Pierre Anckaert (met die beide formaties stond hij overigens al in Arscene), Alma Flamenca, Bal Tabarin, een duo met accordeonist Ivan Smeulders…

Het goede idee waar we mee begonnen heet Twenty Strings: waarom zou Emile zich niet omringen met alleen maar violisten, die bovendien aardig kunnen zingen, op een bedje van stevige, funky baslijnen, om daarmee de al eerder beproefde mix van eigen songs en goed gecaste covers te brengen? Dat kon toch alleen maar een unieke sound opleveren? Met wat het kwintet zaterdag 21 januari in Arscene ten gehore bracht, kan je enkel maar besluiten dat dit het ei is waar Columbus heel zijn leven vergeefs naar zocht (of heeft die dat ooit gevonden?) Daar moet je natuurlijk de juiste snaren, pardon, mensen voor vinden: goeie violisten kon Emile altijd rekruteren via zijn lesopdracht: hij is sinds 2009 gastdocent melodische improvisatie aan het Lemmensinstituut in Leuven) Bijkomend probleem was echter dat ze niet alleen buitengewoon viool konden spelen, technisch prefect en met een uitgesproken gevoel voor swing, maar dat ze ook moesten kunnen zingen, en dàt is een behoorlijk zeldzame combinatie, geeft Emile toe.

Die witte merels vond Emile in de personen van Beatrijs De Klerck (ook componiste en muziektherapeute) en de nog erg jonge Mart Flecijn (bekend van o.a. Duo Flecijn en intussen vast lid van het gereputeerde Nederlandse Flairck) Beiden zijn ze leerlingen van het Lemmensinstituut geweest (Mart werd daar zelfs al op veertien jaar toegelaten!) Voor een iets diepere begeleiding zorgt Stefan Wellens, klassiek geschoold altviolist, die meerdere instrumenten beheerst en lid was van de Groep Wannes Van de Velde, Aranis, JackoBond en Tijgers van Eufraat. De ‘fond’ is het werk van dat andere manusje van alles, bassist Wouter Berlaen (hier enkel contrabas en een met de voet bediende… charleston om het ritme te onderstrepen) Wouter stond hier al in november 2015 om de nog immer uitstekend klinkende derde, in het Zults gezongen cd van zijn groep Berlaen, ‘Van mijn Erf’, voor te stellen. Hij is het ideale fundament voor een groep als deze: hij zorgt voor clevere baslijnen, kan uithalen of inhouden, maar speelt, zoals Stefan, doorlopend strikt in functie vàn. Bovenal: Berlaen swingt als de builenpest. Alsof zijn double bass van rubber is.

Vijf topmuzikanten die vier snaren bespelen, dat zijn tezamen Twenty Strings. Er is echter meer: Emile, zelf een uitstekend zanger, weet zich gesteund door één tot vier stemmen, die op de koop toe goed bij mekaar passen. De prima akoestiek van opnamestudio Arscene maakte er zaterdag een feest van voor de oren. Omdat Wouter Berlaen die avond nog elders moest spelen, werd het een concert in één stuk uitgevoerd, niet, zoals in Arscene zo ongeveer traditie is, met een pauze. In dit geval vonden we dat geen nadeel. Het liet toe de broeierige intensiteit van de start vast te houden tot aan het gaatje. De aanhef bestond uit een onvervalste reggae, die meteen alle facetten van de band liet bewonderen. Dat noemen ze binnenkomen via de grote poort. Je zag de toehoorders naar mekaar kijken: er staat ons hier wat te wachten! Alle snaren en stemmen in de aanslag, dan wel op de viool van Emile zelf na, want die bleef aan zijn voeten liggen in dit ‘Be Thou Like The Sparrow’, een uitspraak op de Bijbel geïnspireerd. De herhaling van de titel gaf tegelijk een gospelkarakter aan deze frisse openingszet.


In ‘Mr. Sunshine’ neemt Emile de viool om er al snel wondere dingen mee te doen. De song heeft iets van het repertoire van zowel de American Songbook als de betere Britpop: de barokke opbouw van Emiles songs, de opvallend knappe teksten bewerkt door de in Europa vertoevende Amerikaanse Éireann Lorsung en Emiles wijze van vertolken en frasering deden ons meermaals denken aan wat Ray Davies van de Kinks zo goed deed en meer nog aan de tournures die Neil Hannon van The Divine Comedy in zijn songs inbouwt, en dat is bedoeld als een groot compliment. Die sterkte is tegelijk de Achillespees, want hoe vertaal je dit exuberante rock-coco naar geluidsdrager? Emile kondigt in dat verband fier aan dat hij rond Pasen een EP inblikt. Die mogen we dan verwachten tegen september.
Het derde nummer is van een heel andere aard, al leidde hij die in met een ongewilde kwinkslag: ‘Dit lied schreef ik voor mijn dochter toen ze nog in de vrouw van mijn buik lag… Heu, de buik van mijn vrouw!’ Hilariteit. Emile zou nog een tweetal keren zo’n omkering maken, maar hij verzekerde ons achteraf dat het geen opzet was, maar de spanning van het moment. Beeldschoon en ronduit pakkend is dit Braziliaans getinte ‘Naima’ alleszins. Het zou één van de twee rustiger songs van het concert blijken. Het gaat hierna zelfs crescendo: we krijgen een spetterende versie van ‘I Feel For You’ dat Prince oorspronkelijk schreef voor Chaka Khan. De vier violen op volle speed klinken zowaar als blazers. De aanwezigen smullen ervan en Prince Roger Nelson liet ons weten dat hij het goed vond.

Close harmony start het aanstekelijke ‘Right Kind Of Wrong’. We bedenken dat er met dit verrukkelijk stemmenwerk nog heel wat aan te vangen is binnen Twenty Strings. Potentieel genoeg. Het volgende ‘The Alchemist’ bouwt fraai op. Het nummer heeft iets van de finesse van The Police, maar één enkele beluistering noopt een mens tot het lezen van wat er tijdens de uitvoering in het notaboekje terecht kwam. Wat zeker is, is dat we ons na zes nummers nog geen seconde verveeld hebben… Het tweede rustpunt is een ode aan Chet Baker. Zoals gezegd liet de Amerikaanse jazztrompettist met de romige, langoureuze zangstem een grote indruk op kleine Emile. Grote Emile schreef een song in lazy Bakerstijl. ‘Just My Luck’ heet deze leuke meer-dan-pastiche. Berlaen doet er een smeuïge jazzsolo bovenop.

‘Brave, Amazing’ is dan weer gesyncopeerde swing. De violenfunk spat van het kleine verhoog, terwijl Emile stuurt op gitaar. De volgende cover is al bij al niet verrassend maar des te beter gekozen: ‘I Can’t Feel My Face’ van The Weekend is eens te meer pure funkenstein, gelardeerd met de nodige pizzicati. Het door Lorsung van een vlot te bekken tekst voorziene ‘Take It Or Leave It’ krijgt het epitheton ‘anti-romantisch’ mee, al horen we dat niet echt. Het start als een bossa nova en krijgt een heerlijk bloemrijk arrangement mee. Of dat op cd plakt, valt nog te bezien, maar hier in deze kleine ruimte werkt het alvast wonderlijk goed. Wat Emile bijbleef van de uren beluistering van Django thuis, is het aanhoudende ritme van de slaggitaar van Roger Chaput of Django’s onderschatte broer Joseph ‘Nin-Nin’ Reinhardt. Dat is precies wat het zeer meezingbare ‘Get It Out, Say It Loud’ meekrijgt: een hypnotiserende slag, dan nog in een verschroeiend tempo. Een sessie handjeklap en een ronduit straffe solo van ontdekking Mart Flecijn sluiten de gewone set af. Geen wonder dat de aanwezigen na deze dampende set als één man recht veren.

Een bis is er natuurlijk ook en we krijgen die in de vorm van een virtuoze en meeslepende gypsy stamper waarin drie violen zelfs in een soort close harmony spelen, nooit eerder gehoord en lichtjes briljant. Het heet ‘Le violon perdu’. Emile vertelt de story die aanleiding gaf tot dit nummer, en begint met ‘Om een kort verhaal… heu…’ Hij heeft een drietal jaar het voorrecht genoten te spelen op een peperdure Franse viool uit 1839… Die heeft hij ten slotte weer aan de eigenaar teruggegeven. Maar we laten liever Emile bij concerten het hele ‘kortverhaal’ vertellen. Boeken toe? Nee, nog niet. Het meest opmerkelijke moment, samen met het ontroerende ‘Naima’, hebben we dan nog te goed: Emile brengt een uitgekiende uitvoering van ‘The Way You Make Me Feel’ van Michael Jackson. Hij had al eventjes gehint dat dit enigszins onverwacht rolmodel aan bod zou komen, maar het is vooral een bedanking aan het adres van zijn vrouw, die met volle teugen geniet van de esbattementen van haar echtgenoot. Een geëmotioneerde Emile springt van toneel en brengt het nummer voor haar stoel en gaat ervoor op de knieën. Beatrijs (die vrij hoge koorts heeft, maar daar was in de prestatie van vanavond niets van te merken) en Mart zingen hemels de tweede stem. Als Emile recht veert, begint hij te… scatten, waarop de aanwezigen mee doen, wat hem inspireert om minutenlang de gekste patroontjes voor te zingen. Zo eindigt dit heerlijke concert vol onverwachte wendingen.

Antoine Légat

Playlist: Be Thou Like The Sparrow / Mr. Sunshine / Naima / I Feel For You (Prince) / The Right Kind Of Wrong / The Alchemist / Just My Luck / Brave, Amazing / I Can't Feel My Face (The Weekend) / Take It Or Leave It / Get It Out, Say It loud! Encores: Le violin perdu / The Way You Make Me Feel (Michael Jackson)



 


 

 

 

 

 


 

Artiest info
website  
facebook  

ARSCENE, HANSBEKE - 21/01/17