WOVENHAND @ OLT RIVIERENHOF, ANTWERPEN - 18/07/18

Geen betere omgeving dan het amfitheater in het Rivierenhof in Deurne om de dramatische zang van David Eugene Edwards uit de boxen te laten schallen samen met een opzwepende percussie die de bladeren aan de bomen deed rillen. Doemdenken, zondebesef en omineuze voorspellingen lijken bij deze getormenteerde zanger om voorrang te strijden, terwijl zijn mystieke beleving zich verstrengelt met aardse tragedies, alsof het mensdom en de goden nog steeds in een strijd met elkaar verwikkeld zijn. Het ontbrak alleen nog aan enkele Danaïden om vanuit de onderwereld hun klaagzang te laten horen. Ook zijn laatste, inmiddels negende album, ‘Star Treatment’, uitgebracht in 2016, weerspiegelt dat spanningsveld van noodlot en bevrijding, waar de songs zich associatief als elkaar bekampende of ondermijnende gedichten aaneensluiten. Wovenhand putte vooral uit dat laatste album, evenals uit het donkere ‘Refractory Obdurate’. Vooraf effende allround muzikant Stef Kamil Carlens en zijn band voor hem de weg met prachtsongs uit het album ‘Stuck In The Status Quo’, het eerste onder eigen naam. David Eugene Edwards had maar gewoon aan te aanhaken.


David Eugene Edwards, bezieler van Wovenhand, werd met Indiaanse strijdkreten en drumroffels aangekondigd, nog vóór hij en zijn drie muziekmaten een voet op het podium hadden gezet. Toen ongeveer twaalf jaar geleden, het collectief ‘16 Horsepower’ ermee ophield te bestaan, stippelde de frontman van die excentrieke opmerkelijke band zijn eigen eigenzinnige weg uit, die hem uiteindelijk deed belanden bij het huidige muziekgenre dat ook metal invloeden verraadt. Hij begon met het angstaanjagende ‘Dirty Blue’ uit zijn langspeler ‘Mozaïc’ met de uithalen van een wolf in doodsnood. Die sfeer van demonische krachten, die ergens onzichtbaar liggen te woekeren, zou hij het ganse concert aanhouden met cryptische teksten en een soundtrack die lijkt te suggereren dat op elk ogenblik de donderwolken zich kunnen samenballen om met hun woede alle hoofden van de toeschouwers te geselen. In het onheilspellende ‘Five By Five’ leek hij Jehova om vertroosting te smeken. In ‘Corsicana Clip’ leek hij in brand te staan en een uitweg te zoeken uit de chaos van zijn geest.

Ofschoon zijn spirituele contacten met de Hogere machten iets anders lijken te suggereren, lijkt deze zanger nochtans zo weggelopen uit een film van Cable Hogue of uit een andere western, waarin outlaws desperaat op zoek gaan naar een waterbron.Meer dan eens zetten zijn songs de verbeelding in gang waarbij je als het ware een kudde mustangs op een ravijn ziet afstevenen of vlotters de rivier ziet bedwingen in gevaarlijk kolkende stroomverstellingen. In ‘All Your Waves’ konden zijn theatrale handbewegingen zowel een zegening als een beschuldiging inhouden. Bij het laatste opzwepende, hectische, hypnotische ‘Good Sheperd’ gingen zanger, percussie, bas en synthesizer dermate tekeer dat je zou zweren dat de bandleden de ultieme genade wilden afsmeken om het ontij alsnog te keren. Zowel ‘The Quiver’ met tragische ondertoon en het bezwerende onheilszwangere ‘Salome’ waren hoogtepunten die allen de apocalypse leken te voorspellen. Maar vooral het geheimzinnige, zwoel vertolkte ‘Obdurate Obscura’ met expressieve armbewegingen klampte aan en omvatte met verkillende hand je ziel, een tijdloze song die zelfs los van de tekstlyriek elk ontvankelijk wezen in zijn greep kan krijgen. En in het psychedelische haast Zen-achtige ‘Crook And Flail’ voelde je zowel het woestijnzand schroeien als de verkoeling van zuiver bronwater door een genadige hand aangereikt.

De hoofdman stond zichzelf en zijn band geen onderbreking toe. Als een sjamaan verkondigde hij zijn boodschap en trok je mee in zijn universum van zijn haast tribale muziek, waar zonde, verdoemenis en verlossing hand in hand gaan of ook nog alsof hij je als een Bijbelse Noach nog een ultieme kans wilde geven om samen met hem de Ark te bereiken vooraleer de zondvloed alles wegspoelt. Religieus of niet, het publiek hield van zijn muziek en wou na een uur in dat bad van duisternis en somberte toch nog een toegift, waar hij met ‘Low Twelve’ op inging, de laatste song op het ‘Star Treatment’ album, waarbij zoeklichten de hemel afspeurden. Ook achteraf bleek de verkoop van zijn langspelers en albums een succes en konden de concertgangers in hun wandeltocht via de donkere dreven van het Rivierenhof zich nog even bezinnen of zij verder voor het zondig pad zouden kiezen hetzij voor het wenkende licht van de straatlampen en de Verlichting aan het einde. Voor de muziekliefhebbers van doom, gothic, bezwangerde en spelonkachtige muziek en metaforische prozaïsche liedkunst is het echter duidelijk. De heavy tragische sound van Wovenhands muziek en de bezwerende soundscapes, waarin hij je onderdompelt, blijven een zalig en zondig genot dat je als vanuit een doopsel optilt naar tijdelijk hogere sferen.

Marcie

Foto's en fotoalbum © Yvo Zels

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Artiest info
website  
facebook  

OLT RIVIERENHOF, ANTWERPEN

 

Stef Kamil Carlens

Wovenhand