BELGIUM RHYTHM’N’ BLUES FESTIVAL PEER – ZATERDAG EN ZONDAG 17- 18 JULI 2010 |
||||||||||
|
|
Het is al meer gezegd! Aan de stam van de blues splitsen zich meerdere takken en hangen er soms vreemde vruchten. Op het ‘Belgium Rhythm’n’ blues Festival Peer zijn dat dan peren, gelezen op een voorbij wandelend T-shirt met opdruk ‘de peer valt niet ver van de boom’. Aan de zeefdruk op T-shirts kon je trouwens aflezen hoe heterogeen de smaak van het bezoekend publiek wel is, zoals ook aan de tatoeages. De organisatie houdt daar blijkbaar rekening mee, want in de 26ste editie kreeg je funk, zydeco, hiphop, rock-’n-roll, soul, bluesrock en sixties rock, ‘one man band’, crossover, Belgische pop en zelfs smooth jazz met vleugjes Belfast wierook. De hoogtepunten kwamen echter zowel op zaterdag als zondag vanuit New Orleans, al mag je afgaande op de applausmeter ook veronderstellen dat er andere opinies circuleren.
Op vrijdag 16 juli openden de Belgen het festival. Eerst de ‘Hombres Amplificados’ die ik nog eens graag had terug gezien, net zoals Willy Willy trouwens. Wegens een verkeerslicht dat te lang op oranje bleef flikkeren - symbolisch gesproken dan - miste ik echter de eerste festivalavond. Toen het licht eindelijk op groen sprong en de Peerse hemelpoort zich opende kon ik op ZATERDAG 17 JULI toch tijdig meemaken hoe de Canadese gitaarheld Philip Sayce daar op handen werd gedragen door zowel jonge als oudere festivalgangers, die gitaarhelden van het genre Stevie Ray Vaughan en Gary Moore altijd op een warm welkom onthalen. Op dat vroege uur in de namiddag was het al redelijk heet in de tent en kinderen waren reeds volop in de weer om lege bekertjes te verzamelen. Philip Sayce, eindelijk nu eens geen side- maar frontman, zong en speelde zich in het zweet alsof hij ook de laatste twijfelende zieltjes over de streep wilde halen. Ik hou wel van dat type jonge bevlogen gitaarhelden, vergroeid met hun gitaar, die hun emoties vertalen in de mood van ‘why my gentle guitar weeps, screams and moans’. Dat zijn laatste album ‘Innerrevolution’ daarna gretig afname vond lag bijgevolg in de lijn van de verwachtingen. Tien jaar geleden had ik hem in Peer gemist, maar nu kon ik eindelijk eens Magic Slim & The Teardrops vanaf het podium tot aan de signeertafel volgen. De reputatie van deze zeventig plusser ‘Born Under A Bad Sign’ is nu al legendarisch. Zowel de persoon zelf als zijn Mississippi of Chicago blues straalt een warmte uit die terecht ‘Blue Magic’ mag worden genoemd. De spanning werd bewust opgebouwd met het vooraf opsommen van zijn nominaties en eretitels, waaronder een aantal W.C. Handy Awards voor ‘Blues Band Of The Year’. Na een intro van de kameraadschappelijke Teardrops deed de bluesgrootmeester zelf met stok en panama hoed zijn intrede waarna hij van op zijn stoel en met de gitaar omgord zijn funky rauwe blues de tent instuurde. Opgegroeid in en met de blues -‘I’ve Got The Blues’’- nam dit trekpaard van de Chicago blues iedereen voor zich in. Met een naturel alsof juke joint, concertzaal of festivaltent hem niet uitmaken speelde hij zijn waardige, intelligente, fat of bad boy blues die allen lijken te hunkeren naar ‘love, music of zijn Mississippi origine’. Teruggeroepen voor een bis eindigde hij met een aansporend ‘Hey, hey, The Blues is Allright’. Na de Chicago halte belandde de bluestrein in New Orleans, waar Dr. John & The Lower 911 al klaar zaten. Dr. John, gezeten achter zijn piano, in rood streepjespak, met kettingen, oorringetje, en hoed laat door zijn verschijning alleen al de verwachtingen hoog oplaaien. Hij stelde me niet teleur want weinigen kunnen zoals hij die typische New Orleans sfeer oproepen waar gris gris, voodoo, magie en verontrustende vegetatie als het ware zichtbaar worden via zijn bezwerende songs. Of hij het nu afleest op zijn pianopartituren of improviseert met de gitaar, - met visualisering van de ‘One Dirty Woman’-, zijn stijl is ongeëvenaard. Soms zingt hij spottend, dan weer klagend of zelfs wulps, maar de couleur locale waarin zijn songs ontstaan lijkt zich uit te breiden via de attributen en de holle ogen van de doodskoppen op zijn piano. Zijn lijzige, suggestieve zang, de ratels en de soms zware bas en drum gidsen je door de bayou’s en het achterland via ‘Hen-Layin-Rooster’, ‘Right Place, Wrong Time’, ‘Gumbo’, ‘Feel Good Music’ en het nog immer fascinerende ‘Walk On Guilded Splinters’. Alleszins mijn hoogtepunt van de hete zaterdagnamiddag.
Spijtig genoeg geen Jerry Lee Lewis als headliner, één van de publiekslokkers op de affiche. Maar van een operatie moet je nu eenmaal herstellen. In zijn plaats benaderden The Fun Lovin’ Criminals uit de Queens in New York enigszins schoorvoetend hun publiek, zich ervan bewust dat de vervanging van een vijfenzeventigjarige rock’n’roll legende een onhaalbare taakstelling is. Als tegenprestatie besloten zij gewoon zichzelf te zijn en hun eigen crossover muziek te brengen, mengeling van hiphop, jazz en pop. Dit bleek uiteindelijke de beste keuze. De innemende zanger met de zoetgevooisde stem begon relax aan zijn funky hiphop concert. Alle muzikanten gaven zich over aan de eerder dansbare soms lome blues, genre ‘Loco’ en ‘Love Unlimited’, die op dat ogenblik paste bij de laatavond sfeer buiten de tent, dat zelfs uitdeinde naar de Mojito locatie met terras, nieuwigheid in Peer. Naar het einde toe werd het roer omgegooid en nam ook de drummer de gitaar ter hand, zodat gevoelvolle intieme songs zoals ‘Up On The Hill’ een mooi slotakkoord vormden. Met een zegenend ‘God bless you’ namen zij afscheid.
Op de zelfs warmere ZONDAG 18 JULI ging de eer naar de ‘one man’ band Ben Prestage om te openen. Na zijn opgemerkte doortocht op het festival in Gevarenwinkel vorig jaar kon je geen betere opwarmer bedenken dan deze duivel-doet-al die met zijn ongepolijste blues en zijn inventieve instrumenten bestaande uit sigaarbox-gitaar, bluesharp, banjo en drumkit het feest in gang zwiert. Insgelijks de pittige Imelda May, rasmuzikante uit Ierland, die in het voorjaar in Ospel met haar jeugd en temperament de show stal. Ook zij lokte het volk in dichte drommen tot vlak vóór het podium waar haar charme en naturel zeer op prijs werden gesteld. Flirtend met het publiek wisselde zij rock’n’ roll en rockabilly af met ingetogener slowblues, een dwarsdoorsnede van haar album ‘Love Tattoo’. Toch overheerste de uitbundigheid waaraan trompettist Dave Priseman en de contrabassist extra’s toevoegden. Toen Imelda de bodhran oppakte en de anderen hielpen met drum, bas en shaker, was het hek van de dam en konden de raspaardjes er als het ware in volle galop van doorgaan. In de finale bekroonde de jubelende trompet hun opwindende act. Dwayne Dopsie & The Hellraisers werkten op zondag naar een hoogmis van de zydeco toe. Dwayne’s vader, met de illustere naam, Rockin’ Dopsie, gaf zoonlief het goede voorbeeld en dus trad Dwayne in zijn dansende sporen. Als een veulen op trillende benen en met de accordeon in aanslag liet hij de nummers op elkaar volgen doorspekt met de kreet ‘Do You Have a Good Time’. Ja dat hadden wij, want deze muziek uit Louisiana is Live nog meer te genieten dan op zijn vele albums. Voeg daarbij nog wasbordspeler Alex McDonald plus bassist en saxspeler en het zydeco feestje zet zich in gang. De solo’s van de beweeglijke Alex op zijn wasbord als in delirium tremens kreeg applaus van alle kanten. Dwayne maakte al dansend zijn rondgang tussen het publiek om de gemoederen nog meer op te hitsen. Met zijn accordeon op speed liet hij tenslotte de patroonheilige van de zydeco in zich neerdalen. ‘Lord, I’m Searching’. Het was het hoogtepunt van de zondagnamiddag. Eli Paperboy Reed & The True Loves, recht uit Amerika, behoeven al lang geen promotie. Eli’s soulstem verdringt inmiddels met verve alle popdeuntjes uit de radio. Hij zong dan ook reeds als jongeling in een kerkkoor en thans als volwassene zou hij met zijn passionele zang zelfs de meest verstokte ongelovige naar het kerkportaal lokken. Bijgestaan door een blazersectie en een fantastische drummer gooide hij zich als het blanke broertje van een James Brown of een Wilson Pickett in de strijd alsof zijn kreten hem moesten verlossen van teveel beknelde zielensmart. Hij bouwde ook intermezzo’s in en gaf dan aan zijn ‘True Loves’ de ruimte. Ook dat bracht stemmige sfeer tot ver buiten de tent waar koppeltjes zich begonnen te ver’zoenen’. Orgelist Booker T, aka Booker T. Jones, met zijn fluwelen stem en flegmatieke look zong vanachter zijn orgel zwoele songs waarbij vooral covers als ‘Take Me To The River’ en ‘On The Dock of the Bay’ een lome sfeer verspreiden, dat weldadig en enigszins verkoelend werkte. Op een song als ‘Ain’t No Sunshine ‘werd meegewiegd en de uitgetelde festivalgangers koesterden zich in de luwte van Booker T’s aparte stijlvolle blues. De mooiste songs vloeiden echter naar je toe wanneer hij vanachter zijn orgel opdook om met gitaar zijn evergreens te zingen aangepast aan de zuiderse temperatuur in en rond de tent. Hierna ging het gerucht als een siddering door de massa en overheen gans de festivalweide. Het Belfast icoon Van Morrisson wou dat er geen bier meer getapt werd tijdens zijn concert. Dat gaf hectische toestanden aan de nog enige resterende tap, waar als bij zich een aandienende beurscrash de groene drankbonnetjes wanhopig omhoog werden gestoken in de hoop de aandacht te trekken van de in allerijl samengegroepeerde tapjongens. Zijne hoogheid Van wou immers in alle stilte zijn set aanvangen en zo ook beëindigen. Bij zijn verschijning, nedergedaald uit zijn vergulde toren, werd hij dan ook op een fluitconcert onthaald zodat de eerste songs in de herrie verloren gingen. Zelfs toen op het beeldscherm zich de tekst afrolde dat de tap terug open was hield het gejoel aan. In elke geval heeft Van op die manier de mythe van lastige en onberekenbare klant nog wat aangedikt. Maar het moet eerlijkheidshalve gezegd: zijn songs beklijven en lieten de rijen vooraan uiteindelijk verstillen. De Ierse nukkige bard bleef onverstoord zijn jazzy songs zingen, genre Georgie Fame en Mose Allison, speelde sereen en invoelend op sax of gitaar en orkestreerde zijn bandleden die hem met dwarsfluit, sax, gitaar en drum terzijde stonden. Vooral saxofonist Richie Buckley maakte verre vergeten emoties wakker met zijn schitterende saxpartijen. Van Morrison zong met zijn unieke stem zijn gerijpte bluesy songs. Zijn versie van ‘St. James Infirmary’ was bloedmooi, maar riep ook de gedachte op hoe erg Van de man qua attitude contrasteert met de bluespioniers die op straathoeken hoopten wat bij te kunnen verdienen en geen toegang kregen tot ziekenzorg. Als op een geïsoleerd eiland zong Van klassiekers als ‘Baby Please Don’t Go’, ‘Have I Told You Lately’, ‘Into The Mystic’ en tot slot het hypnotisch aanstekelijke ‘Gloria’ dat hij de band zonder hem liet beëindigen. Ervan uitgaande dat zijnen excellentie toch niet meer zou weerkeren, vroeg het publiek zelfs niet om een Bis. Hoe een vedette in zijn eigen cultus kan verstrikt geraken! In schril contrast begon hierna het sympathieke sixties groepje ‘Canned Heat’, southern rockband uit Los Angeles, aan hun alom gewaardeerd concert, ingeleid met ‘On The Road Again’ en onmiddellijk toegejuicht door het nog zeer talrijke publiek. Al rest er niet veel meer van de oorspronkelijke bezetting, op de drummer Fito de la Parra na, de sound van Canned Heat blijft na al die jaren herkenbaar. Met hun boogie en ritmische blues vierde het viertal de hergeboorte van de Woodstock spirit, maar dan zonder sterno of peyotl. Ter vervanging voegde gitarist Harvey Mandel er modern elan aan toe. Geen betere song dan ‘Going Up The Country’, halverwege hun set, om de tocht huiswaarts aan te vangen. De organisatie van Peer Blues doet apert zijn best om iedereen tevreden te stellen, want wie tijdens editie 26 niet zijn of haar gading vond, moet een alien zijn van een andere planeet waar alleen interstellaire geluidsgolven te horen zijn. De affiche was gevarieerd en kleurrijk, het tijdschema werd gerespecteerd en de zon zegende overvloedig de Peerse festivalgangers, security en vrijwilligers. Opmerkelijk ook weer de inzet van de toogtappers die onvermoeid en goedlachs de fris getapte bekertjes blijven aanreiken en dit het ganse weekend door. Volgend jaar kan ik hopelijk weer dicht in de buurt een eigen plekje afbakenen en insgelijks aan de signeertafel waar oog in oog contact met de artiesten mogelijk wordt.
Marcie Foto©Michel Verlinden
|
|||||||||