NORTH SEA JAZZ 2010 @ AHOY ROTTERDAM 09/07/10

 

Artiest info
Website  
09/07/10
 

 

Joss Stone
by Ron Beenen

 

 

We wisten het al van gisteravond: het programma van NSJ zal wegens de uitzonderlijke belangstelling voor het wereldvoetbal met de finale Nederland-Spanje morgen aangepast worden.

Dit hield in dat de concerten in de grote Nile zaal met anderhalf uur werden vervroegd om plaats te ruimen voor de uitzending van de wereldbekerfinale op grote schermen hier en op drie andere locaties. Na afloop rond 23 u zou dan het laatste concert met Stevie Wonder plaatshebben.

Al op de bus van de parking naar Ahoy en nog meer bij aankomst is de oranjekleur van de talrijke oranjesupporters het meest in het oog springend. Zelfs extra oranje North Sea Jazz t- shirts vinden gretig aftrek. Dat beloofde. Mocht Holland winnen dan zijn we nog niet thuis!

Katie Melua
by Bert Lek

Door de wijzingen van het laatste moment kon ik nog een stukje meepikken van het optreden van Katie Melua alvorens mij naar de Maas zaal te begeven voor Elvis Costello & The Sugarcanes. Katie Melua is een graag geziene artieste in Nederland en het grote publiek is hier al vroeg ter plaatse. Haar stem en liedjes weten bij velen een gevoelige snaar te raken. Melua heeft net een nieuw album ‘The House’ uit dat productioneel wat afwijkt van haar vroegere albums. Ik kan nog net daaruit de laatste twee songs, “Twisted” en het titelnummer horen die atmosferisch en ernstig overkomen. Zij sluit af met een van haar grootste hits “Closest Thing To Crazy” dat een waarmerk is voor het soort romantisch melancholische jazzpop waarin Melua grossiert. Verrassend is “Piece By Piece” die andere grote hit die zij als encore alleen én puur akoestisch speelt ter aanschouwing van een muisstil publiek in een grote zaal. Klasse!

Over naar Elvis Costello, voor mij een verademing tussen alle drukke electrische muziek van de laatste tijd. Elvis is op tournee met de Sugarcanes, een akoestisch supercollectief bestaande uit Jim Lauderdale, tweede stem en gitaar, Jerry Douglas op dobro, Stuart Duncan op fiddle, Mike Compton op mandoline, Dennis Crouch op contrabas en Jeff Taylor op accordeon. Tesamen brengen zij een uurtje bluegrass, country en gipsyjazz met songs uit ‘Secret, Profane And Sugarcane’ opgenomen met de Sugarcanes maar vooral songs uit de grote Costello catalogus in een aangepaste bluegrass versie. Bij het binnenkomen in de op een na grootste zaal de Maas treft mij onmiddellijk het relaxt sfeertje zonder decibels. De zaal is niet vol gelopen (het is pas 4 u in de namiddag) en ik herken nog een stukje “Complicated Shadow” een song uit ‘All This Useless Beauty’ uit 1996 die Costello hernam op zijn laatste cd. “New Amsterdam” met een solo van Jerry Douglas op dobro gaat over in “You’ve Got To Hide Your Love Away” (The Beatles). Het klinkt prachtig met Jim Lauderdale als tweede stem. Costello zet er vaart achter en verrast door telkens een heel ander dikwijls ook bekend nummer in te zetten. “Good Year For The Roses” met fiddle, dobro en mandoline vormt een mooi contrast met Elvis’ gruizige stem. “Red Shoes” een aloud Costello nummer uit 1978 krijgt een Ry Cooder achtige aankleding met accordeon ten tijde van “He’ll Have To Go”. Dan omgordt Elvis zijn electrische gitaar en is bluegrass even ver weg voor een hard en rommelig “The Delivery Man” aangevuld deels op lapsteel en fluit. Elvis vertelt dat hij het volgende nummer gisteravond in Brugge speelde toen het plots heftig begon te regenen. Het betreft een nieuwe song die het verhaal vertelt van Jimmie, “Jimmie Standing In The Rain” . Elvis vocalen passen wonderwel bij de desolate countrysfeer, mooi ingekleurd met fiddle en lapsteel. Nu… rock’n’ roll zoals het in 1921 zou geklonken hebben… grapt Elvis. “Slow Drag with Josephine” is leuke gipsyswing of noem het ook ragtime met de mandoline van Jerry Douglas en de fiddle van Stuart Duncan in de hoofdrol. Een nummer geschreven door Jerry Garcia (cfr. The Grateful Dead) “Friend Of The Devil” is bluegrass zoals het hoort, om van te smullen.

Nog maar net afgelopen of Costello zet ons terug op een ander been met “Everyday I Write The Book”. Elvis zingt doorgaans voortreffelijk soms op het randje van vals zoals nu, doch het volgende moment valt alles op zijn plaats dankzij de gevoelige fiddle en de knappe samenzang. Applaus! Elvis lijkt ze maar uit zijn mouw te schudden. “Don’t You Lie To Me” een r ‘n’ b cover van Chuck Berry met Jerry Douglas op dobro en Jeff Taylor groeit gaandeweg uit tot een gezellig hoogtepunt. Het blijft gezellig rommelig met “Sulphur To Sugarcane” een oldstyle countryblues. Van gezellig naar grimmig is slechts een korte stap bij Costello. Die voordurende omschakeling houdt iedereen alert: hijzelf, zijn muzikanten en het publiek. Het bittere “I Want You” om af te sluiten is Costello op zijn best, bijtend en afmetend tot op het bot. Een meer dan geslaagd optreden maar niet erg passend in zo’n grote zaal. Doch vooraan bij het podium viel daar niets op aan te merken.


Nog onder de indruk van dit prima concert ben ik niet direct te vinden voor de hysterische partysfeer van Joss Stone. Gezegend met een dijk van een stem die verwijst naar de grote soulzangeressen van weleer is ook het schreeuwerige van wijlen Janis Joplin haar niet vreemd. Met die combinatie zet ze in korte tijd de hele zaal op zijn kop. Een lang uitgesponnen “Super Duper Love (Are You Diggin On Me?)” uit haar onvolprezen debuut ‘The Soul Sessions’ bijt de spits af gevolgd door “Don’t Tell Me What I Want” waarmee Stone duidelijk maakt waar voor haar de grens ligt. Dit gezegd zijnde.. zij is nog altijd maar 23 jaar en heeft met haar miljoenenverkoop al de superstatus bereikt. Met een getalenteerde backingband en 3 backingvocalistes loopt alles gesmeerd. Een traag soulgospelnummer, dat wat ontleend heeft van de melodie van “No Woman No Cry” gaat zowaar over in een reggaeritme. Tijd om te dansen “Less Is More” maar het publiek is nog niet zover. Haar babbelsoul in wat voor ritme dan ook lijkt allemaal wat op mekaar en mist bezieling. Veel geblaat en weinig wol. Ik hou het na een half uur voor bekeken. Tijd om wat te eten en te drinken alvorens me op te ‘warmen’ voor mijn volgende act Ben Harper and Relentless7 die begint om 19:15 u eveneens in de grote Nile zaal.

Ben Harper begon zijn carrière met een aan Ry Cooder verwante akoestische slideblues en zangstijl. In de loop van de jaren heeft hij zijn spectrum sterk verbreed met rock, soul, funk, gospel en zelfs hardrock waarmee hij bij een ruimer publiek aansluiting vond. Ben Harper gezeten vooraan aan de lapsteel met achter zich bas, gitaar en drums, zet meteen de toon met een zware, instrumentale electrische slideblues. “Diamonds On The Inside” vervolgt eerst akoestisch dan overschakelend electrisch. Het is vooral een tegen de hardrock aanleunend rockgeluid à la Led Zeppelin dat overweegt. Niet verwonderlijk wanneer Ben Harper ook nog “Heartbreaker” van Led Zeppelin bijna klakkeloos naspeelt. “Red House” is loeiharde Hendrixrock die Harper rekt tot iedereen bijna plat ligt maar tegen dan is de zaal al half leeg. Voor gitaaradepten en de liefhebbers was het evenwel volop genieten. Toch houdt Harper er niet enkel van om luid te spelen. Zo kan hij ook op subtiele wijze overweg zowel met de lapsteel als met de akoestische gitaar. Een akoestisch nummer zoals “Feelin’” een nieuw nummer uit de nog te verschijnen nieuwe cd illustreert dit ten volle.

Ik verlaat de zaal voortijdig om niets te missen van het optreden van Rickie Lee Jones dat plaatsheeft om 20:30 u aan een heel andere zijde van Ahoy. Rond die tijd heeft het grootste deel van het festivalpubliek al post gevat voor een van de grote voetbalschermen. Het is snikheet in de relatief kleine Darling zaal en slechts een kleine groep mensen heeft dezelfde keuze gemaakt. Naarmate het optreden vordert geraakt er ook meer koelte in de zaal. Rickie Lee Jones is blij met de opkomst en dankt de kleine schare fans en toehoorders omstandig omdat zij blijven zitten ondanks de hitte alsook omdat men haar nog heeft teruggevraagd na al die tijd. Zij stond hier voor het laatst op NSJ in 2004. Ik zag haar laatst in maart tijdens haar optreden in Botanique Brussel. Het optreden daar was spannend en klonk geïnspireerd. Vandaag zou hiervan een ingekorte versie overblijven. Bijgestaan door slechts twee begeleiders legt Jones de juiste accenten voor haar nummers. Jones heeft een nieuw uitstekend album uit ‘Balmm In Gilead’ dat ze slechts terloops vermeld. Zij is het soort artieste dat zich niet laat leiden door promotie maar eerder door de inspiratie van het moment. Zo put ze kriskras uit haar inmiddels 14 albums tellend repertoire.”Weasel And The White Boys Cool” uit haar klassieke eersteling zorgt meteen voor herkenning. Jones op gitaar wordt geflankeerd door twee veelzijdige snaarintrumentalisten. Een heerlijk catchy “It Must Be Love” (cfr. Uit ‘The Magazine’) (1984) doet ons terugdenken aan de Rickie Lee Jones uit die beginperiode. Afgezien van de leeftijd, zij is er nu 55, is er niet eens veel veranderd. Zij zingt nog steeds meisjesachtig jong en de laatste jaren terug conventioneler. “I was with the man for 12 years before I found him with a woman in my car” als inleiding tot “Bonfires” windt er geen doekjes om. Zij zingt het waardig, een beetje pijnlijk, kippenvel. Naast gitaar speelt Jones piano zoals in “Young Blood” (luchtig jazzy) en drums zoals in “Satellites” (een opgewekte popsong). Het gospelachtige, maar repetitieve “His Jewelled Floor” vond zijn inspiratie deels in de sufipoezie, deels bij haar 7 jaar geleden overleden moeder. Het electronisch gestuurde loungeachtige “A Face In The Crowd” drijvend op een beat/groove blijft niet boeien. Dan liever Jones alleen aan de piano voor nog de laatste twee mij onbekende songs. Niet de Jones van in Brussel wel een boeiende songstress die eigenzinnig haar pad volgt en ons ongegeneerd laat binnen kijken in haar wondere wereld. Te volgen.

Ik beland vlug in de werkelijkheid wanneer Ahoy lijkt omgevormd tot een oranjebastion. Aanpassen is de boodschap en ik volg nog het laatste kwartier van de wedstrijd alsook de verlengingen waarin Nederland uit zijn droom wordt gehaald. De stemming lijkt even bedrukt maar maakt vlug plaats voor opluchting nu de wedstrijd beslecht is en de spanning van de voorbije weken kan worden afgevoerd.

Stevie Wonder
by Ron Beenen

Van het bijna wonder van Oranje naar Stevie Wonder is een kleine stap. De grote Nile zaal is barstensvol gelopen voor de hoofdact van dag 3 en ook wel van het festival. Ik van mijn kant had de verkeerde zijde van het dubbele podium gekozen, en toen ik de Nile langs buiten wou rondgaan om zo aan de andere zijde te geraken werd ik verrast door een mensenzee. Noodgedwongen moest ik daar blijven staan om zo het optreden vanaf de grote projectieschermen te kunnen volgen. Het was er snikheet op dat moment en Stevie liet nog een half uur op zich wachten (tot 23:30). Van die situatie maakte ik gebruik om toch beter het concert te kunnen volgen vanaf de achterste tribune.

Stevie Wonder, Motownlegende met tientallen hits op zijn naam is de laatste jaren aan een comeback begonnen met het verschijnen van een paar nieuwe albums. Die nieuwe albums hebben niet meer de impact van weleer. Live met een fantastische funky band in de rug is er nog geen sleet te bespeuren. Hij komt op met een grote synthesizer rond zijn nek waar hij minutenlang eenzelfde toon uithaalt. Alle ogen zijn op hem gericht en Stevie gaat zowaar op de grond liggen, zijn instrument als een gek bespelend. Nog voor de show begonnen is staat Stevie al in het middelpunt en dat zou zo blijven tot het einde. “Holland you’re still the winner” zegt hij bij wijze van troost en wat later: “Repeat after me: we won’t cry no more, we won’t cry no more” waarmee de boodschap duidelijk is en het concert voorgoed kan beginnen. “Hotter Than July” is de eerste van de vele hits die zullen volgen, overgaand in “We Can Work It Out”(The Beatles) met Wonder voor het eerst op de mondharmonica. Met zijn mooiste backingzangeres samen aan de piano “If you really love me” bezingt Stevie innig (zij drukt zich stevig tegen hem aan, gezeten op dezelfde pianokruk waarop hij: “You’re so sweet I can see You”) zijn liefde voor haar. Doch met nog een paar jazzy intermezzo’s, nl. Dave Brubeck’s “Take Five” met Stevie alleen op harmonica én de standard “When I fall In Love” gaat de vaart wat te lang weg uit het concert. Pas als Stevie de begintonen van “Higher Ground” inzet is de hittrein definitief vertrokken. De ene hit volgt na de andere: “Don’t you worry about a thing”,”Living for the city”, “Isn’t She Lovely”,“Upside”, “For Once In My Life”, “Signed, Sealed, Delivered, I’m Yours”, “Sir Duke” en “Master Blaster (jammin’)” blijven immer fris klinken. Af en toe is Stevie’s stem wat onvast doch zijn backingband laat geen steek vallen en de pret kan niet op. Ook een romantische slow als “My Cherie Amour” of het flauwe “I just called to say I love you” vinden hun plaats. De finale met een geweldig “Superstition” is de kers op de taart. Het concert eindigt in absolute percussie met extra 8 percussionisten uit Burkina Faso. Ook Qiuncy Jones kwam even goedendag zeggen op het podium. Stevie Wonder was de perfecte afsluiter voor deze geweldige driedaagse.

Meer nog dan de vorige dagen zorgde de verzengende hitte buiten voor te veel warmte binnen in de zalen die onvoldoende konden verlucht worden. Ondanks dit euvel en de extra drukte met de oranjesupporters bleef de sfeer optimaal en kan ik terugblikken op een geweldig North Sea Jazz festijn. Ik kom graag terug.

Marc