TRIXIE WHITLEY – JOE BONAMASSA – SOIL & ‘PIMP’ SESSIONS @ GENT JAZZ 18/07/10

 

Artiest info

Website

Myspace

 
18/07/10
 

 

 

 

 

 

 

 

 

Slotavond van Gent Jazz brengt geslaagde mix van stijlen.

Het Japanse sextet Soil & ’Pimp’ Sessions heeft reeds een reputatie opgebouwd met hun zinderende live optredens. Deze Japanners kenden hun doorbraak in 2005 toen ze uitgenodigd werden door BBC-goeroe Gilles Peterson voor zijn invloedrijke radioshow Worldwide op BBC Radio 1. Hij tekende ze ook op zijn Brownswood Recordings-label. Deze unieke deathjazz groep brengt bijna rockende, agressieve alternatieve jazz die zeer energiek en dansbaar is. Dit jaar brachten ze reeds hun zesde cd uit.

Soil & ’Pimp’ Sessions bestaat uit Shacho (agitator/publieksmenner), Tabu zombie (trompet), Motoharu (sax), Josei (piano), Akita Goldman (bas) en Midoryn (drums).
Shacho vraagt of we er klaar voor zijn. Hij is duidelijk de pimp met zijn zwart kostuum en breedgerande hoed, hemd wijd open en met een groot kruis rond zijn nek. Hij ziet eruit als een Japanse versie van Luc Wyns in Matroesjka’s. Ze beginnen met “Stinger” uit hun debuut “Pimp Master”, een al bij al vrij traditioneel jazznummer. In “Story” krijgen we een eerste saxsolo van Motoharu, die er gekleed in boxershort bijloopt. Verdient dit geen applaus, vraagt Shacho. Jazeker, Motoharu soleert inderdaad indrukwekkend. Later valt Tabu zombie in met trompet en dat zorgt voor een energiek slotakkoord.

“Pig Bag” begint met een trompetsolo, die nadien wordt afgelost door de sax. “Mirror Boy” uit hun laatste, zesde cd, euh “6”, is lekker swingend en zet onze agitator aan tot wat danspasjes. In “Sahara” krijgt Midoryn de gelegenheid zijn kunnen te tonen, en we krijgen een drumsolo die niet verveelt; dat moet je kunnen. De pianist speelt in “J.A.M.” de pannen van het dak. Dit zijn stuk voor stuk uiterst getalenteerde muzikanten. Niet te verwonderen dat Los Lobos, die ooit op een Japans festival na hen moesten spelen, ze onmiddellijk uitnodigden om met hen mee te spelen.

De avond kon niet beter beginnen dan met zo’n wervelend optreden. Ik hoorde iemand nog een mooie omschrijving geven van hun muziek : Guerrillajazz!


Joe Bonamassa komt vervolgens aan de beurt. Deze Amerikaanse bluesvirtuoos heeft in België al een behoorlijke aanhang opgebouwd. Zijn concert vorig jaar in de AB was snel uitverkocht. Joe is dan ook een echt wonderkind. Op 4-jarige leeftijd was hij zo onder de indruk van Stevie Ray Vaughan dat hij prompt gitaar leerde spelen. Deze lagen thuis maar voor het grijpen want zijn vader was gitaardealer. Op zijn tiende trad hij al professioneel op en op zijn twaalfde speelde hij al samen met BB King en verzorgde ook diens voorprogramma. Ook met andere grootheden als John Lee Hooker, Albert Collins en Buddy Guy speelde hij samen. Dit om maar even aan te geven dat hij geen gewone sterveling is. Hij zat op 14-jarige leeftijd in de groep Bloodline waarin ook Miles Davis’ zoon Erin speelde. Zijn eerste soloalbum “A New Day Yesterday” kwam uit in 2000. Met de dit jaar uitgebrachte cd “Black Rock” staat de teller al op 10.

Joe Bonamassa begint eraan met het titelnummer van zijn vorig jaar verschenen cd “Battle Of John Henry”. Hij speelt deze song op een dubbelneck gitaar. Zijn begeleidingsband bestaat uit Carmine Roljas op bas, Rick Melick op keyboard en Bogie Bowles op drums. Drummer en toetsenist zijn elk in een hoek van het podium geposteerd met de bassist net voor de drummer. Het is duidelijk dat Joe de ster is vanavond. De ritmesectie zorgt voor een stevige onderbouw waarover onze held naar hartelust kan soleren.

“Sloe Gin” (2007) opent met een knappe solo op weer een andere gitaar. Hij heeft er een heel arsenaal bij vandaag. “If Heartache Were Nickels” begint relatief rustig met hoge zang van Joe om stilaan crescendo te gaan met als afsluiter een knappe gitaarsolo. “So, It’s Like That” (2002) is het eerste echte rustpunt met doorleefde zang en een mooie orgelpartij van Rick Melick. Opvallend is de prachtige, verzorgde outro van de song. Daar wordt dikwijls te weinig aandacht aan besteed door andere muzikanten. De gitaarblues liefhebbers worden verwend, ze krijgen de ene fenomenale solo na de andere. Joe bewijst in “Young Man Blues” dat hij niet enkel snoeihard kan uithalen maar ook subtiel – maar wel vingervlug – kan spelen. Zijn stem is in deze song opvallend krachtig, in het begin van de set kwam deze niet altijd even goed door.

Joe Bonamassa heeft er een tijdje over gedaan om het grote publiek te bereiken maar bewijst hier vanavond dat kwaliteit (meestal) toch bovendrijft. Hij behoort terecht tot de absolute top van de hedendaagse bluesscène.



Trixie Whitley zou oorspronkelijk optreden met het Black Dub Project maar door het zware motorongeval van Daniel Lanois kon dit helaas niet doorgaan. Zij besliste uiteindelijk toch op te treden op het festival en zocht een schare uitmuntende muzikanten bij elkaar waaronder Chocolate Genius op toetsen en 2e stem en vooral Marc Ribot, het gitaarwonder waarop artiesten als Tom Waits en John Zorn beroep doen als ze een inventieve gitaarpartij nodig hebben. Voorts was er nog Mark Kelley op bas en Yuval Lion op drums. Het Kirke strijkkwartet werd aangezocht om met viool, altviool en cello nog wat extra cachet aan de nummers te geven. Dit alles onder de noemer: Trixie Whitley ’Special Project’.

Trixie begroet het publiek in het Gents, bijna onverstaanbaar. Ze is duidelijk onder de indruk van het gebeuren. Ze zal tijdens het verdere verloop van het concert in het Engels converseren, zodat haar groepsleden haar ook kunnen verstaan. Wanneer ze begint te zingen valt meteen op wat een krachtige, doorleefde, soulvolle stem Trixie heeft. Niet te geloven dat deze dame nog maar 23 jaar is. Volgens Trixie verandert de stem van een vrouw nog tot haar 37e levensjaar. Dat belooft voor de toekomst. Het eerste nummer, “Pieces”, brengt ze aan de piano. Ze speelt meestal piano maar ook af en toe gitaar. Veel nieuwe songs vanavond en ze excuseert zich omdat ze qua bindteksten niet bijster origineel is en wel minstens 5 keer zegt : this is a new song.

“Undress Your Name” is een soulvol nummer met een jazzy ondertoon. Op het bluesy “Hotel No Name” mag Marc Ribot zijn duivels ontbinden. Ongelooflijk wat die man uit zijn gitaar tovert. “Ilisa’s Smile” brengt ze solo aan de piano met doorleefde zang. In “Danger Mind” eisen de strijkers een hoofdrol op. “I’d Rather Go Blind” is een knappe song maar helaas is de zang wat schreeuwerig. Op zo’n momenten doet ze me wat aan Anouk denken. “Like Ivy” is een donker lied dat ze geschreven heeft nadat ze Daniel Lanois heeft bezocht in het hospitaal. Ze brengt het samen met Marc Ribot op gitaar. “Strong Blood” is het slotakkoord dat ze opdraagt aan haar in 2005 overleden vader Chris.

Het publiek laat het hier niet bij, ze moet en zal terugkomen. Ze speelt hier duidelijk een thuismatch, de Gentenaars houden van haar. Ze brengt als slotakkoord “The Next Revolution” solo op gitaar en is bij de tweede strofe haar tekst kwijt, maar dit wordt met de mantel der liefde bedekt. Ze is ook zo ontwapenend, zo iemand vergeef je zo’n schoonheidsfoutje.

Trixie moet nog groeien als performer maar dat haar een mooie toekomst te wachten staat leidt geen twijfel. Een mooi slotakkoord voor een geslaagde editie van Gent Jazz.

Lou

Foto© Bruno Bollaert