ESPERANZAH! @ FLOREFFE - 01 & 02/08/15

 

Warme dagen op Esperanzah!

Weliswaar slechts twee van de drie festivaldagen meegemaakt, omwille van een aantal factoren, die er hier verder niet toe doen. Dat Ibeyi te elfder ure afzegden, was één ervan. Maar: op zaterdag stonden we er en we waren niet alleen. Toen Kris Dane aan zijn set begon, begon het volk een tikje aarzelend binnen te druppelen, en tegen dat een paar uur later Nneka aan de beurt was, kon de organisatie het bordje “Complet” (wij zeggen “Sold Out” in 't Vlaams) aan de loketten hangen.

Esperanzah!....we vernamen ook pas ter plekke, dat dit festival al aan zijn veertiende editie toe is (huiswerk niet goed gemaakt, zeker?) en ieder jaar weer slagen de mensen achter dit festival erin, de dominante rol van de muziek te kaderen in een boodschap, die dit jaar klinkt als “Tout autre chose, mais pas n'importe quoi”. “Tout Autre Chose” is de Waalse tegenhanger van “Hart Boven Hard” en dus is het erg logisch dat je op de prachtige festivalsite stands aantreft van organisaties als 11.11.11, Amnesty International, Greenpeace, Médecins sans Frontières enzomeer.

Wij gaan al jaren naar Floreffe (jeugdsentiment....) en verheugden ons op een weekendje fijne wereldmuziek. Dat deden we niet zomaar: Floreffe is immers al jaren het toegangsexamen voor “grotere” festivals als Couleur Café en doorgaans is wat je daar voorgeschoteld krijgt een voorafspiegeling van wat je een (paar) jaar later in Brussel te zien zult krijgen en vermits wij graag de vinger aan de pols houden, moéten we gewoon naar Esperanzah! Nu viel dat, globaal bekeken, op zaterdag een beetje tegen: de omgeving, de organisatie, het weer..., dat zat allemaal goed, maar op de drie podia was het een eerder matige bedoening.

Kris Dane

Opener Kris Dane, bij U en bij ons bekend als de gewezen gitarist van dEUS en Ghinzu, bracht zijn geraffineerde, intimistische popsongs op de wijze die we van hem kennen: met veel overgave en soul, maar het nog eerder schaars aanwezige publiek leed op dat moment aan de “Vlaamse Concertgangersziekte”: veel praten en selfies nemen, maar weinig meegaan in wat op het podium te gebeuren staat. Dat had voor gevolg dat we de indruk hadden dat Kris niet veel anders kon doen dan berusten in zijn lot en zijn contractuele verplichtingen vervullen. De schoonheid waaide over de hoofden heen, ongeveer nergens naartoe en dat was best jammer. We probeerden dan maar het andere grote podium, waar Moaning Cities aan de slag was. Een kwartet uit het Brusselse, dat grossiert in sterk psychedelisch gekleurde seventiesrock, waarin, buiten het gebruik van de sitar, erg weinig van wereldmuziek te ontwaren viel.Dat de ritmesectie volledig vrouwelijk was, was meegenomen, maar de show kon ons maar matig boeien, wegens iets te veel van hetzelfde. Weer naar boven dus, waar op de grote scène Monsieur Periné van jetje gaf. Ondanks de naam, is dit een band -uit Colombia-, die geleid wordt door een heel energieke dame, Catalina Garcia. Hun mix van cumbia, bolero en swing, bleef helaas ook al niet te lang in onze hoofden hangen: er is nog werk aan de winkel, nog heel veel werk, maar talent heeft deze band zeker. Vlak daarna was het de beurt aan Demi Portion, een Franse rapper uit Sète, die zijn naam volledig gestolen heeft. De man heet in werkelijkheid Rachid Daif en presenteert een erg aardig stukje rap, op terplekke gebrouwen beats en blieps, die wel tot pakweg halverwege het publiek reikten. Sommige porties kun je maar beter beperken en dat was nu net het euvel bij deze gasten:te veel saus deed de smaak van het gerecht verwateren en dit helemaal uitzitten, was ons niet gegund. Op het “Découvertes” podium konden we Témé Tan aan het werk zien, een trio zonder grenzen, met leden uit ons Land, uit Congo en Brazilië. Hun lichtjes jazzy pop met invloeden uit samba en soukous deed de benen af en toe op hol slaan en de dwarsfluit genoot, net als de bespeelster ervan, van veel aandacht, maar toch moesten we vaststellen dat de niet overdreven grote ruimte voor het podium, tegen het eind van de set nog nauwelijks half gevuld was. Misschien kwam dat ook wel omdat een grote mensendrom zich op dat moment verplaatste naar het hoofdpodium, waar Nneka zou gaan spelen. Deze Nigeriaanse dame begon met wat ik, helaas, het typisch Westers geformuleerde afgeleide van echte “wereld”-muziek zou willen noemen: met neemt een streepje gemakkelijke reggae om te beginnen, schakelt over op een iets hoger ritme en laat al in song twee een percussiesolo op de massa los, waarna gas teruggenomen wordt en een akoestisch begeleide ballad volgt. Nneka heeft een dijk van een stem, maar veel meer dan “onderhoudend” konden we haar set niet noemen, getuige de zeepbellen blazende gasten, die bij wijlen veel meer aandacht trokken dan de zangeres. OK, sans plus.

Op het Découvertesposium verschenen dan de gasten van Mochélan (moche et lent, hebt u 'm?), een collectief uit de Caroloregio, die zich bedienen van, jawel, het rapidioom om hun boodschap de wereld in te sturen. Ze hadden wat supporters bij, maar dat waren, echt waar, zowat de enigen die ook maar een beetje aandacht aan de groep schonken. Ze deden nochtans hun best, maar wat veel van die Frans(talig)e rappers eens zouden moeten gaan inzien, is dat je erg rap (sic) tegen de beperkingen van het genre aan botst: je kunt echt maar moeilijk van je publiek vragen dat het een uur lang je boodschap ondergaat, omdat die nu eenmaal onder een beat verscholen zit, die in het begin wel aanspreekt, maar ook snel weer de aandacht laat verslappen. Dat hebben de heren van Massilia Sound System beter begrepen dan wie ook. Dit vijftal vierde vorig jaar zijn dertigste verjaardag en er is nergens ter wereld een gezelschap te vinden, dat beter, grappiger en muzikaal genietbaarder, zijn militante boodschap blijft verkondigen. Het publiek lustte er danig pap van, en dat kunnen we begrijpen: dit was namelijk een heel knap concert, gebracht door routiniers die weten hoe je een publiek moet bespelen en die -zie ook de talloze nevenprojecten- echte muzikanten zijn en zangers, die weliswaar een paar MC's om zich heen dulden, maar die, wanneer het moet, ook echt zingen. Dit was niet de owerweldigende MSS, die we weleens eerder zagen, maar toch: genieten van begin tot eind. Het publiek deelde duidelijk onze mening en het concert werd afgesloten met de grootste “jump up” die we in tijden meemaakten. De DJ-set van The Avener hebben we aan ons voorbij laten gaan, omdat we nog wat fut wilden overhouden voor Melody Gardot, die pas na half twaalf op het podium verscheen. In de tussentijd zagen we voor de derde keer op één dag, de goed gekke bende van Orchestre International du Vetex aan het werk en we kunnen rustig stellen dat zij zowat de enigen waren, die de festivalsfeer vorm wisten te geven: drie keer in pakweg acht uur tijd, speelden ze een set van een uur, vol overgave op oog en oor mikkend en drie keer tereke zagen we het gebeuren: ze palmden schijnbaar moeiteloos elke toeschouwer of achteloze passant in. Ik begrijp niet goed waarom de programmator van Esperanzah! Die gasten niet een keer het hoofdpodium geeft. Ik denk dat het kot te klein zou zijn en flink in de fik zou gaan. In mijn ogen hebben de OIDV deze festivalzaterdat van de kleurloosheid gered. Melody Gardot deed daarna gewoon wat van haar verwacht werd: het publiek onderhouden, zonder het echt te begeesteren. Wij vonden dat jammer, want de dame heeft én een stem én het hart dat absoluut op de juiste plaats zit. Was het het tijdstip? De vermoeidheid bij het publiek? De drank, die bij velen duidelijk sporen had nagelaten? Ik zou het niet weten, maar echt beklijven deed dit concert nooit.

Lisa Simone

En toen kwam zondag en die werd in full force afgetrapt met Songhoy Blues. Dit viertal, dat met zijn debuutplaat “Music in Exile” in heel Europa hoge ogen gooide, serveerde een hoogst verantwoorde portie woestijnblues en -rock -de volledige plaat werd gespeeld- en pakte het publiek, dat bij het begin van het concert duidelijk nog niet helemaal wakker was, in het tweede deel volledig bij het nekvel. Heel knap concert van deze jonge honden, die het zeer zeker gaan maken. En daarna was het tijd voor wat later de verrassing van de dag zou blijken te zijn. Het in Luik residerende Xamanek, bestaat uit twee broers en een zus van Chileense origine, aangevuld met een Belgische gitarist, een Marokkaanse drummer, een Italiaanse bassist en een Chileense gastmuzikant, die dwarsfluit, melodica en nog een en ander bespeelde. Voor ons, wereldvreemde Vlamingen was dit een compleet onbekende band, maar aan de onderkant van de taalgrens lijkt iedereen hen te kennen en hun liedjes te kunnen meezingen. Het recept is kinderlijk eenvoudig: Xamanek speelt cumbia en af en toe merengue. Da's dus muziek die schaamteloos op de dansspieren mikt en inderdaad: in geen tijd wisten deze dame en heren de volledige, dicht opeengepakte meute op sleeptouw te nemen en er ontstond voor de tweede keer op Esperanzah een heus feestje.  Xamanek draaide er zowat hun hele vorige plaat door en liet ons nu en dan proeven van de nieuwe, die er begin 2016 zit aan te komen en die in de nasleep van een toernee door Chili werd opgenomen. Een heel knappe versie van “Bang Bang (my Baby Shot Me Down)” zorgde voor heerlijke samenzang en de giga-polonaise die later in de set op eenvoudig verzoek van de band tot stand kwam, was ronduit ontroerend. Dit was alles waar het woord “festival” voor staat: een zomers feest, met een soundtrack, die gespeeld werd door een band van dichtbij, die in niks moest onderdoen voor de betere Tex-Mex momenten, die door groepen als Los Lobos of The Blazers wel eens geserveerd worden. Indrukwekkend vonden wij dit en het is ons een waar mysterie waarom de faam van deze Luikenaars nog niet tot bij ons is doorgedrongen. Onderweg naar het hoofdpodium pikten we op de “Découvertes” nog een eindje mee van Too Many Zoos, een prettig gestoord collectief uit de underground van New York, dat allerlei bijzondere geluiden produceerde op wat nochtans “gewone” blaasinstrumenten leken te zijn. Er bestaat zelfs een naam voor hun muziek: brasshouse en dat staat voor: virtuoze, losgeslagen, aan waanzin grendende muzikale landschappen, drijvend op bijzonder originele beats. Heel speciaal, maar heel knap!

Lisa Simone, met een veel grotere naam kun ja bezwaarlijk uitpakken en daarbij kwam nog dat dit concert van de dochter vàn in exclusiviteit van Esperanzah! Was. Torenhoge verwachtingen dus en zoals zo vaak gebeurt: die werden niet helemaal ingelost. De zang was bij het begin aarzelend, om niet te zeggen op het randje van het valse af. Op haar Facebookpagina schrijft Lisa zelf dat ze oververmoeid was en dat was eigenlijk best te horen aan haar set, die op zijn best “leuk” te noemen viel, maar ons -en met ons heel veel anderen, zo zagen wij- op onze honger liet zitten. Natuurlijk was “Revolution” een hoogtepunt en natuurlijk deed Lisa net als haar mama in de late sixties, in versie van Leonard Cohen's “Suzanne”, maar ik merkte rond mij dat die versie -ze stak in in ritmepatroon dat geleend leek van Kid Creole's “Stool Pigeon”- in de verste verte niet tippen aan de uitvoeringen die Nina opnam. Ben ik nu onbegrijpelijk nostalgisch? Misschien wel, maar voor mij was Nina Simone de allerbeste zangeres ooit en dus vind ik het gevaarlijk dat de dochter uitgerekend dergelijk nummer covert: dat vraagt om vergelijkingen en die vallen vooralsnog in het nadeel van de dochter uit. Was dit nu in slecht concert? Bijlange niet, maar het had veel beter gekund. Drie optredens in drie dagen, met tussendoor in paar duizend kilometer reizen, het heeft allemaal in invloed en Esperanzah! Was toevallig de laatste in de rij. Jammer, maar dit smeekt om in herkansing in, pakweg, Bozar!

Wij maar weer onderweg naar de tuin, waar  uit Bosnië-Herzegovina de compleet maffe kerels van Dubioza Kolektiv aan hun set begonnen waren. Die set leed in beetje aan monotonie, maar was al bij al best plezant te noemen: Volgens de programmabrochure te situeren tussen Balkan Beat Box en Gogol Bordello en dat klopt ook, maar dan toch iets meer naar Bordello neigend. Razendsnelle, messcherpe set, waarin de gasten hun recente oorlogsherinneringen van zich af leken te spelen. 't Was in beetje zoals met veel punk- of new wavebands destijds: na in tijdje heb je 't wel gehoord, al was het absoluut niet slecht. We keken de set uit, maar kwamen aan het eind tot de conclusie dat in halfje ook had kunnen volstaan. Terug naar de Découvertes dan maar, waar de Galiciërs van Pan de Capazo een fijne folkset serveerden: balkanfolk, gemengd met Klezmer en gespeeld op accordeon, draailier en duduk -onder meer. De paar honderd mensen die de set van begin tot eind geboeid volgden, zorgden nadien voor een mini-raid op het platenstandje van de band. Dit was verrassend, leuk en intrigerend geweest en hoorde dus volop thuis op het podium waar ze geprogrammeerd stonden. Wij moesten weer de tuin in, want Seun Kuti zou er aan gaan beginnen..Dat deed hij op een wel heel bijzondere manier: hij liep het podium op, als was hij de roadie van de band en begon de bandleden één voor één voor te stellen zonder dat er ook maar één noot gespeeld werd. Toen Seun echt Seun bleek te zijn, volgde een heus Afrobeatfeestje, waarbij dezelfde bemerking in ons opkwam als bij Lisa Simone: het moet vervelend zijn, als artiest “zoon van” of “dochter van” te zijn: die eeuwige vergelijkingen. Nu, in het geval van Seun Kuti speelde dit minder een rol: Afrobeat is Afrobeat en de portie die we van hem geserveerd kregen, klonk meer dan acceptabel.

We hadden geen zin meer in MC's en platendraaiers en lieten dus zowel Biga*Ranx als Chinese Man aan ons voorbijgaan.Wel pikten we nog wat randanimatie mee -een aanbod om van te duizelen, daar in Floreffe- en beluisterden onderweg het cabaret/poëzie/spokenword/flamenco/tango optreden van Récital Boxon, een Brussels ensemble met een meer dan indrukwekkende zangeres / dichteres .diseuse. Onmogelijk onder een etiket te plaatsen, maar geweldig knap gespeeld en gezongen. Dit willen we ooit nog wel eens zien in de ideale omstandigheden van een theaterzaal. Eigenlijk geldt dat ook voor Asaf Avidan, die zelf bij ons bekend werd met zijn “One Day/Reckoning Song”, maar die als afsluiter op het grote podium toch niet de hele tijd kon boeien. De man kan zeer zeker zingen, hij heeft gevoel voor melodie, maar een concert in open lucht voor in zevenduizend niet meer al te nuchtere mensen, die een hele dag onder in loden zon van hot naar her gestapt hebben, dat vergt toch wel nog andere entertainersbekwaamheden dan wat Asaf wist te etaleren. Let wel, het concert, dat heen en weer liep tussen Beach Boys, Shiurelles en Aretha, verveelde geen minuut, maar het voldeed ook niet als afsluiter. Waarna wij bij een laatste biertje in roundup maakten en de long way home aanvatten. Espéranzah blijft met voorsprong ons favoriete festival, al begint het links en rechts te lijden aan wat ziektetjes, die je ook bij andere festivals ziet opdoemen: een deel van het publiek is aan heropvoeding toe, de grootste namen moeten niet per se de hoogste plaats op de affiche krijgen en er is echt wel een overschot aan beats en blieps in het franstalige aanbod. Dat bleek op Couleur Café en dat bleek ook nu weer. Maar: er waren een aantal héél, heel fraaie momenten en dat precies diegene die we koesteren. Van randanimatie tot culinair aanbod, van mentaliteit tot sfeer, van kader tot programma: dit is top en daar kunnen we aan deze kant van de taalgrens alleen maar jaloers naar kijken....

(Dani Heyvaert)

Foto © Esperanzah!

 

Artiest info
website  
facebook  

FLOREFFE - 01 & 02/08/15

 

Kris Dane

Moaning Cities

Nneka

Massilia Sound System

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Songhoy Blues

Xamanek

Lisa Simone

Dubioza Kolektiv

Asaf Avidan