BLUES PEER - 16/07/16

Zaterdag beloofde de festivalaffiche afwisseling en het weerbericht eindelijk zon. Los daarvan is er niets zo heerlijk als reeds bij de ingang de geur van vers gemaaid gras, hooi en canvas op te snuiven met de eerste bluesklanken uit de boxen. Ook het frituurvet mengde zich tussen de geuren, want op het festivalterrein waren enkele nieuwe schikkingen getroffen met aan de ene zijde van de tent een verlengde taptoog en aan de andere de eetkraampjes waar tijdens het ganse festivalweekend een barbecue stierenkop je aanstaarde. Het bluescredo indachtig ‘when I Woke Up this Morning’ kan er van alles gebeuren en dus was het verwachtingspeil hoog. Die hooggestemde verwachtingen zouden in de loop van de namiddag over gans de lijn worden ingelost.

Otomachine

Het idee om als eerste band rond 12 uur alvast een voltreffer het festivalpodium op te sturen pakte al dadelijk goed uit. Met de band Eric ‘Slim Zahl’ & The South West Swingers, die al tien jaar lang in het circuit hun mannetje staan, wist je op voorhand dat zij ambiance en kwaliteit zouden brengen. In het Italiaanse Torrita Di Siena waren de swingende en sympathieke Noren in de zesde editie van de European Blues Challenge immers tot winnaars uitgeroepen wat garant staat voor feestelijke en opzwepende muziek. Zij brachten daar o.m. hun dynamische ‘King’s Hotel’. Met hun boogie, swingblues en hun eigen invulling van ‘Blues As Blues Can Get’ en daarbovenop de energieke pianosolo bij ‘Plenty’ lokten zij al heel vroeg menige fan tot vlak vooraan het podium, wat hen ergens verraste omdat de zaterdagmiddag nog zo jong was. Dergelijke opkomst hadden zij blijkbaar zo vroeg niet verwacht. Voor wie echter op de nabije camping nog lag te slapen liet het vrolijke ‘Never Can Tell’ van Jerry Lee Lewis alvast de nodige stimulansen overwaaien om hen na een verlate vrijdagavond rechtop te laten veren. Niet veel later stond ook de Belgische formatie Otomachine al klaar om met een hoornsectie de festivaltent te doen daveren. Onder de koperblazers bevindt zich zo o.m. de geweldige trompettist Carlo Nardozza naast andere saxofonisten en trombonisten zodat tent en festivalweide overspoeld werden met de speelvreugde van dit veertienkoppig gezelschap met Frank Deruytter als frontman/vocalist. Met zijn wendbare stem wist hij zelfs een enkele keer de falset van een Aaron Neville te benaderen. Ergens zou je vermoeden dat de muzikanten in het verleden allen naar de Tv-serie ‘Treme’ hebben gekeken over de New Orleans muzikanten. Met hun suggestieve ‘Bounce’ en dito dansmouves en de soms jazzy richting die hun funky blues uitging was het alsof zij allen de groove van de Crescent City hebben geabsorbeerd, waarin ook humor en zelfs wat rap zit vermengd. De trombone van Ludo Martens en het ganse blazerscollectief met daarnaast de pianoklanken lieten bij ‘Funkland’, ‘Wiggle That Tail’, ‘La Chasse’ - kortom bij de ganse ‘Real Funk Shit’- de speelvreugde als kleurige zeepbellen van klanken uiteenspatten. Mogelijk houdt niet iedereen van deze crossover muziek, maar qua aanstekelijkheid kan deze muziek tellen.

Paul Carrack

Met Robben Ford kwam er wat meer relaxte rust in de tent alhoewel zijn gitaarspel eveneens voor opwinding zorgt. Vergezeld van bassist Brian en drummer West bracht deze doorwinterde zestigplusser het genre blues dat weldadig omhult en niettemin vonken geeft zoals o.m. bij ‘Rose Of Sharon’ uit zijn laatste album ‘Into The Sun’. Wanneer zijn bassist of drummer in actie komen zoals bij het extatische ‘High Heels And Throwing Things’ dan helt Robbens blues over naar funk. Het publiek moedigde met collectief gejuich vooral de solerende bassist aan wat vele amateurbassisten onder het publiek deed vermoeden. Toch was het in de soulvolle nummers dat je hoorde hoe de bluesman uit Californië verstrengeld is met de blues in al zijn vormen ook wanneer deze naar jazz overhelt. Zijn soulvolle stem en knap gitaarspel maken van songs als ‘Rainbow Cover’ of ‘Bird’s Nest’ puur luistergenot. Met zijn doorgroefd gelaat waarin het leven lijnen heeft getrokken en daarbij zijn warme stem werd zijn ‘Fools Paradise’ een songklassieker. Robben Ford bracht een gevarieerde set waarin blues, funk en soul getuigden van zijn meesterschap en oprechte inlevingskunst. Ook singer-songwriter Lucinda Williams weet zich in een concert telkens in te leven in zowel haar bluesgetinte songs als in haar broeierige alt-country. In haar lijzige songfrasering hoor je dan hoe zij als het ware doordrongen is van de tristesse van gans het universum. Veel afwisseling bracht zij niet in haar songkeuze waaronder de bekende hits ‘Drunken Angel’, ‘Essence’ en ‘Joy’. Zij ving aan met het quasi afgesmeekte ‘Protection’ om tenslotte met het rebelse ‘Rockin’ In the Free World’ met opgeheven vuist af te sluiten als een oproep om in deze moeilijke tijden het gevecht om dit fundamenteel mensenrecht niet uit het oog te verliezen. Ook countryzangeressen hebben blijkbaar een soort ‘grinta’ die hen doet volhouden om jaar na jaar en in een constante stroom van nieuwe studio-opnames zich hardnekkig aan hun muziek vast te klampen ook al lijkt dit niet altijd verlossing van hartzeer of vermoeienis te brengen, getuige het zwoele ritme van haar eerder monotone songs. Alleen het rockende ‘Honey Bee’ en het krachtveld van de ritmesectie bracht wat leven in haar concert, niettemin over de ganse lijn gewaardeerd. Na Amerika was het de beurt aan de Brit Paul Carrack en zijn medemuzikanten om blanke soul uit heden en verleden op te diepen. De veelzijdige Paul Carrack, zanger, gitarist en toetsenist, is een naam die meestal in de zijlijn ergens opduikt en waarvan je dus vermoedt dat bescheidenheid zijn tweede natuur is. Nochtans heeft hij meer dan een dozijn soloplaten uitgebracht. Dus werd het hoog tijd om deze bluesgitarist eens als publiekstrekker en frontman op een groot Belgisch podium aan het werk te zien en na afloop ook te adoreren. Althans toch zijn muziek want songs als het prachtige ‘Satisfied My Soul’ en ‘Loving You Is Wrong’ bleven nog lang nazinderen. Bij ‘Watching Over Me’ bedankte hij zijn bewaarengel die hem bij al zijn Europees rondreizen voor gevaren behoedde. Bovendien werd hij vergezeld van saxofonist Steve Beighton die zijn songs soms een funky zwier meegaven, terwijl ook de ritmesectie voor opwindende beats zorgde. Tussendoor vertolkte Paul Carreck met veel feeling de Eagles cover ‘Love Will Keep Us Alive’ als een tribuut aan de overleden Glenn Frey, waarbij de djèmbe drum het kloppend hart leek te symboliseren. Het meerstemmig gezongen ‘Living Years’, vertolkt als een gezamenlijke Anthem, werd het intense slotakkoord van een doorvoeld concert.

Joe Bonamassa

Groter contrast dan de hierna volgende show van de ‘Larry Graham & Graham Central Station band is moeilijk denkbaar, want het kwintet bespeelde alle registers van funky fusieblues terwijl de walmen van bakvet, braadworst, grillsauzen en expresso’s mede een zuiderse sfeer creëerden en neus en smaakpapillen prikkelden, allemaal luxeartikelen die er op de weide in Woodstock niet aanwezig waren. De legendarische bassist Larry Graham heeft ooit op diezelfde wei op het grote podium gestaan toen hij als één van de muzikanten van ‘Sly & The Family Stone’ daar mocht optreden. Die faam achtervolgt hem blijkbaar nog steeds afgaande op de legio fans die achteraf met hem op de foto wilden. Maar eerst was er zijn energieke show waarbij je zag hoe velen hun oordopjes in hun oren wurmden. Het belette niet dat je voluit kon genieten van dit concert met een opwindende beatdrum en de vrouwelijke vocalen van Ashling Cole. De pancarte’s met verzoeknummers werden de hoogte in gestoken waar Graham met zijn geweldige bariton spontaan op inging. Succesnummers als ‘’Rain’ en ‘Dance To The Music’ laaiden het vuur nog meer op en gelukkig dat de energiestroom tussen band en publiek door de Turteltaks niet in rekening zal worden gebracht. Op de duur begonnen de muzikanten ook het publiek te filmen wat een extra betekenis gaf aan songlijnen als ‘life is just a party and parties weren’t mean’t to last’. Even zou je denken dat de spirit van Woodstock herrees. Alleen het meegezongen ‘Purple Rain’, in nagedachtenis aan Prince, werd een intiem moment, immers een goede vriend van Larry Graham ‘die hij elke dag nog erg mist’. Een ten hemel schreiende gitaarsolo probeerde daar uitdrukking aan te geven. Een extatisch applaus van het publiek was hun beloning. Daarna nog meer energie genereren is zelfs voor een gitaarheld als Joe Bonamassa een moeilijke opgave. Met zijn eeuwige zonnebril op en geflankeerd met toetsenist en drummer vertolkte hij zijn eigensoortige blues waarbij het volume nog meer werd opengedraaid. De echte fans van bluesrock en gitaarblues maalden daar niet om en wilden al drummend hun gitaaridool van heel dichtbij bewonderen. Voor hen die er ‘s zondags al om 12 uur bij wilden zijn brak echter het voorlopig afscheid aan, het gezondheidsprincipe indachtig dat een verkwikkende slaap de dag daarop dubbel doet genieten, met daarbij de geruststelling dat een alerte security ploeg, zelfs na een nachtje doorwaken, opnieuw de veiligheid van festivalgangers en artiesten zal bewaken.

Marcie

Foto © Michel Verlinden

meer foto © Michel Verlinden

 

 

meer video's : VIDEO 1 - VIDEO 2

 

meer video's : VIDEO 1 - VIDEO 2 - VIDEO 3

 

meer video's : VIDEO 1 - VIDEO 2 - VIDEO 3

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 


 

Artiest info
website  
facebook  

BLUES PEER - 16/07/16

 

Eric ‘Slim' Zahl

Otomachine

Robben Ford 

Lucinda Williams

Paul Carrack

Larry Graham

Joe Bonamassa