GENT JAZZ - 07/07/16

Gent Jazz blijft na het recordjaar van 2015 niet op zijn lauweren rusten maar gaat eigenwijs door met de kaart van de vernieuwing. De volwaardige programmatie van de Garden Stage, het programmeren van nog meer artiesten in de marge van de jazz, de Gentse dag, het inzetten op de jeugd, de omkadering met stijlvolle accommodatie met uitgebreide catering, de gezelligheid dit alles maakt van Gent Jazz meer en meer een festival van de beleving wat de echte jazz liefhebber meer en meer doet verontrusten. Voor de allround muziekliefhebber is het een boeiend breed pallet van muzikaal vertier en ontdekkingen. Zo is er elke dag wel die eigenzinnigheid te bespeuren. Aan U lezer om met open vizier uit te zoeken waar die in de volgende dagen zit.

Op deze eerste dag heeft Gent Jazz als topper het nieuwe jazz icoon Kamasi Washington weten te strikken. Zijn epische debuutplaat ‘The Epic’ “what’s in a name” en zijn voortrekkersrol naar een nieuw en breed divers publiek zijn inmiddels gemeenzaam erkend. Met Ibrahim Maloouf haalt Gent voor de 2de maal de Oost-West combinatie van de fijnzinnige trompettist in huis. Zijn dubbele ode aan de Egyptische diva Oum Kalthoum, een household name in Arabische kringen betekent een creatieve artiest op het toppunt van zijn kunnen.

Terence Blanchard

Maar vooraleer al dat moois zich zou presenteren zijn er de twee openingsacts. Het publiek komt nog druppelsgewijs binnen als niemand minder dan Terence Blanchard als eerste de 15 de feesteditie mag openen. Meteen een grote naam maar daarom nog geen garantie voor een topoptreden. De veelvoudige Grammy winnaar heeft een palmares om U tegen te zeggen. Hij kreeg les van Ellis Marsalis, toerde met Lionel Hampton, verving Wynton Marsalis bij Art Blakey en koos dan zijn eigen weg. Blanchard was reeds meerdere malen in ons land te zien. Ik herinner mij een gevoelig concert naar aanleiding van Katrina en de cd ‘A Tale Of God’s Will’ maar dat is ondertussen weer 10 jaar geleden. Zoals het een echte jazz artiest betaamt is Blanchard voortdurend in evolutie en gaat hij graag nieuwe uitdagingen aan. Het befaamde Blue Note label is al een aantal jaren aan een remonte toe met het aantrekken van creatieve gevestigde artiesten. Zo maakt Blanchard sinds een aantal jaren deel uit van de Blue Note stal waar hij veel vrijheid krijgt in het ontwikkelen van ‘nieuwe’ jazz muziek. De nu 54 jarige Terence Blanchard is op tour met zijn E-Collective, een gezelschap van jonge muzikanten waarmee hij het uitdagend funky groovende ‘Breathless’ (2015) mocht maken. Wie de cd vooraf had beluisterd of de aankondiging had gelezen : “Trompettist en meester van de ‘African fusion’-stijl duikt in de wereld van grooves en funk” wist wat hij of zij kon verwachten. Het resultaat althans live uit zich in sloom groovende electronische funk met tal van geluidseffecten waarin Blanchard op tijd en stond de melodielijn naar zich toetrekt mits het blazen van een orkestraal aandoend spacy grootstadsgeluid waarvan het effect op de duur is uitgewerkt. Ook gitarist Charles Altura’s bijdragen komen niet boven de middelmaat uit. Rest plomp nietszeggende groovende funk die beleefd applaus oplevert of nieuwkomers buiten de tent houdt. Oh ja ‘Breathless’ is ook een plaat met een politieke boodschap, verwoord in de spoken word passage van de titelsong die aan het eind van de set nog amper reactie sorteert . Terence Blanchard kan veel, veel beter. Graag tot een volgende keer.

Wout Gooris trio

Na de sjieke grootstadsfunk klinkt de minimalistische piano jazz van Wout Gooris trio al te bescheiden hier op het grote Gentse Jazz podium. Wout Gooris brengt fraaie composities die in een intieme clubsfeer ongetwijfeld de aandacht krijgen die ze verdienen. Nu wordt de focus al te veel verlegd naar de lyrische opsmuk van de twee gastsaxofonisten Hayden Chisholm en Erwin Vann zodat het geheel al te vrijblijvend klinkt. Toch gaat Gooris’ ontbolsterend talent niet onopgemerkt voorbij en komt zijn lo-fi presentatie sympathiek over.

Kneebody

Ondertussen is er in de Garden Stage veel jong volk te vinden voor Kneebody. Dat jazz en elektronica elkaar soms vinden, is niet nieuw. Vaak wordt de elektronica bij zulke samenwerkingen echter meer gezien als een louter sonische aanvulling dan als een integraal onderdeel van het muzikale opzet. Niet zo bij de instrumentalisten van Kneebody en elektronica wizard Alfred Darlington, aka Daedelus. Zij gingen samen actief op zoek naar een diepere synthese van akoestische muziek en elektronica en creëerden zo een veelkoppig muzikaal beest dat jazz, rock en elektronische muziek naadloos met elkaar vervlecht. Het straffe resultaat valt te beluisteren op het eclectische album ‘Kneedelus’ (2015), uitgebracht op het befaamde Brainfeeder-label van Flying Lotus. De eerste set komt wat later op gang omdat Terence Blanchard wat langer bleef doorduwen. Bovendien laat de techniek het wat afweten maar dat mag de pret niet drukken. Kneebody is voldoende op elkaar ingespeeld om zonder monitors te spelen en Daedelus is gewoon zichzelf. Met lichte zelfspot zetten ze een setje neer dat niet verveeld. Set twee opent met 'Platforming', een elektronica percussiesolo van Daedelus waarmee deze meteen bewijst dat zijn inbreng heel wat meer is dan een achtergrond inkleuren. Het zijn energetische nummers waarbij stil blijven staan geen optie is. Een uitnodiging om voor het podium te breakdancen blijft onbeantwoord. De vette beats achter de blazers zorgen anders voor genoeg power. Naast nummers uit hun Kneedelus album is er nog ruimte voor werk van Daedelus en voor een flinke dosis improvisatie. En ook de derde set zet dezelfde lijn voort. Een korte babbel tussen twee sets met trompettist Shane Endsley en met Daedalus leert ons dat ook de blazers de nodige electronica gebruiken om hun sound neer te zetten, en dat de instrumenten van Daedelus door een kleine New Yorkse firma naar zijn wensen zijn ineengeknutseld. Een boeiende ontdekking.

Kamasi Washington

De zenuwachtigheid en de drukte in de tent nemen toe naarmate het aanvangsuur van het concert van de 34 jarige Kamasi Washington nadert. Gent Jazz is al op de eerste dag uitverkocht en dat heeft alles te maken met de aanwezigheid van Kamasi. Of hij de hoge verwachtingen zou inlossen hangt af van je ingesteldheid. Kamasi Washington wordt zowel in de jazz wereld als daarbuiten onthaald als een nieuw fenomeen. Zijn samenwerkingen met de popwereld i.h.b. met Kendrick Lamar op diens meesterwerk 'To Pimp a Butterfly' en het uitbrengen van zijn allround zeer gesmaakt volumineus debuut ‘The Epic’ op het befaamde Brainfeeder-label van Flying Lotus zorgen in 2015 voor het wereldwijd aplomb. Op die debuutplaat krijgen de knap gearrangeerde composities veelal een episch karakter aangemeten, rijkelijk uitgewerkt door het 32 man sterk orkest, een 20 koppig koor en 10 muzikanten en wordt de scheidingslijn tussen bombast en geïnspireerde improvisatie subtiel bewandeld. Live is de band afgeslankt tot de kern van 7 man: 2 drummers Ronald Bruner Jr. en Tony Austin , bassist Miles Mosley , toetsenist Brandon Coleman, trombonist Ryan Porter, zangeres Patrice Quinn en nieuwkomer violist Jim Simone (en later papa Ricky Washington op dwarsfluit). Die subtiliteit waarin spiritualiteit, melodrama en diepgang gedijen valt live zo goed als weg. In de plaats meer power en potige versies met overwegend energetische free jazz en stuwende soul-funk met een prominente rol voor toetsenist Brandon Coleman. Deze mag zich ongebreideld uitleven op de muthafuckin’ keytar die meer George Clinton, James Brown of een Sly Stone oproept dan Sun Ra, Pharoah Sanders of John Coltrane. Het resultaat is een opwindend potje live muziek. De dubbele drumsectie die op het album voor ritmische stuwing zorgt levert live extra power die overhelt naar het bombast zeker voor een ongemakkelijk zittend blijvend publiek en mag zich op zijn beurt uitleven in een al even overbodige als opwindende drum battle. Dan liever de geïnspireerde solo’s van trombonist Ryan Porter die de compositie “Os Calypso” aanlevert of die van contrabassist Mosley in “Askim”. Vijf composities worden er gespeeld, naast “Intro”en “Dueling Drummers” staan vier daarvan ook op ‘The Epic’ (“Change Of The Guard”, “Askim”, “Henrietta Our Hero” en “The Rhythm Changes”). Een vijfde nummer, “Os Calypso”, is een compositie van trombonist Ryan Porter. Tenorsaxofonist Kamasi Washington van zijn kant is het referentiepunt waar alles begint en terugvoert. Hij haalt geregeld de rust en sereniteit terug in de rangen. Hij is noch showman noch van het bezwerend type. Zijn tussenkomsten zijn eerder lieflijk en teder al kan hij ook vervaarlijk uithalen. In die zachte sector zitten verder violist Jim Simone en de ranke zangeres Patrice Quinn. Haar mooie stem mag zachtheid toevoegen aan de songs “Henrietta Our Hero” en het afsluitende “The Rhythm Changes”. Kamasi maakt na elk nummer contact met het publiek. Op een bepaald moment maakt hij een veelzeggend statement : “It’s not what you have, it’s what you do” een levensmotto dat ook geldt voor zijn manier van muziekmaken, expressie geven aan wat in je zit samen met vrienden bandleden die hij al kent van in zijn kindertijd én met zijn vader die mag opdraven voor een mooie dwarsfluit bijdrage. Zo paart het concert rust aan energie met als eindbalans meer power dan epiek maar daarom niet minder krachtig. Een verdiende ovatie en blij dat ik er bij was.

Ibrahim Maalouf

Ibrahim Maalouf werd 35 jaar geleden geboren in Libanon, maar groeide op in Parijs. Hij komt uit een muzikale familie en zijn vader was de uitvinder van de trompet met een extra kwarttoonventiel. Dat is wat het mogelijk maakt om de Arabische kwarttonen te spelen op de trompet, en dat geeft al zijn muziek een eigen geluid. Maalouf is een baanbrekend figuur in de wereld van de hedendaagse jazz dankzij zijn mix van pop, soul, electro, hip-hop, en Franse chansons met de muziek van zijn Libanese roots. In 2007 verschijnt zijn eerste studio album ‘Diasporas’ gevolgd door ‘Diachronism’ in 2009 en ‘Diagnostic’ in 2011, een drieluik, een adembenemende muziektrip die voert via jazz, latin-en andere worldklanken naar electronic en zelfs rock. Maalouf wisselt sindsdien veilige meer traditioneel klinkende albums genre “Wind” (2012) en “Kalthoum” (2015) af met meer experimentele albums als ‘Illusions’ (2013) en het tweede electrische Kalthoum album ‘Red Black Light’(2015) met zelfs invloeden uit de funk, soul, fusion en rock. M.a.w een akoestisch klinkend album als ‘Kalthoum’ waarop Arabische invloeden worden vermengd met moderne jazz gelinkt aan een enkel lied tegenover ‘Illusions” een rockalbum dat boordevol emoties zit gelinkt aan de oorlogssituatie in zijn vaderland. Vooraleer de band op het podium komt legt Maalouf uit wat de ontstaansgeschiedenis van de plaat is. Maalouf is er zich van bewust dat niet veel mensen al van Kalthoum (een Egyptische diva en zangeres die stierf in 1975 en de beroemdste en meest geliefde zangeres uit de Arabische wereld was) hebben gehoord en nodigt daarom de Libische muzikant zanger en oud-speler Samir Hamsi uit op het podium om te laten horen hoe de oorspronkelijke muziek van Kalthoum klonk. De ode die Maalouf aan haar brengt is opgevat als een suite opgebouwd rond een van haar grootste songs “Alf Leila Wa Leila” (de duizend en een nachten) bestaande uit een introductie, twee ouvertures en vier movements en wordt integraal ten gehore gebracht. Maalouf beschikt over zijn speciale trompet met dat vierde ventiel waarmee hij de kwarttonen kan blazen die voor de typisch Arabische sound zorgen. Vooraleer de loftrompet te steken over Malouf’s fenomenale trompetspel is daar de al even belangrijke bijdrage van tenorsaxofonist Mark Turner en de uitstekende ritmesectie bestaande uit pianist Frank Woeste, contrabassist Scott Colley en drummer Clarence Penn. Het thema, dat eigenlijk het refrein is klinkt na een tijd vertrouwd en vertelt eigenlijk een verhaal in de vorm van een symfonie met een spanningsboog van begin tot eind. Het is in feite een lange goed in het oor liggende melodie waarmee Maalouf en Turner improviseren maar volledig ten dienste van de compositie volgens de structuur van een suite met terugkerende elementen. Samenspel, solo’s en improvisaties zijn werkelijk verbluffend te noemen. De Arabische frasering zorgt voor het exotisch karakter. Maalouf blaast wonderlijk zacht, moeiteloos tegelijk krachtdadig zonder geforceerd te klinken. Wanneer hij uiteindelijk alleen soleert vallen alle monden open, in de tent is het muisstil en is de magie bereikt. Zowel het 6de onderdeel “Movement III” als het 7de en laatste deel “Movement IV” eindigen op een intens opgebouwde climax . Een staande ovatie volgt. Een ingekorte ‘mainstream’ versie van het refrein als bis klinkt in die contekst gauw overbodig alsook de tweestemmige samenzang met Samir als hommage aan een andere grote zangeres uit Libanon had niet gemoeten. Een kanttekenig op een meeslepend concert.

Sons of Kemet

Vooraleer huiswaarts te keren laten we ons nog even wakker schudden door Sons of Kemet. Een vierman formatie met twee drummers en twee blazers. Deze band blaast je gegarandeerd (letterlijk) omver. Beeld je een tuba, twee drums en een saxofonist annex klarinettist uit de Londense clubscene in die je een onweerstaanbare trance bieden. De muzikanten achter deze unieke bezetting, tappen uit talloze muzikale vaten met als rode draad een gesofisticeerde funky ritmiek. Hun laatste album 'Lest we forget what we came here to do' wordt beschreven als een meditatie op de Caraïbische diaspora in het Verenigd Koninkrijk. De muziek is ook een commentaar op de situatie van de zwarte in het Groot-Brittannië van vandaag. Het zit echter in de Caraïbische cultuur om zich ook over moeilijke thema's op een optimistische manier uit te drukken. Terwijl Ibrahim Malouf zijn laatste noten uitblaast staat de Garden Stage al op zijn kop. No Nonsens powerjazz waarbij twee drums en een tuba een hitsige sax versterken resulteert in een vrolijke danspartij. Ritme en fun spreekt de vooral jonge laatblijvers aan en de Garden Stage verzekert ons van een volgende generatie vrolijke jazzliefhebbers.

Persoonlijk heb ik een lichte voorkeur voor Kamasi Washington als concert van de dag al loste die de verwachtingen niet helemaal in. Toch vallen hype en gevoel voor mij voor een keer samen. Een meer dan geslaagde eerste dag zeker als dé verrassing van de dag Sons of Kemet op de Garden Stage wordt meegeteld.  

Marc Buggenhoudt en Johan Vanonckelen

Foto © Jos L. Knaepen en Bruno Bollaert

 

 

 

 


 

 

 

 

 


 

Artiest info
website  
facebook  

GENT JAZZ - 07/07/16

 

Terence Blanchard

Wout Gooris trio

Kamasi Washington

Ibrahim Maalouf