BLUES PEER - 16/07/17

Op zondag geen Woodstock toestanden op de festivalweide van Peer Blues en voor de evergreen ‘Going Up To The Country’, het lijflied van de bloemenkinderen, moest je nog tot ‘s avonds wachten. Maar in en rond de tent was het al ‘peis en vrede’ en nog nagenieten van de vorige dag. Ook op zondag was muzikale diversiteit verzekerd met groepen uit Engeland, Amerika en Canada, met als afsluiter ‘Canned Heat’ die in het verleden in de ‘heat’ van het hectische leven menig bandlid kwijt geraakten, maar desondanks als overlevers op concerten blijven opduiken tot grote vreugde van oude en nieuwe fans. De festivaldag opende echter met een duo dat authentieke blues bracht zoals een halve eeuw geleden Brownie McGhee en Sonny Terry dat deden, alvast een eerste hoogtepunt van de laatste festivaldag, die zich klokslag twaalf uur inzette.

Michael Roach & Johnny Mars, qua origine beide Amerikanen, leerden elkaar pas begin deze eeuw in Engeland kennen. Het klikte en samen begonnen zij rond te toeren. Michael Roach, geboren in Washington D.C. in 1955 leerde gitaar spelen met o.m. als mentoren John Cephas en Archie Edwards terwijl Johnny Mars, geboren in 1942, in Laurens, Zuid-Carolina, het instrument reeds als knaap beheerste en verder vervolmaakte in het New Yorkse bluescircuit. Zijn plaat ‘King of the Blues Harp’ dateert van 1994 en deze eretitel heeft hij niet gestolen zoals bleek in zijn gepassioneerd solospel. Michael Roach daarentegen, die nog met Louisiana Red speelde, bekwaamde zich in de Piedmont blues en heeft inmiddels een half dozijn albums uitgebracht. Beide rasmuzikanten brachten een eresaluut aan de bluespioniers met songs als het meegezongen ‘Going To Kansas City’ en ‘I Shall Not Be Moved’ met een bescheidenheid die hen sierden. Complexloos lieten zij de blues hun eigen eeuwenoude taal spelen zoals bij het ingetogen ‘Pleading Insanity’ of het mooie diepzinnige ‘Noah’. Met de toegift ‘Sweet Home Chicago’ sloten zij af om daarna tijdens de signeersessie de fans welwillend tegemoet te komen in al hun vragen en verlangens.

SaRon Crenshaw

Na dit van blues doordrongen duo sloot de Amerikaanse SaRon Crenshaw aan met ritmische, funky en soulvolle blues, met daartussenin wat boogie. Hij werd in zijn bluesvariaties bijgestaan door een Nederlands band met als ritmesectie Bart Kamp op bas en Frank Duindam op drum. Bob Fridzema aan de toetsen werd naar het einde toe geassisteerd door orgelist Patrick Cuyvers zodat er een wervelende ‘quatre mains’ compositie over het klavier rolde. Zanger/gitarist SaRon, die vijf jaar geleden in de ‘Blues Hall Of Fame’ werd opgenomen, leek een liefdevolle verhouding met zijn gitaar te onderhouden zoals hij daar koesterend mee omging, in de lijn van de gitaarfinesses van Robert Cray en Albert King. Hij bracht een gevoelvolle versie van de ‘Thrill Is Gone’ en het soulvolle ‘Old Love’. Met ‘Wang Dang Doodle’ en ‘Baby, Please Come Home’ bracht hij terug meer leven in de brouwerij waar de Hammond soms overheen walste. De Canadese baardige broers uit het collectief ‘The Bros. Landreth’ vermengden daarentegen hun blues met alt-country en roots muziek waarin je ook flarden Steely Dan en Little Feat kon opvangen.. Met hun debuutalbum ‘Let It Lie’ wonnen zij al direct een Juno Award en het succes liet daarna niet lang op zich wachten. Met een vader als muzikant en muziekvertrekken als speelruimte stond ook voor hen de weg open om van muziek hun hobby en beroep te maken. Als broers vinden zij het een genot om samen te kunnen zingen en een instrument te kunnen bespelen, wat merkbaar was in de samenzang en zeker in de song ‘Greenhouse’ waar zij zich naast elkaar opstelden samen met drummer Ryan Voth in een nostalgische gezamenlijke vertolking. Met meer ritmische songs als ‘Tappin’ On The Glass’, ‘I Am The Fool’ of het bluesy ‘Nothing’ bewezen de songwriters uit Winnipeg, Manitoba, dat ook zij op een bluespodium thuis horen. Geen broers maar wel een amicaal samenklitten van muziekvrienden in de band ‘The Magpie Salute’ waarin gitarist Rich Robinson van ‘The Black Crows’ zich opnieuw koppelde aan gitarist Marc Ford. Bassist Sven Pipien maakte eveneens deel uit van de band en een trio exotische vrouwelijke vocalisten vervoegde de instrumentalisten. De wisselende zangkleuren, een fantastisch drumsolo, scheurende, jammerende heftige gitaren, toetsenwerk en het ganse gamma van woest om zich heen slaande rockblues brachten de liefhebbers van gitaarblues in een extatische mood. ‘My Morning Song’, ‘I’m Free’, ‘Down The Road’, ‘Horsehead’ werden herkend en op applaus onthaald. Soms geraakte de zang in de kakofonische sound enigszins ondergesneeuwd zoals in het laatste ‘Thorn In My Pride’, maar qua euforisch feestgevoel verstaat elke nieuwe gedaantewisseling van The Black Crows’ nog steeds de kunst om spiritueel vuurwerk af te steken.

Jethro Tull

De vreemde eend in de bijt was ongetwijfeld de Schot Ian Anderson, zanger en dwarsfluitspeler in de band Jethro Tull, die met hun retro folkrock en pro-rock in de seventies de ‘talk of the town’ waren, eerst in Edinburgh en daarna verder uitbreidend naar heel Engeland en Europa. Hun opeenvolgende albums werden verkocht als hete broodjes en de Grammy’s stapelden zich op in de kast. Op het podium in Peer was de frontman nog steeds erg beweeglijk, danste als een duiveltje van links naar rechts en speelde onderwijl zijn pastorale songs. Dat dit concert nog weinig met blues te maken heeft klopt niet helemaal. In Afrika speelden muzikanten ook op een fluit en lieten dit vergezeld gaan van drum en zang. Geïmporteerd naar Amerika werd daar de traditie van de ‘fife and drum’ blues verder in ere gehouden. De band ‘Jethro Tull’ sluit echter meer aan bij de Schotse verhaaltraditie waar sagen, legendes en historische figuren als Hendrik VIII in de muziek worden verweven. De uitgesponnen songs met soepele overvloeiingen sloegen nog steeds aan. ‘Thick As A Brick’, ‘Farm On Freeway’, ‘Pasttime In Good Company’,‘Songs From The Wood’ en ‘Aqualung’ werden allen op herkenningsapplaus onthaald. Ian vertelde dat de gitarist nog steeds op een Les Paul gitaar speelt en moedigde de drummer aan in zijn sporadisch soleren. Bij de toegift ‘Locomotive Breath’ sprong de gekte zowat op iedereen over als een variatie op Dantes hel.

Jools Holland & His Rhythm & Blues Orchestra

Met het programmeren van Jools Holland & His Rhythm & Blues Orchestra kan de organisatie zich verzekeren van een muzikale happening en een succesformule tegelijk. Met Jools Holland als presentator, pianist en orkestmeester weet je gewoon dat elk concert van hem een soort oudejaars- Hootenanny wordt waarbij hij met boogiewoogie pianoritmes de feeststemming aanzwengelt. Daarbij wordt hij aangemoedigd door een aanstekelijkeelfkoppige blazerssectie. Tevens nodigt de ceremoniemeester in de loop van het concert immer bluesdiva’s en beroemdheden uit die het feest mee kleur geven. In Peer bracht hij de vocalisten Beth Rowley, Louise Marshal en Ruby Turner mee, deze laatste geïntroduceerd als de godin van de blues. Zangeres Louise bracht een mooie versie van de klassieker ‘the Joy of love’ oftewel ‘Plaisir d’amour’. Andere bekende songs als de ‘Midnight Special’, ‘T-Bone Shuffle’, ‘Let The Good Times Roll’ enz. volgden elkaar in sneltempo op. Op de laatste songs nam Ruby Turner met veel klasse en charisma de leadzang op zich. Gentleman Jools was niet karig met lofbetuigingen.Van de bassist beweerde hij dat bij hem de duivel in zijn linkerhand huisde, zijn drummer Gilson Lavis werd geprezen om diens vurig slagwerk zonder daarbij zijn jasje te verkreuken en vooral ook de blazers werden in de spotlights gezet, waaronder saxofoniste Lisa Grahame Met ‘Enjoy Yourself’ als aanmoediging viel bij wijze van spreken het doek na een memorabel concert, dat geen enkele seconde verveelt.

Canned Heat

Het slotconcert was echter aan Canned Heat voorbehouden, iconische band uit Los Angeles, die met hun ‘Goin’ Up The Country’ in de muziekbranche voor een aardverschuiving zorgden toen destijds in de sixties de modder langs alle kanten opspatte en het hemelwater de kinderen in Woodstock herdoopte. Al is de bezetting in de loop van de jaren vaak overhoop gegooid, het huidig viertal, met de Mexicaanse Fito de la Parra als drummer, is blijkbaar nog steeds ‘On The Road’ met hun country, blues en boogie muziek. Ondanks hun gegroefd, verweerd en getaand gelaat, hun grijze haren en nevels rond de ziel doet deze groep nog steeds hun naam eer aan, die zij ontleenden van bluespionier Tommy Johnson. Ook zondag nog leken zij zich te verwarmen zij aan de hittebronnen van hun muziek als ware gitaar, bas, drum en harmonica hun brandspiritus. Behalve hun hits ‘On The Road Again’, ‘Let’s Work Together’ en ‘Sugar Bee’ vertolkten zij ook covers, zoals ‘Rollin’ & Tumbling’ en o.m. een gevoelvolle slowblues van Charlie Musselwhite met harmonicabegeleiding. Met het gevoelvolle ‘Crying Won’t Help You Now’ van B.B.King beëindigden zij even voor middernacht hun nostalgisch concert, waarna de lichten aangingen en de nachtelijke fuifnummers nog een tijdje tussen de plastiek bekers mochten blijven swingen.

In de loop van de avond had presentator Rick De Leeuw het publiek meermaals bedankt voor de drie gezellige dagen gezamenlijk doorgebracht in een pastoraal decor en aimabel entourage, gekenmerkt door verbroedering, verdraagzaamheid en liefde voor de muziek. Een loslopende journalist die de festivalbezoekers op hun veiligheidsgevoel kwam testen en scorepunten verzamelde aangaande hun waardering voor de security mensen, kreeg als eindscore het waarderingscijfer 9, 75 op tien toegespeeld. Wij zouden hen alleszins een tien geven, zeker de security mannen vooraan die vlak aan de boxen het ganse festival moeten uitzitten of staan. Het Peer Festival zelf heeft geen punten nodig, ook al wordt de kruisbestuiving van hun geprogrammeerd bluesgenre soms in vraag gesteld. De opkomst, de toejuichingen bij elke band vooraf en naderhand en de breedlachende gezichten spreken voor zich.

 

‘.. people, when things go wrong, as they sometimes will,

and the road you travel, it stays all uphill,

Let’s work together, together we’ll stand, divided we’ll fall,

come on now people… ‘


Marcie

Foto © Michel Verlinden

meer foto © Michel Verlinden

Sfeerfoto's © Manon Houtackers

 

video's  Canned Heat : VIDEO 1 - VIDEO 2 - VIDEO 3

 

 video's  Jools Holland : VIDEO 1 - VIDEO 2 - VIDEO 3 - VIDEO 4

 

video's  Jethro Tull : VIDEO 1 - VIDEO 2 - VIDEO 3

 

video's  The Magpie Salute : VIDEO 1 - VIDEO 2 - VIDEO 3 - VIDEO 4

 

video's  The Bros. Landreth: VIDEO 1 - VIDEO 2 - VIDEO 3

SaRon Crenshaw

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Artiest info
website  
facebook  

BLUES PEER - 16/07/17

 

Michael Roach & Johnny Mars

SaRon Crenshaw

The Bros. Landreth

The Magpie Salute

Jethro Tull

Jools Holland

Canned Heat