LITTLE KIM & THE ALLEY APPLE 3 @ ARSCENE, HANSBEKE - 16/06/18

Cd-presentatie van ‘Sugarbird’: entertainment van hoog niveau, gevoed en gedragen door stielkennis en enthousiasme’

‘Sugarbird’ is de vierde cd van Little Kim & The Alley Apple 3, in opvolging van ‘Riding The Rails’ (2010), ‘She’ll Keep The Devil Dancing On Your Heart’ (2012) en ‘The Longest Mile’ (2016) ‘Sugarbird’ valt samen met de tiende verjaardag van de band, die nog steeds in haar originele bezetting draait. Er is Little Kim zelf, die men in het dagelijkse leven ook aanspreekt met Kim (Kimberly Claeys) Er is Tom De Poorter, gitarist en tevens de songschrijver van het eigen werk (er zijn ook covers!) en op de cd’s is hij multi-instrumentaal in de weer. Slappin’ Slim verwierf zijn bijnaam via zijn typische manier van spelen op de contrabas. Maar in ’t echt heet hij Selim Meiresonne. Patrick Cattoir (Patje voor de vrienden) speelt ritmegitaar, weissenborn (liggende slide gitaarachtige – zie ons verslag van Martin Harley, enkele weken geleden), national resonator, steel guitar en dobro. Hij is niet alleen muzikaal fijnbesnaard, maar zorgt ook voor het art work.

Eerst toch een misverstand uit de weg ruimen: ‘The Alley Apple 3’ heeft geen verband met fruitbomen, al zou je dat in deze fruitige context wel verwachten. Het allerminst poëtische ‘alley apple’ is urban american slang (stadsbargoens) voor… kassei. Die werden in steden als New York wel eens uit het wegdek gehaald om ze als projectiel te gebruiken, bij betogingen bij voorbeeld. Maar gewelddadig kan je het viertal bezwaarlijk noemen. Goeie vrienden des te meer. Het laat zich aanzien dat ze na een decennium delen van lief en leed een bijzonder hechte band hebben gekweekt. Het is ook het antidotum voor de sleur van het samen musiceren kan worden. Dat gevoel van samenhorigheid houdt het fris en sprankelend, en zo maken de kassietstenen veel plezier op podium. Dat werkt op zijn beurt aanstekelijk op al wie hen hoort. Het was niet anders op zaterdag 16 juni 2018 toen ze Arscene inpalmden.

Het optreden in Arscene ging eens te eer door in optimale omstandigheden: perfect ‘droog’ geluid (de concertruimte is eigenlijk een opnamestudio), verzorgd licht, de band die vooraf in de watten was gelegd (waar Arscene een erezaak van maakt: zo goed als nooit vergeet een artiest er expliciet naar te verwijzen!), maar bovendien heeft de band haar fervente aanhangers, die een cd-presentatie in de eigen streek niet willen missen. Dat zorgde voor een vol huis zonder dat men op de koppen moest lopen. En zoals gezegd: Little Kim & The Alley Apple 3 deden er alles aan om het publiek te plezieren. Populair is veel gezegd: als je achteloos ‘Little Kim’ intijpt op google probeert het zoekapparaat je met alle geweld naar ‘Lil’ Kim’ af te leiden. Deze Kimberly Denise Jones is een bekende rapster (ook Queen B bijgenaamd) Onze ‘Little Kim’ zit in een heel andere muzikale, heel wat minder modieuze biotoop.

Stijlvast kan je hen heel zeker noemen: van in het begin keken de vier naar de western swing, een onderstroming van de hillbilly music, een iets of wat kleinerende benamingwat vanaf 1949 door de muziekindustrie bedacht werd met de naam country & western, later gewoon country (music) Volksmuziek-, swing- en jazzelementen versmolten met de western music uit Oklahoma en Texas, wat aanleiding gaf tot de ‘western swing’. Eind jaren dertig en in de loop van de forties maakten Bob Wills & The Texas Playboys (onder wie de legendarische pionierende trombonist en steelgitarist Bob Dunn) het mooie weer in deze op heldere en vrolijke melodieën drijvende stijl, gespeeld op gitaar, (pedal) steel guitar en fiddle (viool), stilaan ook blaasinstrumenten, met hits als ‘(New) San Antonio Rose’ en ‘Faded Love’. In de jaren vijftig taande de ster van Wills om allerlei redenen en werd western swing gaandeweg verdrongen door de krachtiger rockabilly en rock-‘n-roll, dus o.a. door Bill Haley, die begon als hillbilly muzikant. Tot op heden zijn er beoefenaars van western swing, al of niet in cross-over gedaante. We vermelden graag het archetypische Asleep At The Wheel, want de leider van deze al lang bestaande formatie, Ray Benson, kent Little Kim ook en heeft haar zelfs al op toneel gevraagd om mee te zingen, meer bepaald in Bowie, Texas. Kim zingt occasioneel bij Guido Belcanto, en dat sinds een aantal jaren.

‘Sugarbird’ (te vertalen als suikervogel ofte cyanerpes) houdt vanzelfsprekend vast aan de (western) swing, gekruid met country en country blues, rockabilly en alle Americana die ze oppikten langsheen de highway. Je zou denken dat er geen evolutie in zit, maar dat is niet zo. Tom De Poorter is een steeds betere songschrijver. Dat was al duidelijk met de vorige ‘The Longest Mile’, zowel muzikaal als qua tekst (het titelnummer!) ‘Sugarbird’ vaart verder die positieve koers. De tien songs vergen veel van de bandleden, inzonderheid Kim, die toont dat ze van alle markten thuis is. Drie studiogasten staan de band aan: bariton- en tenorsaxofonist Hans Verhelle in een opvallende rol, Stan Vangheluwe (piano, backings) en Jannes De Schrijver (backings) Het is een relatief korte cd, maar er staan geen vullers op. Wel nieuwe parels aan de kroon: we denken aan ‘Crow Moon’ dat ooit op Waikiki Beach moet gewoond hebben, aan ‘Little Kim’s Blues’, waarin Kim alles uit de kas haalt, en ‘Snake Charm’, een instant classic als u het ons vraagt. Het nummer heeft zich gewoon van eeuw vergist: het hoort in de twenties van vorige eeuw thuis, stijl ‘Misirlou’ of ‘My Blue Heaven’.

De cd-presentatie in Arscene was veel meer dan alleen maar dat. Natuurlijk kwam ‘Sugarbird’ helemaal aan bod, maar met twaalf plus elf songs in twee delen, en ‘The Longest Mile’ als bis, werd het een uitgesproken loopbaanoverzicht. In het eerste deel kreeg je dan ook schitterende openingszet ‘The Kings Of Goblin Market’, Toms eigen ‘A Body In The Garden’, het guitige ‘When Paw Was Courting Maw’ (1938; fijne versies van Glenn Miller en The Five Keys) en buitenbeentje ‘Slapping Slim’, naast de nieuwe liedjes ‘Sacramento Flood’, ‘Sugarbird’, ‘So Long, Sandro’ en ‘Crow Moon’. Die eerste set eindigde met twee covers: het komische ‘The Wobblin’ Goblin’ (Rosemary Clooney; 1950) en ‘There Is A Time’ van bluegrass band The Dillards (1964) Het zijn songs die de band geheel eigen maakte. Na de pauze ging deze afwisseling gewoon door. Naast ‘Snake Charm’ vielen ons ‘The Ballad Of The Old Oak Tree’, ‘Hong Kong Special’ en ‘Lou Ella Brown’ op.

Als deze heerlijke avond in Arscene nog iets moest bewijzen, is dat Little Kim & The Alley Apple 3 tot volle wasdom zijn gekomen binnen een melodierijke stijl die zeker niet trendy is, maar waarin ze kwalitatief hoge toppen scheren met veel eigen werk en passende covers. Een straffe songschrijver en een topzangeres zijn de voornaamste troeven. Zo brengen ze entertainment van hoog niveau, gevoed en gedragen door stielkennis en enthousiasme.

Antoine Légat.

Foto's Copyright Lucky

 


 

 

 

 

 

 


 

Artiest info
website  
facebook  

ARSCENE, HANSBEKE