‘THE RHYTHM JUNKS 10 JAAR’ door THE RHYTHM JUNKS & guests (Mariana TOOTSIE, Filip CASTEELS, Eugene CHADBOURNE, Marie DAULNE) plus THE RHYTHM JUNKS HORNS (Walter BAEKEN,Marie-Anne STANDAERT en Peter VERDONCK) @ De Handelsbeurs, Gent - 19/03/15

Artiest info
website
facebook

DE CENTRALE, GENT - 13/03/15

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

‘Na deze geslaagde viering past slechts deze bedenking, naar één van hun oudste songs: ‘Don’t ever lose that rhythm’, beste Junks!’

Wat doe je als je elf jaar bestaat en je te laat merkt dat je ongemerkt een gewichtig moment bent voorbij gespurt? Dan doe je zoals The Rhythm Junks en je viert doodgemoedereerd je tiende verjaardag! The Rhythm Junks zijn tegenwoordig een trio door de wol geverfde muzikanten, maar er zijn eigenlijk drie versies van de band geweest en die moeten bij een viering toch ook aan bod komen. Daarom nodigden ze de blazers uit die hen jarenlang bijstonden, die dan meteen de eretitel The Rhythm Junks Horns meekregen, in navolging van zovele grote ‘…Horns’ uit de rock-, soul- en blueswereld (Memphis Horns, Tower Of Power Horns, Muscle Shoals Horns…) Op de koop toe nodig je mensen uit die in het verleden van de band op één of ander moment met de band(leden) te maken hadden en hun ding eens mogen (over)doen. Tot slot neem je songs die in het groepsverleden en in de memorie der mensheid hun sporen nalieten, je zet alles in een schitterende concertzaal met prima akoestiek en degelijke technische voorzieningen, je legt een datum vast en de feestelijkheden kunnen van start gaan.

Naar zulk een viering gaat een mens graag, gewoon al omwille van de uitzonderlijke kwaliteiten van de drie Junks: Steven De bruyn (alias Steve Harpo of Stevo) heeft zich sinds zijn eerste formatie El Fish opgeworpen tot de rechtmatige erfgenaam van Jean ‘Toots’ Thielemans, dan wel in een heel andere constellatie. Met zijn leger harmonica’s en al even talrijke effectpedalen en elektronische hardware, plus de heerlijk klinkende omnichord (elektrische autoharp) veroverde hij niet alleen onze streken, maar werd hij ambassadeur van ons land over zowat heel de wereld. Natuurlijk is het helemaal niet die functioneel gebruikte ijzerwinkel die het verschil maakt, wel zijn fenomenale kunde, zijn onverdroten energie en totale overgave, zijn openheid voor andere muzikanten en muziekvormen, om van zijn songschrijfkwaliteiten nog te zwijgen. Er is ook zijn zangstijl, die wat meer twijfel oproept, omdat het niet de krachtige zang is die men verwacht bij een formatie van deze aard. Maar het is die fluwelen stijl die precies goed aansluit bij de guitige, vaak ironische teksten vol dubbele bodems. Een ‘filosofisch’ nummer als ‘Some People’ kunnen we ons al niet meer inbeelden in de mond van een andere soort zanger.

We willen niet eens beginnen aan de CV van drummer Tony Gyselinck. Het aantal acts dat hij voorzag van de nodige ritmes, over singer-songwriters en jazz zangers over rock- en bluesgroepen, tot big bands en grote orkesten, is legio. Ook als lesgever verdiende hij zijn sporen. Hij is de ouderdomsdeken van TRJ maar tijdens het concert komt hij één keer vanachter zijn potten, pannen en blikken en geeft hij eventjes zijn gedacht: ‘De wereld te mogen afreizen met twee zo’n bàkken talenten, zeg nu zelf, dat is toch zalig!’ Het hele optreden geeft Tony er een lap op, rijgt de polyritmische structuren aan elkaar en geeft aan zijn poulains zo’n krachtige basis mee, dat die niet anders kunnen dan uitblinken. Jasper Hautekiet is al lang niet meer ‘de zoon van…’ (toch niet als muzikant): op contrabas en elektrische bas vormt hij muzikaal de link tussen Tony en Steven. Haalt hij zijn vioolbas boven, dan komen daar de meest verscheiden klanken en instrumenten uit. Geregeld keken we rond: waar komt dat instrument vandaan? Juist, uit de vioolbas en de effectenbeurs! Jasper levert niet zelden een tweede stem of geeft een hilarisch antwoord op iets wat Steven zingt (de interactie in ‘Some People’!) Dat doet verlangen dat hij vaker aan het zingen zou slaan. Bovendien is hij off stage ook mede de denk tank van TRJ.

Grote ‘hits’ hebben The Rhythm Junks nooit gehad, maar ze hebben een wel een hele verzameling songs die blijven hangen. Zo brengen ze na een stomende intro met de blazers een eerste keer in een glansrol, ‘Supergroover’, het eerste nummer dat ze samen schreven en dat nog op de prille Virus B-23plaat (2004) staat, de eerste groepsnaam, die ze echter moesten wijzigen wegens misverstanden op het net. Eveneens van ‘Virus B-23’ brengen ze veel later op de avond ‘Canzoncina per Jaco’, dat Steven schreef toen zijn eerste zoon geboren werd, een dromerig lied dat een waar hoogtepunt vormt in het hele concert, o.a. dank zij de aangehouden baslijn (die doet denken aan die van ‘Rikki Don’t Lose That Number’ van Steely Dan), de solo van Steven en de inbreng van de blazers, meerbepaald van trompettiste Marie-Anne Standaert, die hier een ongelofelijke partij speelt op de flügelhorn (ofte bugel) (*) Samen metWalter Baeken (tenor- en baritonsax; in de tweede versie van TRJ de arrangeur van alle blaaspartijen) en Peter Verdonck (saxen, w.o. de opmerkelijke bassaxofoon) vormt ze de koperblazerssectie. Die vormen niet zomaar het muzikale behang, maar nemen actief deel aan de manoeuvres. Ze staan in de hoek maar komen geregeld origineel uit de hoek.

Na ‘Panamajumbo’ (uit ‘Pop Off’, 2007) en ‘Offlineland’ (uit ‘Beaten Borders’, 2013) is het de beurt aan de eerste en tevens jongste gast: met zangeres Mariana Tootsie nam TRJ kort geleden de single ‘I’d Rather Go Blind’ op, hét signatuurnummer van Etta James (dat ze ook schreef al wordt haar naam niet vermeld… Zoals altijd: ‘Cherchez les taxes’!) Eerst zingt ze nog ‘Gonna Raise Hell’ (van Cheap Trick) en dan zet ze haar tanden in de Jamesklassieker. Het lange en luide applaus verraadt dat Tootsie, die intussen ook ver is doorgedrongen in The Voice Frankrijk, de mensen op haar hand heeft: sympathieke Mariana is wel degelijk een wissel op de toekomst. ‘Some People’ volgt en die vioolbas speelt nu zowaar basharp. Filip Casteels, gitarist van El Fish, en dus Stevens ouwe maatje, komt weer op (hij zorgde bij Tootsie al voor extra gitaarklanken) Filip stort zich op ‘Look At The Children Run’, en daarachter iets braver ‘How Would I Know’ en dat mag men vrij letterlijk nemen: de man speelt ongemeen gemene nerveuze gitaarpartijen en zingt met zinderende intensiteit. De humor, die een hoeksteen vormt van TRJ, komt weer bovendrijven in ‘Home Cooking (with an empty fridge)’. Het is zoals het lied eindigt: ‘Still coming up with a brand new dish’!

De volgende gast is wel een heel bijzondere. Op een moment dat Steven de muziek niet meer zag zitten, kreeg hij een telefoon, ‘of hij eventjes in een bezetting met o.a. met twee French horns, een lapsteel en 2 mondharmonicaspelers kon meespelen op een concert in Parijs’! De man aan de andere kant van de lijn, bleek Eugene Chadbourne te zijn, banjospeler, tevens gitarist, componist, muziekjournalist. De man heeft een vrij imposante loopbaan achter de rug, en Steven raadt ten stelligste  de lectuur van zijn boek aan, een gids voor collega muzikanten, ‘I Hate The Man Who Runs This Bar (A Survival Guide For Real Musicians)’. In Gent houdt Eugene het op een behoorlijk koldereske bijdrage met het uit zijn context gerukte ‘Groovin’’ (hit voor The Young Rascals in 1967) en ‘The Old Piano’. Hij doet ook nog mee aan de cover van een ‘Belgian pop classic’, ‘Beats Of Love’ van Nacht Und Nebel, de formatie van de op 27 jaar gestorven Patrick Nebel, lid dus van de ‘club van 27’. Dat nummer staat enigszins buiten het doordeweekse repertoire, maar als hommage is het natuurlijk een fijne keuze en ze spelen het even lekker als de rest. Het wordt weer ernst met ‘It Takes A While’, al leidt Steven het in met: ‘Weten jullie dat de Japanse en de Ethiopische muziek gebruik maken van een zelfde toonladder?’… Geen reactie.. ‘Ik vind dat een hoopgevende gedachte!’ Ja, Steven, zo zijn er nog gelijkenissen: Ierse en Griekse volksmuziek bij voorbeeld, wat geleid heeft tot de introductie van de bouzouki in de Ierse muziek!

Twee straffe songs: eerst ‘Monk It Up’ (uit ‘Pop Off’), verwijzend naar de legendarische en soms omstreden jazz pianist Thelonious Monk, met furieuze blazers aan het begin. Steven treedt in dialoog het de horns maar het gaat er woest aan toe. Mariana Tootsie komt Steven vocaal steunen. Dan het al even stevige ‘Checkin’ In’ (uit ‘Beaten Borders’): de band geeft les in instrumentbeheersing en samenspel. In opbouw en gebruiken van de omnichord doet het nummer ons denken aan de single die de groep op zijn site voor zijn verjaardag gratis aanbiedt, het fraai gedraaide ‘Shining In The Rain’, dat vanavond helaas niet aan bod komt. Zoals gezegd is ‘Canzonzina per Jaco’, meteen daarna, een heerlijk rustpunt. De volgende gast staat al te trappelen en dat is niet de eerste de beste: het is niemand minder dan Marie Daulne van Zap Mama, waar TRJ ooit mee hebben samengewerkt. Als Marie op toneel komt, gebeurt er altijd wat. De keuze viel op ‘Moscow Diskow’ van Telex en Marc Moulin zaliger, die het nummer in 1979 en 1985 uitbracht. TRJ blikten de opzwepende tune in voor ‘Pop Off’. In ‘Getaway’ van Earth, Wind & Fireleeft Marie zich helemaal uit.

Het einde nadert, dankwoordje aan manager Peter Verstraelen, aan geluidsman-in-het gips Pieter Nys, die de eretitel van ‘best bewaarde geheim van TRJ’ meekrijgt. Men speelt dan ook… ‘Best Kept Secret’ (uit ‘Pop Off’), één van hun beste songs, maar dat is inderdaad een goed bewaard geheim! Gaandeweg krijgen de bariton- en de imposante bassax het overwicht, gesteund door Stevens zwaar geschut en de bas van Jasper. Gevolg: we zitten plots midden in een concert van Morphine! Vanuit zijn hoekje in de eeuwige rockvelden moet Mark Sandman met een hemelse glimlach meegeluisterd hebben. Intussen hebben zowel Jasper als Tony hun soloding kunnen doen. De blazers verdwijnen weer en de groep sluit in trio af met ‘Maybe Slowly’. Er volgen vanzelfsprekend nog een trits songs als encore. Voor het duchtig mee gescandeerde ‘Join The Bus’, dé TRJ song, komen alle deelnemers nog eens op toneel en er volgen nog diverse solo’s van Walter, Filip, Eugene… Het concert heeft dan twee uur en drie kwartier geduurd. We denken dat we, op misschien ‘Copydog’ en ‘Drowning Sailors’ na (**), niets gemist hebben dat bij deze verjaardag hoort. Zo te horen kunnen er gerust nog tien jaartjes bij, zodat we met zijn allen de 22e verjaardag kunnen vieren. Don’t ever lose that rhythm, beste Junks!

Antoine Légat.

(*) Marie-Anne Standaert bracht verleden jaar met haar trio Misstriohso een uitstekende jazzplaat uit, ‘Winding Way’.

(**) Dat laatste speelt Steven De bruyn tegenwoordig samen met Derek in hun gezamenlijke toer als ‘Stevo & Derek’