SPRING BLUES @ ECAUSSINNES - 15/05/10

Artiest info
Website  
 

MARCHE-LES-ECAUSSINNES 15/05/10

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De organisatie van ‘Spring Blues’ zou een aanvraag moeten indienen om hun bluesfestival te laten opnemen in het rijtje van Immaterieel Unesco wereldgebeuren. Uniek immers wat daar jaarlijks plaats vindt. Walen, Brusselaars en Vlamingen, kortom Belgen, verbroederen daar in de grootste verstandhouding, verenigd in hun liefde voor de universele blues. Daarbij komen nog de multiculturele eettentjes met o.m. Chha K’dao, pizza en beignets, de relaxte sfeer en het sympathiek onthaal. Fouilleren is er niet bij, het vertrouwen overheerst. Maar in hoofdzaak gaat het om de muziek en in hun 23de editie pakte de organisatie weer eens uit met een topaffiche. Zeven internationale bands, oude en nieuwe helden in het bluesgenre, passeerden op het podium en zelfs de zon brak eindelijk door, daarmee dit festival met warmte inzegenend.

(Pierre Degeneffe)

De festivaldag werd ingezet en uitgeleid met echte bluesveteranen. Chicago Red is, zoals zijn naam zegt, geboren in Chicago, en, alhoewel nog geen zestig, kan hij er zich op beroemen ooit Muddy Waters in levende lijve te hebben gezien en gehoord. Zijn eigen rauwe blues wortelt evenzo in de traditie. Zijn nostalgische stem, verwant aan die van Burl Ives, pakt je in en voert je mee naar de tijd dat het leven voor elke muzikant een overlevingsstrijd was. Als hij ‘Nobody Knows You When You’re Down and Out’ zingt met zijn pet over zijn kop getrokken is dat zo inlevend dat je medelijden voelt opwellen. De klassiekers ‘Freight Train’ en ‘Sitting On Top of the World’ zijn hem op het robuuste lijf geschreven. Tijdens zijn set deed hij ook beroep op oude en nieuwe vrienden, Chico & The Mojo, waaronder Marc Bodart, gitarist bij ‘Les Générals Jacq’ en de illustere Pierre Degeneffe, beschermheer van het Spring Bluesfestival, tevens organisator en gerenommeerd bluesharpspeler. Het enthousiasmerend muzikaal gezelschap sloot af met het aanvurende ‘Is That a Monkey You Got’, een sing-along, waarbij het publiek toehapte.

 

Ray Schinnery uit New York speelt al een halve eeuw gitaar en is ermee vergroeid. Vooral de souplesse waarmee hij gitaar speelt viel op. Zowel blues- als jazzgitaristen beïnvloedden hem. In zijn zangstijl hoor je dat hij ooit ook samenspeelde met soulartiesten als ‘The Holmes Brothers’, Percy Sledge en de ‘Bobby Blue Band’. De zanger, die zingt wat hij voelt, bewees dit in zijn afwisselende set, waar eerlijke soulblues en ritmische funk, genre The Meters, elkaar afwisselden. Een geïnspireerde contrabassist volgde Ray waar diens emoties hem heenbrachten. Of hij nu het funky ‘Ain’t No Sunshine When She Come’ zong of het gepassioneerde ‘Stormy Monday’, de bassist voelde de gemoedswisselingen naadloos aan. Met de drummer als derde partij beëindigde deze intelligente artiest zijn ontspannen set, plaats makend voor die andere gentleman Johnnie Bassett.

 

Eerst werd nog het duo Eric Noden & Joe Filisko aangekondigd, voor de eerste maal in België en inmiddels op weg om met hun countryblues de Europese festivalpodia te veroveren. In Frankrijk en Duitsland toerden zij reeds in vorige jaren, maar Ecaussinnes had de primeur voor België. Met hun paardenstaartjes oogden zij als twee troubadours die als een moderne Sonny Terry & Brownie McGhee, maar dan staande, hun missie uitdragen dat countryblues nog hip is en dat ook zal blijven zolang er jonge en bekwame bluesadepten opstaan. Het harmonicaspel van Filisko, die op briljante wijze treinritmes kan nabootsen, en Eric’s gitaar geven visueel gestalte aan songs als ‘Too Much Whisky’ en ‘If I Was A Catfish’ alsof zij oude foto’s voor je geestesoog projecteren van Sonny Boy Williamson, Howlin’ Wolf, Blind Lemon Jefferson en The Memphis Jug Band. Bij hun eigen ‘Me & Sonny’, gevolgd door spontaan applaus, leek het alsof de historische Illinois Central trein hen per vergissing in de twintigste eeuw had gedropt.

Johnnie Bassett werd tot tweemaal toe aangekondigd als ‘The Gentleman Is Back’, maar dat wisten we al via zijn laatste Cd met dezelfde titeltrack. Bovendien was hij al eens op Spring Blues gepasseerd. De bescheiden gentleman in witte broek, geboren in 1935 in Florida, speelt dat soort blues waar ik uren naar kan luisteren zonder de minste geeuwneiging. Ook zijn humor houd je wakker wanneer hij bijvoorbeeld ‘Sweet Potato Pie’ vertolkt, zijn lievelingsgerecht. Saxofonist Keith Kaminski en toetsenist Chris Codish maakten zijn songs nog levendiger alsof de show zich even naar de ‘Ground Zero Blues Club’ of ‘Tabby's Blues Box’ verplaatste. Funky, jazzy, soulvol of subtiel, Johnnie zet de blues naar zijn hand en eigen aanvoelen. Op het podium stonden geen ego’s maar een groepsgeheel van muzikanten die hun helden Muddy Waters, John Lee Hooker en Ray Charles willen eren door in hun voetsporen te treden ‘Let The Good Times Roll’ gewijs. Ook als zij soleerden en de ene op de ander aansloot, zoals bij ‘Keep Your Hands off My Baby’, was er die chemie. Bassett is lang sideman geweest en geeft anderen spontaan de ruimte. Met zijn jazzy invoelende stem maakte hij van ‘Georgia On My Mind’ één van de hoogtepunten, naast het prachtige ‘A Woman’s Got Waves’. En naast hem verdient Kaminski met zijn saxofoon een gouden standbeeld.

Na dergelijke show is het moeilijk om te overtreffen. Maar Texaan Mike Morgan & The Crawl stond daar terug met zijn oude kompaan, harmonicavirtuoos Lee Mc Bee, die daarbij ook nog over een krachtige soulstem beschikt. Mike Morgan zelf begon zijn set met subliem gitaarspel als even weg van deze wereld of ergens zwevend in de nok van de tent. Klasse of aangeboren ‘naturel’! Enthousiast gejuich bleef dan ook niet uit. Bij de opkomst van Lee McBee volgde ander applaus en toen begon het feestje met Texas shuffle, blues en soul pas echt. McBee was het indrukwekkendst wanneer hij soulnummers zong zoals ‘I’ll Love You Till I Die’. De bluesrivier stroomt duidelijk hun beider richting uit, zowel naar gitarist als zanger. Het onderhuidse zwoele ‘Twelve Hours From You’ met bezwerende drum zou het kiemend leven van fauna en flora kunnen uitbeelden als soundtrack bij een documentaire waarin nachtvogels, alligators of andere modderige kruipdieren figureren.

Daar waar Thorbjørn Risager, mooi in maatpak, vandaan komt is het klimaat doorgaans kouder, maar vanaf het ogenblik dat de langbenige bluesman uit Kopenhagen zijn eerste song aanheft, verspreidt de warmte zich als roodgloeiend vuur. Zijn slidegitarist komt van nog verder, namelijk vanuit Noorwegen. Behalve Risager stonden er nog zes op het podium, de gedreven boogie-woogie pianist gezeten achter zijn toetsenbord. Opvallend ook de inbreng van de drummer, door Thorbjørn het ‘wizz kid’ genoemd. Vier avonden op rij stonden zij op een podium en toch was er van enige vermoeidheid geen sprake. Integendeel, het leek erop of zij hun energie en drive voor de zaterdagvond hadden opgespaard. Soms vroeg je je af of Kopenhagen misschien een zusterstad was van New Orleans, de manier waarop de muzikanten hun boogie en swing op het publiek los lieten. Risager’s diepgravende stem en de combinatie sax en trompet zorgden tijdens het intense ‘Mr. Bad Luck’ voor magie. Maar ook het swampy gespeelde ‘Let’s Go Down’ groeide uit tot een van de hoogtepunten. Niets kon echter tippen aan het grandioze ‘Rock ‘n’ Roll Ride’ met mokerende drumslagen dat eindigde in een verbluffende apotheose met lichteffecten en bliksemschichten. Een Bis was nadien onvermijdelijk.

 

Om de festivaldag af te sluiten had de organisatie beroep gedaan op de The Nighthawks, bluesveteranen die al meer dan drie decennia de festivalpodia als hun huiskamer beschouwen. Oneerbiedig worden harmonicaspeler Mark Wenner, bassist Johnny Castle en slidegitarist Paul Bell zelfs podiumbeesten genoemd, maar dan om hun verhitte bluespassie te beschrijven. In Ecaussinnes kreeg je daar een illustratie van. Hun op hol geslagen bluestrein denderde door verleden en heden. Slowblues - het sublieme ‘Black Night is Falling’ -, oerklassiekers als Muddy’s ‘She's Nineteen Years Old’ of het boogieënde ‘Shake Your Money Maker’ als medley, hoeveel malen zouden zij het al niet hebben gespeeld? Toch blijven de onversaagde bandleden in hun artistieke hemden begeesteren. Zanger Wenner, ietwat gelijkend op een getatoeëerde filosoof - maar dan een die zich bezon over alle prisma’s van de blues - vertolkt zijn blues met emotie, frasering, expressieve mimiek en gebaren. Ook de bassist zorgt voor dat prettig ‘Hawks’ geluid dat je als het ware aanzuigt en mee het podium optrekt. Alle vier de bandleden zijn zangtalenten. En als zij ergens verzuchten ‘I guess another day is gone’ dan geldt dit in overtreffende trap voor het publiek wanneer alle lichten aangaan en je de vloer van lege plastiek bekertjes overschouwt.

Spring Blues - waar de organisatie op rolletjes liep, waar men het uurschema respecteerde, waar de soundmix klopte en lichteffecten de show artistiek ondersteunden, waar je zowel kon zitten als staan, waar broeder- en zusterbanden werden gesmeed of versterkt -, het is weer eens voorbij of ‘passé’! Maar de herinnering neem je mee met als laatste symbolisch beeld: de cordiale handdruk tussen de spitante ceremoniemeester en de bluesbevlogen ‘Nighthawk’.


Marcie


Foto©Michel Verlinden