‘UNDER THE DYLAN SKY’ - DYLAN TRIBUTE (DEREK, BRUNO DENECKERE & NILS DE CASTER) @ DE LOGE, GENT - 10/05/15

 

‘Opnieuw hebben de drie er een boeiende reis van gemaakt doorheen Dylanistan, leerrijk, gevarieerd en hoogst amusant. Toch tijd dat dit intussen al traditionele initiatief eens wat meer volk bereikt dan de trouwe kring van ‘hen die weten’’

De exploten van het trio dat van alles uitspookt met het repertoire van Bob Dylan, and beyond, zijn bekend, maar voor een goed begrip zullen we toch even recapituleren. Toen Bob Dylan op 24 mei 1991 vijftig werd kwam een stroom van tributes op gang. De Gentse rockers Derek (van Derek & The Dirt), Bruno Deneckere en Nils De Caster (van de Pink Flowers), alle drie bewonderaars van de man uit Minnesota, kregen de idee om een hommage te brengen aan hun jeugdheld en rolmodel. Dat optreden in het Gentse muzikantencafé De Caruso leek eenmalig te blijven. Maar in 2009 nam het drietal, intussen gerijpt in tal van groeps- en soloprojecten, de draad weer op: Dylan had immers nog een paar parels aan zijn kroon toegevoegd en de drie beseften dat het geheugen van de mensen kort is. Hoog tijd voor een soortement ‘greatest hits’, even aangenaam om te aanhoren als informatief voor leek én kenner.

Dat viel zo goed in de smaak dat men besloot van de Dylan Tribute een jaarlijkse traditie te maken, op en rond de verjaardag van de heer Robert Zimmerman. Liever dan elk jaar hetzelfde nummer op te voeren opteerden de drie ervoor om er telkens iets anders van te maken, een set gebouwd rond een min of meer vastliggend thema. In 2010 was ‘Planet Waves’ (LP uit 1974) het centerpiece, in 2011 voor Baawbs zeventigste verjaardag werd ‘New Morning’ (1970) in het zonnetje gezet, in 2012 kwamen ‘The Bootleg Series Volumes 1-3 (Rare & Unreleased) 1961-1991’ in het vizier. In 2013 was de werktitel ‘Under The Dylan Sky’, al was Dylans minder geslaagde ‘Under The Red Sky’ (1990) geenszins de inspiratiebron. De titel verwees naar de invloed die Dylan uitoefende op andere artiesten, die dan ook uitgebreid aan bod kwamen.

De idee van ‘Under The Dylan Sky’ was bij lange na niet uitgeput, dus besloten Derek, Bruno en Nils dit verder uit te spitten in 2014: invloeden op en van Dylan, dat is nu eenmaal een eindeloos thema. Ook in 2015 draagt de hommage die naam want er is meer sprake van een evolutie dan van een koersverandering. Toch zijn de verschillen vrij groot. Ze behielden wel enkele songs, maar ze voegden er een handvol klassiekers (o.a. uit de bij ongeveer iedereen geliefde ‘Blood On The Tracks’) en/of persoonlijke favorieten aan toe en zo werd ‘this year’s Under The Dylan Sky’ een grotendeels nieuwe hulde. Wat niet veranderde, waren de drie actoren en de formule: om beurten neemt iemand het voortouw, drie maal per set, en twee sets per concert. De pikorde van deze editie was Nils-Bruno-Derek… en zo kon het doek opgaan…

Veel doek is er niet te bespeuren in Club De Loge, wel de vele vrienden en kennissen, het sfeervolle café met podium, de in goudkleur geschilderde muur achter de drie tenoren, een decor dat dus zeer gepast is om Dylan te eren, onder het motto ‘In de hemel is geen Dylan, daarom spelen wij hem hier’ (dank, De Nieuwe Snaar!) Er was al een eerste optreden op zaterdagavond 9 mei en daarover stonden meteen leuke kritieken op Facebook (waarom verwondert ons dat niet?) Nils stak zondagnamiddag 10 mei van wal met een vrij gezapig gebracht ‘What Was It You Wanted?’. Hij zong met neutrale stem en liet dus de briljante tekst zijn werk doen, één lange sarcastische negatie van de gesprekspartner met een niet aflatende opsomming van varianten op ‘het kan me geen moer schelen wat je te zeggen hebt’. Dit nummer van ‘Oh Mercy’ (1991) is ook één van onze lievelingen. Bruno heeft de ideale zangstem voor het onsterfelijke ‘Lay Lady Lay’ en Derek voor het lichtvoetige ‘Romance In Durango’.

Daarmee is de toon goed en wel gezet. Bruno en Derek spelen akoestische gitaar maar geregeld neemt één van beiden ook de basgitaar ter hand. Derek is dat niet zo gewoon en zal ‘klagen’ over blaren op zijn hand: het muzikantenleven is soms keihard! Een zeldzame keer haalt Bruno de mondharmonica boven. Het fraaie ‘One More Weekend’ (van ‘New Morning’) volgt: Nils begeleidt zichzelf hier op akoestische gitaar, waar hij meestal lap steel, mandoline of viool speelt. Bruno zingt ‘Down In The Flood’, ‘voor moederdag’. Derek zet zijn tanden in ‘House Of The Risin’ Sun’, traditional op Dylans allereerste plaat, ‘Bob Dylan’ uit 1962. De mentor van zovelen in Greenwich Village, Dave Van Ronk, alias ‘The Mayor Of MacDougal Street’, had toen voor een nog op te nemen eigen versie een arrangement geschreven dat Dylan pardoes ‘leende’ van hem, zonder hem in te lichten… Naar verluidt was Van Ronk niet echt opgezet met de ‘diefstal’ van zijn protégé! Derek geeft er een heel eigen draai aan, die Nils met een knappe vioolsolo in de verf zet. Nils’ volgende beurt brengt een eerste keer ‘Blood On The Tracks’ met ‘Shelter From The Storm’, nog zo’n onverwoestbare classic. Bruno’s beurt met ‘John Wesley Harding’ (uit het gelijknamige album uit 1967), waarna Derek de eerste set in schoonheid afrondt met ‘When The Deal Goes Down’ (uit ‘Modern Times’, 2006)

Deel twee trapt solide af met ‘New Pony’ (uit ‘Street Legal’, 1978) dat Nils bepaald gretig zingt. ‘Lonesome River’ is van The Stanley Brothers, geschreven door bluegrass coryfeeën Ralph & Carter Stanley. Zowel Ralph solo als de broers samen stonden op de veel gelauwerde soundtrack van ‘O Brother, Where Art Thou?’. De broers Joel en Ethan Coen die deze hilarische prent (met een al even kierewiet acterende George Clooney) regisseerden gaven de soundtrack in handen van topproducer (en zelf muzikant van een eenzame klasse) T-Bone Burnett, de intelligentste van hun vele goeie beslissingen (ze zouden het later trouwens herdoen met ‘Inside Llewyn Davis’) want die bleek zowat een compendium van de Amerikaanse volkse muziek te zijn, én één van de hoogste kwaliteit. Hier valt veel over te zeggen, maar ditmaal verklapt Nils ons maar één iets: in Nashville, in de backstage van de Grand Old Opry, had Nils een ontmoeting met Ralph Stanley. Zo’n reus persoonlijk spreken is voor een muzikant als Nils De Caster uiteraard een onvergetelijke herinnering… Het is Bruno’s beurt om te zingen. Hij was toen overigens mee op die reis doorheen de USA, waarvan een aantal songs op ‘Someday’ van Bruno Deneckere getuigen  (*)

Derek stort zich op ‘As I Went Out One Morning’. Deze anti-slavernij song staat op ‘John Wesley Harding’, met de verwijzing naar activist en één der Founding Fathers van de USA, Tom Paine, schrijver van ‘Rights Of Man’ en ‘Common Sense’. Naar het schijnt heeft Dylan het slechts tijdens één enkele tournee gezongen. Nils brengt opnieuw extra leven in de brouwerij met een aan blitztempo afgewerkt ‘Maggie’s Farm’, dat Baawb schreef voor ‘Bringing It All Back Home’ (1965), toen hij de elektrische toer opging. Het mooiste moment van de avond, zo zeiden ze zelf en we zijn hiervan volledig overtuigd, is niet een Dylan song, wel één van Warren Zevon, die in 2003 véél te vroeg aan zijn einde kwam ‘door zijn liefde voor tabak. Tabak zullen we wel nooit hebben aan zijn songs en zijn levenswijsheid’… Dat schreven we de vorige tribute over de man), want het trio herneemt ‘Mutineer’, de prachtige titelsong van het album uit 1995. Na de dood van Zevon heeft Dylan het vaak gespeeld. Als iemand het met de juiste snik kan brengen, dan wel Bruno. Deze onvoorwaardelijke Zevonfan werd er alvast helemaal stil van. Derek is dan weer de juiste man om ‘The Times They Are a-Changin’’ over ons uit te kieperen, geholpen door de dolgedraaide mandoline van Nils en diens vocale steun. ‘Los Tiempos van cambiando’ luidt de Spaanse vertaling, dat Derek en Nils in de ziedende mix smijten. Keet in de lobby!

De laatste ronde begint met een tweede track uit ‘Blood On The Tracks’, het in vergelijking met de andere nummers eerder zelden gecoverde ‘Meet Me In The Morning’. ‘Rock Me Mama (Like A Wagon Wheel)’ is een outtake van de ‘Pat Garrett & Billy The Kid’ soundtrack (waar vooral ‘Knockin’ On Heaven’s Door’ van bekend is) Bruno probeert de aanwezigen aan het zingen te krijgen, een experiment dat maar half geslaagd mag heten. Volgende maal een pancarte met de te zingen tekst, misschien? De finale is even onverwacht als ontroerend, in mineur maar fijnzinnig. Ze hebben dit al op een eerdere tribute gepresteerd. Het betreft een gezongen versie van het bekende gedicht vanDylan Thomas (de exuberante, zwaar drinkende Welshe dichter, 1914-1953, wiens voornaam Bob overnam, zoals alom geweten is; Thomas stierf zowaar in het beroemde Chelsea Hotel in New York), ‘Do Not Go Gentle Into That Good Night’. Thomas schreef het voor zijn terminale vader. De prachtige melodie komt van het trio en die verzacht zuurzoet de mokerharde woorden: ‘Do not go gentle into that good night. Rage, rage against the dying of the light’. Derek draagt het op aan zijn eigen al lang geleden overleden vader.

De bissen zijn dan weer uitbundig, met southern prison work song ‘Ain’t No More Cane On The Brazos’ (Alan Lomax nam het op in 1958, geen veldopname maar eigen versie) grijpt het trio terug naar de vroege dagen van Dylan, die de song geregeld live bracht (bootleg versies met opnames in The Gaslight Café) De Dylanoloog (en niet enkel die) denkt dan natuurlijk aan de versie die Dylan maakte met The Band en in 1975 uitbracht op ‘The Basement Tapes’ (de opnames daarvan dateerden al van 1967) Derek, Bruno en Nils brengen de song, opener van vorige ‘Under The Dylan Sky’, in de beste The Band traditie. Daarachter is er nog plaats voor een kort en guitig ‘Country Pie’ (uit ‘Nashville Skyline’, 1969), opgehangen aan moederdag. Opnieuw hebben de drie er een boeiende reis van gemaakt doorheen Dylanistan, leerrijk, gevarieerd en hoogst amusant. Toch tijd dat dit intussen al traditionele initiatief eens wat meer volk bereikt dan de trouwe kring van ‘hen die weten’. Er is voorlopig nog één uitgelezen kans om ‘Under The Dylan Sky’ mee te maken, op 23 mei in CC De Grote Post in Oostende…

Antoine Légat

Foto © Lies Demeyer

(*) Ze hebben in de Grand Old Opry overigens ook de legendarische countryzanger Porter Wagoner ontmoet, kort voor diens dood als tachtigjarige in 2007. Ralph Stanley wist Nils te vertellen dat hij al in België was geweest… in 1963 of 1965…