HAT FITZ EN CARA @ DE SINGER, RIJKEVORSEL - 06/05/16

Hat Fitz & Cara Robinson ontmoetten mekaar in 2008 tijdens optredens in Ierland. In het County Mayo gekend voor de in talrijk grootse jaarlijkse festivals in Westport en Castlebar. In deze laatste, oude Engelse garnizoenstad en hoofdstad van het graafschap Mayo, werd Hat door de lokale bevolking getipt om zangeres Cara Robinson eens in een lokale bar te gaan bewonderen. Hij werd niet alleen verliefd op haar stem maar ook haar persoonlijkheid. Ook bij tourmanager Dani Vazzoler staan ze bekend als een immer vrolijk en hartelijk duo, een plezier om mee rond te touren. In 2012 behaalden zij met “Wiley Ways” de titel van het album van het jaar door de Australian Blues Awards, die hen ook in 2014 als winnaars bekroonden. Hat Fitz is een Australische reus met opzienbarende gravitas en lange baard waaronder een stevige bariton verscholen zit. Met banjo en talrijke resonators zomaar 19 maal verscheen op het “Byron Bay Blues & Roots fest”, wat zijn populariteit en ervaring al lang bevestigt. Ondersteunde ook de Joods Amerikaanse singer-songwriter Bob Brozman (gestorven 2013) en Chris Whitley (overleden 2005), jawel samen met de Gentse Hélène, moeder van onze Trixie Whitley, alzo wordt die grote wereld weer stukje kleiner. Cara Robinson, Ierse singer-songwriter, trad op met Jamiroquai, R&B zangeres Rihanna en de Britse zanger/gitariste Corinne Bailey Rae, voor hun wegen elkaar kruisten. Deze muzikale kruising explodeerde meermaals op vele Europese podia en grote festivals als Glastonbury. Cara bespeelt de drum, hanteert het wasbord met haar vingerhoedjes en is ook bedreven in het Ierse “tin” fluitje. Heeft daarbij een sensationele stem als een klok.

We zijn voor de eerste maal hier in de Singer van Rijkevorsel, vertelt Cara, terwijl ze haar bril afneemt en plaatsneemt achter haar drumstel. Vertelt met een vrolijke noot over henzelf en openen zij met een nummer over Hats ex-vrouw. Elke taal, hoe moeilijk ook, dient als eerst te worden aangeleerd met prosit- of dankwoorden, zo spreekt Cara ons ook toe met “dankjewel” en vertaalt verder Hats Australische opwerpingen. Zijn dialect met eigen gezegden zijn we nog niet gewoon, enkel een Muddy wijsheid als “Ooh Yeah”, maar dan met een diepe Barry White stem, bekoort altijd en geef maar toe...vooral vrouwelijke luisteraars. Volgend nummer “Eliza Blue” verhaalt de bootreis in 1832, waarbij 198 Ierse gevangenen en activisten naar Australië werden verbannen, waaronder de befaamde Frank McNamara, bijgenaamd Frank the Poet. We begeven ons op het traag varende Eliza, met een diepkeels schurende wind als een zandstraler uit Hats baard galmend, terwijl Cara de pen van “Frank the Poet” ter hand neemt. Vraagt Hat “meer Cara” in zijn monitor dan komt ogenblikkelijk een reactie van haar kant: dat dit dan wel de eerste keer is dat die bariton meer van haar wil ! De humor tussen deze twee blijft ook op het podium aanstekelijk en ook ...herkenbaar. Hat verhaalt zijn jeugd, opgegroeid in “the bush” en verduidelijkt zijn afkeer van het drukke verkeer in onze Westerse wereld, wat resulteert in een nummer over “Tiny Louis Lee”. Allemaal duidelijk eigen geschreven diepe herinneringen, met een mix van Australische folk en traditionele Keltische, soms zelfs vooroorlogse “Hill Country” gaande tot Delta Blues of met een boogie ritme zoals in “Twisted Baby”. De snelle akoestische resonator van Hat in een prachtige begeleiding van Caras wasbord. Op haar vraag hoe wij een “washboard” noemen wordt gretig geantwoord, ook weer eens duidelijk dat Engelse woordenschat veelal op de Nederlandse berust.

We krijgen deze avond ook splinternieuw materiaal voor een volgend album dat pas volgend jaar op 2 mei verschijnt. Cara vertelt over de moeilijke tijden in Belfast, wanneer ze meewerkte aan een project achter de acht vredesmuren in Belfast, na een tijd negentig muren vol graffiti, die de huizen echt separeerden en inwoners isoleerden. Hat schertst nu even Cara te moeten vertalen en volgt “Going Home”. We horen duidelijk de weemoed terwijl na een ritme versnelling het weerzien ook de song verblijdt. Soms lijkt de Singer wel een opnamestudio, iedereen stil genietend vooral bij de wondermooie Ierse klankkleur van Caras stem. Maar het blijft vooral vrolijk. Het Australische “mate” heeft veertien betekenissen, zo wordt Hats uitroep Wadde-Bee-Waddy-Mate, graag opgevangen, wat die dan ook mag betekenen. Nummers uit hun tweede album “Wiley Ways” vertellen verder hun rijke muzikale jaren. Terwijl een nieuw nummer de triestige bedelaarsjaren beschrijft rond de Rosie Hacket Bridge, stichtster van de Ierse vrouwenbeweging in 1913, die daar ook warme soep ronddeelde, terwijl de brug nu versierd hangt met duizenden liefdes sloten. Een nummer met traag ritme als eerbetoon voor die tijd en een vrouw met haar op de tanden. Wanneer Cara een ander triest nummer aankondigt over Hats ex...reageert die haar met daarmee niet te lachen, je kan de volgende zijn. Waarop hun “high five” alles weer goed maakt. Tussen al die mooie songteksten en vertolkingen komen we tot een hoogtepunt met een nummer van Blind Willie Johnson “ Nobody's Fault But Mine”. Met sliding slow hand op Fitzys resonator terwijl Cara op alle hoogten zingt, wordt het weer muisstil onder ons voor deze prachtige uitvoering. Waarna “Black Cat Bone” als magische geluksbrenger deze eerste set afsluit, de tweede zou meer Hats drinking set genoemd worden, die we graag voorproeven tijdens de pauze met een beter Belgisch biertje.

Met hevige drumslagen vertoont Hat zich alleen op het podium. Achterin beantwoordt Cara op piccolo fluit dit instrumentaal intro van “Shakedown“, een aanstekelijk nummer met kenmerkende indringende percussie. Hun bindteksten blijven altijd gevat, wanneer Cara per ongeluk op haar bril trapt blijft ze haar Fitzy even graag “zien”. Haar Rosie Hacket punch komt tevoorschijn als ze vertelt dat voor haar komst in Australië, de vrouwen als “things” genoemd werden. Vraagt dan ook de vrouwen onder ons met haar mee te zingen en harmonieus wordt het nieuw nummer “(You Got To) Try” hier opgezet. Sfeer zit er terug in, de Singer doet zijn naam weer eer aan. Hat wisselt weer van resonator, waarop hij duidelijk meester is en waarop hij snelle hand solo's van “Stray Hat” de zaal in gooit. Zijn hoed zit als het ware symbolisch al jaren vastgelijmd. Wasbord en resonator, een plotselinge fluit, boeiende lyrische zangpartijen, zowel van Fitzy als Cara, een heel naturalistisch gevoel net als de geschilderde hoes van het “Do Tell” album, traditionele roots opzoeken, de veelzijdigheid in hun nummers blijven ons aanspreken. Na de regen, wanneer het prille leven terug uit de grond verrijst, ook zo trachten ze, vertelt Cara, hun nieuwe nummers in een watertoren op de gouden kust van Queensland op te nemen, “After The Rain” met dat heldere stemtimbre van Cara en een Howling Wolf stem van Hat. “Do Tell” titeltrack van hun album en allegorie aan de koelkast waarmee Fitz jaren lang tourde in zijn jongere jaren, het steenkoud bier, misschien wel oorsprong van een big bang waarna het allemaal opnieuw start. Ook vertelt Cara over Jef Lang, die hun “Do Tell” album versterkte, zoals in “Gotta Love”. Een strijdlied in rauwe blues gedrenkt en aanmaning voor de liefde, het vaandel terug opzoekend om mee te juichen. Terwijl er onder ons iemand de aarde warm voelt worden en “fuckin' up the beast” roept, wordt een cover van Robert Wilkins gebracht, ooit ook gecovered door de Stones “That's No Way To Get Along”. Bisnummers worden gesmeekt en we krijgen nog een energieke afsluiter “Power”. Een nummer dat je vol energie pompt en goedgezind huiswaarts laat keren. Uniek en tijdloos optreden, vrolijk en inspiratievol voor de hedendaagse blueswereld, dank u ook Singers van Rijkevorsel & Howdy!

Guy Cuypers

Foto © Guy Cuypers

 

 

video's : Nobody's Fault But Mine - That's No Way To Get Along - Gotta Love - Power

 

 

 

 


 

Artiest info
website  
facebook  

DE SINGER, RIJKEVORSEL - 06/05/16