DUVEL BLUES 2017 @ RUISBROEK-PUURS, 27/05/17

‘Duvel Blues’ in een blakend hete zon, met af en toe een verkoelend windbriesje! Wat kan een bluesliefhebber meer wensen op één van de hoogdagen van de Belgische bluesfestivals, waar je steevast mag rekenen op een uiterst boeiend en gevarieerd programma met bluesmannen èn blueslady’s, allen van internationale faam en dat op twee locaties. De toestromende bluesfans kwamen niet alleen af op de verkoelende Duvel drank, maar vooral op de grote namen uit de USA en Canada. Aan de T-shirts te zien hadden sommige bluestoeristen in het verleden Chicago, New Orleans en Memphis al bereisd, of deze met ‘moonshine’ erop vermeld, mogelijk ter plekke in een illegale setting verdwaald. Maar voor diegenen die het benodigd reisgeld niet bijeen kunnen scharrelen, biedt DUVEL BLUES ieder jaar weer soelaas. Sterren als Walter ‘Wolfman’ Washington, Rick Estrin, Marc Ford en Davina Sowers, afgereisd uit Louisiana, Californië en Minnesota kwamen immers zelf naar België, op zoek naar het moeilijk bereikbare Ruisbroek, om daar het publiek op te zwepen, te animeren, te ontroeren of gewoon omver te blazen, zoals o.m. trompettist Zack Lozier en trombonist Steve Rogness, twee vagebonden uit de band van Davina Sowers.

Davina & The Vagabonds

Opnieuw was het Duvel bluesfestival naar een andere locatie verhuisd, waar een tent, het jeugdhuis en de terrasstoeltjes wachtten op een overrompeling. Ook kinderen, tieners en adolescenten, niet ouder dan 25, mochten gratis binnen opdat zij zich zouden realiseren welke muzikale erfenis zij dreigen te mislopen als zij niet over de muurtjes heen kijken. Bluesmuziek zal immers voortleven, ongeacht de pessimistische berichtgeving hierover. De organisatie van Duvel blues is hiervan alvast overtuigd en bewijst vanuit hun programmatie dat blues geen grenzen kent of hokjesdenken verdraagt. Maar vooraleer de buitenlandse bands zouden aantreden, opende vooreerst Marino Noppe het festival, ongetwijfeld iemand die bijgedragen heeft tot de opbloei en verspreiding van het bluesgenre in België en het belang erkende van de Maxwell Street Market in Amerika. Gitarist MarinoNoppe speelt al decennia lang Chicago blues, samen met de ‘Maxwell Street Band’ maar vermengt deze met soul en funk. Voor de gelegenheid vergezeld van Arno Demets, bekend van ‘The Blues Vision’, en een uitstekende Carlo Van Belleghem als bassist, wisselde hij bluesballads af met funky en groovy blues. In zijn gitaarspel hoor je zowel een weerklank van Hound Dog Taylor, Fred McDowell als van Peter Green. Songs als het expressief vertolkte ‘29 Ways’ en ‘I’m A Lover’ uit zijn laatste album waren eerste hoogtepunten die het publiek al direct magnetisch de tent in lokten, ongeacht de tropische warmte. Het broeierige ‘Kokomo My Baby’, met briljante slidegitaar, paste uitstekend bij imaginaire beelden van een brandende zon boven de katoenvelden die stof gaven voor de bluessongs van de bluespioniers. Als je tijdig de eerste rijen in het clublokaal wilde bemannen voor de volgende show, riskeerde je in de haast over de terrasstoeltjes te struikelen. Gelukkig waren Davina & The Vagabonds verlaat met hun soundcheck zodat je toch nog vanop de eerste rijen van hun show kon genieten. Wie enkele jaren geleden ook op het festival in Puurs was, herinnert zich zeker nog de flamboyante getatoeëerde pianiste die gans haar vrouwelijkheid in de strijd gooit om haar eigensoortige blues uit te dragen doorspekt met vaudeville en jazz en zich verder niet stoort aan hitte of ongemak. Zij voelde zich uitstekend, niet alleen omdat zij terug in Duvel Blues kon spelen, maar ook omdat zij nog niet zo lang geleden met haar trompettist huwde, wat wederzijdse plagerijen uitlokte. Met haar karakteristieke stem, die aanleunt bij vooroorlogse zangeressen, varieerde zij met retro-blues, roots, ludiekeparlando, boogie en ballads. De songs ‘I Want Some Sugar In My Bowl’ van Nina Simone en ‘I Rather Go Blind’ van Etta James werden intens vertolkt, gepassioneerd en hartverscheurend. Met ‘Sunshine’ uit haar laatste album vierde zij echter het optimisme en de zomer, evenals bij ‘Shake That Thing’. Soms maakte zij een zijweg naar New Orleans en dan zag je gans het vijfkoppig gezelschap -met drumroffels, blazers en de basritmes van Andrew Burns- als het ware als in een straatparade door The Big Easy trekken. Van songs als ‘Pocket’ en ‘Hey Good Looking’, als een ongebreidelde vreugde-uitbarsting, kan je niet genoeg krijgen. Het lijzige ‘St. Michael vs The Devil’ scoorde echter het hoogst wat ludiek speelplezier betrof en bij ‘Start Running’ was de ‘klik’ met het publiek compleet. Deze band mag opnieuw terugkomen. Het kwintet blijft een zomerse sensatie.

Walter ‘Wolfman’ Washington

In de grote tent kon je toen al van ver Marc Ford & The Neptune Blues Club horen. De volumeknop leek enkele decibels hoger gedraaid. Nochtans heeft deze band geen nood aan extra geluidsvolume, want zowel de aparte vocalen als het gitaarspel van Marc Ford of de toetsenklanken van Mike Malone hebben daar geen baat bij, willen de finesses van hun spel tenminste niet verloren gaan. Mogelijk is dit nog een nagalm van de roots/rockersband ‘The Black Crows’ of van de ‘Guns N’ Roses' formatie, waarmee Marc Ford in grote zalen optrad. Aan enthousiasme ontbrak het de bandleden niet die vooral naar songs uit hun laatste album grepen, met als hoogtepunt ongetwijfeld de titeltrack ‘The Vulture’. Zijn warme stemkleur en gedreven gitaarspel zogen aan, zodat je niet langer aan de periferie van de tent diende te blijven om van het concert te genieten. Ook Malone bracht met ‘The Ghetto Is Everywhere’ een mooie slowblues. Inmiddels waren de decibels draaglijk en kon je genieten van het samenspel en de klasse van Marc Ford, de ‘freedom fighter’ met het verweerde gelaat die het leven van drugs, seks en rock-'n-roll de rug heeft toegekeerd. De band bracht vooral funky, rockende en ritmische blues en met hun ‘Smiling’, ‘The Ride’, ‘Looked Down Tight’ of ‘Steady Rollin’ Man’ zetten zij de liefhebbers hier en daar tot dansen aan, ondanks de namiddaghitte. Zowat twee uur later bracht de veelzijdige Walter ‘Wolfman’ Washington, samen met zijn band, dat genre funky blues / jazzy ‘Crescent City’ muziek, waaraan de kosmopolitische wereldstad zo rijk is. Ergens is het bevreemdend dat wanneer je Walter Washington ergens afgezonderd aan een tafeltje ziet zitten, hij eruit ziet als een 73-jarige, wat hij trouwens ook is. Maar als hij op het podium zit met zijn gitaar op zijn knieën lijkt hij te herleven en open te bloeien als een dertiger die zich opnieuw mag uitleven in de New Orleans muziek die hij al van kindsbeen af hoorde en op zijn eentje leerde spelen. Inmiddels is hij een wereldster, die behalve in New Orleans en Baton Rouge ook op Europese jazzfestivals de hoofdact is, zodat hij nog weinig tijd heeft om een nieuw album op te nemen. Iemand die het neefje was van Guitar Slim en Lightnin’ Slim en o.m. nog met Lee Dorsey, Ernie K-Doe en Irma Thomas speelde, draagt een rijke erfenis met zich mee van zowel de New Orleans cultuur als crossover muziek. Bij zijn concert was het alsof je de muziek, die je in de Tv-reeks ‘Treme’ zo in verrukking bracht, nu in levende lijve kon meemaken, als een muzikale onderdompeling, waarbij saxofonist Tom Fitzpatrick, trompettist Antonio Gambrell, toetsenist, bassist en drummer met veel drive en gevoel de gentlemen / muzikant omringden. Wolfman wisselde broeierige funk af met invoelende soul waarbij zijn stem soms bij deze van Bobby Bland of Curtis Mayfield aanleunt. Impulsief reikte hij zijn bandleden het volgende nummer aan, waarna hij met zijn gloedvolle stem en intuïtief gitaarspel de lyrische teksten uit zijn geheugen opdiepte, zoals ‘Ain’t That Lovin You’ of I’m In Love’, beiden destijds in 2013 met The Roadmasters opgenomen . Of hij zijn favorieten ‘A Night In The City’ en ‘Blue Moon Risin’ ook speelde maakte niet uit. Liever verkoos je je onder te dompelen in die aparte muziek die op bluesfestivals zo zelden te horen is. De laatste keer was dit in een uitgeregend Wespelaar. In Puurs schitterde echter niet alleen de zon, maar ook het broederlijke band van de muzikanten, die muziek als een erezaak beschouwen, ook al spelen zij deze de duizendste keer in een club of op een festival.

Hat Fitz en Cara Robinson

 Als afsluitende band in de grote tent koos de organisatie voor Rick Estrin & The Nightcats met uiteraard Eric Estrin als frontman en bluesharmonicaspeler. Hij kan zelfs harmonica spelen zonder zijn handen te gebruiken, zoals hij na het middernachtelijke uur showde. Hij verving destijds Little Charlie, toen die nog frontman was. Stijlvol en met veel panache bleef hij het publiek opzwepen met zijn West-Coast blues, boogie en powervolle harmonicablues. Hun motto ‘Funk Is In the House’ bekrachtigen zij spelenderwijs en crescendo. Gitarist Chris ‘Kid’ Andersen begeleidde hem bij alle tempowisselingen of kon even soleren.Tot 1 uur ‘s nachts wist deze feestband het swingend publiek te begeesteren, dat er na afloop nog niet genoeg van kreeg en dus aandrong op een ‘Please Come Back To Me’. Om 1 uur ging de biertap echter onherroepelijk dicht zodat onverzadigbare drinkers alleen nog hun dorst konden lessen met verfrissend beparelend bronwater. Onderwijl en daartussenin vonden ook in het clubhuis enkele topacts plaats. Na Davina & The Vagabonds, waaronder echtgenoot en trompettist Zack Lozier, was het de beurt aan het koppel Hat Fitz en Cara Robinson, die elkaar als soulmates vonden ondanks de afstand Australië en Ierland, ondanks het verschil in taaldialect en ondanks dat Cara mannen met een baard beangstigend vond. Sindsdien bundelen zij hun talenten en krachten samen wat een boost geeft aan hun energieke Live optredens. Met hun crossover van folk, Delta blues, country en rock en de combinatie van hun origineel instrumentarium groeiden zij uit tot een populaire act waar nog een dosisflegma en humor aan werd toegevoegd. Met zijn verwilderde baard, resonerende gitaren en zijn spelonkachtige vocalen oogt Hat Fitz als een paardenmenner op een postkoets, terwijl allround muzikante Cara met haar krullen, de drumkit, hi-hat, wasbord, herdersfluitje en Ierse zang aan een wit uitgevallen kleinkind van Jessie Mae Hemphill doet denken. Al vijf weken toerden zij in Europa en hun concert in Puurs was het laatste in de reeks. Getweeën vormen zij praktisch een volledig orkest. Zij kozen vooral songs uit hun laatste album ‘After The Rain’, zoals het obsederende ‘Try’, alsof je een mis bijwoonde in het zwarte Harlem. Of het nostalgische ‘Going Home’, waarin het heimwee doorklinkt. Met klassiekers zoals ‘Nobody’s Fault But Mine’, -met fascinerende slidegitaar- of het hypnotische ‘Black Cat Bone’ sluiten zij op originele wijze aan bij een lange traditie vancountrybluespioniers die zich troosten of vermaken met authentieke muziek. Bij het extatische ‘Power’ en het magistrale ‘Hot Damn’ met ‘tin whistle’ en drumroffels leek het alsof de geest van Otha Turner & zijn Rising Star Fife & Drum Band mee opstapte. Na afloop veerde het publiek recht voor een staande ovatie, waarna het koppel eindigde met een laatste dankwoord aan publiek en tourmanager Dani Vazzoler van Good Time Booking, waarbij ik me kan aansluiten.

Matt Andersen

Ook de Canadese veelgelauwerde songschrijver Matt Andersen, die ooit met Little Feat speelde, is vergroeid met de blues die hij ombuigt tot een persoonlijke soulvolle beleving, recht opborrelend uit het hart. Hij gooit zich letterlijk achterover op zijn stoel om zijn ongepolijste en geëmotioneerde songs voor iedereen verstaanbaar te kunnen uitschreeuwen, terwijl zijn vingers al finger-pickend over de gitaarsnaren en -hals dansen. Soms speelt hij slidegitaar, soms heeft zijn gitaarspel een Spaanse weerklank, soms doet zijn gitaarspel haast klassiek aan, zoals bij het tijdloze ‘Ain’t No Sunshine’, die hij zijn favoriet noemde. Je geraakte gewoon in de ban van zijn aan een geregen vertolkingen en knappe gitaarbegeleiding. Wanneer hij zich in een bluesballad verloor klonk hij als een verwilderde wolf die uit de roedel is verstoten. Het ritmische ‘Make You Stay’, het wanhopige ‘I Lost My Way’ of het bloedmooie ‘Devils Bride’, gingen door merg en been; Het immer populaire ‘People Get Ready’ werd een sing-a-long waarbij het publiek inviel. Ook hij kreeg een staande ovatie, wat betekent dat een zgn. randevenement het impact heeft van een volwaardige act in de hoofdtent. Het bewijst nogmaals dat er een grote groep bluesliefhebbers bestaat die echt naar muziek wil luisteren met respect en waardering voor de artiesten. In het jeugdlokaal, een variatie op de Tiendenschuur’, speelden zich bijgevolg voor hen memorabele momenten af en werd er volop genoten van zowel het blues als rootsy muziekgenre, zoals trouwens gans de festivaldag een opvolging bood van piekmomenten in de muziek.

Alleen in de eetkraam kon men de toevloed van de aanschuivende hongerigen niet aan, waar men zowel friet, pizza, hamburger en smos wilde combineren, duidelijk te hoog gegrepen voor het trio dat haast mentaal bezweek onder de werkdruk. Dit is echter een kleine voetnoot in de o zo feestelijke en boeiende 16de editie van Duvel Blues, waar men liefst adjectieven aan hecht als fenomenaal, fantastisch, formidabel en bij wijlen fascinerend, zeker wat de optredende bands in het jeugdlokaal betreft, wat ook geldt voor Walter Washington. Ook qua organisatie, sfeer, verbroedering en verzustering liep alles op wieltjes, zodat deze editie 2017 weer als uitermate geslaagd in de annalen van Duvel Blues mag ingeschreven worden. Thank you! Team Duvel Blues!

Marcie

Foto © Michel Verlinden

Meer Foto © Michel Verlinden

 

 

RICK ESTRIN AND THE NIGHTCATS : video 1 - video 2 - video 3 -

 

MATT ANDERSEN : video 1 - video 2 - video 3 - video 4

 

WALTER WOLFMAN WASHINGTON : video 1 - video 2 - video 3 - video 4

 

HAT FITZ AND CARA : video 1 - video 2 - video 3 -

 

MARC FORD & THE NEPTUNE BLUES CLUB : video 1 - video 2 -

 

DAVINA AND THE VAGABONDS : video 1 - video 2 - video 3 -

 

MARINO NOPPE BAND : video 1 - video 2

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Artiest info
website  
facebook  

RUISBROEK-PUURS, 27/05/17

 

Marino Noppe

Davina & The Vagabonds

Marc Ford & The Neptune Blues Club 

Walter ‘Wolfman’ Washington

Rick Estrin & The Nightcats

Hat Fitz en Cara Robinson

Matt Andersen