TROMBONE SHORTY & ORLEANS AVENUE @ DEPOT, LEUVEN – 16/11/17

Een avond lang deelden de concertgangers in het Depot in de ambiance en de ‘joie de vivre’ van een groepje jazzmuzikanten uit New Orleans, zoals die normalerwijs door de straten van de French Quarter trekken terwijl alle omstaanders op sleeptouw worden genomen. Dankzij gangmaker Troy Andrews, alias Trombone Shorty, en zijn muziekmaten, opgegroeid in de ‘city who never sleeps’, werd het publiek bijna twee uur lang verwend met een gumbo van jazz, funk, rap en wat hiphop. Wie om budgettaire of andere redenen nog nooit in de straten van ‘The Big Easy’ heeft mogen rondstruinen kon in de feesttent in Leuven thans zijn frustraties compenseren. Twee gitaristen, saxofonisten, bassist en percussionist en de charismatische Trombone Shorty zelf gooiden zich in de strijd als in de slipstream van een orkaan en als ging het om eigen lijfbehoud. Bij wijlen was het zelfs alsof de jazzmuzikanten elkaar als in een competitie uitdaagden.

Die competitie was maar schijn, want choreografie en respectvolle muzikale afstemming klopte, ook al ging men halverwege met acrobatische moves improviseren, wat op applaus werd onthaald. Geen tristesse dus bij dit ludieke gezelschap, maar wel levenslust, klasse, inventiviteit, samengebalde of uiteenspattende energie en soms zelfs staaltjes genialiteit. Multi-instrumentalist Troy Andrews hield met zijn occasionele en accentloze uitroep ‘alles oké daar?’ constant voeling met het publiek, waarna hij een enkele keer handjes ging schudden. Dat hij ‘Shorty’ wordt genoemd heeft hij vermoedelijk te danken aan het feit dat hij als dertienjarige in New Orleans in een fanfarekorps mee mocht opstappen en als knaap zelfs het podium met Wynton Marsalis mocht delen. Sindsdien bleef hij onafgebroken touren en mocht hij zelfs in het Witte Huis voor president Barack Obama en zijn First Lady spelen. Die virtuositeit op trombone of trompet vertaalde zich in Leuven in schitterende solopartijen met quasi rivaliserende aanvuring van zijn beide saxofonisten, die niet onderdeden. Ook de gitaristen, met Pete Murano op kop, konden enkele keren soleren, wat met applaus werd beloond.

Trombone Shorty heeft al opgroeiend weinig anders gehoord dan crossover- en jazzmuziek, niet alleen omdat de omgeving van het kosmopolitische ‘The Crescent City’ muziek in- en uitademt zoals de eb en vloed van het getij, maar ook omdat zijn familie het hem voordeed. Zijn grootvader was immers Jessie Hill, bluesman en drummer die nog in de band van Professor Longhair meespeelde. Het DNA werd dus overgeërfd. Zelfs na al die jaren straalt de nu volwassen Troy nog de geestdrift uit van een koorknaap die voor het eerst mag musiceren. Vanaf het eerste instrumentale ‘Backatown’, titel van zijn debuutalbum, vergezeld van lichtflitsen als van blikseminslagen, werd het publiek meegezogen in de groove van een collectieve feestroes en jazzfestijn, waarbij vooral de blazers de boventoon voerden samen met een opzwepende drumbeat van de steeds glimlachende Joey Peebles. Het collectief van jazzmuzikanten slaagde erin om de old school New Orleans jazz te moderniseren en om te toveren tot iets wat je zou kunnen omschrijven als hypnotische super de lux funkrockpunk en voodoo NOLA jazz, waarbij je soms ging twijfelen of het om een spontane jamsessie ging of een podiumgebeuren waarbij scenario en improvisatietalent elkaar in evenwicht houden. In de jazzcomposities van Trombone Shorty versmelten zich de invloeden van The Meters, James Brown, Allen Toussaint en Ernie K-Doe tot een organisch uiterst dynamisch geheel, waarbij de vreugdebeleving centraal staat. Met zijn afgetrainde lichaam sprong de jeugdige Troy op het podium van rechts naar links. Via het beweeglijke ‘On Your Way Down’, het stimulerende en fascinerende ‘Here Come The Girls’ en vooral het uitgesponnen magistrale ‘One Night Only (The March)’ culmineerde alles naar een hoogtepunt als een nooit eindigende extatische trip. Uit hun laatste album ‘Parking Lot Symphony’ koos de frontman o.m. het jumpende ‘Tripped Out Slim’.

Veel ademruimte gunden de muzikanten zich niet en hun tomeloze energie sloeg over op het publiek dat zich transformeerde in een zee van deinende hoofden. Soms leek het alsof de koperblazers met elkaar wilden duelleren met hun instrumenten als gekruiste degens. Saxofonist Dan Oestreicher was grandioos zoals hij zijn bariton bespeelde, wat echter ook van tenorsaxofonist B.K Jackson kan worden gezegd, beiden buiten de lijntjes kleurend zonder het geheel uit het oog te verliezen. Het opzwepende ‘Where It At’ met rap en hiphop leek wel op een uitputtingsslag als een bende kwajongens die zich eindelijk op een speelplaats mogen uitleven. De moves en de bizarre dansstunts brachten de sfeer in de zaal tot een kookpunt. Met het smoothy ‘It Ain’t No Use’ werd het einde ingezet, waarna uiteraard nog een toegift volgde met daarin de spiritual ‘When The Saints Go Marching In’ verweven. Terwijl werden er T-shirts en halssnoeren de zaal in gegooid zoals de traditie in New Orleans dat vereist. Er was niet veel fantasie voor nodig om de muzikanten als het ware als in optocht door de wijk Tremè te zien trekken. Trombone Shorty heeft trouwens ook een rolletje in de gelijknamige HBO serie. Het scheelde bijgevolg niet veel of hij en de ‘Orleans Avenue’ waren al musicerend en feestvierend de Leuvense ‘Alliance Avenue’ ingetrokken, wat eens iets anders zou zijn dan destructief en gratuit straatgeweld. Music rules the world!

Marcie

Voor meer foto's © Yvo Zels klik hier.

 

 

 

 


 

Artiest info
website  
facebook  

HET DEPOT, LEUVEN - 16/11/17