TOOTS & THE MAYTALS @ DE ROMA, ANTWERPEN - 15/09/18

Toots & The Maytals, de band rond zanger Frederick “Toots” Hibbert draait ondertussen al 5 decennia mee aan de top van de Jamaicaanse muziekwereld. De nu bijna 76 jarige Frederick “Toots” Hibbert kende zijn hoogdagen met de oorspronkelijke Maytals in de jaren 60 tot eind jaren 70. Hits als “Sweet and Dandy”, “Reggae Got Soul” en “Funky Kingston”, “Pressure Drop”, “Monkey Man”, “54-46, That's My Number” zouden tot het collectief geheugen van elke rootsreggae liefhebber moeten behoren.

Het was Chris Blackwell oprichter van het beroemde Island Records die de Jamaicaanse muziek naar de UK haalde en in 1973 het Maytals geluid ‘aanpaste’ naar Westerse oren. In hun thuisland Jamaica waren The Maytals op dat ogenblik al razend populair met de ene hit na de andere: “Pressure Drop” in 1969 en drie overwinningen in de National Popular Song Contest van Jamaica: in 1966 met "Bam Bam", in 1969 met "54-46, That's My Number" en in 1972 met "Pomp and Pride". Hoewel Toots & The Maytals nooit het commerciële succes hebben gekend van een Bob Marley (ook onder hoede van Chris Blackwell) stonden zij als eerste aan de wieg van de reggae. Zij begonnen in 1962 als vocaal trio en evolueerden van ska via rocksteady in 1967 naar een nieuwe muzikale vorm die later reggae zou heten. Toots was de eerste die het woord reggae gebruikte in een song cfr. “Do The Reggay” in 1968. Vanaf 1970 en in het zog van de soundtrack van de film ‘The Harder they come’ (1972) volgen meer hits: “Monkey Man”, “Sweet and Dandy”, “Funky Kingston”, “Reggae Got Soul” en “Take Me Home, Country Roads”. Oude The Maytals nummers als “Pressure Drop” en "54-46, That’s My Number” worden heropgenomen.

Andere opmerkelijke feiten : In 1966 wordt hij veroordeeld tot 18 maand gevangenis voor het bezit van cannabis, een ervaring die de inspiratie levert voor een van zijn best gekende songs "54-46, That's My Number". In de periode 1978-1980 is er een reggae punk en ska revival in de UK met opmerkelijke covers van “Monkey Man” door The Specials en van “Pressure Drop” door The Clash. Toots wint in 2004 een Grammy met het duet album ‘True Love’, een samenwerking met talrijke beroemde gasten. In 2013 krijgt Toots tijdens een concert in de VS een vodka fles op zijn hoofd, een ernstig incident dat hem drie jaar van de podia weghoudt.

Ik zag Toots & The Maytals voor het laatst op het Cactusfestival in Brugge in 2003 15 jaar geleden. Bonnie Raitt kwam spontaan een nummer meedoen met Toots & The Maytals. Een gebaar dat ook in omgekeerde richting beantwoord werd en mij is bijgebleven. Toots Hibbert was toen al een legende. Intussen zijn we 15 jaar later en is Toots in 2013 3 jaar out geweest. Benieuwd wat deze rasartiest anno 2018 nog vermag op het podium al hebben we alle respect voor nog levende actieve oudere artiesten die hun stempel hebben gedrukt op de muziekgeschiedenis. Het concert is opgezet als een viering: van 50 jaar reggae muziek en van een levende legende uit Jamaica, van de man die het woord reggae heeft uitgevonden aldus de woorden van de promo dame die de show komt aanprijzen.

Het duurt nog even vooraleer Toots en de zijnen zijn warm gedraaid. Intussen zijn “Get Up, Stand Up”, “Time Tough” en “Sweet and Dandy” al gepasseerd. De band speelt mak en Toots’ stem zit vooralsnog wat onverstaanbaar in de mix. Alleen op het eind van die songs is er een ritme versnelling en gaat Toots’ stem de hoogte in “… higher and higher” wat doet uitkijken naar wat volgt. De begeleidingsband bestaande uit gitaar, basgitaar, drums, ritmegitaar en toetsen bevat de originele leden: lead gitarist Carl Harvey (vanaf 1980) en drummer Paul Douglas (vanaf 1985). Zanger Toots wordt bijgestaan door twee backing vocalistes met zachte zuivere stemmen. Het oude ska nummer “I’ll Never Grow Old” is een goede aanzet en zet de heupen in beweging. Het hele optreden is een feel good show gedragen door de vele onsterfelijke hits. Op zijn 75ste is Toots nog in goede conditie, flashy gekleed in dat typisch rood, geel en groene reggae outfit en zijn onafscheidelijke zwarte bandana en zonnebril. Zijn stem heeft nog steeds die typische klankkleur al klinkt ze minder krachtig dan voorheen en heeft hij nog steeds de gewoonte de microfoon halverwege zijn borst te hangen. Maar wat hem drijft zijn de good vibes en zijn onvermoeibare drang en energie om de essentie en de soul van zijn muziek met de fans te delen en zijn instelling om op een positieve manier te verbinden en die energie ook door te geven aan de jongere generatie. En daarin slaagt Toots als geen andere artiest van zijn generatie.

De good reggae vibes zijn nu wel alomtegenwoordig en we horen goede versies van zijn allergrootste hits. “Reggae Got Soul” en “Pomp and Pride” met aanstekelijke melodieën en ritmes schuiven lekker op de dansvloer. “Funky Kingston” is een publiekshoogtepunt met Toots in de weer op akoestische gitaar, de “Hey Hey Hey Hey Hey!” intro en in call and response modus voor een lekker uptempo funky ritme. De backingband speelt voortreffelijk in functie van hun leider alleen de lead gitarist mag op aangeven van Toots een paar keer soleren.
Toots haalt een paar keer de vaart uit het optreden door een traag nummer te stil te zingen dat het achteraan de zaal nauwelijks verstaanbaar is en op gebabbel wordt onthaald. Jammer want zijn nieuwe single “Marley” een eerbetoon aan Bob Marley en een traag wiegend reggae nummer loont de moeite. Hetzelfde geldt voor “Bam Bam” een prachtig stokoud The Maytals nummer met meeslepende melodie: Intro Toots aan de gitaar en “Ahhhhhhhhh” terwijl de twee backing vocalistes herhaaldelijk smachtend “What a bam bam, bam bam” zingen.
Meer pit en reggae vibe komt er met een nieuwe reeks hits. Het uptempo “Pressure Drop” klinkt nog steeds onweerstaanbaar catchy terwijl “Take Me Home, Country Roads” (John Denver cover) met lange gospelachtige intro a la Bob Marley en een welgekozen gitaarsolo aanzet tot meeplakken. De absolute publiekslieveling is “Monkey Man” een kraker van jewelste die vanaf het openingsrefrein “Aye aye aye, aye aye aye/ Tell you baby, you huggin up the big monkey man” iedereen meesleurt.

Toegift is “54-46, That's My Number” hét nummer waarmee Toots al jaren zijn shows afsluit. Toots bouwt van meetaf aan de spanning op met het publiek dat geestdriftig mee het refrein: “I said yeah (I said yeah), listen what I say (listen what I say)” scandeert en vlot meedoet met Toots’ dans moves en call and responses. Toch laat Toots de aandacht verslappen voor een Las Vegas introductie a la Elvis en eindigt de show in een soul-jazzfunk sfeer a la James Brown. Toots waant zich The Godfather of Reggae, van een anticlimax gesproken. Hallelujah!
We hebben een leuke avond gehad en genoten van de good reggae vibes van deze absolute legende al moet gezegd dat achteraf in de foyer de feestmuziek die reggae in sé is met Alpha Blondy op kop ons veel strakker en vinniger in de oren klonk.

Marc Buggenhoudt

Foto's en fotoalbum © Kristine Vandegaer

Setlist
1. Get Up, Stand Up (Pass The Pipe, 1979) (geen The Wailers cover)
2. Time Tough (In The Dark, 1974)
3. Sweet and Dandy (The Maytals cover, 1970)
4. I’ll Never Grow Old (The Maytals cover, 1963)
5. (Unknown)
6. Reggae Got Soul (Reggae Got Soul, 1976)
7. Pomp and Pride (Funky Kingston, 1973)
8. Funky Kingston (Funky Kingston, 1973)
9. Marley (new song)
10. Pressure Drop (The Maytals cover, 1969; Funky Kingston, 1973)
11. Bam Bam (The Maytals cover, 1966)
12. Take Me Home, Country Roads (John Denver cover, 1971; In The Dark, 1974)
13. You Know (Time Tough: The Anthology, 1996)
14. Monkey Man (The Maytals cover, 1969)
Encore
15. 54-46, That's My Number (The Maytals cover, 1968; als "54-46, Was My Number”, In The Dark, 1974)

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Artiest info
website  
facebook  

OLT RIVIERENHOF, ANTWERPEN