SIR OLIVER MALLY

 

Artiest info
Website  
Label  
Contact  


Oostenrijker Oliver Mally zocht de songinspiratie en de blues niet in eigen land maar over de grenzen. Op 15 jarige leeftijd had hij al een gitaar in zijn hand en liet hij zich inspireren door John Lee Hooker, Albert King en B.B.King, al boeiden de Rolling Stones hem ook, naast Elvis Presley. Het is omwille van de ‘King’ dat Oliver Mally trouwens het ironische ‘sir’ aan zijn naam laat voorafgaan. Als singer-songwriter gaf hij zich gewonnen voor de invloeden van Steve Earl en Townes Van Zandt. Een kwart eeuw later, -Oliver Mally is geboren in 1966-, is hij een volleerd muzikant, gitarist en songwriter die met zijn unieke zang- en gitaarstijl verschillende genres aankan. In het verleden toerde hij zowel solo, in duo of met zijn band, de ‘Blues Distillery’, door gans Europa. Die band richtte hij op in 1990 met Hans Irsic als drummer en Walter Kreinz als bassist. Aan de ‘Blues Distillery’ gingen nog enkele tijdelijke groepjes vooraf, maar het is met deze bluesband dat hij prijzen of Awards binnenrijft. In 2006, bij het uitkomen van zijn album ‘Steppin Out’, -Oostenrijkse Schallplattenpreis voor het beste album-, was hij al de tel kwijt van zijn bekroningen. Drummer Willy Hackl was inmiddels Hans Irsic opgevolgd, die hij nog kende van de ‘Big Time Maniacs’ periode, een vroeger bandje waarin beiden speelden. Ook pianist Ripoff Raskolnikov vervoegde zich toen bij de groep, nu vervangen door Martin Gasselsberger, door Oliver spontaan verwelkomd als ‘a shot of fresh blood’. Behalve het constant toeren doorheen binnen- en buitenland, onder eigen naam of als begeleiders van internationale bluesgrootheden, werkten zij parallel aan hun albums, die elkaar vlot opvolgden. Dat zijn er nu al meer dan vijftien, de DVD niet meegerekend. Op de meeste vind je een variatie van hedendaagse blues, funk, rockblues of soulblues, gespeeld vanuit het hart. Je kan het Chicago- of Texasblues noemen, funky West- of Oostkustblues, Mally benadert het op originele wijze en laat zich niet tegenhouden door muurtjes. Al zijn albums krijgen gunstige kritieken, ook de laatsten waarin de balans tussen sfeervolle en energetische muziek optimaal is.

Zijn soloalbum ‘LOVE IS A DEVIL’ komt uit in 2006. Steeds gevaarlijk als een songwriter, doorgaans geruggensteund door vaste muziekmaten, opnieuw alleen gaat, want alle aandacht verschuift dan naar de teksten, zanglijnen en stem. De songs bloeien echter open als bedauwde ochtendrozen in alle poëtische eenvoud. Met slechts een gitaar, een micro en licht schorre stem brengt Mally overwegend dromerige songs, ballades en liefdessongs die een diepe treurnis verbergen. Tussendoor smokkelt hij er een rock’n roll nummertje tussen, alsof hij de weemoed van zijn intieme songs wil afschudden. Maar over de meeste zweeft melancholie, zoals in het titelnummer of in het intimistische ‘You Took Me By Surprise’. In de ballade geeft hij zijn eigen trieste versie van het droeve lot van Billy The Kid. Twee van zijn vaste ‘Distillery’ bandleden betuigen hun sympathie met een eenmalige bijdrage, Willy Hackl met wasbord en Martin Gasselsberger met piano. Deze voegt aan ‘You Ain’t Nothing Special’ nog wat tristesse aan toe. Al is de blues op dit album vervangen door singer-songwriter dicht- en zangkunst, een desolater bluesgevoel dan op het als het ware met tranen geschilderd ‘New Years Eve’ is haast niet in te denken.

Over ‘RADIO’, weerom uitgebracht in zijn welvertrouwde ATS records stal, nu wèl met de Distillery Band’ schreef Rootstime destijds bij verschijning in 2007 volgende recensie.
‘Radio’ is feitelijk een CD geworden van waar de blues vandaan komt en waar die heen gaat, waar de blues nu anno 2007 voor staat. Alle ingrediënten zijn aanwezig: van dampen tot slow en andersom. De opnames zijn subliem, waarvan acht nummers geschreven zijn door Mally zelf, naast een prachtige versie van ‘Riders On The Storm’ van The Doors en een nooit gehoorde cover van Jimi Hendrix's ‘Voodoo Chile’, als het ware een hommage aan allen die de blues gespeeld hebben omgetoverd tot één van de puurste muziekstijlen die er maar is. Zijn songs mengen blues en energieke rock, maar andere invloeden als chill-out, lounge, funk, rock 'n' roll en pop zijn nooit ver weg, terwijl zijn zang bovendien fantastisch is. Zijn stem kan rauw en dan weer gevoelig zijn. Samen met zijn ‘Blues Distillery’ maken ze modern dampende bluesrock, die veel doet denken aan Dr. John, zoals in de nummers ‘I Got A Crush On You’ en ‘Ain't No Fool’. Maar de rechtgeaarde bluesliefhebber komt sowieso goed aan zijn trekken in de swingende boogie ‘Ruby Red Lips’ en ‘Hoochie Mama’, een variant op Muddy Waters ‘Hoochie Coochie Man’. Allemaal tracks waarin Oliver Mally bewijst dat hij een allround bluesmuzikant is, maar vooral een begenadigd gitarist en ook een goed liedjesschrijver. Het subtiele gitaarspel van Mally dat nooit scherp aanhoort spreekt tot de verbeelding. Luister maar even naar de twee afsluiters: het zwoele ‘Low Light’, met een mooie saxbijdrage van Christian Bachner en het akoestische ‘Everything’s Alright’. Als ik naar deze muziek luister lijkt het wel alsof er een geluidsfilmpje in mijn hersenen wordt afgespeeld. Veel mensen vragen zich af waarom deze band zo populair is geworden. Komt het alleen door Mally's gitaarspel of is er meer? Ik denk dat het ritme van de muziek ook een belangrijke rol speelt. Het zijn allemaal strakke composities. Ook speelt mee dat de muziek als een eenheid klinkt met muzikanten die goed op elkaar zijn ingespeeld en waar het spelplezier van afdruipt. Het overkomt mij zelden dat ik zo in de ban raak van zo’n plaat.”

SO WHAT IF’ uit 2008 is voorlopig zijn laatste album, waarop ‘Sir’ Oliver zich weer als singer-songwriter profileert, met die typische vermenging van soulblues, folkjazz of melodische dichtkunst. Het jaar is nog niet half om en ik zou dit album al graag voor een Toptien aanbevelen. Dit is grotendeels ook te danken aan pianist Martin Gasselsberger, die een ongewone gave heeft om de songmelodieën van ‘Sir’ Oliver intuïtief aan te voelen, zoals groen en blauw licht kunnen samengaan. Martin’s begeleiding roept herinneringen op aan Brad Mehldau en Dollar Brand, nog voor deze Ibrahim heette. Afzonderlijk heeft deze geschoolde pianist, geboren in 1980 in Ried, Innkreis, ook al drie jazzy cd’s uitgebracht met zijn trio ‘mg3’. In het bezit van een Master graad en afgestudeerd aan de Universiteit voor Muziek en Kunst in Wenen, stelt Gasselsberger zijn virtuositeit in dienst van Mally’s songs. Mally gaat met zijn songs datzelfde bluesy gevoel achterna dat bijvoorbeeld ook Steve Earl weet op te wekken in zijn ‘My Old Friend The Blues’. Dit is de enige cover, want de andere schreef Mally zelf, sommige samen met Martin. Liefdessongs die meestal herinneren aan het verleden en aangehaakt worden aan eenzame figuurtjes, wegstervende voetstappen of nazinderend verlies, genre ‘Another Sad Goodbye’. Mally is een grootmeester in het melodisch uitschilderen van ‘loneless’ tafereeltjes ‘à la Edward Hopper’ of dito gevoelens, nog versterkt door de jazzy pianobegeleiding van Martin. In de song ‘So What? If..’ culmineert de feeling van beide muzikanten naar een lyrisch hoogtepunt. Gasselsberger speelt op een Fazioli piano ‘F 228’ van het Klavierhaus Schimpelsberger. Dit om te benadrukken dat zijn pianospel zo bijzonder is, atmosferisch, reflectief of sprankelend. Ideaal afgestemd op het warme bluesy zangtimbre van Mally, wanneer deze met veel gevoel de nostalgie in ‘Her Picture Just Won’t Fade’ laat bezinken. Dat deze twee door de muziek gedreven artiesten elkaar vonden, mag een geluk heten voor de liefhebbers van intuïtieve muziek, gecreëerd door geboren muzikanten, de ene met gitaar, de andere met piano. Dit album werd ook door beiden samen geproducet. Een song eruit tillen zou de andere tekort doen. Als zij al niet een trieste echo nalaten, dan zitten er toch ‘blue note’ in verweven. In het speelse ‘Come a Lil’ Closer’ zingt Petra Linecker de jazzy zanglijnen. Mally en Gasselsberger weten hoe dan ook het hart te raken in om het even welk muziekgenre. Maar ‘Her Picture’ koester ik toch nu al als de ‘song of the year’. En als de boegbeelden van de Beatles en de Rolling Stones met een ‘Sir’ voor hun naam geridderd werden, dan mag Oliver zich als dichtermuzikant ook terecht met een ‘Sir’ kronen.

(Marcie)