DECLAN DE BARRA

 

Artiest info
Website   
Myspace  
Booking: Alles Los Agency
Label: Black Star Foundation
Distr.: Coast To Coast
 

 

Of hij nu in een festivaltent staat, in een Kapel, een concertzaal of in open lucht met beide voeten in de Ierse turf, wanneer De Barra zingt dan dwingt zijn unieke stem de menigte tot luisteren. Vanaf de eerste gekwelde noten waarin zielenpijn en melancholie verscholen gaan weet deze Ierse bard het publiek mee te sleuren naar zijn geheime wereld waar schaduwen en lichtflikkeringen elkaar aflossen. Rond zijn figuur hangt een zeker mysterie, raadsels die niet helemaal door zijn biografie worden ingevuld. Met enige humor schetst hij deze zelf in zijn website. In grote lijnen komt deze hierop neer dat de in Waterford geboren Ier al gauw de onderdrukking van de Katholieke Kerk, de sociale miserie en de politieke turbulenties in zijn land achter zich wilde laten en daarom in de jaren tachtig naar Australië emigreerde. Daar kwam hij in aanraking met de plaatselijke kunstscène, ging schilderen en sloot aan bij de in 1999 opgerichte Australische punkrockformatie ‘Clann Zu’. Met dit ‘Melbourne’ clubje bracht hij enkele albums uit. Omstreeks 2002 keerde Declan echter terug naar zijn geboorteland, al bleef hij nog toeren en sporadisch songmateriaal leveren voor songs, video’s en animatiefilms. In al die woelige jaren waarin honger, gevaar, chaos en de pseudo-waanzin van Hieronymus Bosch om de hoek loerden bleef hij als een poëtische guerrillatroubadour overeind, constant materiaal voor zijn songs absorberend en stockerend.

SONG OF A THOUSAND BIRDS
In 2005 werkte hij in een eenzame flat in Dublin aan zijn eerste soloalbum ‘Song Of A Thousand Birds’ dat na anderhalf jaar creëren eindelijk in 2007 kon worden uitgebracht. De dramatische poëet wikt en weegt vooraleer zijn muziek los te laten. De songs zijn van een huiveringwekkende schoonheid. Op deze eersteling hoor je nog enkele andere Ierse muzikanten die eraan meewerkten, o.m. Turlough Gunawardhana met cello, Adrian Hart met viool en Russell Fawcus met piano. Declan zelf benoemt zijn stem als zijn krachtigste communicatiemiddel. Met die stem tast hij alle nuances af van het verborgen en zichtbaar wereldleed. Die stem werd al vergeleken met Jeff Buckley, Damien Rice en Anthony & the Johnsons. Toch hebben zijn versplinterde klachtsongs een eigen Ierse afdruk met de littekens van het historisch verleden. In zijn eigen Keltisch taalidioom roept hij mythische beelden op, verbindt hij bitterheid met poëzie en voert hij oppositie tegen het sociaal onrecht of het beknotten van iemands vrijheid. Maar hij zingt ook in ‘Throw Your Arms Around Me’ over armen die klaar staan om je te troosten wanneer je door de diepste ellende waadt. Zijn songteksten illustreert hij quasi surrealistisch in het bijhorend tekstboekje. Elk van zijn songs zou je kunnen uitlichten.‘Leaves In The Autumn’, spaarzaam begeleid, resoneert als een oeroude ballade over immense vlaktes. ‘Slow Dissolve’, met schreiende viool smacht naar de immer verloren geliefde. Aan de melodieën ‘Song Of A Thousand Birds’ met cello of ‘Someday Soon’ met piano geeft hij zoveel passie mee dat je als het ware meegezogen wordt naar zijn onderwereld waarin gekwelde gevoelens huizen. Je aarzelt om er in af te dalen. De aanklampende intense stem met verschillende klankkleuren en toonhoogtes laat je echter geen keus.

A FIRE TO SCARE THE SUN
Dit najaar kwam zijn tweede album uit ‘A Fire to Scare the Sun’, opnieuw een magisch album waarin de intuïtieve verbeelding hoogtij viert. Weer trok hij zich terug in diezelfde verlaten kamers in Dublin om er één voor één zijn tristesse songs te componeren, wat meestal op een lijdensweg uitdraait. Tot hij het proces los liet en de songs voor zichzelf liet spreken. Zijn stem schreeuwt zijn wanhoop uit alsof hij zijn eigen en andermans pijn wil uitdrijven. In de zomer maakte ik hem nog Live mee tijdens een folkfestival waar hij in de gewijde stilte van een Kapel een haast sacrale sfeer creëerde met zijn donkere songs. Zijn hoge stem en de onaardse cellobegeleiding brachten je in een stemming alsof je gedoopt werd in mythologisch wijwater. Op dit album sluiten andere muzikanten met hun gevarieerde instrumenten naadloos aan bij de sfeer. Celliste Mary Barnecutt en violiste Cora Venus Lunny met viool, viola en zang begeleiden nostalgisch. Andere voegen onderhuidse doffe dreiging toe, zoals James Dunne met drums en Brian Hogan - van de band ‘Kíla’- met lapsteel. Voor singer-songwriter Declan is muziek componeren zoveel als voedsel, drank en ademtocht tegelijkertijd. Alsof hij gekluisterd zit in zijn eigen gevoelswereld, van waaruit zijn zang oprijst als het enig mogelijke bevrijdingsmiddel. Zelfs in een ietwat opgewektere melodie als ‘On And On’ gaat het nog over de fatale levenscyclus en het concert van de dood. Andere toppers zijn ‘Diamonds’ en Johanna’, het ene een droefgeestig troostend liefdeslied, het andere een hopeloos afscheidslied met klokkengelui. Het heftige’ 57 Years’ welt op als een kreet om hulp. ‘Scraps to Feed Bones’ vloeit ogenschijnlijk lieflijk voorbij met het gefluisterde ‘got to let you go’. Moeilijk om een song onvermeld te laten, want zij hebben allen de schittering van bevroren tranen of kristallen scherven. Toch gaat er iets troostend vanuit, zoals hij met zijn zang imaginaire herinneringen en beelden oproept. In het allerlaatste ‘Red Forests’ met intrieste cello zingt de troubadour zielsmooi ‘there is beauty in the darkest of things’, daarmee de kern van zijn muziek rakend. Mocht er een Top Drie zijn van de songs van het Jaar, dan hoorde dit breekbaar kleinood er zeker bij.

(Marcie)