BRUCE COCKBURN

 

Artiest info
Website    
Myspace    

Video Video

Label: True North Records
Distr.: Codaex

 



De Canadese singer-songwriter Bruce Cockburn maakt al sinds 1970 platen, en leverde in de jaren tachtig met "Stealing Fire" en "Nothing But A Burning Light" wat mij betreft zijn beste werk af. En om gelijk met de deur in huis te vallen: "Slice O Life - Live Solo" is de nieuwste plaat, een live album! Waar vorige live recordings: "Circles in the Stream" (1977), "Live" (1990) en "You Pay Your Money and You Take Your Chance" (1997), allen opnames met band zijn gaat hij nu op deze dubbelaar volledig solo. Opnames die gebeurden vorige zomer in de VS en Quebec, en waarbij Colin Linden Cockburn's muzikale mengeling van folk, jazz en wereldmuziek in combinatie met Cockburns cynisme, hoop en openhartigheid mooi heeft weten te produceren. In afwachting kan True North records voor wat het oeuvre van Cockburn nog wel even vooruit. Reden temeer om een worp van een aantal albums, die meestal als DeLuxe editie verkrijgbaar zijn op ons los te laten via hun nieuwe distributeur Codaex. In willekeurige volgorde van uitgave zijn nu o.a. "In The Falling Dark", "Further Adventures of", "Dancin' in the Dragon's Jaws", "Inner City Front", "The Trouble with Normal", "Live", "High Winds White Sky", "Humans", "Stealing Fire", "Sunwheel Dance", "Circles in the Stream" en "Big Circumstance" weer gemakkelijk verkrijgbaar.

Bruce Cockburn werd in 1945 in Ottawa geboren. In 1969 bracht hij zijn eerste plaat uit. Inmiddels heeft hij ruim 30 platen en cd’s op zijn naam. In Canada (en in mindere mate ook daarbuiten) heeft hij een grote en trouwe schare fans. Zijn aanvankelijke folk-stijl smeedde hij met de tijd door de verwerking van allerlei verschillende invloeden (rock, jazz, blues e.a.) om tot een geheel eigen geluid met vele gezichten. Over het werk van de vroege Cockburn hangt een spiritueel waas, dat op zijn best vaag genoemd kan worden. Dan bekeert hij zich in 1974 tot het christendom en gaat hij teksten schrijven vol mooie en rijke religieuze symboliek. Je zou de jaren 1970-1980 Cockburns periode van oriëntatie kunnen noemen. Zo is "High Winds White Sky", zijn officiële tweede plaat uit 1971, een wonderschone akoestische plaat, waarbij vooral al opvalt hoe vloeiend zijn gitaarbeheersing is. Hierop zijn ook duidelijk nog Greenwich Village sporen te horen, waarbij het vooral leuk is te verwijzen naar de twee bonustracks die er op "High Winds White Sky" te horen zijn, waarschijnlijk de allereerste bekende live-opnamen van Cockburn. Van droomplaat een hele stap voorwaarts naar wat velen beschouwen als Cockburn’s beste: "Humans" uit 1980, het jaar dat hij in een geestelijke crisis terecht komt. Een op de klippen gelopen huwelijk na 10 jaar en een verhuizing van het Canadese platteland naar het stedelijke Toronto laten zo zijn sporen achter. Rottig voor de vent die het meemaakt, maar wat kan hij dat meesterlijk mooi verwoorden, losjes en veelal in de door hem zo geliefde reggaestijl. Al luisterend bekruipt je zélfs een aantal keer het gevoel dat ene heer Zimmerman moet oppassen voor zijn positie, al is dat dan met terugwerkende kracht. Deze opeenstapeling van gebeurtenissen lijkt voor Cockburn de scheidsmuur doorbroken te hebben tussen zijn eigen veilige wereldje en de onveilige politieke en sociale werkelijkheid van de moderne wereld, getuige zijn album "Inner City Front". Dat Cockburn een periode van desoriëntatie doormaakte, wil niet zeggen dat hij ook van zijn geloof was afgevallen. Het leek er eerder op dat hij in geestelijk opzicht sterker uit de crisis tevoorschijn kwam, zoals zo vaak het geval is. De desoriëntatie leidde tot heroriëntatie. Voor Cockburn betekende deze heroriëntatie dat hij nu meer politiek getinte songs ging schrijven. Vanaf zijn eerste platen was reeds duidelijk dat Cockburn een singer- songwriter was waarmee we in de toekomst rekening moesten gaan houden. Van zijn discutabele beste naar in ieder geval zijn best verkochte: "Stealing Fire" met hierop zijn bekende hit "If I Had A Rocket Launcher". Maar voor de rest ook een excellente plaat met zelfs een romantisch swingend repertoire. Vastgesteld kan worden dat de spirit van Bruce Cockburn inmiddels velen heeft aangesproken, niet in de laatste plaats door de vorm waarin deze gegoten wordt. Of het nu jazz, blues, reggae, of ander soort wereldfolk is, hij komt er schijnbaar achteloos mee weg. Niet voor niets kreeg hij in 1997 een Honorary Doctor of Music Degree op de Berklee College of Music, waar hij jazzcompositie studeerde.

SLICE O LIFE LIVE SOLO
Cockburn heeft tal van live-cd’s, allen opgenomen met band gedurende zijn meer dan 40 jaar carrière. Zijn akoestische benadering van de muziek is altijd al zeer belangrijk geweest, maar tot nu was dit nooit live op plaat gezet. Deze dubbel-cd is een mooie collectie van 25 liedjes uit alle verschillende stadia van Cockburn's carrière, opgenomen in mei 2008 in de VS en Quebec gedurende een tiental shows. Naast Cockburn's bekende collectie aan songs als "World of Wonders", "Lovers in a Dangerous Time", "How I Spent My Fall Vacation", "Wondering Where the Lions Are", "If I Had a Rocket Launcher" en "Tie Me at the Crossroads" vinden we ook meer rustige instrumentals terug. " Wait No More" en "Celestial Horses" uit Cockburn’s "You’ve Never Seen Everything" uit 2003, worden hier werkelijk een nieuw kleedje aangemeten. Slechts enkele covers, waaronder "The Trains Don’t Go There Anymore", een song co-written met Ottawa’s dichter Bill Hawkins. Van de laatste optredens is er ook een fijne versie van zijn vroege klassieker, "Mama Just Wants to Barrelhouse All Night Long". Cockburn heeft vaak de invloed van de blues op zijn muziek laten doorschemeren, in het bijzonder het werk van de echte country-blues pioneers als Mississippi John Hurt. Dit bluesgevoel krijgen we ook terug op "Slice O Life" met Cockburn’s versies van Blind Willie Johnson’s "Soul of a Man" en "City is Hungry". Maar steeds komt zijn zeer persoonlijke stijl, virtuoze vingervlugheid gekoppeld aan een wijde verbeeldingskracht tot zijn recht.