THE LOW ANTHEM



Artiest info
Website  
Myspace  

 

 

Ben Knox Miller, folkmuzikant, singer-songwriter en schilder, afkomstig uit Providence, Rhode Island vormde aanvankelijk met Jeffrey Prystowsky een folk/rock duo. Medeoprichter bluesman Dan Lefkowitz haakte later af. In het najaar 2007 voegde Jocie Adams zich bij het overblijvende duo, klassiek geschoold. Jeff Prystowsky uit New Jersey had als jazzbassist weer een andere achtergrond, maar alle drie hebben zij klassieke compositieleer gestudeerd en zich in de Amerikaanse folktraditie verdiept.

Wat het huidig Amerikaans trio verbindt is hun liefde voor ondefinieerbare muziek, dat de grenzen aftast tussen folk, experimentele en traditionele muziek. Daarbij creëren zij een typische sound waarin zwaartepoëzie een huwelijk sluit met onaardse instrumentatie. Hierbij kunnen zij kiezen tussen zo ongeveer vijftig instrumenten. Voor hun laatste album werden naar schatting zevenentwintig instrumenten aangewend zonder dat dit ergens overdadig aandoet. Een muzikaal wonderlijk ensemble is geboren.

Eén jaar na hun titelloze cd uit 2006 kwam in eigen beheer het album ‘What The Crow Brings’ uit met elf songs. De titels alleen al spreken tot de verbeelding en verraden een gekwelde ziel. De dood is nooit ver weg. Verbleekte beenderen, een grafsteen, een stervende hond en de maan die dit alles vaal beschijnt behoren tot het universum van het trio. Zelfs de enige cover op het album, ‘Keep On The Sunny Side’ van Billy Murray, laat met tegenzin wat zonneschijn toe in de melancholische melodie. De opnameapparatuur lijkt hier en daar wat te stuntelen, maar zelfs dat onaffe draagt bij tot de ‘condition humain’ waarin de muzikanten gekneld zitten en die zij met mooie metaforen illustreren.

Vervreemding en desolaatheid werpen hun schaduw op de ziel nog versterkt door de variatie van instrumenten met o.m. mandoline, harmonica en orgel. Enkele lyrische pareltjes springen er uit zoals ‘Bless Your Tombstone Heart’ en ‘Sawdust Saloon’. Het mistroostige ‘This God Damn House’ werd nog geschreven door ex-lid Dan Lefkowitz en gaat mee op in de algemene atmosfeer waar ballade, wiegenlied en doempoëzie elkaar afwisselen. Met dit album, voor honderd procent eerlijk en vervoerend, vouwde Low Anthem een transparant laken uit waarop alle latere songs hun schitter kunnen reflecteren.


In 2008 bracht het trio ‘Oh My God, Charlie Darwin’ uit in beperkte oplage met eigenhandig geschilderd hoesje. Het schijnt dat Providence bekend staat om zijn zeefdrukkunst. Dit album kwam tot stand in een koude winter op Block Island. Mochten er bij Rootstime sterren worden uitgedeeld dan had dit album er destijds vier gekregen afgaande op de recensie.

Al bij de eerste song ‘Charlie Darwin’ is het alsof de hemelpoort opengaat en een wraakengel zingend naar buiten treedt in een aura van onaardse instrumentatie. Toch hellen de thema’s in Ben Miller’s songs eerder over naar de donkere zijde van onze aardbol waar licht en schaduw elkaar bekampen en metafysisch onheil dreigt. Zelf componeerde Miller al zijn songs. Slechts voor één cover bezweek hij, namelijk de gecombineerde Jack Kerouac/Tom Waits song ‘Home I’ll Never Be’. Niet toevallig, want deze invloeden hoor je ook in zijn songs. Miller beschikt daarboven over een hoogst originele zangstem die alle toonaarden aankan. Soms is deze bedrieglijk engelachtig, maar in ‘The Horizon is A Beltway’ gaat hij bijzonder gruizig tekeer alsof zijn mentale horizon effectief in brand staat. Op ‘T’cket Taker’ herinnert hij dan weer aan Josh Ritter.

De originaliteit van dit album houdt verband met een plejade van inheemse en uitheemse instrumenten. Tibetaanse ‘Singing Bowl’, citer, pomporgel, drum en allerlei kosmosgeluiden vleien zich naast meer traditionele instrumenten zoals klarinet, gitaar, violen en mondharmonica. Zowel in de instrumentatie als in de teksten gaan zwaarte, doemdenken, melancholie en bespiegeling hand in hand. De weemoedige samenzang in ‘Cage The Songbird’ maakt deze tot een eigentijdse Spiritual. ‘OMGCD’ klinkt als een verscheurende Gospel, gevangen in de evolutieleer.

Maar de absolute hoogvlieger is het huiveringwekkend mooie ‘To Ohio’ met die allesdoordringende treurnis omwille van de verloren geliefde die niet wederkeert.

Dit begenadigd trio plooide zich niet terug in een cocon, maar hield ogen, oren en geest wijd open om alle wereldse en atmosferische invloeden te absorberen, zowel oud als nieuw. Alsof zij de formule kennen om zwarte sneeuw uit de hemel te schudden.

Dit album kwam nu in een ge-remasterde editie bij Nonesuch uit. Een gespecialiseerd bedrijf heeft het schilderwerk overgenomen van de 20.000 albums zodat de muzikanten nu geest en handen vrij hebben voor hun zielsmooie muziek.

Marcie