BEN PRESTAGE



Artiest info
Myspace  
Info: BLUESnROOTS
 

video

 



 

 

Iemands muzikale wortels kunnen voorvaderlijk ver worden getraceerd. Het spreekt tot de verbeelding als je je kan beroemen op een overgrootmoeder die faam genoot als vaudeville artieste en met een medicine show meereisde, wanneer je grootvader een deelpachter was en je eigen moeder een pianiste met voorkeur voor boogie woogie. Bovendien schonk vader Kenneth Prestage aan zijn zoon Ben een zelfvervaardigde lapsteel gitaar die tot heden tot zijn muzikale uitrusting behoort.

Muzikant Ben Prestage heeft het dus van geen vreemden wanneer hij vandaag als een ‘one man band’ furore maakt. Zijn speelterrein bepaalt hij zelf of het nu in de Beale Street in Memphis is, de kleinere clubs of bars op zijn reisweg of grotere folk- en bluesevenementen. Overal staat hij zijn mannetje met een variatie van instrumenten, waaronder de gitaar, banjo, bluesharp en een drumkit. Maar ook handgemaakte instrumenten zijn inmiddels zijn handelsmerk. Tot tweemaal toe mocht hij de ‘Lyons/Pitchford Award’ ontvangen als ‘best diddley-bow’ speler. Een vriend van hem, John Lowe uit Memphis, vervaardigde dit instrument voor hem.

Opgegroeid in de Staat Mississippi verhuisde Ben later naar Florida waar hij de grondlagen van de Mississippi muziekcultuur combineerde met de swampblues van Florida. Inmiddels doorkruiste hij de Staten van Amerika van Californië, over Tennessee en Carolina tot zijn huidige woonplaats Florida, vanwaar hij oversteekt naar Europa. Bovendien vindt hij tijd om albums uit te brengen, tot heden vijf, die allen op goede kritieken werden onthaald.

Zijn eerste album dateert van 2002. Op ‘Instrumental Instability’ met akoestische nummers komt zijn fingerpickend gitaarspel goed tot zijn recht. Hij speelt daarop tien instrumentale covers plus één van hemzelf. Zijn selectie loopt uiteen, ragtime en bluesgrass, van Michael Hedges tot Leo Kottke. Het meest herinnert hij nog aan John Renbourn wiens ‘Judy’ hij speelt.
Al deze covers arrangeerde hij in het licht van een volle maan, deze afstemmend op zijn eigen gemoedsstemmingen. Bij de eigen compositie ‘Renee’s Waltz’ lijkt hij zich zo af te zonderen in tedere herinneringen. Bij de traditional ‘Listen To The Mockingbird’ creëert hij de intimiteit van twee geliefden bij avondlicht of het eerste ochtendgloren. Zijn gitaarspel lijkt warmte af te geven. Zelf zegt hij van dit album dat deze uitermate geschikt is om bij gedempt licht te beluisteren.

Eén jaar later gaat hij met ‘Beale Street’ een andere richting uit, parallel aan de tijd toen hij in Memphis als ‘one man’ band de aandacht trok. Een andere tijdgenoot ‘one man band’ Richard Johnston had het hem voorgedaan. Aan zijn performance met gitaar voegde Ben nieuwe instrumenten toe o.m. de dobro en een drumkit. De Lowbow of bespannen sigaarbox en diddley-bow, een plank met een snaar erop gespannen, komen later. Ben Prestage zingt nu ook en zijn hese stem misstaat niet naast deze van Bukka White, met wiens ‘Jitterbug Swing’ hij opent.
De sfeer op dit album roept de vooroorlogse jaren op van de countryblues. Afgaande op zijn drie eigen composities drinkt hij precies uit dezelfde morsige bekers en proefde hij hetzelfde opwaaiende korrelige stof. Zijn eigen ‘Memphis’ met banjo en de traditional ‘Preachin’Blues’ verplaatsen je in gedachten naar de drukke straten in Memphis waar de bluespioniers een hoekje veroverden om er met hun rauwe blues wat bij te verdienen. Het album kwam trouwens tot stand in de Webb Studios te Memphis en de twee laatste nummers zijn live opnames, zodat je een idee krijgt hoe authentiek de bluesman op een podium klinkt. Ben Prestage liet dit album opvolgen door ‘Down-Home & Home-Made’ in dezelfde mood van eerlijke ongepolijste blues.

Zijn vierde studioalbum ‘Real Music’ kwam uit in Florida uit 2007. Hierover schreef Rootstime.be :
Deze plaat past niet alleen in de stijgende lijn van de vorige cd, maar overtreft zo mogelijk de verwachting, want Ben Prestage weet zijn minimalistische stijl nog verder uit te bouwen. Met opener ‘I Wish I Was a Catfish/ Backdoor Man’, voorzien van aanstekelijke ‘heartbeat’ drum en aangepast gitaargeluid, laat hij meteen de vooruitgang horen. Deze openingstrack legt meteen de herkenbaar meeslepende en minimalistische blues van Ben Prestage vast, hetgeen de luisteraar al gauw in vervoering weet te brengen met alle rauwheid van zijn rurale blues. Zoals R.L. Burnside of Junior Kimbrough, wisselt Prestage met zijn krachtige stem schijnbaar moeiteloos af.

De opbouw van de nummers is niet zo gevarieerd, want we horen voornamelijk één-akkoord songs, zoals we die kennen van de traditionele worksongs. Laat dit echter geen minpunt zijn, want ‘Real Music’ staat vol met opwindende rauwe blues, 16 juweeltjes die aantonen dat we hier te maken hebben met een topmuzikant die schitterende songs kan brengen als een hap zand uit de banken van de Mississippi met de variatie van funky Americana, ragtime, dark gospel, alcohol-fueled hill countryblues en Florida Swamp muziek.
Buiten de titeltrack en ‘The Ambitious’, zijn alle andere songs covers van legendes als Willie Dixon, Big Joe Williams, Bukka White en Skip James. Op een aantal tracks krijgt hij echter hulp van Bruce Johnson op harmonica en Mark Campbell op tuba en jug. Als ze met hun drietjes samenspelen, zoals in de traditional ‘Vicksburg Blues’ en in Skip James ‘Lazy, Lazy Bones’, zijn dit meteen hoogtepunten op deze cd net als Bukka White's ‘Good Gin’ waar de muzikant een potje slide toevoegt.

Het dubbel album ‘Live At Pineapple Willy's’ uit 2008 geeft een idee hoe Ben Prestage op een festival ongetwijfeld zal scoren met zijn eigensoortige ongepolijste muziek, mengeling van oud en nieuw. Op je eentje een publiek vermaken is niet vanzelfsprekend maar pak een sigaarbox-gitaar op of gebruik één van de traditionele instrumenten en je krijgt een bluessfeer met grote authenticiteit waar ziel, lijf en spirit samenklitten. Daarnaast varieert Ben op dit ‘two disc’ album met dobro, voetdrums en zijn ineengeknutselde gitaar.
Zijn repertorium lijkt zich nog uit te breiden waarbij hij naadloos eigen nummers tussen die van zijn idolen vermengt. Traditionals, ragtime, dixie, spiritual, instrumentaal of gezongen, préwar/klassiekers of eigen inspiratie, in de set van Ben Prestage komt het over als aangespoeld slib van de beide oevers van de Mississippi. ‘Someday Baby’ of ‘Cocaine Blues’ klinkt alsof zijn voorgangers Sleepy John Estes en Tampa Red hem persoonlijk coachten. Of hij nu het fantastische ‘Alleghany County’ speelt of het intense ‘Going Down South’ zingt, hij gelooft met elke vezel in wat hij doet. Wanneer hij zich uitleeft in de fellere nummers geselt hij zijn gitaar alsof hij de hete adem van de duivel voelt. En ‘Confusion’ wordt vast en zeker één van mijn verzoeknummers als ik daartoe Live de kans krijg.

Op het getekende logo op de binnenhoes heeft een alligator de plaats ingenomen van Ben Prestage achter de drumkit. Geen betere symboliek om de blues van Prestage te duiden en te visualiseren.

Marcie