THE WIYOS



Artiest info
website  
Myspace
 

Info: Powderfinger Promotions

 

Porcupine (2003)

Hat Trick (2006)


The Wiyos (2007)


Broken Land Bell (2009)


The Wiyos maken een mix tussen ragtime, country, folk en blues. Deze live band bij uitstek brengt in ieder geval een ode aan traditionele muziek. De vaste leden van The Wiyos zijn Joseph 'joebass' DeJarnette (staande bas, vocals), Parrish Ellis (resonator, archtop gitaren, guitjo, banjo, ukulele, vocals), Michael Farkas (wasbord, harmonica, kazoo, vocals, sound effects) en Teddy Webber (steel gitaar, vocals) en een paar vrienden. Aanvankelijk was deze band een trio, kregen van laatst vernoemde Teddy Webber reeds muzikale steun op vorige releases, maar door de jaren heeft hij wel zijn plaats opgeëist in deze Newyorkse band die elkaar een tijdje voor het millennium vonden als straatzangers, de naam overnamen van de legendarische NY/Ierse straatband, the Whyos, en nu samen de zogenaamde traditionals uit de vergetelheid halen, waarmee ze het Amerikaanse erfgoed opnieuw onder de aandacht brengen. ... maar steeds in hun entertainende door folk, blues, jazz, country, music-hall doordrenkte stijl. Kortom Americana in zijn vele facetten.

The Wiyos maken muziek die u terug naar een vroegere tijd brengen, waar de swing en de stringband-muziek, toen in de belangstelling stonden. Tijdens de periode 2000 -2003, heeft dit beginnende trio een brede waaier van opmerkelijke optredens in clubs, concerthallen en festivals door heel het land afgewerkt. Zo konden zij het podium delen met Maria Muldaur, The Asylum Street Spankers, Tab Benoit, Del McCoury, Bob Margolin, Gary Primich, Duke Robillard, Robinella & the CC Stringband, The Howard Fishman Quartet en Paul Curreri. In die korte tijd dat The Wiyos niet aan optredens dachten, doken zij voor hun debuut "Porcupine" een paar weken de Disgraceland Studio's in Virginia binnen om daar de tracks vast te leggen. Dit album is zowel een nauwkeurige opsomming van de songs van hun live optredens als van hun veelbelovende toekomst als songwriting. The Wiyos weten in hun muziek de geest van de jaren '20 en de jaren '30 te weerspiegelen, toen de zwarte en blanke muzikale tradities zich vaak mengden en er in het genre van muziek geen onderscheid werd gemaakt. Was het nu blues en country, ragtime en gospel of swing en hillbilly -muziek, het maakte allemaal niet veel uit. Hun muziek kan je best vergelijken met die van The Blue Ridge Mountains, met daarbij de invloeden van Django Reinhardt, Fats Waller, the Mills Brothers en Jelly Roll Morton, ondersteunend met de countryklanken van Gary Davis, Blind Blake, Sonny Terry of Doc Watson. Al met al is het een prachtig collectie songs geworden van een groep die door countryblues, ragtime, swing en 'old-time', Americana te vermengen een genre voor zichzelf creëerde.

"Hat Trick" ligt volledig in het verlengde van hun debuut en ademt verder de muziek van die vroege jaren van de vorige eeuw. En dat kunnen allerhande stijlen zijn, van blues en jazz tot country. De Wiyos lopen over van enthousiasme voor de muziek uit die tijd hetgeen ze wederom weerspiegelen op deze plaat. Producer van deze plaat is Perry Margouleff, die in het verleden mooi werk leverde met rockbands als Aerosmith, the Rolling Stones en Jimmy Page, en met deze ervaring dit album veel voller laat klinken dan hun debuut. Met dobro, staande bas, wasbord, kazoo en verschillende soorten toeters roepen de Wiyos de muziek uit hun favoriete periode op. Een echte stringband kun je The Wiyos vanwege hun bezetting niet noemen, maar ze hebben wel dezelfde basishouding, waardoor het luisteren naar dit trio een puur genoegen is.

De muziek op hun derde cd "The Wiyos" werd zoals de voorganger volledig analoog en met slechts twee microfoons vastgelegd. Live, zonder overdubs of digitale poespas en in drie dagen tijd, met wederom Perry Margouleff als producer. Dat het nog steeds mogelijk is om op een dergelijke manier een goede plaat af te leveren bewijzen de twaalf nummers die stuk voor stuk staan als een huis. Dit is de muziek van de string- en jugbands van weleer. Slim verweven met invloeden uit country, bluegrass en vroege blues en op smaak gebracht met een pittig sausje op basis van hot jazz en humor. Wie bij het horen van volbloed swingers als "Everybody Loves My Baby" en "Caught Us Doing It" geen spontane glimlach om de mondhoeken voelt spelen moet dringend wat minder azijn drinken. Ritmisch voortgestuwd door een vrolijk pompende bas en los uit de pols geharkte Djangogitaartjes maken de grappige vocalen alsmede toeters en bellen uit de Spike Jones-stal deze nummers onweerstaanbaar. Hetzelfde geldt voor de Wiyos-versie van "I Can't Dance" waarin een schetterende kazoo en een hyperkinetische ukelele elkaar voortdurend achterna jakkeren. Het hoeft echter niet altijd om te lachen te zijn. Dat de heren niet voor één muzikaal gat te vangen zijn bewijzen ze uitvoerig met de uitstekende bluegrass-nummers "Side By Side", "Twenty Feet Of Water" (met een glansrol voor de mondharp) en het prachtig gezongen "Number Nine". Ook het weemoedige, op stille-zondag-voormiddag-toon gezongen "Hudson Valley Line" is van elke humoristische inslag gespeend maar daar krijgen we een prachtige countryballade voor in de plaats.

De doordringende ‘wietlucht’ van hun vorige cd's is niet eens opgetrokken en het volgende juweeltje van The Wiyos belandt nu bij Rootstime. Jaren geleden is deze akoestische band begonnen als een hobbygroep maar bijna tien jaar later kan het, nu als viertal prat gaan op hun muzikale prestaties, vooral toe te schrijven aan de feilloze beheersing van alle gebruikte instrumenten hetgeen bijdraagt aan de hoogstaande kwaliteit van hun releases. The Wiyos opende deze zomer voor de Bob Dylan / Willie Nelson / John Mellencamp zomer tour, en weten ons nu te verrassen met hun eerste schijf met enkel originals. Maar wederom horen we op dit nieuwe album "Broken Land Bell" een gevarieerde mix van blues, country, jazz, ragtime en alles wat niet hip is. Alshetware, het ideale recept voor een lange rit naar het zonnige zuiden. Met een hartverwarmende verbroedering van vooroorlogse blues, kitscherige country, en authentieke jazz roept dit eigenzinnige collectief soms herinneringen op aan de western swing van Bob Wills, de blues van Blind Willie McTell, de jazz van The Washboard Rhythm Kings en combineert dit met de mijmeringen van een Beck en de creativiteit van een Beatles' schijfje. De melancholie moet regelmatig wijken voor een schaamteloze meligheid, maar desalniettemin weten The Wiyos voor een aangename afwisseling te zorgen in een genre dat overheerst wordt door jammerende troubadours. Opmerkelijk blijft de instrumentatie. Niet alleen doen zij de ukeleles, wasboorden met toebehoren van toeters, bellen, bekkens, tinnen theekop, etc.. terugkeren in de popmuziek, maar als voornaamste ingrediënt is het toch wel die sfeer die ze op iedere cd overbrengen, stijlen als ragtime, vaudeville, blues en country gooien The Wiyos in de blender en halen daar een heel eigen sound uit. Parrish Ellis schreef vijf van de twaalf composities en lijkt met iedere Wiyos- release beter te worden. Ellis speelt bovendien gitaren, banjo en de banjo-ukelele. De andere schrijvers bij de band zijn Teddy Webber en Michael Farkas, schreven ieder drie en vier ijzersterke en vooral humoristische nummers, die zich kunnen meten met het beste op stringbandgebied. Michael Farkas hanteert het wasbord, de kazoo en de mondharmonica op een manier die je nog niet eerder hoorde. Vooral zijn mondharmonicaspel, zoals in het nummer "Angeline" is soms verbijsterend goed. Luister ook eens naar "Stomp", een onversneden low-down song, beetje blues uit de Delta, maar al zingend gedaan met een soort mondtrompet of de bluegrassy blues stamper "All Aboard". De stemmen worden in dit nummer andere instrumenten, hetgeen meteen een uitbreiding van geluid voor deze band betekent. De muziek is vrolijk, interessant en zeer ingenieus, zonder dat het de rauwe kracht van de blues verliest, en dat is heel knap. Aanstekelijk gespeeld en gezongen, met veel verrassende details in de inventieve arrangementen. Je wordt in deze muziek meegesleurd, terwijl je tegelijkertijd met open mond naar de geniale constructies van de composities zit te luisteren. Intiem, subtiel, stevig, prettig rammelend, en dat allemaal bijna een uur lang. Een heerlijke cd, die je niet snel meer loslaat en die na een tijdje toch behoorlijk onder je huid kruipt.