| AMAZING BLONDEL | |||||||||
1996 Eddie - 1999 John & Eddie - 1999
MULGRAVE STREET - 1774
INSPIRATION - 1975
LIVE IN TOKIO - 1977 |
In de seventies zorgde het Engelse progressieve folkrock bandje ‘Amazing Blondel’ voor een nieuw en fris geluid met een soort innoverende laatmiddeleeuwse muziek met Renaissance elementen. Eddie Baird, Terry Wincott en John Gladwin lagen aan de basis en begonnen tezamen aan een reeks albums, die opvielen door hun klankrijkdom en de meerstemmige zang. Het drietal, afkomstig uit Scunthorpe en Hampshire, kon tal van instrumenten bespelen, wat mede de aparte sound genereerde die zo typisch is voor Amazing Blondel. De naam ontleenden zij aan de figuur van Blondel de Nesle, een minstreel aan het hof van Richard I, beter bekend als Richard Leeuwenhart. Amazing Blondel - 1972 Aanvankelijk startten zij als
een trio en brachten onder de naam ‘Amazing Blondel’
een viertal albums uit op Island Records, platenlabel dat originaliteit
op het oog had en commerciële doeleinden ondergeschikt achtte. Hun innovatieve muziek, ook nog omschreven als klassiek/Elizabethiaans met Britse accenten en vleugjes humor, sloeg aan en de groep begon intensief te touren door gans Europa. Hun drukke agenda en alle stress rond het touren eiste echter ook zijn tol en met het wegvallen van leadzanger John Gladwin eindigde de samenwerking van het driemanschap. Zij bleven echter in het collectieve folkgeheugen herinnerd als het magisch groepje, drie bevlogen Engelse minstrelen, die zich zowel op Lp-covers als Live in concertzalen, kathedralen en clubs in bijpassende kledij omhulden en het publiek deden verstommen met hun prachtige muziek. Eddy, John & Terry - 1972
Daarmee begon in 1973 voor ‘BLONDEL’ de tweede fase in hun carrière, ditmaal echter zonder John Gladwin, die behalve leadzanger toch de voornaamste songschrijver was. Eddie Baird zou die dubbele rol van singer-songwriter echter met succes overnemen al was zijn stijl enigszins verschillend van die van multi-instrumentalist Gladwin. In 1973 werd het purperen album ‘Blondel’ uitgebracht, waarvoor Baird alle songs schreef en waarop ook Steve Winwood en Paul Rodgers te horen zijn. Bas en drum worden aan het akoestisch geheel toegevoegd. Na deze vernieuwende start volgen nog ‘Mulgrave Street’, ‘Inspiration’, ‘Bad Dreams’ met als laatste ‘Live In Tokio’, uitgebracht in 1977. Het zijn deze albums die nu door het platenlabel ‘Talking Elephant’ opnieuw werden uitgebracht.
In MULGRAVE STREET uit 1974, geproducet door John Glover en Phil Brown, blijven Eddie Baird en Terry Wincott hun muziek met pavanes, opus, ballades en folkrock getrouw. De instrumenten zijn als vanouds elektrische en klassieke gitaar, piano en fluit. Eddie Jobson komt erbij met viool en moog, wat het wegvallen van Gladwin wat compenseert. Opnieuw kan je kuieren in de wonderlijke imaginaire wereld van landheren en hoofse lieden. Van de elf songs schreef Baird er negen. Wincott schreef de andere twee. Met ‘Light Your Light’ en ‘See ‘em Shining’ had Baird moeiteloos de hand van adellijke freules kunnen veroveren. Op ‘All I Can Do’ speelt John ‘Rabbit’ Bundrick piano en laat zich niet door een gebroken rechterarm afremmen. De muzikale uitstapjes in het folky symfonisch verleden zijn nog lang niet ten einde.
In INSPIRATION uit 1975 krijgt het duo Baird-Wincott de ondersteuning van een orkest. De heren Del Newman en Adrian Hopkins schreven de arrangementen. ‘Inspiration’ krijgt hierdoor een meer klassiek allure. Dat geeft melancholische accenten bij ‘Thinking Of You’ en pastorale mood bij het lieflijke ‘The Lovers’. Het laatste volledig instrumentale ‘They’re Born, They Grow And They Die’ komt zelfs over als een balletcompositie waar fragiele ballerina’s de choreografie van het leven uitbeelden. Behalve het klanktapijt van violen hoor je nog de hoornarrangement en de piano van Dave Skinner, wat voor afwisseling zorgt in het verder homogeen geheel. De songteksten komen van Baird en passen bij de atmosferische muziek die zich normaal in concertzalen afspeelt. In het fraaie ‘On A Night Like This’ waan je je in een rustiek landschap met de magie van een verzonken wereld. Maar soms is het alsof in de kalme stroming tussen groene oevers je de weerspiegeling opvangt van ene Crosby en Nash.
LIVE IN TOKIO uit 1977 werd niet in Japan, maar in Europa opgenomen. Verbeelding vond de groep altijd belangrijker dan geografische accuraatheid. Dit album markeert het voorlopig einde van ‘Amazing’, want het afscheid wenkte met insgelijks heimwee als in de song ‘Sad To See You Go’. Ook hier weer rijke orkestrale begeleiding met de twee zangers/muzikanten op het voorplan, die flarden van suites hernemen of er nieuwe versies aan toevoegen. Live wilden de troubadours nog eens tot uitdrukking brengen waar zij al die jaren hun ziel in legden. Machtige violen en intimistisch gitaarspel als een uitgeleide vergezellen de twee zangers. Bij ‘Young Man’s Fancy’ hoor je hun verwevenheid met alles wat Engeland literair en muzikaal groot maakte. Gelukkig stond ook het lyrische ‘The Lovers’ destijds op hun setlist dat qua breekbare mood Art Garfunkel’s ‘Bright Eyes’ evenaart, om maar iets te noemen. Met het afscheidsapplaus van het publiek sluiten zij af, daarmee een mooi hoofdstuk beëindigend als uit een fraai versierd uitvouwbaar Liedboek met fluwelen leeslint. Je weet echter dat het daar nog steeds ligt, klaar om door schatzoekers opnieuw geopend te worden, omdat bij schoonheid gedateerdheid niet aan de orde is.
|
||||||||