DUCK BAKER


 
Artiest info
website  
Myspace
 

CD Baby

 

 

 

In de seventies was de in 1949 geboren Richard R. ‘Duck’ Baker al een vermaard en virtuoos fingerpickend gitarist op dezelfde hoogte als de gitaristen Davy Graham, Stefan Grossman, Bob Brozman en John Renbourn. De Amerikaan uit Washington D.C. groeide op in Richmond, Virginia en verhuisde omstreeks1973 naar San Fransisco. Van kindsbeen af was muziek zijn hobby, aanvankelijk rock en heftige blues. Later werd het een zich naar alle kanten vertakkend beroep dat zich oriënteerde naar gitaar spelen, zingen, arrangementen schrijven, les geven, muziek recenseren en columns in een gitaarmagazine uitschrijven. Gitaar spelen kwam doorgaans op de eerste plaats.

Qua muziekgenres heeft Duck Baker zich nooit tot één richting beperkt, ervan overtuigd dat tussenschotten denkbeeldig worden opgetrokken. Dus put hij liefst uit het ganse gamma van folk en Keltische wijsjes tot ragtime, blues, western swing en jazz. Het meeste diept hij op uit zijn fenomenaal geheugen en de rijke Amerikaanse songschat. Vaak gaat hij over tot bewerkingen of improvisaties.
Zijn invloeden variëren naargelang de leeftijdfase, oude en nieuwe ontmoetingen of latere ontdekkingen wanneer hij naar de bronnen boort. Ooit waren dat Joseph Spence, Jelly Roll Morton, Scott Joplin en John Coltrane, later aangevuld met o.m. Thelonious Monk, Kieran Fahy, Salif Keita en Randy Weston.

Vanaf zijn eerste debuut Lp, ‘There’s Something for Everyone in America’ uit 1976, - die ik nog persoonlijk uit zijn handen in Leuven heb gekocht - tot deze recente albums, bleef hij uiterst productief, naast veelvuldige samenwerking met andere artiesten. Sinds kort woont hij in Londen, van waaruit hij op tournee gaat of instructieboeken gitaartechniek de wereld instuurt.

ROOTS & BRANCHES OF AMERICAN MUSIC

Dit album torst de gitarist op zijn eentje, waarin hij met fingerstyle vaardigheid uitvoering geeft aan voor het merendeel traditionals. Op originele wijze weet hij deze te bewerken alsof alle nummers geschreven zijn met focus op het instrument gitaar. Tussen de zestien tracks vind je slechts een drietal songs. Alle anderen zijn instrumentale nummers bestaande uit ragtime, swing, gospel, wals, hymne, ballade, blues, jazz en Iers/Schotse wijsjes. Hij vertolkt deze met grote virtuositeit alsof zowel de Afro-Amerikanen als de Ierse en Schotse immigranten zijn meest intieme vrienden/muzikanten waren. Aan elk nummer geeft hij in het infoboekje enige duiding wat de roots of inspiratie betreft.

Ongeacht de origine van de song, - de Schotse Hooglanden, de Appalachian of New Orleans -, heeft dit album een relaxt sfeertje. Met zijn ‘fingerstyle’ gitaar als locomotief loopt het speelse traject over heuvels en dalen in een wisselend landschap. Soms is de toon melancholisch zoals ‘Midnight On The Water’, opgewekt bij ‘Berkeley Hambone Blues’, frivool bij Whistling Rufus’, jazzy bij ‘Blue Monk’ en bluesy ironisch bij het gezongen ‘Say It Simple’. Vervelen doe je je nooit ook al brengt Baker alle tracks in solo uitvoering.

THE WALTZ LESSON – DUCK BAKER TRIO

In dit album speelt Duck Baker niet langer solo maar musiceert hij in trio. De aard van de meer jazzy nummers verschilt dan ook van de vorige, al blijft hij zijn akoestisch gitaarspel getrouw, een kruising van Chet Atkins en Merle Travis volgens kenners.

Hij krijgt het gezelschap van klarinettist Alex Ward uit Grantham, Lincolnshire en bassist Joe Williamson, Canadees van origine maar voor de rest wereldburger. Beiden hebben van muziek hun geestelijke woonst gemaakt met open venster op het jazzgenre, retro of avant-garde. Joe Williamson, nu residerend in Stockholm, zorgt met zijn bas voor een swingende onderstroom die de sfeer van nachtelijke clubs oproept. Zo doet ‘Mr. Syms’ van John Coltrane wegdromen, één van de twee covers. De overigen componeerde Baker zelf, het liefst wanneer hij onderweg was en gebruik makend van elke geïnspireerde pauze tijdens de drukke tournees van 1979 tot heden. Titeltrack ‘The Waltz Lesson’ is zijn meest recente, waarvoor de clown Pierrot model stond. Dochter Saana Baker verzorgde het artwork op de cover.

Het Baker jazz trio, in een drie-eenheid van gitaar, klarinet en bas, varieert verder met bebop, flamenco of filmische track. ‘Lefty & Me’ zou niet misstaan bij een Jacques Tati figuur. In tien instrumentale nummers slaagt dit trio erin een ontspannen sfeer te creëren, die je woonkamer omtovert in een exquise club met parelende wijntjes op kaarsverlichte tafeltjes.

Marcie