HOLY MOLY

Holy Moly is een quartet uit Forth Worth, Texas.   Ze bestaan ondertussen 6 jaar.  De kern van de groep is het duo Joe Rose (zang, gitaar en harmonica) en Danny Weaver(gitaar).  Voeg daarbij  Joe Carpenter op drums en Jeremy Hull op bass en je kent de hele band. Hun muziek omschrijven ze als Cowpunk.  Ze gebruiken het zelf in hun My Space adres.  En daar is niks van gelogen. Ze zijn te omschrijven als een op adrenaline drijvende band die stevig van jetje geeft.  Maar ze evolueren tot een band die zijn muziek breder weet te maken door de hulp van gastmuzikanten die voor een breder geluid zorgen. 

HOLY MOLY – HOLY MOLY

In 2007 verscheen hun titelloze debuutplaat.  Deze was, zoals al hun platen, in een getekende hoes die een soort van gezichtsskelet van een piraat toont met een slang rond de nek.  Een beeld dat kon komen uit de “Pirates Of The Carrabian” filmen.  Hun hoezen worden getekend door een zekere Troll. Op deze eerste plaat twijfelen ze nog een beetje tussen de cowpunk en de uptempo Americana songs (denk aan Jason & Scorchers), soms ook Grassroots genoemd.  In deze tweede categorie  zijn “Chicken” , “Black Like Me” (pure Stones) en “3 Legged Race” de toppers. In de punk categorie zijn “Glue Sniffer” , “I’m Allright” en “Zombie Is Denial”. 

Het sleutelnummer van de plaat is het straffe “Drug Is Done”  waarbij ze iets ingetogener klinken, een catchy refrein inpassen maar de hese zang ze toch hitparade onvriendelijk maken.  Maar dat is voor mij nu net een pluspunt.

De meeste songs hebben een stevig akoestische gitaar, een uptempo ritmebasis en een elektrische gitaar om kleur te geven.  Wel valt op dat Joe Rose in de uptempo nummers een beetje hees klinkt, alsof hij teveel moet schreeuwen.  De titels van de songs maken duidelijk waar hun songs over gaan.

Wat meteen duidelijk is met deze band is dat ze er stevig tegenaan gaan en dat alles klinkt zodanig dat je de wens hebt deze band live aan het werkt te zien.  Wel jammer dat de plaat wat kort is: 8 nummers met een duurtijd van ongeveer 3 minuten.  Maar je weet direct dat je te maken hebt met een reuzegoede fuifband.

Op deze plaat zijn de drummer en bassspeler Byron Gordon en Billy Walters.  Zij verlaten de band na deze plaat en worden vervangen door Hull en Carpenter.

HOLY MOLY – DRINKIN’ DRUGGIN’ & LOVIN’

Deze opvolger kwam er in 2008.   Gelijkaardige hoes.  Deze plaat telt 14 nummers en duurt ongeveer drie kwart uur, een normale speelduur voor een cd.  Ook hier zijn de titels veelzeggend: “Liquor Is Evil”, “Hillbillies Can’t Drive On Meth” of “Retarded Love Story”. 
Wederom klinkt de plaat alsof ze live opgenomen is.  Het aantal uptempo nummers ligt merkelijk hoger dan bij de eerste plaat.  Ze laten hun energie volop de vrije loop door veel rockabilly ingrediënten toe te voegen en leveren rockabilly - cowpunk pareltjes af als “ Dance Floor” of “Cock A Doodle Do”.

Maar de  stem van Joe Rose is minder hees en in een ingetogen, psychedelisch  “ Hillbillies Can’t Drive On Meth” draagt zijn zang de song.  De harmonicaintro van het prettig, ritmische “Killer man” doet weer denken aan Jason & The Scorchers of The Gourds.  Zeker op je luisterlijst te zetten: “Pot” dat het in hogere sferen geraken bejubeld op een heel plezante manier.

Alles opgeteld kan er besloten worden dat deze plaat een stap vooruit is: de sound klinkt hechter, de zang beter, de song zitten knap in een en de teksten zullen zeker een jong publiek aanspreken.  De toevoeging van een scheut rockabilly doet hun muziek zeker goed.

HOLY MOLY – CLICKITY CLACK

Deze derde plaat laat deze heren horen in een iets gewijzigde gedaante.  Ze blijven het rockabilly pad bewandelen en de nummers worden iets rustiger waardoor ze vooral vergelijkingen oproepen met onze Seatsniffers.  Er zit nog wat cowpunk in, maar evengoed rockabilly, blues e.a. muziek die het uitstekend doet in bars en cafés.

De instrumentale inkleuring wordt verzorgder door de toevoeging van viool, sax e.a..   De zang is rustiger en daardoor minder hees.  Kortom: we hebben hier een erg goede, vermakende plaat die het goed zal doen bij alle gelegenheden: cafe, bbq, feestje of gewoon bij bezoek.

Toppers: cowpunk opener “ Come And Get It”, het naar The Boxmasters verwijzende “Me, My Dad And Booze”.  Zoals je ziet zijn de teksten nog steeds uit het (nacht) leven gegrepen.  Het epos in kerkhofsfeer “Hardcore Werewolf” mag niet onvermeld blijven.  Net als de afsluiter “Convict” of het met een saxintro heftige “All Around The Wordl” dat beiden vintage Seatsniffers is. 

Op deze plaat duikt ook de eerste gekende naam op: ze coveren het nummer “Fight” van Ben Kweller (zie zijn knap solowerk).  Als dertiende nummer staat er een hidden track op deze plaat.

Algemeen besluit: indien de Heilige Moly’s zo verder blijven evolueren zijn zij een geknipte band om op de zomerfestivals de tenten of weiden of wat dan ook in vuur en vlam te zetten met hun aanstekelijke mix van country, rockabilly, blues en alle andere genres.  We kijken al uit naar hun volgende werk.

(Lisael)

 

 

Artiest info