SPENCER BOHREN

THE LONG BLACK LINE – DOWN THE DIRT ROAD BLUES - SOUTHERN CROSS - SOLITAIRE - BLACKWATER MUSIC - BORN IN A BISCAYNE - THE BLUES ACCORDING TO HANK WILLIAMS

 

 

Singer/songwriter Spencer Bohren, afkomstig uit Wyoming, Verenigde Staten, begon zijn muzikale ervaringen in het kerkkoor toen hij acht jaar oud was. Pas toen hij gitaar begon te spelen werd hij zich bewust van de folk tradities van Amerika. Zelf zegt hij hierover:"Church music is so entwined with traditional music that it was an easy transition for me, but the wealth of American music astonished me". Spencer werd steeds sterker aangetrokken door de blues, waarbij hij geen verschil maakt tussen de stijl van de vroege zwarte muzikanten en de hillbilly blues, omdat je volgens hem niet op de verschillen moet letten maar juist op de overeenkomsten. In 1968 verliet hij zijn geboorteplek en belandde in steden als Denver en Seattle om met gerenommeerde artiesten te spelen. Na zijn omzwervingen belandde hij uiteindelijk in New Orleans alwaar hij muzikanten trof die leefden voor de muziek en met wie hij zich verbonden voelde. Tien jaar lang trad Spencer in New Orleans op in de Absinthe Bar en bij Tipitina's. Hier hield hij elke maandagavond jam sessies, waarbij hij een woonkamer-atmosfeer creëerde voor talloze New Orleanse muzikanten en gasten van buitenaf. Jaarlijks trad hij ook op bij het New Orleans Jazz & Heritage Festival, alwaar hij de aandacht trok van Europese concertpromotors en muziekliefhebbers uit de hele wereld. Dankzij deze aandacht heeft hij intensief kunnen touren in Europa en Japan, waar zijn albums vaak uitgebracht worden op grote labels als Virgin en Sony. Voor zijn laatste albums trok hij naar Duitsland, waar hij een graag geziene gast is, naar het onvolprezen Valve records label.

Zijn album "Solitaire" uit 2002 kreeg in alle media zeer goede recensies, en zoals de titel al doet vermoeden, is het een echte solo-cd geworden. Om eerlijk te zijn horen wij hem ook het liefst solo. Bekende en minder bekende country-bluesklassiekers als "Hard Time Killin' Floor" van Skip James en "Dirt Road Blues" van Charlie Patton krijgen op dit album buiten zijn eigen songs mooie ingetogen uitvoeringen mee.

Begin 2004 verscheen "Southern Cross" en ligt wat in het verlengde van zijn vorig album, enkel dat er nu over het hele album een spirituele sfeer hangt. Daar zorgen weer zijn gebruikelijke instumenten voor zoals: lapsteel, clawhammer banjo, akoestische gitaar en voor de acapella stemmen heeft hij de steun van het Nott Brothers Quartet. Spencer heeft door de jaren een eigen stijl ontwikkeld, waar hij vroeger het midden hieldt tussen de relaxte sound van J.J. Cale en het manische slide gitaar-werk van Sonny Landreth, mag u zijn muziek vergelijken met een Kelly Joe Phelps en Harry Manx. Deze elf nummers hebben allemaal het karakter van "Southern American musical traditions" ze kruisen gospel en 'deep blues' met country muziek, een vleugje rhythm 'n' blues en een forse dosis singer-songwriter. Bohren beschikt namelijk over een soepele en emotionele alt, best te horen in de covers van Hank Williams, voorwie hij een grote voorliefde heeft, nl."I'm So Lonesome I Could Cry" en de afsluiter "Lost Highway". Wij noemen als uitschieters het met adembenemende lapsteel intro nummer van Curtis Mayfield's soul/gospel klassieker, "People Get Ready" en zijn zelfgepende "East Kentucky Coaldust" een zeer vredelievend nummer waarin hij een zeer hoog niveau haalt.

Het kan niet anders of Spencer Bohren is een grote meneer aan het worden. Het land achter hem, zijn huis en grond in New Orleans, is een verwoeste chaos, maar het oeuvre van dit talent wordt almaar indrukwekkender. "The Long Black Line" pakt de draad van de overtuigende voorgangers "Southern Cross" (2004) en "Down The Dirt Road Blues" (2005) weer op en zet meteen een paar flinke stappen vooruit. "The Long Black Line" (2006) gaat voor een substantieel deel over de teloorgang van New Orleans en ook over het geloof van Bohren in de wederopstanding van deze mysterieuze stad aan het zuidelijkste puntje van de Mississippi. Het spreekt voor zich dat Bohren veel inspiratie vond in de verwoesting die Hurricane Katrina in zijn thuisstad aanrichtte. Haat en ergernis over de lamlendigheid van velen om er weer iets van te maken, verdriet om hetgeen verloren is gegaan en verbijstering vanwege de onvoorstelbare verwoesting, maar ook hoop en vertrouwen, en vastbeslotenheid om de stad weer op te bouwen, mooier en beter dan zij was, klinken door in de titeltrack. In dit nummer, waar u dus zijn hele verhaal kunt horen, redelijk simpel verwoord maar wel duidelijk en kritisch gebracht volgt hij de zwarte lijn op de gebroken huisjes, de hoogte van het waterpeil dat deze orkaan veroorzaakt heeft. Een lijn van weemoed die ook in de rest van de negen songs terug te vinden is. Grote kunst overstijgt de anekdotiek, hoe aangrijpend deze ook moge zijn. Bohren beseft dit en levert daarom een plaat af met veel lekkere songs die bijna allemaal een tik hebben meegekregen van de rijke muziekgeschiedenis van The Big Easy. De cd is opgetrokken rond deze titeltrack over de getroffen stad, maar het is niet allemaal hurricane muziek, want daaromheen heeft Bohren een aantal sfeervolle songs geweven die vele liedjes van zijn vorige platen overtreffen. Zo zijn de schitterende "Full Moon" en "Sand To Sand" naar mijn mening de fraaiste songs die Bohren tot nu toe schreef. Songs over het gewone leven, maar in het bijzonder het overleven in deze moeilijke tijden, waarin hij eens te meer bewijst een prachtige steelgitarist en een begenadigd roots/soulzanger te zijn. Zijn teksten zijn intens over het leven, gevoelens en gedachten en de ballast uit heden en verleden die een mens met zich meedraagt. Daarmee laat Bohren wederom weer zijn grote talent zien waarom hij zo gewaardeerd wordt. Daarbuiten focust Bohren zich op een bijzonder eigenzinnige, maar bovenal ook waanzinnig mooie versies van "Canned Heat" (Tommy McLennan), "Deportees" (Woody guthrie) en "Cairo Blues" (Henry Townsend). In zijn passie voor traditionele Amerikaanse muziekvormen kon zeker geen nummer ontbreken van Willie Johnson. In de afsluiter "Somebody On Your Bond" weet hij deze klassieker iets zeer mooi mee te geven, hetgeen hij ook wil doen met dit album aan de inwoners van New orleans. Deze cd is in het Duitse Solingen door Valve Records opgenomen in een productie van Reinhard Finke. Hier hoor je dus de man met zijn instrument en zijn liefde voor de folk en de blues. De warmte van de stem en akoestische gitaar is griezelig goed. "The Long Black Line" functioneert aldus op verschillende niveaus: als een sociaal statement van belang en bovenal als een rootsplaat van uitzonderlijke klasse. Bohren zijn virtuoze gitaarspel op allerlei snareninstrumenten zorgt voor mooie melodieën, die tegelijk rootsy en meeslepend zijn. Daarbij is zoeken wel eens belangrijker dan vinden, maar in de songs valt het gedreven, precieze spel op waarmee Bohren zijn teksten ondersteunen. Zo komt vanuit deze mix van invloeden een heel gretig en persoonlijk geluid tot stand. Kortweg: Wonderschone schijf van zeer getalenteerde singer-songwriter. Zijn karakteristieke stem en stijl maken "The Long Black Line" tot superieure rootsmuziek, een absolute must have voor elke liefhebber.

Spencer Bohren heeft met "Blackwater Music" (2011) een tijdloos, zeg maar lichtjes geniaal, werkstuk afgeleverd. Elf zelfgeschreven nummers die keer op keer de luisteraar weten te raken. Een verscheidenheid aan muzikale stijlen krijgen we te beluisteren en daarbovenop een gesmaakte bijdrage van zijn zoon Andre op drums en bijzonder knap op piano. Delicate melodielijnen gekruid met fantastische teksten, sober ondersteund door Bohren op lapsteel, maken van "It’s Gonna Take A Miracle" een song die getuigt van zeldzame klasse. Zijn wanhopige oproep aan de natie wordt zo beklijvend gebracht dat je niet anders dan diepe bewondering kan hebben. Het titelnummer is nog zo een staaltje van zijn uitzonderlijk talent. Een heerlijke bluessong, enkel zijn stem en de lapsteel, van alweer uitzonderlijk niveau. En dan werden onze oren intussen al verwend met het ontroerend knappe "Has Anyone Seen Mary", een aangrijpend verhaal over verwoeste dijken en de fatale gevolgen ervan. Dit gegeven dat nog eens extra ondersteund wordt door het gevoelige vioolspel van Matt Rhody maken van deze song een countryblues van het hoogste gehalte! Meer dan onder de indruk waren we ook van "Your Home Is In My Heart", een ballade die wat naar de country rock neigt maar tegelijk alle andere melige liefdesliedjes die tegenwoordig de radio teisteren naar een tweederangsrol verwijst, briljant gewoon. Een zoveelste hoogtepunt is "Your Love". Zoon André aan de piano, en diens door Gospel beïnvloede spel in combinatie met Spencer’s pakkende vocalen doet je naar de repeattoets hollen. Het is tevens de enige song waar Bohren geen gitaar ter hand neemt. Over de gebruikte gitaren valt ook wat te vertellen. Op de binnenhoes staat de lijst vermeld van de gitaren die hij gebruikte voor deze release. Een ervan is 114 jaar oud, tijdloos dus, net zoals dit album dat we u niet genoeg kunnen aanbevelen. Wij kunnen de man nergens op een foutje betrappen laat staan één zwak moment. Zijn enorm aangename stem, zijn doordachte teksten en zijn muzikale inventiviteit kennen hier wel degelijk een hoogtepunt. De gedrevenheid van Spencer Bohren is intussen genoegzaam gekend maar met deze "Blackwater Music" heeft hij een hoogtepunt uit zijn carrière afgeleverd. Wie de uitzonderlijke kwaliteit van ‘s mans vroegere werk kent weet wat dit betekent.

We weten niet wat Spencer in zijn achterhoofd had toen hij besloten had om quasi tegelijkertijd met dit meesterwerk nog twee andere cd’s op de markt te brengen. Het waarom doet er eigenlijk niet toe, de fans zullen het alleen maar toejuichen. Een van deze albums is "Born In The Biscayne" (2011) maar dat is eigenlijk een heruitgave van zijn, hoeft het nog gezegd, uitstekende album uit 1984. Heel anders is het gesteld met het derde album "The Blues According To Hank Williams" (2010). Dit is een plaat die er ergens wel vroeg of laat zat aan te komen. Spencer had in een verleden al nummers van dit icoon gecoverd. Voor de jongere lezers onder u, Hank Williams was een Amerikaans countryzanger en singer-songwriter die op 1 januari 1953 op 27 jarige overleed aan een overdosis morfine en alcohol. Williams was op zijn eentje haast verantwoordelijk voor de helft van het Amerikaanse Country Music Songbook. Onsterfelijk zijn zijn hits als "Lovesick Blues" en "I’m So Lonseome I Could Cry". Twee nummers die je ook zal terugvinden op deze release van Bohren. Denk niet dat er hier klakkeloos wordt nagespeeld, wel integendeel. Spencer komt hier met enorm verfrissende interpretaties aandraven. Het uitzonderlijke gitaartalent van Bohren laat zich horen door verrassende vertolkingen van de nummers. Fingerpicking, een zeldzame streep mandoline en zelfs lapsteel gekleurd op "I’m So Lonesome…" Het geheel kleurt wat zwartgallig en dan heb ik het uiteraard over de teksten die gehanteerd worden. Het blijft merkwaardig hoe een jonge man als Williams zo een zware, pakkende teksten kon schrijven over eenzaamheid en verlies. Spencer slaagt er volledig in zich in te leven in deze ietwat mistroostige, beladen sfeer. Daarvoor gaat hij terug naar het ontstaan van de nummers zoals Williams die indertijd creëerde, alleen met stem en gitaar. De song die dit misschien nog het best illustreert is "Ramblin’ Man", Spencer grauwt en gromt de zwarte tekstlijnen over het beëindigen van een liefdesrelatie op een dergelijke wijze dat je zou durven zweren dat het de minzame man zelf is overkomen. De luisteraar wordt als het ware meegezogen in deze, in haar totaliteit, ontroerend mooie beleving. Bohren’s benadering is van een subtiele, geniale eenvoud. Er kon geen betere artiest gevonden worden om dergelijke hommage aan Williams te brengen. Doe u zelf een plezier en schaf beide releases aan. U zal perfect begrijpen waarom wij Spencer Bohren één van de meest boeiende hedendaagse artiesten vinden.


 

Artiest info
Website  
 

Label : Valve Records

CD Baby