YARN – ALMOST HOME

De uit Brooklyn, New York stammende rootsformatie ‘Yarn’ wordt gevormd door zanger en songschrijver Blake Christiana, leadgitarist Rod Hohl, gitarist Trevor MacArthur, mandolinespeler Andrew Hendryx, bassist Rick Bugel en drummer Robert Bonhomme. Het zestal draait al een aantal jaartjes mee in het circuit waar alt.country-, Americana- en folky rootsmuziek populair zijn.

De oprichting van ‘Yarn’ dateert uit 2007 en de band heeft sindsdien vijf platen op de markt gebracht, albums die ook bij Rootstime altijd op een gezonde belangstelling hebben kunnen rekenen. Twee daarvan werden gereleased onder de titel “Leftovers Vol. 1” en “Leftovers Vol. 2”, met opnamen die in het verleden de officiële tracklist van hun albums net niet gehaald hebben.

Hieronder bundelen wij nog eens alle recensies ter completering van het portret dat we hier willen schetsen over deze Amerikaanse formatie maar aanleiding van de release van hun splinternieuwe album “Almost Home” waarover u onze mening aan het einde van dit portret kunt lezen.

YARN – YARN (2007)

"Yarn's organic blend of alt-country music has the warmth of old vinyl, the soul of Gram Parsons and the lyricism and profound musicianship that only comes from each members’ dedicated musical journeys." (CD Baby)
Meer moet dat niet zijn en het zoveelste bewijs dat een goed doordachte slogan de muzikale nieuwsgierigheid van velen weet te prikkelen. Al moeten wij, eerlijk als wij zijn, toegeven dat de meeste persreleases met een korreltje zout, sommigen zelfs met een ganse kilo, moeten worden genomen.

Met het debuutalbum van het in Brooklyn gevestigde bandje Yarn wordt de waarheid echter geen geweld aangedaan. Blake Christiana (zang en gitaar) zette zijn bandje ‘Blake And The Family Dog’ op non-actief en wist Trevor Mac Arthur (zang en gitaar) te overtuigen om hun rootsrock georiënteerde koers à la ‘Wilco’ om te buigen naar een meer bluegrass-getinte country richting.

Bovendien deed Shane Spaulding (‘The Family Dog’) meer dan zijn duit in het zakje door samen met Blake voor een aantal prima songs te zorgen. Dit alles leidt tot een schitterend album dat volgens mijn bescheiden mening tot één van de hoogtepunten van 2007 gaat uitgroeien.

Blake Christiana steekt zijn bewondering voor David Grisman en Jerry Garcia niet onder stoelen en banken en slaagt erin met de hulp van onder meer Andrew Hendryx (mandoline, mondharmonica), Josh Roy Brown (lap steel, resonator), Kenji Bunch (fiddle, viola) een soundje te creëren dat hier en daar wel enkele raakpunten vertoont met de muziek van boven vermelde heren.

Opener "Listen Up Sweetheart, Treat Me Like A Lady" rechtvaardigt de aankoop van dit album in zijn ééntje, de bluegrassdeuntjes "Bad Bad Man", "25 Years", "Woman On The Interstate", "Dear Mama, I'm So Sorry" en "Cat And Mouse" klinken nergens oubollig, maar slagen er wel in om erg vooruitstrevend voor de dag te komen.

Het pareltje "No Future Together" mag dan boekdelen spreken, de leden van ‘Yarn’ mogen de toekomst met vertrouwen tegemoet zien. "Don't Break My Heart Again" is een gehaaide ‘Radio 1’-hit die voor hetzelfde geld het levenslicht zag op het album "Desire" van Bob Dylan, "Wishing Well", "Madeline" en "The Contender" doen menig singer-songwriter groen zien van jaloezie.

Niet alleen de buurt van "Tennesee" wordt met dit schijfje op een doeltreffende manier op de hoogte gebracht van het bestaan van een groepje jonge honden dat onder leiding van Blake Christiana (schitterende stem heeft die man) geschiedenis gaat schrijven, maar ook de redactie van ‘Rootstime’ loopt zich het vuur uit de sloffen om al dit moois wereldkundig te maken.

YARN – EMPTY POCKETS (2009)

'Yarn’ omsluit een kwintet uitstekende muzikanten uit Brooklyn met Blake Christiana als leadzanger. Het dynamisch groepje brengt zijn tweede album uit en als je het beluistert, dan ben je geneigd om op zoek te gaan naar hun eerste. Want hun “Empty Pockets” zitten vol met verborgen schatten, zeg maar kostbaarheden zoals avontuurlijke jongens die graag stuk voor stuk in hun zak verstoppen.

Blake zegt dat hij niet zozeer diepgaande liedjes wil brengen als wel de luisteraars plezieren met een zwierig geheel van melodische en ritmische songs, lyrische bluegrass van het unieke soort. Nochtans tasten zowel “Ain’t That A Sin” als “Lies I’ve Told” naar de diepere lagen in de ziel. Meer dan eens herinnert ‘Yarn’ aan Gram Parsons of aan ‘Crosby, Stills & Nash’ en in de fellere nummers aan ‘The Grateful Dead’, ‘The Band’ of ‘Son Volt’.

De uitgenodigde gastmuzikanten zijn niet de eerste de beste. Vingervlugge Tony Trischka speelt banjo, Casey Driessen fiedelt en Caitlin Cary, één van de drie ‘Tres Chicas’-meisjes zingt. Ook Edie Brickell zingt op “I’m Down”, een intimistische ballade. Blake Christiana schreef alle songs zelf, enkele samen met Shane Spaulding en hij geeft daarbij zijn fantasie de vrije teugels.

Het titelnummer “Empty Blues” klinkt als een kruising van Cash en Kristofferson. Maar het allermooiste “I’ve Already Won” ontroert door die onbestemde melancholie als mistige regen bij valavond. En de “5 Guitars” in duo zang met Caitlin Cary loopt a.h.w. verloren in een waas van droefgeestigheid.

Blake speelde vroeger met de band ‘The Family Dog’, maar in 2006 zocht hij zijn toevlucht en groei in deze ‘Yarn’ Band. Trevor MacArthur met gitaar, Andrew Hendryx met mandoline en het ritmesectieduo Rick Bugel en Jay Frederick maken er eveneens deel van uit. In de New Yorkse clubs ziet men deze band graag komen want hun animo en muzikaliteit staan garant voor een hoogstaand concert.

Ook op dit album word je bijna een uur verwend met muziek waarin ritmes, ambiance, lyriek en melodische elegantie zich met elkaar verstrengelen. Blake Christiana’s warme expressieve stem, de gitaren, mandoline, jubelende viool, pedal en lapsteel en vooral Trischka’s banjo zijn allemaal elementaire deeltjes om van dit album “Empty Pockets” een succes te maken. Je kunt naar hartelust in hun ‘Pockets’ graaien om er zowel kostbare Americana als zeldzame Alt.Country uit tevoorschijn te toveren. (Marcie)

YARN – COME ON IN (2010)

Enkele maanden geleden had ik het er nog over met singer-songwriter Rebecca Pronsky na haar optreden in ‘Toogenblik’. Ik vroeg haar hoe het mogelijk was dat zij in haar thuisbasis Brooklyn zo’n warme authentieke Americana kon maken. Brooklyn associeer je dan ook eerder met experimentele indierockbands als ‘Animal Collective’, ‘Yeasayer’, ‘TV On The Radio’ en ‘Grizzly Bear’ dan met Alt.Countrybands.

Ik had daarmee duidelijk een gevoelige snaar geraakt, want ze vertelde meteen honderduit over hoe zij en nog tientallen andere getalenteerde singer-songwriters moeten opboksen tegen het succes van al dat jonge, hippe geweld. Om toch wat aandacht te trekken, hebben singer-songwriters uit Brooklyn zich verenigd en maandelijks organiseren ze het ‘Brooklyn Songwriters Exchange’ dat jong talent uit Brooklyn een podium biedt.

Op het einde van het gesprek stopte Pronsky me nog gratis een exemplaar van het compilatie cd’tje “Brooklyn Songwriters Exchange – Volume One” toe, met daarop fraaie songs van Pronsky zelf en nog 13 andere singer-songwriters uit Brooklyn.

Het verbaasde me dus niks toen ik vorige week een cd van een Alt.Countrygroep uit Brooklyn ontving. Die groep heet ‘Yarn’ en “Come On In” is inmiddels al hun derde cd. Toegegeven; ik kende ‘Yarn’ niet en ik heb hun twee vorige cd’s dus ook nog niet gehoord. Dat deze derde cd beter of slechter is dan het voorgaande werk kan ik dus niet zeggen, maar in al mijn enthousiasme zou ik bijna “le nouveau ‘Whiskeytown’ est arrivé!” roepen.

Hoewel ex-‘Whiskeytown’-lid Caitlin Cary een gastbijdrage deed op “Empty Pockets”, de vorige cd van Yarn, is die stelling misschien wat overdreven. Aan zijn stemtimbre te horen zouden ‘Yarn’-zanger Blake Christiana en voormalig ‘Whiskeytown’-frontman Ryan Adams overigens gerust tweelingbroers kunnen zijn.

Net als Adams zingt ook Christiana met die typische melancholische countrysnik in de keel. Het gemoed vol en de fles leeg, dat gevoel. Ryan Adams heeft echter een aangeboren talent voor het schrijven en componeren van wereldsongs en precies daar zit ‘m het verschil. Je hoort dat Blake Christiana meer moeite moet doen om songs in elkaar te knutselen, terwijl dat voor Ryan Adams een vanzelfsprekendheid is.

Toch mogen ze er zijn, de gloedvolle oprechte liedjes van Blake Christiana en komen ze allesbehalve gekunsteld over. Zeker met de ontwapenend mooie ballad “Schenectady” schreef hij een lied dat gerust één van de vele hoogtepunten had kunnen zijn op de fenomenale dubbelaar “Cold Roses” van Ryan Adams.

Nu is het hét onbetwiste hoogtepunt op “Come On In”, een mooi uitgebalanceerde cd bestaande uit evenveel fraaie uptempo- als midtemposongs, die allen een zaligmakende warme sound aangemeten kregen, waardoor ook bloedmooie composities als “Strikes & Gutters”, “Abilene”, “Time Burns On”, “I Wanted To Get High” en “This Whole Zoo” zich inmiddels knus in de ‘frontporch’ van mijn gemoed genesteld hebben.

Yarn is zodoende één van dé ontdekkingen van het jaar wat mij betreft en “Come On In” kan ik van harte aanbevelen aan zij die ook Ryan Adams en meer bepaald ‘Whiskeytown’ een warm hart toedragen. (RoenHetZwoen)

YARN – LEFTOVERS, VOL. 1 (2011)

“Leftovers, Vol. 1” is een in beperkte oplage uitgebrachte verzameling van liedjes die oorspronkelijk werden opgenomen tijdens de eerste studiosessies die ‘Yarn’ maakte in Brooklyn, New York in 2006 en 2007 tijdens de voorbereiding van de opname van hun debuutalbum “Yarn”. Ze speelden er in totaal 40 nummers, maar moesten dan al snel een moeilijke selectie maken uit dat aanbod om de definitieve tracklist van hun eerste plaat te bepalen.

Heel wat liedjes kwamen in de schuif te liggen tot er in 2011 besloten werd om een tiental songs van onder het stof te halen en te bundelen op deze “Leftovers, Vol.1”-cd. “Heartache For So Long”, “Honeybear”, “Big City, Bright Lights”, “Hey Darlin’” en “Don’t Worry ‘Bout Me” zijn wat ons betreft de hoogtepunten op dit album. Gelukkig maar dat ‘Yarn’ nooit besloten heeft om de inhoud van die schuif klakkeloos weg te kieperen, want hier zijn zeker wel enkele zeer mooie liedjes terug te vinden.

YARN – LEFTOVERS, VOL. 2 (2011)

Uitermate tevreden zijnde over het resultaat van “Leftovers, Vol. 1”, groeide er bij de bandleden van ‘Yarn’ al snel een brandend verlangen om eenzelfde selectie aan songs te maken uit alle liedjes die ze hadden opgenomen tijdens de voorbereidende studiosessies van hun cd’s “Empty Pockets” uit 2009 en “Come On In” uit 2010.

Elf door de band genomen meer akoestisch klinkende tracks kregen een plaatsje op “Leftovers, Vol. 2” en vormen zo een document voor verzamelaars van het werk van deze Americana-songs en rootsrock spelende, zeskoppige formatie uit Brooklyn, New York, die intussen ook al kon rekenen op een verdiende nominatie voor een ‘Grammy Award’. Leadzanger Blake Christiana tekende als componist voor tekst en muziek bij al deze nummers.

Onze keuze aan favoriete songs uit dit compilatiealbum luidt als volgt: openingstrack “Bring Me Down” (zie video 2), het ‘treurnis-om-een-gebroken-hart’-liedje “Blue Skies, Brighter Times, & Roses” waarin we de deskundige hand van Ryan Adams herkennen, bluegrassdeuntje “On The Radio”, het door immens liefdesverdriet wanhopig klinkende “Oncoming Train” en de heerlijke Americana-songs “Luanne” en “You See The Sun” die beiden over een ontluikende nieuwe liefde handelen.

YARN – ALMOST HOME (2012)

Ondanks al de superlatieven die u in bovenstaande recensies over hun vorige platen heeft kunnen lezen, moest ‘Yarn’ vorig jaar op zoek naar welwillende fans en investeerders voor het financieren van de opnamen voor hun nieuwe plaat “Almost Home” via het ‘fund raising’ internetforum ‘Kickstarter’. Ze moesten 15.000 dollar zien te verzamelen en ze waren zelf zeer verbaasd dat er op heel korte tijd meer dan 20.000 dollar in de kassa belandde; over een trouwe fanbasis gesproken.

Conclusie van dit alles was dat de heren van ‘Yarn’ de handen helemaal vrij hadden om een geweldige nieuwe plaat te gaan opnemen en het resultaat van die noeste arbeid is dat er nu een bijzonder leuk album “Almost Home” met veertien liedjes kon worden gereleased.

We kunnen met de deur in huis vallen en u meedelen dat dit meteen ook de allerbeste plaat van ‘Yarn’ is geworden. Al van bij de Alt.Country-openingstrack “Dirt Road” en het daarop volgende “The Loner” krijgt u een gevoel van opgewektheid en vreugde bij het horen van zulke mooie muziek. Denk daarbij aan stichtende voorbeelden Gram Parsons, ‘Grateful Dead’ of ‘The Flying Burrito Brothers’ en u hebt direct een goed idee van wat u op deze plaat allemaal te horen krijgt.

De universele verhalen die Blake Christiana in zijn songteksten brengt kleuren de tracks die ook qua instrumentatie rijk omkaderd werden. Andere favoriete liedjes uit “Almost Home” zijn o.a. de ode aan een zekere “Annie”, de uptempo gebrachte albumtiteltrack (zie video 1) en countryrocker “Tired Of Everything”.

Het meest opvallende feit bij de beluistering van deze plaat is dat er beduidend minder trieste ballads op terug te vinden zijn in vergelijking met hun eerdere werk, met weliswaar een lichte uitzondering voor het melancholische “Heart Worth Breaking” en de emo-song “When The Summer End”. Zouden de heren van ‘Yarn’ dan eindelijk toch wat rust hebben gevonden en daarbij met volle teugen kunnen genieten van nieuwe, ontluikende liefdes? Time will tell!

“Almost Home” is alvast een geweldig mooie plaat van een groep die eigenlijk ook in geen enkele van hun vorige albums een moment van zwakte heeft vertoond. Misschien moet ‘Yarn’ wel eens beslissen om naar de Benelux af te zakken om hun schitterende muziek ook in onze contreien bij een breder publiek kenbaar te komen maken.

(valsam)

 

 

Artiest info
Website  
 

Label: Ardsley Music

video