ORPHEUM BELL

Geen grenzen, geen beperkingen! Het zou het motto kunnen zijn waarmee de zeskoppige band met als oprichters Aaron Klein en Serge van der Voo zich vanaf 2005 een weg bevochten temidden van alle rootsy, folky, jazzy en Appalachian muziekgenres. Zij komen van Ann Arbor, Michigan, zijn razend populair in de eigen streek, maar in Europa nog niet zo bekend, al mixen zij invloeden uit Oekraïne en Armenië in hun Anglo-Amerikaanse muziek. Het groepje bracht reeds drie albums uit. Elk afzonderlijk zijn het miniatuur songboekjes die zich muzikaal openplooien met een rijkdom aan instrumentatie die alle diverse culturen reflecteert waarmee de leden ooit en nu nog sympathiseren. En dat zijn er veel! Zij putten uit het ‘Country & Eastern Songbook’, straattheater, bluegrass, gipsy dansmuziek, volksballades, laten hun verbeelding vieren en creëren een eigen muzikaal universum waarin solozang, zangharmonieën, melodie en ritmes rond elkaar wervelen. Het soort beeldenrijke muziek dat een schrijver met een hardnekkige ‘writers block’ opnieuw inspiratie zou kunnen verschaffen!

De zeskoppige band bestaat inmiddels uit een kwintet. De violisten en accordeonist van het oorspronkelijk ensemble, die aan het debuutalbum ‘Pretty As You’ (2007) meewerkten, zijn in de loop der jaren vervangen. Momenteel maken violist Henrik Karapetyan en multi-instrumentaliste Katie Lee deel uit van de groep. De veelzijdige Michael Billmire vervoegde zich reeds voordien bij de groep en speelde al mee op ‘Pearls’ (2009) met een veelheid van instrumenten waaronder trompet, accordeon, mandoline, xylofoon, hurdy gurdy, enz. De wegbereiders, Aaron Klein en contrabassist Serge van der Voo, maken inmiddels al meer dan acht jaar deel uit van de ‘Orpheum Bell’ formatie en zijn de spilfiguren in de drie uitgebrachte albums, waarbij er zich telkens een aantal gastmuzikanten voegen. Die albums vormen niettemin een muzikale eenheid als een soort ‘country & eastern’ songcyclus op grond van de tekstlyriek, sfeer, ritmiek en de gekozen instrumenten. De telkens bijgeleverde songboekjes, die je kan doorbladeren, herinneren aan geïllustreerde sprookjesboekjes, weliswaar voor volwassenen vanwege de soms grimmige inhoud. De betoverende muzikaliteit is echter voor alle leeftijden. Het begon allemaal met ‘Pretty As You’ anno 2007, een album dat inmiddels niet meer te verkrijgen is.

PRETTY AS YOU’ werd opgenomen in een huiskamer in Ann Arbor’s Old West Side waarin vijf muzikanten en gastmuzikant Drew Howard plaats namen om er spontaan te musiceren. Althans zo komt het over, want violist Paul Fine, accordeonist Shaun Williams en contrabassist Serge Van der Voo spelen met een naturel alsof zij muziek in- en uitademen. Vocaliste Merrill Hodnefield zingt het merendeel van de songs als een folky Alice in Wonderland met een stem die vaag aan ‘Walkabout’ Carla Torgerson herinnert. Ook Aaron Klein zingt enkele songs zoals de donkere ballade ‘Lucinda’s Lament’ waar viool en banjo wedijveren in geëmotioneerde passie of het gipsy ‘Something From Above’ dat wervelt als de rokken van een zigeunerin. De teksten zijn fantasierijk, de ritmes variëren van dansbaar naar loom, zoals ‘Rabbit Field’ naar een gedicht van W.B. Yeats. Het smachtende ‘Midnight Terms’ lijkt in een traag ballet over te vloeien. Daartussenin enkele instrumentaaltjes met o.m. het pareltje ‘Motor In The Weeds’ met een hoog ontroeringgehalte of het zigeunerachtige ‘Two Over Ten’. Serge van der Voo’s baslijnen leunen soms aan bij Hot Club jazz. Tussen alle songs is het moeilijk kiezen, want één voor één bekoren zij omwille van hun ogenschijnlijke eenvoud, niettemin complex omwille van het samengaan van hunker, levensdrift, traditie en verbeelding eigen aan de menselijke natuur. De zanglijnen en dansbare ritmes verleiden je tot telkens herbeluisteren zoals o.m. ‘Mama Waits’ en ‘Feel Like A Million’, wat je hoe dan ook een blij gevoel geeft ondanks de soms wrange betekenisinhoud.

In hun tweede ‘PEARLS’ putten de bandleden opnieuw uit het ‘Folky en Country’ zangboek, waarin verschillende muziekstijlen voor het rapen liggen, met wederom een mix van gipsy songs, narratieve suite, poëtische ballades en grimmige wiegeliedjes. Stichters Aaron Klein en bassist Serge van der Voo kregen na 2005 al vlug het gezelschap van vocalisten en violisten plus nog trompettist/trombonist Michael Billmire. Maar dat is summier uitgedrukt, want de bandleden - drie heren en drie dames - zijn als zangers en instrumentalisten tot veel meer in staat. Met gitaren, banjo, ukelele, dobro, autoharp, accordeon, mandoline, zingende zaag, staande bas, voetpercussie, hurdy gurdy weven zij een brokaten klanktapijt dat bij wijlen oermythisch aandoet. Vooral de duo- of meerstemmige zang en de vioolspelende dames, Annie, Laurel en Merrill, dragen bij tot die bedrieglijk naïeve feeërieke sfeer. Alle bedenkers en instrumentalisten tezamen creëren een aparte wereld, waar o.a. bomen heimwee hebben, het strand vol ligt met niet uitgekomen dromen en de maan voor lafaard wordt uitgemaakt. Alsof dat niet genoeg is, vervoegen zich nog acht gastmuzikanten bij het musicerend gezelschap. De inbreng van celliste Colette Alexander en Shaun Williams met accordeon maakt van ‘Goodbye Is The Sweetest Word’ mijn lievelingssong, ook al omdat de zang van Aaron Klein zo sintelwarm doorgloeit. Maar ook het prachtige ‘Pearls’ en de mooie suite, bestaande uit drie tracks, met het mysterieuze ‘Money From Another Town’ op kop, vouwen uit als een kostbaar beeldenboek, waar melodie en woorden tot leven lijken te komen om zich aan de lezer/luisteraar vast te hechten als nevel die in je kleren dringt. De inspiratie komt blijkbaar van alle leden, maar Aaron Klein zet toch de dichterlijke ietwat surrealistische toon.

In hun laatste ‘THE OLD SISTERS’ HOME’ settelden violist Henrik Karapetyan en muzikante Katie Lee, beiden ook zangers, zich in het clubje naast Aaron Klein en contrabassist Serge van der Voo. Met multi-instrumentalist Michael Billmire en gastmuzikant Terry Kimura doen ook trompet en trombone hun intrede zodat het kleurenpalet nog rijker wordt. Belangrijk zijn ook de inbreng van vocaliste Jennie Knaggs en drummer Michael Shimmin die nog meer kleur geven aan de gipsy ritmes en de opwindende sound. Een achtergrondkoortje doet aan straattheater denken, maar ook ragtime, klezmer muziek, hokum, klaagzang, balletmuziek, invloeden van Goran Bregovic en Django Reinhardt, flamenco en jodel…zitten verweven in de muziek van Orpheum Bell. Alle muzikanten zaten in de creatieve voorhoede, waarin men ideeën, sounds en instrumenten met elkaar uitwisselde, naast elkaar legde, opschreef en componeerde. Woordassociaties, gedachtespinsels, poëtische invallen, legendes en beeldtovenarij werden aan de muziek gekoppeld. De zangers Aaron, Katie en Jenny brengen de poëzie visueel tot leven. De enkele instrumentale nummers, zoals de mysterieuze titeltrack als een soort liefdesballet en het haast pastorale ‘Parade’, gaan op in het geheel waarin bezwerende percussie en drum naast banjo, ukelele, accordeon, pomporgel, mandoline, enz in elkaar vloeien als in een muzikale roes. Het weemoedige ‘Family Pictures’ komt over als een vergeeld familiealbum voor eeuwig opgeslagen in de herinnering. Het zijn daarenboven de violen en de contrabas die je zowel rillingen bezorgen als je opzwepen als een immer pulserende bloedstroom die vertraagt en dan weer versnelt. Bij ‘Chain Stitched Hart’ word je als het ware mee opgetild door de viool als van de uitbraak van een gewonde vogel, terwijl je bij ‘Cuckolded Wren’ mee wordt gesleurd in de vlucht van het winterkoninkje. Vaak is de tekstinhoud cryptisch en stimuleert deze sowieso de verbeelding. ‘Orpheum Bell’ komt over als een eigentijdse innovatieve medicine show waarin theater, sprookje, drama, poëzie, dans, hokum, fiftiesjazz, folk en country, parade en symfonie je op een waar muzikaal festijn onthalen.

Marcie

Orpheum Bell van Wealthy Theatre in Grand Rapids, Michigan

'Chain Stitched Heart' & 'Skinny Bird'.

 

 

 

Artiest info
Website  
 

video