MICK FLANNERY

 

Only the lucky don’t cry, I wanna feel that fire.

Pas bij zijn vierde album ‘By The Rule’ kwam het bestaan van de Ierse singer-songwriter ons ter ore. Dat album raakte dermate een gevoelssnaar dat je wel op zoek ‘moest’ gaan naar zijn vorige albums en de roots en bronnen van deze Ierse songsmid. Toen hij op een wellicht koude novemberdag in 1983 geboren werd stonden er allicht ‘sidhe’ feeën aan zijn wieg om hem met een overdaad aan gaven te overstelpen, want al vlug bleek dat hij zowel kon zingen als componeren. Met zijn stem kan hij zowat alle toonaarden aan, van schor en donker tot hoog en gedempt fluisterend. Zijn eerste song, een moordverhaal, schreef hij als vijftienjarige. Hij studeerde muziek en leerde zowel gitaar als piano spelen, maar ging ook aan het werk als steenkapper en vond plezier in het pokeren. Opgroeiend in County Cork kwam hij al heel vroeg in aanraking met allerlei soorten muziek dankzij zijn muzikale ouders en liefhebbende oom en tantes. Deze laatste hielden van Tracy Chapman en Joni Mitchell, maar zelf werd Mick plotsklaps geraakt door Kurt Cobain toen deze de song ‘The Man Who Sold the World’ van Bowie vertolkte. Ook Bob Dylan en Leonard Cohen werden enkele van zijn rolmodellen. Hij vertoefde een tijd in New York en ook in Berlijn. Toen hij in Amerika verbleef nam hij in Nashville, Tennessee, deel aan de ‘U.S. Songwriting Competition’ en al dadelijk werden twee van zijn composities bekroond.

Met zijn melodische songlijnen en beeldende poëzie schildert Flannery niet alleen figuren maar evoceert hij tevens een eigen gevoelswereld die niet eindigt bij de tekstinhoud. In die zin beweegt hij zich in dezelfde sfeer als bijv. Damien Rice, Bon Iver en Lisa Hannigan. Het schijnt dat de songwriter trouwens enigszins mensenschuw zou zijn en het voetlicht mijdt. Bij gelegenheid betitelt hij zichzelf als ‘grumpy’. Eens hij op een podium staat verdwijnt echter alle terughoudendheid want dan lééft hij zijn songs. Hij toerde intensief zowel in Ierland als in Duitsland en in 2009 speelde hij o.m. op het ‘Bloom Festival’ tijdens de viering van het vijftigjarig jubileum van ‘The Rose of Tralee’. Zijn faam verspreidt zich als een lopend vuurtje en niet alleen omwille van zijn cluboptredens. Dat noch de Bota, noch de AB in Brussel deze Ierse zanger en poëet inmiddels hebben ontdekt is één van die onnaspeurbare raadsels te vergelijken met spoorzoekers die de goudader in de steen naast hun weg niet opmerken.

EVENING TRAIN (2007)

Toen Mick Flannery in 2007 zijn debuutalbum uitbracht was hij amper 25 en toch was zijn inspiratie al zo groot dat hij in ‘Evening Train’ een vertelling verstrengelde met elf schitterende poëtische songs. ‘Evening Train’ is een conceptalbum dat verhaalt over de lotgevallen van de broers Frank en Luther zich bewegend aan de zelfkant. Je zou er een westerndecor bij kunnen verbeelden. Een pokertafel, barman, whisky en schulden maken immers deel uit van het scenario met een uiteindelijke fatale afloop. De lieftallige Grace speelt eveneens een cruciale rol. Micks gevoelvol pianospel fungeert als de sfeerrijke bitterzoete soundtrack bij het verhaal dat de elf songs met elkaar verbindt. De viool van Karen O’ Doherty en de elektrische gitaar van Hugh Dillon passen bij de wisselende emoties die de protagonisten in het verhaal bekruipen of overvallen. Los van de dramatische ontwikkeling blijven de songs op zichzelf staan met als enkele hoogtepunten het tedere ‘Grace’s Waltz’, ‘Ride On’, ‘Take Me With You Then’ en ‘Evening Train’. Impliciet geven de titels reeds een stukje van de verhaallijn weer. Al vanaf zijn debuut geeft Flannery blijk van een fragiel gemoed, een onrustige geest en onstuitbare dichterlijke verbeelding.

WHITE LIES – Dubbel Cd (2008)

Dit album, uitgebracht in september 2008, kreeg later platinum en werd genomineerd voor de ‘Choice Music Prize’. Eigenlijk zou ‘White Lies’ eveneens kunnen doorgaan voor een conceptalbum want de complexiteit en onmogelijkheid van de liefde in al zijn nuances lijkt wel de rode draad die doorheen de songs loopt. Liefdesverlangen, tederheid, breuk, afscheid, ontrouw en verlatingsangst kleuren op al dan niet smartelijke wijze de songs. Op een of andere manier werken de songs verslavend alsof Flannery een web van emoties weeft waarin je verstrikt geraakt maar waaruit je ook niet meer uit wil. Op enkele songs lijkt zijn schorre en gekwelde stem erg op die van Cobain zoals op het opstandige ‘Tomorrow’s Paper’, het onheilspellende ‘Wait Here’ met prachtige violen of ‘What Do You See’ met een zware drum als mokerslagen op de ziel. Op andere songs lijkt hij te mompelen of klagend om begrip te smeken terwijl zijn broos pianospel de intimiteit nog beklemtoont. Viool, cello en de backing zang van Yvonne Daly geven een nog tragischer toets aan de songlijnen. En het laatste ‘Christmas Past’ is een duozang met Kate Walsh, een onaards mooi songpareltje net zoals het zwoele ‘Wish You Well’ en het verkillend mooie ‘Goodbye’. De stemmingswisselingen variëren van desolaat naar wanhopig, of van bitter tot rebellerend. Geen enkele gevoelslaag is de songwriter vreemd.

BONUS CD- MICK FLANNERY & BAND LIVE

Het betreft hier een Live opname van een concert van Mick Flannery en zijn band in het ‘Cork Opera House’ dat plaats had op 31 december 2009, bedoeld als een feestviering om het einde van het millennium uit te geleiden. Behalve songs uit ‘White Lies’ herneemt Mick Flannery ook een vijftal songs uit zijn debuutalbum, waarbij ‘The Rebel’ en ‘In The Gutter’ al direct op herkenningsapplaus worden onthaald. Aan de uitbundige reactie en het applaus van het publiek te horen is Flannery daar intussen immens populair. Zijn stem gelijkt soms erg op die van Kurt Cobain, elders op die van Ray Lamontagne of Ryan Bingham. Ook hierop is weer duidelijk hoe Mick balanceert op een spanningskoord tussen uitersten, zacht en rebels.

RED TO BLUE (2012)

Op dit album, dat overkomt als een odyssee, omringt Mick Flannery zich opnieuw met uitstekende muzikanten waaronder violiste Karen O’Doherty en vocaliste Yvonne Daly. Ook de ritmesectie bleef dezelfde met Brian Hassett op bas en Christian Best op drums, die ook dit album producete. Hierdoor verandert er weinig aan de gevoelsbedding die nog smartelijker wordt wanneer het ‘Vanbrugh Quartet’ met viool, viool en cello invalt. Harmonica, koperblazers, elektrische gitaar, contrabas en de gitaar en piano van Mick zelf spelen allemaal hun rol in het intensifiëren van de emoties die de ontheemde zanger beknellen. Weer vind je in zijn songs dat spanningsveld van een complex gemoed ten prooi aan tegenstrijdigheden. Zo is het alsof op ‘Ships In The Night’ een verdwaalde ziel zijn weg zoekt tussen het sterrenstelsel terwijl op het heftige ‘No Way To Live’ met blazersectie het lijkt alsof hij de trein der wanhoop is opgestapt. Ook het driftige ‘Get That Gold’ klinkt hartstochtelijk alsof hij verzengd wordt door een innerlijk vuur, opgejaagd door de elektrische gitaar en de drum van Christian Best. Elders lijkt eenzaamheidsgevoel hem als een boetekleed te omhullen zoals in ‘Up On That Hill’ of ‘Only Gettin On’, beiden van een haast klassieke schoonheid. Weemoed, onrust, opstand en zijn smartelijk zangstijl zuigen je mee in de branding van zijn gemoedschommelingen. Op het einde dreigt de moedeloosheid zoals op ‘Led Me On’. Maar het absolute verkillend mooie pareltje op dit album is het van heimwee doortrokken ‘Down The Road’, een krop in de keel song waarin heel de tragiek van het hunkerend menselijk onvermogen ligt besloten.

BY THE RULE (2014)

Mocht er een temperatuurmeter bestaan om het emotionele peil van iemands gemoed te achterhalen dan schommelde deze van Mick Flannery rond de veertig, ergens in de gevarenzone, waarbij alle stemmingswisselingen het kwik laten vibreren terwijl het glas zich wazig kleurt. Bij beluistering van zijn songs word je als het ware gehuld in die mistige sfeer die ook sommige songs van Bruce Springsteen kunnen oproepen wanneer deze songbard bijv. ‘Dead Man Walking’, ‘The Ghost of Tom Joad’ of ‘Manson On The Hill’ vertolkt. Fannery’s onzeglijk mooie ‘The Blame’ met koorzang zit op eenzelfde eenzame hoogte. Maar de Ierse singer-songwriter verwijst voor zijn eerste invloeden naar Kurt Cobain en Leonard Cohen waardoor zijn songs aanvoelen als langzaam neerdruppelende zich ontdooiende ijspegels in de spelonk van zijn geest. Hij componeerde en schreef zelf de teksten als een herboren Yeats die thans met eigentijdse existentiële vragen kampt en op zoek is naar zingeving, veiligheid en liefde. Hij begeleidt zich met akoestische gitaar en een enkele keer met piano zoals op het droefgeestige ‘Even Now’ waarbij de weeklacht hem als een schaduw lijkt te volgen. Op andere songs is het Phil Christie die met piano begeleidt zoals op het desperate ‘Pride’ waarop de pianoklanken de noodlotsdreiging intensifiëren.

Het groepje muzikanten dat Flannery op zijn gekwelde droomtochten begeleidt volgt de gevoelsbedding van de dichterlijke zanger met gitaren, contrabas, violen, viola en cello. Op ‘I’m On Your Side’ krijgt het ritme iets gejaagds door de elektrische bas van Shane Fitzsimons. Op enkele songs voegt zich de trombone van Paul Dunlea naast de melancholische stem van Flannery zoals op het narratieve ‘Own It’ of nog op ‘Live In Hope’ waar diezelfde trombone een trage stoet van vereenzaamden lijkt te escorteren doelloos ronddwalend met de ziel onder hun arm. Zijn schuwheid of zgn. afstandelijkheid houdt echter geen begrenzing in voor zijn immer geëmotioneerde songs. In het ontroerende ‘Galfond’ en het fatale ‘Pride’ stelt hij zich zeer kwetsbaar op. Evenzo in ‘The Small Fire’ met aanzwellend koortje, violen en cello dat overkomt als een wanhoopskreet. Maar de allermooiste song is ontegensprekelijk de titeltrack, het adembenemend mooie ‘By The Rule’ met een prachtige cello die je tot in het diepste raakt, zo’n song die je ogen wazig maakt om teveel overvloeiende schoonheid en waartoe het klassiek geschoold ‘Vanbrugh Quartet’ zeker toe bijdraagt. Met het woord ‘wonderkind’ moet men omzichtig omspringen, maar het lijkt er toch op dat de Ierse bard Mick Flannery aan alle vereisten voldoet.

Marcie

 

 

 

 

 

 

Artiest info
website  
 

video

Label: EMI Music Ireland
Distr.: Universal