BABAJACK

“BabaJack” is een Britse roots band rond het duo Becky Tate (zang, percussie) en Trevor Steger (zang, gitaren, harmonica), beiden afkomstig uit Malvern, in de bestuurlijke regio Worcestershire, een graafschap in de Engelse West Midlands. Steger start zijn muzikale loopbaan begin jaren ’80, in de punk scene. De onomkeerbare klik naar de blues kwam er bij het horen van de Britse blues band “Nine Below Zero” (Mark Feltman, Gerry McAvoy & Dennis Greaves). Steger kocht de volgende dag een album van Sonny Boy Williamson en een mondharmonica. Tussendoor vertoeft Steger ook nog enkele jaren in Shona / Zimbabwe. Hier wordt zijn oudste zoon Jack geboren en krijgt hij als vader van de lokalen de naam Baba Jack (“de vader van Jack”). Dit wordt later de naam van de band. In 2002 ontmoet hij, via een bevriende muzikant, de zangeres / percussioniste Becky Tate. Dit is het begin van een uitgebreide muzikale en persoonlijke samenwerking. Ze schrijven samen nummers, worden verliefd en krijgen ook samen kinderen (eerder & samen: Jack, Betty, Jo & John). In de eerste jaren van “BabaJack” werken ze samen met de klassiek opgeleide bassist / arrangeur / Fransman (die al jaren in de UK woont) Marc Miletitch en brengen ze drie albums uit: “The Maker (2009), “Excercising Demons” (2010) en “Rooster” (2012).

De muziek van “BabaJack” is een amalgaam van blues, roots en folk, gedreven door Afrikaanse percussie en passie. Steger (blijkbaar een niet roker, maar drinker) die ook een timmerman / meubelmaker is, maakt de laatste jaren zijn eigen “winebox” (geen “cigarbox”) gitaren. Hiermee zet hij de traditie van de oude muzikanten verder, die geen geld hadden om een nieuwe gitaar te kopen. Zijn eerste winebox gitaar heette “The Beast” (o.w.v. het geproduceerde geluid) en, ondertussen is er ook al de zessnarige “Joanna”, waarin pianotoetsen verwerkt zijn. Becky is de percussioniste van het duo / de band, die buiten de Afrikaanse Djembé, ook op een stompbox [stomp box of stompbox: een eenvoudig percussie instrument dat bestaat uit een kleine houten doos, die onder een voet geplaatst wordt en die geactiveerd wordt door er ritmisch op te tappen of te stampen. Het geproduceerde geluid is vergelijkbaar met het geluid van een bas drum. Met een stompbox heeft de muzikant de mogelijkheid om zichzelf ritmisch te begeleiden  / Red.] en op een cajón speelt [cajón: een handtrommel met een slag vlak van hout, oorspronkelijk afkomstig uit Peru, waar dit instrument veel wordt gebruikt als begeleidingsinstrument voor dansen / Red.]

Aan het jaarlijkse (“home”) ‘Upton Blues Festival’ (ook in Worcestershire) werken Becky en Trevor mee, bij het opzetten van een akoestisch programma, wat ondertussen een belangrijk deel van het festival is geworden.

Sinds ze in 2013, in Toulouse als vijfde eindigden tijdens de 3de editie van de ‘European Blues Challenge’, werd de agenda van “BabaJack” alleen maar voller. In de huidige tour line-up is Tosh Murase bassist en Adam Bertenshaw drummer. In 2013 heeft “BabaJack” een vierde album “Running Man” aan hun discografie toegevoegd en zijn er een vijfde album én een live album (dit mochten we als primeur van hen horen tijdens een interview op ‘Pjeireblues 2014’ op komst! Op ‘Pjeireblues’ vertelde Becky het publiek ook dat ze, ondanks haar aversie voor biersmaken, toch bezweken was voor onze blonde Leffe… (Ken ik hem of haar?...)         

http://www.babajack.com/wpimages/wpc8ad0077_05.jpg

“The Maker” - 2009 - itunes

“The Maker” is het debuut album van “BabaJack”, dat toen als trio met drummer / bassist Aron Attwood, optrad. Steger moet het muzikaal nog met een gekochte (dobro) gitaar doen en Becky met een stompbox, drum en percussie. Op het album staan tien originele Tate / Steger songs, opgedragen aan Barry Halford. En (ook) volgens collega Antoine Légat commentaar is dit album: “Een tof plaatje van een boeiend bandje. Live zal het nog een stukje meer vlammen en Becky mag me op elk gewenst ogenblik bellen voor een interview…”

Het debuut album van “BabaJack” is een no nonsense, onopgesmukt en eenvoudig album. Het album opent met 1”Life Is a Struggle” met in de intro de drum van Becky. Dit folky nummer is vooral gebouwd rond de percussie en de zang van Becky, opgesmukt door korte harmonica grooves van Trev. De sound van 2”Standing On The Corner” is meer bluesy. Trev zingt deze ‘call & response’ samen met Becky. 3”Coming Home” is “tussendoor” een eenvoudige “feel good’ song [op hun “Running Man” (2013) album staat een remake van deze song / Red.]. Op 4” A Thousand Angels” leidt en stuwt Trevor de song met zijn harmonica. Becky zingt charmant in 5”Mary”, terwijl Trev jazzy tussenkomt op harmonica. De backings worden hier gezongen door Becky Pall. Trev opent op zijn dobro met bottleneck slides in het bluesy 6”Daddy’s Gone”. Aron Attwood is (enkel) op 7”Stones In My Shoes” te horen op drums en bas. Becky Pell doet voor een tweede keer de backings in deze aardige country rocker. Met 8”I Wish gaan we met Trev naar de Mississippi Delta. Zijn fingerpicking helpt bij het vervullen van Becky’s wensen. 9”The Lady Baby Stomp” is een speelse, met veel slides doorspekte stomp. De afsluiter heet 10”But I’m Happy”. Deze track is opnieuw erg bluesy en is geeft goed aan, waar het op dit album meestal om gaat: “blues at it's best and most basic…”  

“BabaJack“ start in 2008 met hun debuut “The Maker” aan een spannend en muzikaal jaar! 

Album tracks: 1”Life Is a Struggle” - 2”Standing On The Corner” - 3”Coming Home” - 4” A Thousand Angels” - 5”Mary” - 6”Daddy’s Gone” - 7”Stones In My Shoes” - 8”I Wish” - 9”The Lady Baby Stomp” - 10”But I’m Happy” – All songs written by Tate / Steger - Produced by Aron Attwood & BabaJack

Line-up:
Trevor Steger: guitar, dobro, harmonica, vocals
Becky Tate: drum, percussion, stompbox, vocals
With Aron Attwood: drums & bass (7), backing vocals (4)
& Becky Pell: backing vocals (5,7)

http://www.babajack.com/wpimages/wp3db979cc_05.jpg

“Exercising Demons” - 2010 - itunes

We zijn ondertussen twee jaren verder en “BabaJack” is er opnieuw met het album “Exercising Demons” en tien nieuwe originele. Het basis trio van hun debuut album is gebleven en is daar waar nodig, aangevuld met Alan Cooper (viool) (1,6,8,11) , Marc Miletitch (1,6,9) / Ken Stratford ((7,11) (staande bas), Jersey Julie (sax) (8) en de ons bekende Becky Pell (zang / percussie) (4,5 & 11). Steger is hier voor het eerst te horen op een winebox gitaar.

De titel van de opener 1”Big Man Blues” spreekt duidelijk taal, idem dito geldt voor de overtuigende bluesy slides van Steger. Het is drummer Aron Attwood die in de swingende jazzy track 2”Sweet Jelly Love” het tempo aangeeft, terwijl Becky, nasaler en wat meer à la Janis Joplin, de zang doet. Steger’s gypsy harmonica grooves openen 3”Going Home” en zullen ook nog verder de song blijven domineren. Meer zigeuner ritmes krijgen we te horen in 4” Parade”. 5”Big Summer Rising” rolt op het ritme van Becky’s en Attwood. De folky ballade 6”Dog Tired” wordtingeleid door de viool van Alan Cooper. Voor 7”The Last Train” kiest “BabaJack” voor bassist Ken Stratford. Deze track start rustig en bluesy, maar slaat om bij een hoger ritme. Becky’s stem doet het uitstekend in het dreigende, folky 8”Religion”, waar we ook naar het einde toe, Jersey Julie  occasioneel en ingetogen op sax horen. Nog een keer met bassist Marc Miletitch en veel percussie, drijven we met 9”I Walk On Diamonds” rustig naar het einde toe. De laatste en langste track 10”The Well Song” is folky, maar ook wel bluesy. Hiermee wordt het album, in twee pogingen, door de ganse bende enthousiast afgesloten.  

Op het tweede album van ”BabaJack” zijn er nieuwe (volgende) stappen gezet in het muzikale verhaal van Becky & Trev. Het album is opnieuw bluesy en folky, maar met bijna gewelddadige tribale ritmes, die de pure kracht van hun muziek weergeven. Er zijn zigeuner ritmes, die  verweven worden met Afrikaanse beats, blues en folk. Becky’s zang is altijd vol emotie, zeer suggestief en expressief. Met nog steeds één voet in folk en de andere voet al wat dieper in de blues, is de stap naar de toekomst duidelijk en zelfzeker gezet.

Album tracks: 1”Big Man Blues” - 2”Sweet Jelly Love” - 3”Going Home” - 4” Parade” - 5”Big Summer Rising” - 6”Dog Tired” - 7”The Last Train” - 8”Religion” - 9”I Walk On Diamonds” - 10”The Well Song” – All songs written by Tate / Steger - Produced by Aron Attwood & BabaJack

Line-up:
Trevor Steger: guitar, dobro, harmonica, vocals
Becky Tate: drum, percussion, stompbox, vocals
Aron Attwood: drums & bass, percussion, vocals
With Alan Cooper: violin (1,6,8,11)
Marc Miletitch: double bass (1,6,9)
Jersey Julie: sax (8)
Ken Stratford: double bass (7,11)
& Becky Pell: vocals (4,5), percussion (11)

http://www.babajack.com/wpimages/wp477144e5_05.jpg

“Rooster” - 2012 - itunes

“Rooster” is het derde album van “BabaJack”. In het basis trio zit, buiten Becky (nu met nog meer percussie: Afrikaanse trom, cahon en stompbox) en Trevor (opnieuw met zijn winebox gitaren – zie de foto op de binnenzijde van de hoes), nog de bassist Marc Miletitch. Met slechts minimale studio hulp, werden de nummers voor het derde album opgenomen. De extra muzikale hulp komt van violist Alan Cooper (4,5) en zangeres Becky Blockley (2,3,9). Op het album staan elf originele Tate / Steger songs en twee “geïnspireerde” songs. Track 11“Som’ These Days” is een door Charley Patton geïnspireerde song. Voor verdere details: zie interview, op de Rootstime website! Buiten één bewerkte traditional 9”Gallows Pole”, die dank zij “Led Zeppelin” [Het nummer is door folk zanger Huddie "Lead Belly" Ledbetter in 1939 opgenomen als "The Gallis Pole" en staat ook op het “Led Zeppelin III” album (1970) / Red.] de wereld rond ging en één door Charley Patton beïnvloed nummer 11”Som’ These Days”;zijn alle nummers eigen nummers. [Charley Patton (1891-1934) was een Amerikaanse Delta blues-muzikant. Hij was niet de eerste blueszanger, maar wel de eerste die algemeen bekend werd, vooral in het zuiden van Amerika. Hij was zowel van zwarte, blanke en indiaanse afkomst / Red.]

Met “Rooster” laten Becky en Trevor ook weer verstaan, waar het voor hen in de muziek om gaat. Dit blijkt al bij de opener 1”The Money’s All Gone”. Hier gaat Becky al onmiddellijk, vocaal en als percussioniste voluit, terwijl Trevor zijn gitaar meer dan opwarmt. In 2”Plenty More Fish” en in het donkere 3”Burn All The Bridges” wordt het gas even wat terug genomen. Het tempo en het aantal slides van Trevor stijgt langzaam in 4”Skin And Bone”, dat gevolgd wordt door de mooie ballade 5”Crying For My Home”. Wat maakt deze ballade extra mooi? De viool van Alan Cooper! 6”Raine’s Song” is een rustige folky track, die Steger alleen schreef en 7”Sunday Afternoon” is niet de “Lazy Sunday” song van de Britse rock band “The Small Faces” uit 1968; waarin het m.i. nog luier aan toe ging. Dan is er de titel song 8”Rooster Blues”, die swingt op een jazzy baslijn en een ontkennende, om aandacht vragende Becky: “It's not my day for singing the blues…” (En, zoals reeds geschreven…) De bewerkte traditional 9”Gallows Pole” (waarmee ze eindigden op “Pjeireblues 2014”), die al dank zij “Led Zeppelin” de wereld rond ging, is hier een lichtere “BabaJack” versie. Leuk zijn hier dan wel weer de teksten die Trevor doet. Na het uptempo rockabilly nummer 10”Don’t Get Me Wrong” is 11”Som’ These Days” de rustige, mooie, wat dromerige afsluiter.

“Rooster”, nummer drie in de discografie van “BabaJack” is een album die zijn nominaties (tijdens de Britse British Blues Awards 2012: één voor 'akoestische blues band' en de andere voor Becky voor 'instrument’ anders dan gitaar, harp, keys, bas en drums),  méér dan waard is!

Album tracks: 1”The Money’s All Gone” - 2”Plenty More Fish” - 3”Burn All The Bridges” - 4”Skin And Bone” - 5”Crying For My Home” - 6”Raine’s Song” [Steger] - 7”Sunday Afternoon” - 8”Rooster Blues” - 9”Gallows Pole” [traditional arr. BabaJack] - 10”Don’t Get Me Wrong” – 11”Som’ These Days” [BabaJack inspired by Charley Patton]– All songs written by Tate / Steger & BabaJack, except [when noted] - Produced by Adam Fuest & BabaJack

Line-up:
Trevor Steger: acoustic, dobro & winebox guitars, rack harmonica, vocals
Becky Tate: African drum, cahon, percussion, stomp, vocals
Marc Miletitch: double bass, vocals
With Alan Cooper: violin (4,5)
& Becky Blockley: vocals (2,3,9)

http://www.babajack.com/wpimages/wpec605aee_05.jpg

“Running Man” - 2013 - itunes

Het meest recente album van “BabaJack” heet “Running Man”. Het is een album van een band met buiten Becky en Trevor, de actuele leden van hun tour band Tosh Murase (drums) en Adam Bertenshaw (bass). Op enkele tracks (2,3,5,7) speelt occasioneel Julia Palmer-Price op cello. Alle tien songs zijn Tate / Steger songs, behalve één track, 6”Death Letter”, is een Son House song. Dank zij de financiële steun van fans kwam dit vierde album tot stand. Met zang, gitaar, cajon en harmonica creëren beiden een mysterieuze sfeer, waarin Afrikaanse ritmes doorsijpelen, maar ook het zweet van oude blues. 

De titel song 1”Running Man” opent het album met een song, die voodoo ademt en de angst laat voelen van de vluchtende man, van het onbekende. Het verhaal is gebaseerd op een gebeurtenissen die Becky en haar zoon meemaakten, toen ze op het Franse platte land wilden ontsnappen voor een opkomend onweer, dat wel eens fel zou kunnen zijn. 2”Coming Home” is een van de vier nummers met de extra inbreng van celliste Julia Palmer-Price. Het nummer is geen nieuw nummer, maar was in een andere versie al te horen op hun debuut album “The Maker”. Deze remake is een meer energieke versie van de song en laat ons kennismaken met Becky’s temperament, mogelijk geërfd van haar Franse moeder? Op het etherische 3”Breathe” is géén ritme sectie gebruikt, maar wel de cello van Julia, die hier meesterlijk diepe warme klanken toevoegt aan de gitaar van Steger. We veranderen opnieuw van stijl in het funky met soul doorspekte 4”Rock ‘n Roll Star”, dat de nieuwe line-up en vooral de bijdrage van de ritme sectie, aardig in de verf zet. Het aanklampende 5”Falling Hard” is een track, die alles heeft om een klassieker te worden. Het typische geluid van de cello geeft nog meer diepgang aan de aangeboorde gevoelens, naast de weemoedige harmonica sound van Trevor. In 6”Death Letter” van Son House demonstreert Trevor, hoe hij gitaar en harmonica meesterlijk kan verweven, met de fantastische stem van Becky en haar vaardigheden als percussioniste. De laatste cello inbreng is te horen in 7”Every Day The Same”. Deze song leunt, door zijn ritme, nauw aan bij de traditionele blues. Het verhaal wordt versterkt door het repetitieve ritme en het gevoel van angst in Becky’s woorden: “Money man comes, Money man comes…”. Dit is een track, waarin Trevor's harmonica in combinatie met de cello, de wanhoop en het hectische gevoel van de tekst versterken. 8”Hammer And Tongs” leunt aan bij een authentieke ‘field’ song van de dwangarbeiders en slaven. De bezwerende drum beat op Becky’s cajon, versterkt de Afrikaanse echo’s en de magie. De absolute uitschieter op dit album (en een van de hoogtepunten als duo, tijdens “Pjeireblues” 2014) is het huiveringwekkend mooie 9”I’m Done”,dat onder je huid kruipt en je raakt tot in de ziel. Deze weeklacht roept onwillekeurig Blind Willie “Johnsons’ “The Soul Of A Man” in herinnering. Afsluiten doet “BabaJack” met 10”Some People”.

Met de nieuwe line-up geeft “BabaJack” aan “Running Man” frisse energie, om van het album een modern blues album te maken; dat de integriteit van de traditionele blues, met sterke aardse ritmes voluit behoudt.

Album tracks: 1”Running Man” - 2”Coming Home” - 3”Breathe” - 4”Rock ‘n Roll Star” - 5”Falling Hard” - 6”Death Letter” [Son House arr. BabaJack] - 7”Every Day The Same” - 8”Hammer And Tongs” - 9”I’m Done” - 10”Some People” – All songs written by Tate / Steger, except [when noted] - Produced by Adam Fuest & BabaJack

Line-up:
Trevor Steger: guitars, rack harmonica, vocals
Becky Tate: percussion, vocals
With Tosh Murase: drums (1,2,4,7,10)
& Adam Bertenshaw: bass (1,2,4,7,10)

Met “BabaJack”, die met eenvoudige rauwe en pure, no nonsense blues à la Seasick Steve, Hat Fitz & Cara (Robinson), Ben Prestage en..., is aan de vernieuwde Britse blues scene een belangrijke band toegevoegd. Eerder uitgerekte nominaties bewijzen deze beweringen en maken van “BabaJack”, in een paar jaar tijd, één van de meest gevraagde groepen in het Engelse blues circuit. Het gedreven slagwerk van Becky en de eigen bluesy gitaarstijl van Trevor, liggen aan de basis van dit succes. Kenmerkend voor hun aanpak is ook de interactie, tussen enerzijds compromisloze pre-war blues en anderzijds, gedurfde roots en Afrikaanse ritmes. De bezwerende stem van Becky Tate, aangevuld met een opzwepend ritme op de cajon box drum bepaalt ongetwijfeld grotendeels de ziel van de groep. De toekomst lacht Becky Tate & Trevor Steger toe. 

Eric Schuurmans

 

 

 

 

 

Artiest info
website  
 

videoo

interview

Label: Running Rooster Records

 

http://www.babajack.com/wpimages/wpc8ad0077_05.jpg

“The Maker” - 2009 - itunes

http://www.babajack.com/wpimages/wp3db979cc_05.jpg

“Exercising Demons” - 2010 - itunes

http://www.babajack.com/wpimages/wp477144e5_05.jpg

“Rooster” - 2012 - itunes

http://www.babajack.com/wpimages/wpec605aee_05.jpg

“Running Man” - 2013 - itunes